Joost mag weten wat zich de voorbije week precies heeft afgespeeld in de Panjshirvallei, op 120 kilometer ten noordoosten van Kaboel. De telefoonverbindingen zijn verbroken, het internet werkt niet meer. Zowel de taliban als het door de jonge Ahmad Massoud (32) geleide Nationaal Verzetsfront van Afghanistan (NRFA) gewaagden van grote vijandelijke verliezen. Maandagmorgen claimden de taliban de volledige controle over de provincie. Vrijdag circuleerden al geruchten over een nabije victorie. Strijders in de hoofdstad bouwden prompt een feestje. Door de vreugdesalvo's zouden verscheidene doden zijn gevallen.
...

Joost mag weten wat zich de voorbije week precies heeft afgespeeld in de Panjshirvallei, op 120 kilometer ten noordoosten van Kaboel. De telefoonverbindingen zijn verbroken, het internet werkt niet meer. Zowel de taliban als het door de jonge Ahmad Massoud (32) geleide Nationaal Verzetsfront van Afghanistan (NRFA) gewaagden van grote vijandelijke verliezen. Maandagmorgen claimden de taliban de volledige controle over de provincie. Vrijdag circuleerden al geruchten over een nabije victorie. Strijders in de hoofdstad bouwden prompt een feestje. Door de vreugdesalvo's zouden verscheidene doden zijn gevallen. De zegeclaims werden gecounterd door een tweet van Massoud, waarin hij 'de talibanleugens over onze overgave' hekelde. 'Opgeven staat niet in mijn woordenboek', aldus de verzetsleider. Maandag verspreidde de taliban beelden van de inname van het gebouw van de provinciegouverneur. Een onafhankelijke bevestiging daarvan was er bij het ter perse gaan van Knack echter niet. Het NRFA ontkent haar nederlaag, maar geeft toe dat woordvoerder Fahim Dashty zondag omkwam bij de gevechten. In een spraakbericht op Facebook riep Massoud 'alle Afghanen' op 'om in opstand te komen'. Naar eigen zeggen beschikt het verzet over enkele duizenden goed getrainde troepen, die zowel bestaan uit lokale mensen als uit recente overlopers van het reguliere Afghaanse leger en de Afghan Special Forces. In de voorbije jaren werden wapens ingeslagen omdat velen al vreesden 'dat dit moment zou komen'. Maar toereikend zijn de voorraden niet, wat wellicht verklaart waarom Massoud afgelopen zondag herhaalde dat hij bereid was om te onderhandelen. Midden augustus al vroeg hij de internationale gemeenschap om hulp via opiniestukken in de Amerikaanse krant The Washington Post en het Franse blad La règle du Jeu. Daarin argumenteerde hij dat Afghanistan een onderhandelde machtswissel verdient, en een nieuwe regering die inclusiviteit, mensenrechten, gendergelijkheid, aansprakelijkheid en goed bestuur hoog in het vaandel draagt. Volgens Massoud wordt het Afghanistan van de taliban daarentegen een toevluchtsoord voor de internationale jihad. Daarom moet het Westen het verzet steunen, uit eigenbelang. Of de politici in Washington, Londen, Parijs of Berlijn daar veel oren naar hebben, valt te betwijfelen. Ze zijn bovenal opgelucht dat het militaire debacle achter de rug is. Peking en Moskou zijn evenmin geneigd tot steun. Zij willen juist via betere banden met de taliban aan terrorismebestrijding doen. De Chinese president Xi Jinping heeft het vooral gemunt op de Oeigoerse jihadisten die zich in Afghanistan kunnen ophouden, zijn Russische collega Vladimir Poetin wil samenwerking met de taliban om moslimstrijders uit de Kaukasus te laten uitleveren. Of Massoud, die alleen door buurland Tadzjikistan werd geholpen, het lang zou kunnen uitzingen, werd van meet af aan betwijfeld. Tegelijk was duidelijk dat de verovering van Panjshir een moeilijke klus was. De smalle, door hoge bergen omzoomde vallei die uitmondt in de Hindu Kush is maar via één weg toegankelijk. Je komt er alleen in via Gulbahar. Wie niet vertrouwd is met het terrein, belandt in een val. Zo ging het in de voorbije decennia toch. Panjshir werd sinds het begin van de oorlog, eind de jaren 1970, nooit door een vijandelijke macht ingenomen. Niet door de Sovjets, die het in de jaren 1980 een half dozijn keer probeerden, en evenmin door de taliban een decennium later. De vallei is het hartland van de etnische Tadzjieken - goed voor een kwart van de 38 miljoen Afghanen - en bovenal de geboortegrond van de vader van Ahmad Massoud, de vermoorde Ahmad Shah Massoud (1953-2001). Ze noemden hem 'de leeuw van Panjshir' en sinds het verdrijven van de taliban zelfs 'de nationale held van Afghanistan.' De voorbije twee decennia wemelde het in Kaboel van de Massoud-billboards en ook qua merchandising ging het hard. Tot deze zomer waren vlot tapijten, T-shirts of koffiemokken met zijn beeltenis verkrijgbaar, en werd zijn dood op 9 september herdacht als Massoud-dag. De legendarische commandant én zijn zoon zijn larger than life. Onbaatzuchtige redders des vaderlands. Zuivere revolutionairen. Erfgenamen van mystieke moslimtradities. Lees de internationale media en je moet wel besluiten dat genialiteit genetisch wordt bepaald. Drie jaar na de vernederende terugtrekking van de Sovjets in 1989 noemde de Amerikaanse expert Robert Kaplan Massoud senior in The Wall Street Journal 'de Afghaan die de Koude Oorlog won'. Eigenhandig, zowaar. Dat de Verenigde Staten de verschillende moedjahediengroepen via hun Pakistaanse bondgenoten tien jaar lang voor miljarden aan wapens en bijstand hadden geleverd, deed even niet ter zake. En kijk naar de zoon, dertig jaar later, bij de al even beschamende westerse aftocht. Hij wordt in dezelfde krant nu omschreven als 'de Afghaan die zich tegen de taliban verzet'. Ook veel biografen grossieren in superlatieven als ze het over vader Massoud hebben. De hoogbejaarde Britse journalist Sandy Gall noemt hem 'de Napoleon van Afghanistan', terwijl de Argentijnse Marcela Grad het heeft over 'een 'mens zoals er elke eeuw maar één wordt geboren'. In Massoud: An Intimate Portrait of the Legendary Afghan Leader (2009) zet ze een gevoelige man neer die meer luistert dan hij spreekt. Hij is een zielsverwant van de dertiende-eeuwse mystieke dichter Rumi, iemand die graag versregels reciteert aan de rivieroever. 'Hoe meer ik me in hem verdiepte, ' zegt ze aan de telefoon met Knack vanuit Los Angeles, 'hoe meer ik besefte dat dit een man was die niet alleen vocht voor zijn eigen land maar ook voor verdraagzaamheid en vrede in de hele wereld. Zo is het nu ook met zijn zoon. Daarom moeten we hem helpen.' Grad werkt momenteel aan een film over haar grote held. Vader en zoon Massoud worden allebei als charismatische dertigers voorpaginanieuws. Ze zijn even fotogeniek als Che Guevara. Ze stralen kracht en elegantie uit, en ogen tegelijk vriendelijk en vastberaden. Hun fysieke gelijkenis is opvallend, en de vestimentaire arrangementen doen de rest. Zelfde traditionele bruine muts, identiek jasje, even lange baard. Hoe vaak zou zoon Ahmad geoefend hebben vooraleer hij zich de lichaamshouding, het stemtimbre en de blik van zijn vader eigen wist te maken? 'Hij heeft bijna geen andere troeven. De link met zijn vader is Ahmad Massouds belangrijkste politieke kapitaal', meent Romain Malejacq, assistent-professor aan de Nijmeegse Radboud Universiteit en auteur van Warlord Survival: The Delusion of State Building in Afghanistan (2019). 'Ik betwijfel of zijn populariteit, zelfs in Panjshir, vergelijkbaar is met die van zijn vader. Dat was een doorgewinterde strijder, een briljant strateeg, die zich op het slagveld had bewezen. Zoonlief daarentegen heeft geen militaire ervaring. Bovendien zijn de Afghanen oorlogsmoe. Ik zie weinig appetijt voor een voortzetting van de strijd, tenzij de taliban een rampzalige koers varen die mensen tot verzet drijft.' Malejacq gelooft niet dat vader Massoud veel moeite zou hebben met het bewust gecreëerde imago van zijn zoon. 'Als hij de succesvolste van alle moedjahedienleiders is geworden, dan is dat net omdat hij de uitzonderlijke gave bezat om de taal van de buitenlanders te spreken en zich te presenteren als de beste hoop voor zijn land.' Voordat hij zich in het midden van de jaren 1970 bij het islamistische verzet tegen het Afghaanse communistische bewind voegde, zat Massoud senior in Kaboel op de Franse middelbare school Istiqlal, waardoor hij enig Frans sprak. Zijn zoon studeerde aan Britse universiteiten en heeft daar een westers referentiekader opgebouwd, wat hem op zijn beurt handig uitkomt. 'Ahmad Massoud heeft de strategieën van zijn vader goed bestudeerd. Die man besteedde ongemeen veel aandacht aan zijn relaties met de westerse pers als vehikel voor internationale diplomatie', zegt Malejacq. 'Hij ontving zeer geregeld journalisten, niet zelden voor langere periodes. Zijn broer Ahmad Wali vertegenwoordigde hem in Londen en had een groot netwerk van contacten. Hij nodigde reporters uit voor avontuurlijke field trips. Trouwe medewerkers haalden hen in het Pakistaanse Peshawar op en brachten hen naar de Panjshirvallei, waar ze logeerden in een speciaal daarvoor gebouwd gastenverblijf.' De hele pr-operatie legde Massoud senior geen windeieren. Mensen als de Franse journalist en schrijver Bernard-Henri Lévy bezochten de etnisch Tadzjiekse commandant meerdere malen. In 1998 deed hij hem zelfs de oorlogsdagboeken van Charles de Gaulle cadeau. Zelfs op Massoud junior maakten die een diepe indruk: in de voorbije jaren verwees hij er herhaaldelijk naar. Lévy is tot op heden een van Massouds trouwste buitenlandse pleitbezorgers. Hij was de afgelopen weken geregeld op de Franse televisie en hield hartstochtelijke pleidooien voor hulp aan het verzet. Het is ook door zijn inspanningen dat eind maart een Parijse straat in de buurt van de Champs-Élysées werd herdoopt tot Allée du Commandant Massoud. Bij die gelegenheid ontving president Emmanuel Macron zijn zoon zelfs op het Élysée. Maar als je de mensenrechtenrapporten leest, zijn dergelijke egards moeilijk te rechtvaardigen. 'Als minister van Defensie onder president Burhanuddin Rabbani in de eerste helft van de jaren 1990 droeg Ahmad Shah Massoud de verantwoordelijkheid voor de bloedbaden die werden aangericht door de milities onder zijn bevel', meent Patricia Gossman, de huidige onderdirecteur voor Azië van Human Rights Watch. In 2001 richtte ze het Afghanistan Justice Project op, dat de oorlogsmisdaden tussen 1978 en 2001 documenteerde. 'Neem de Afshar-operatie in februari 1993 onder etnische Hazara in Kaboel. Circa 1000 burgers werden in een korte periode afgeslacht. Hoewel de gruwel later werd gedocumenteerd, werd nooit iemand vervolgd.' Ook de Amerikaanse journalist en schrijver Bruce G. Richardson, die verschillende keren met Massouds mannen optrok, stelde hun acties aan de kaak. In Afghanistan: Ending the Reign of Soviet Terror (1996) beschrijft hij de misdaden die zijn geheime politie beging om 'de orde' in Kaboel te handhaven. 'In een van de gebouwen werden 80 vrouwen vastgehouden. Zodra de nacht was gevallen, kwamen de bewakers en begonnen de verkrachtingen. De slachtoffers werden bij het licht van een zaklamp geselecteerd, sommige meisjes en vrouwen werden meegenomen en kwamen nooit meer terug. Elke nacht herhaalde dat schouwspel zich.' Er zijn meer dan genoeg getuigen en bewijzen. Ahmad Shah Massoud was een krijgsheer met bloed aan de handen, al blijkt een dergelijke stelling niet zonder gevaar. Een prominente internationale Afghanistanexpert die de voorbije dagen geen tijd had voor een interview met Knack omdat hij het te druk had met de evacuatie van zijn Afghaanse collega's, schrijft dat hij hoopt 'dat de eretitels "held" en "bevrijder" niet in het portret van de Massouds zullen opduiken. Maar citeer me alsjeblief niet, anders krijg ik weer doodsbedreigingen van zijn aanhangers.' Het zorgvuldig geconstrueerde, officiële verhaal van zoon Massoud begon in september 2001, op dat moment was hij een jongen van twaalf. Sinds de machtsovername van de taliban in 1996 leidde zijn vader opnieuw het verzet van de Noordelijke Alliantie, die de hele noordoostelijke regio bezuiden Tadzjikistan controleerde. Veel meer dus dan de huidige Panjshirvallei, voldoende territorium zelfs om vlot de grens over te kunnen en via de Tadzjiekse hoofdstad Dushanbe buitenlandse besprekingen te houden en te worden bevoorraad. Twee dagen voor de aanslagen van 9/11 werd vader Massoud het eerste slachtoffer van Al-Qaeda. De aanslag vond plaats in de provincie Takhar, tijdens een onderhoud met twee zogenaamde journalisten van de fictieve Arabische televisiezender ANI-TV (Arabic News International). Massoud had met het gesprek ingestemd omdat hij zijn relaties met de Arabische wereld wilde verbeteren. Volgens zijn jeugdvriend Massoud Khalili, die bij het interview aanwezig was, was hij niet ingenomen met de vragenlijst die hij vooraf had ontvangen. Ze leken vooral te willen weten waarom hij zich vijandig opstelde tegen Osama bin Laden. Ze wachtten niet op zijn antwoorden. Luttele ogenblikken na het begin van het gesprek blies een van de reporters zich op. De moord had een Belgische connectie: de twee 'journalisten' waren Al-Qaeda-aanhangers van Tunesische origine die meer dan tien jaar in Molenbeek hadden gewoond. Een van hen was Abdessater Dahmane, de echtgenoot van Malika el-Aroud, de later herhaaldelijk veroordeelde 'Mama Jihad'. Lange tijd zou er veel speculatie bestaan over de motieven voor de aanslag. De meeste experts zijn het er nu over eens dat Osama bin Laden de opdrachtgever was, en dat hij zijn gastheren, de taliban, wilde verlossen van een schijnbaar onoverwinnelijke vijand. Wellicht ging hij ervan uit dat de dood van de commandant het verzet definitief zou breken. Wie had anderhalve maand later een Amerikaanse invasie verwacht, waarbij de taliban werden verdreven en krijgsheren van alle pluimage als 'Amerikaanse bondgenoten in de strijd tegen het internationale terrorisme' opnieuw centen, wapens en aanzien zouden verwerven? Zoon Massoud haalde de gebeurtenissen van 9 september 2001 in de voorbije jaren vaak aan. Ze veranderden zijn leven. Hij herinnert zich nog de begrafenis in het geboortedorp van zijn vader, en de vele duizenden mensen die hem een laatste eer kwamen betuigen. 'Het is daar', zo zegt hij, 'dat ik besloten heb om in de voetsporen van mijn vader te treden.' Kort daarna vertrok Massouds weduwe met haar zoon en vijf dochters naar Tadzjikistan en later Iran. Massoud junior maakte er de middelbare school af. In 2010 kreeg hij een plaats aangeboden aan de Amerikaanse militaire school in West Point. Hij koos echter voor de Britse tegenhanger, Sandhurst Academy, omdat hij dan dichter bij Ahmad Muslem Hayat zou zijn, een familievriend en trouwe luitenant van zijn vader. 'Sandhurst was erg lastig voor Massoud', vertelde Hayat vorige maand in een interview met de Britse krant The Telegraph. 'Hij was opgelucht dat hij zich na een jaar kon inschrijven voor een bachelor oorlogsstudies aan King's College in Londen.' Vier jaar later behaalde hij een master in internationale politiek aan City University in Londen, na een afstudeerscriptie over de taliban. Voor Massoud veranderden de taliban van een studieonderwerp in een reële vijand die hem naar het leven staat. Fundamenteel is dat niet het leven dat hij heeft gewild. 'Boeken, tuinen en astronomie zijn de drie dingen in deze wereld waar ik van hou', zo liet hij zich de voorbije jaren geregeld ontvallen. 'Ik geloof niet dat ik in de wieg ben gelegd voor politiek en strijd. Maar iemand moet de fakkel doorgeven, we mogen de hoop van mijn vader niet laten sterven. Daarom, en alleen daarom, ben ik bereid om dit te doen.' Vanaf 2016 leidde Massoud in Kaboel de Massoud Foundation, een socioculturele organisatie die zich vooral bekommerde om de nagedachtenis van zijn vader. Ondertussen trouwde hij met een opgeleide Britse van Afghaanse afkomst, die voor de veiligheid in Londen bleef. Massoud verdeelde zijn tijd tussen de Britse en de Afghaanse hoofdstad - deze zomer speelde hij nog tennis in het Lammas Park van Ealing, West-Londen. 'Voor hij vertrok', zo vertelde Hayat, 'heb ik hem op het hart gedrukt dat leiderschap in Afghanistan veel moed vergt. Angst is uit den boze. Je moet bereid zijn tot offers om het doel te bereiken.'