Een paar jaar geleden kostte een vat ruwe olie meer dan 100 dollar. Sommigen voorspelden toen dat de prijs zou stijgen tot 200 of zelfs 300 dollar per vat. 'Begin deze maand schuurde de prijs van een vat olie tegen de 20 dollar aan.' Die spectaculaire crash heeft twee oorzaken. Eén: de prijzenoorlog tussen de olieproducerende landen die de oliekraan opendraaiden. Twee: een dramatische terugval van de vraag door de wereldwijde coronacrisis. Samen vormen ze een unieke cocktail, met ongeziene gevolgen.
...

Een paar jaar geleden kostte een vat ruwe olie meer dan 100 dollar. Sommigen voorspelden toen dat de prijs zou stijgen tot 200 of zelfs 300 dollar per vat. 'Begin deze maand schuurde de prijs van een vat olie tegen de 20 dollar aan.' Die spectaculaire crash heeft twee oorzaken. Eén: de prijzenoorlog tussen de olieproducerende landen die de oliekraan opendraaiden. Twee: een dramatische terugval van de vraag door de wereldwijde coronacrisis. Samen vormen ze een unieke cocktail, met ongeziene gevolgen. De olieprijs is altijd een spel geweest tussen vraag en aanbod (zie grafiek). Oorlogen en conflicten stuwen de prijs steevast omhoog. Dat was zo met de Amerikaanse Burgeroorlog (1862 - 1865), de oorlog tussen Irak en Iran (1980), de aanslagen van 11 september 2001 gevolgd door de inval in Irak, en met de burgeroorlog in Libië (2011). In tijden van rust en stabiliteit wordt dan een nieuw prijsevenwicht gevonden. Maar telkens wanneer een economische crisis toeslaat, daalt de vraag naar olie en keldert de prijs. Dat zag je tijdens de grote recessies van 1890 en 1931, bij de Aziatische crisis (1997) en de financiële crisis (2008). Opmerkelijk in vergelijking met de coronacrisis nu is de cholera-epidemie van 1894 in Baku (Azerbeidzjan): die bracht de olieproductie daar in het gedrang en dreef de prijs net op. De evolutie van de olieprijs heeft veel weg van een rollercoaster, zeker sinds de eerste oliecrisis in 1973. Toen verhoogden de Arabische olieproducerende landen de prijs met 70 procent, terwijl ze de olieproductie maandelijks met 5 procent afbouwden. Net op dat moment was de vraag naar olie in de westerse wereld enorm toegenomen, door de economische groei tijdens de golden sixties. Het gevolg was dat de olieprijs explosief steeg. Autoloze zondagen moesten de dreigende olieschaarste voorkomen. Daarna zou het nooit meer rustig worden op de oliemarkt. Vanaf 2014 zakt de olieprijs gestaag door een overaanbod. Sinds eind 2019 kun je zelfs spreken van een vrije val. Sommige landen van het oliekartel OPEC, met Saudi-Arabië op kop, raakten in een prijzenoorlog verwikkeld met Rusland. Saudi-Arabië en Rusland behoren tot de top drie van olieproducerende landen, dus hun beslissingen wegen zwaar. De twee slagen er maar niet in tot afspraken te komen over een productiebeperking. Dat heeft alles te maken met een geopolitiek strategospel. Rusland wil met goedkope olie de schalieoliesector in de VS uitschakelen. Die kampt met hoge productiekosten, gaat gebukt onder schulden en kan niet overleven met een lage olieprijs. Sommigen zien in de Russische strategie een vergelding voor de Amerikaanse sancties tegen de Russische oliesector. In elk geval liet Saudi-Arabië dat niet zomaar gebeuren: het verhoogde op zijn beurt de productie. De erg lage olieprijs doet beide landen pijn, want ze hebben hun olie-inkomsten broodnodig. Volgens analisten zouden de Saudi's een olieprijs van minstens 80 dollar per vat moeten hebben om hun begroting in evenwicht te krijgen, voor Rusland zou het gaan om 40 dollar. Maar Saudi-Arabië noch Rusland geeft voorlopig een krimp. De Amerikaanse president Donald Trump heeft ondertussen aangekondigd dat de VS, Saudi-Arabië en Rusland met elkaar gaan praten over de lage olieprijs, want hij kan een schalieoliesector die naar adem hapt nu wel missen. Als die sector inderdaad onderuitgaat, worden de VS weer afhankelijker van buitenlandse olieleveranciers. Op het moment dat de VS, Rusland en Saudi-Arabië daarover bakkeleiden, brak in China het coronavirus uit, dat heel de wereld in zijn greep kreeg. Landen namen ongeziene maatregelen: er moet waar mogelijk thuis worden gewerkt, alleen essentiële verplaatsingen zijn toegelaten, buitenlandse reizen zijn verboden, veel fabrieken liggen stil. Volgens ramingen is de vraag naar olie daardoor met zo'n 10 tot 15 procent gedaald. Analisten verwachten dat het overaanbod aan olie nog een tijdje zal aanhouden en zien de prijs het hele jaar niet veel boven de 30 dollar uitkomen. Want de olie die wordt opgepompt, moet worden geconsumeerd of opgeslagen. De opslagplaatsen raken vol, zodat nu mammoettankers worden ingezet als drijvende opslagplaatsen. Dat is goed nieuws voor de Antwerpse olietankerrederij Euronav, die zulke tankers heeft. Normaal verhuurt ze zo'n tanker voor 20.000 tot 50.000 dollar, nu kan ze makkelijk 150.000 tot 200.000 dollar vangen. Als de kosten voor de opslag te duur worden, of als er gewoonweg geen opslagruimte meer beschikbaar is, bestaat de kans dat de prijs van de olie onder nul zal zakken, menen experts. Olieproducenten zouden hun klanten dan moeten betalen om toch maar olie af te nemen. Wie had dat ooit kunnen denken? Thijs Van de Graaf, professor energiebeleid en internationale politiek aan de UGent, acht het in ieder geval best mogelijk 'dat de olieprijs nooit meer herstelt, want intussen heb je ook een structurele daling van de olievraag als gevolg van de overstap naar hernieuwbare energie'. Dat zou betekenen dat we nu een nieuw energietijdperk instappen. Voor oliegiganten als Saudi Aramco, Royal Dutch Shell, Total, Exxon Mobil en Chevron is dat slecht nieuws. Zij zien hun winstmarges fel krimpen en kondigden al besparingen aan.Maar de consument kan volop profiteren. De aankoop van 2000 liter huisbrandolie is nu meer dan 500 euro goedkoper dan op 1 januari. Een tankbeurt van 50 liter benzine werd pakweg 17 euro goedkoper, 50 liter diesel 14 euro goedkoper. De lage olieprijs is dus goed voor onze koopkracht. Toch een beetje positief nieuws in deze turbulente tijden.