Mark Lilla is een man met een missie. Als professor politieke wetenschappen en historicus aan de prestigieuze Columbia University geldt hij als het prototype van de Amerikaanse liberals: progressief-liberale intellectuelen die met hun ideeën richting geven aan de Democratische Partij. Lilla is ervan overtuigd dat de Democraten al tientallen jaren geleden de verkeerde weg zijn ingeslagen door hun aandacht volledig op minderheden te richten. Op die manier hebben de liberals de blanke arbeidersklasse in de steek gelaten, betoogt hij in The Once and Future Liberal, het pamflet waarmee hij de Democratische Partij weer op het goede pad hoopt te krijgen.
...

Mark Lilla is een man met een missie. Als professor politieke wetenschappen en historicus aan de prestigieuze Columbia University geldt hij als het prototype van de Amerikaanse liberals: progressief-liberale intellectuelen die met hun ideeën richting geven aan de Democratische Partij. Lilla is ervan overtuigd dat de Democraten al tientallen jaren geleden de verkeerde weg zijn ingeslagen door hun aandacht volledig op minderheden te richten. Op die manier hebben de liberals de blanke arbeidersklasse in de steek gelaten, betoogt hij in The Once and Future Liberal, het pamflet waarmee hij de Democratische Partij weer op het goede pad hoopt te krijgen. Kort na de verrassende verkiezingsoverwinning van Donald Trump publiceerde Lilla een vlammend opiniestuk in The New York Times - het meest gelezen en gedeelde van het jaar. Hij riep op te kappen met wat hij ' identity liberalism' noemt. 'De fixatie op diversiteit in onze scholen en in de pers heeft een narcistische generatie progressieven voortgebracht die geen idee hebben van de omstandigheden buiten hun eigen groep', schreef hij. Onder progressieve collega's werd hij weggezet als een nestbevuiler, een verrader die het racisme van blanke Amerikanen legitimeert. Mark Lilla: Twee dagen na mijn opiniestuk publiceerde The Los Angeles Review of Books een reactie van een collega-professor bij Columbia University, die me letterlijk gelijkstelde aan David Duke, de leider van de Ku Klux Klan. 'De ene draagt een laken, de andere draagt een pak, maar beiden delen hetzelfde ideologische project', schreef ze. Dat vond ik uiterst beledigend. (glimlacht) Ik draag geen pak. Heeft de heftigheid van de reacties u verbaasd? Lilla: Ik had nooit verwacht dat het zo erg zou zijn. Ik vind het verontrustend dat ik progressief Amerika er maar niet van kan overtuigen dat het op het niveau van de staten de macht moet zien te veroveren. In het Amerikaanse systeem hebben staten veel mogelijkheden om federale wetgeving te omzeilen. Eerder dit jaar heeft Iowa de abortuswetgeving veranderd. Abortus is er niet meer toegelaten zodra je de hartslag van de foetus kunt horen. Met andere woorden: wil je vrouwen daar beschermen, dan zul je de verkiezingen moeten winnen in die staat, waar de bevolking voor 80 à 90 procent blank is en religieus. Maar de Amerikaanse linkerzijde vertikt het om met zulke mensen te gaan praten. Waarom? Lilla: Vanwege cultureel snobisme. Amerika is een verdeeld land. Aan de kusten, waar mensen hebben geprofiteerd van de globalisering, heb je een kosmopolitische cultuur. In de centrumstaten zijn mensen over het algemeen religieuzer, hebben ze andere familiewaarden, kijken ze naar andere sporten, luisteren ze naar andere muziek. Het is de verdomde plicht van links in Amerika om ook met hen te spreken en nederig te zijn. Veel blanke mannen uit de centrumstaten slagen er niet in om behoorlijk werk te vinden en voor hun gezin te zorgen. Ze leven in armoede, sommigen zien hun kinderen verslaafd worden aan drugs. En wat is de boodschap van links? Dat het een privilege is om blank te zijn. U bent ook erg kritisch voor een beweging als Black Lives Matter. Lilla: Via smartphones en sociale media krijgen we voor het eerst een idee van wat Afro-Amerikanen moeten doorstaan. Hoe ze riskeren doodgeschoten te worden bij een gewone verkeerscontrole, of als ze voor de politie op de vlucht slaan. Het is een ongeziene oproep aan het geweten van blank Amerika, niemand kan dat negeren. Ik ben vooral kritisch voor de strategie van groepen als Black Lives Matter: als je niet exact dezelfde mening hebt als zij, ben je een paria. Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen demonstreerde Black Lives Matter niet tegen Trump maar tegen de Democraten Hillary Clinton en Bernie Sanders, omdat ze het te weinig over zwarte onderwerpen hadden. Die beelden kwamen dan op conservatieve zenders als Fox News, waar veel kiezers uit de centrumstaten naar kijken. De boodschap was duidelijk: willen jullie echt voor die mensen stemmen? Hoe moet de Democratische Partij dan omgaan met zo'n beweging? Lilla: Ze moet aan de kaak stellen dat zwarten geen gelijke wettelijke behandeling krijgen - maar dat wil niet zeggen dat ze alles moet aanvaarden wat Black Lives Matter zegt. Gelooft u dat een meerderheid van de Amerikanen van het progressieve gedachtegoed overtuigd kan worden? Lilla: Ik schat dat een kleine meerderheid ervoor openstaat, ja. Ik ben opgegroeid in Detroit, in een wijk waar iedereen in de auto-industrie werkte. Tot de jaren zeventig stemde iedereen voor de Democraten. In de jaren tachtig werden velen Reagan Democrats: arbeiders die altijd Democratisch hadden gestemd en nu voor de Republikeinen kozen. Opmerkelijk genoeg stemden ze daarna wél massaal voor Bill Clinton en Barack Obama. Dat leert mij het volgende: wie hoop heeft, stemt voor de Democraten. Wie bang is, stemt voor de Republikeinen. We moeten die mensen hoop geven. Wat moeten liberals leren van de verkiezing van Trump? Lilla: Dat je zonder institutionele macht niets kunt betekenen voor de groepen die je wilt helpen of beschermen. Het maakt niet uit dat een miljoen vrouwen in Washington betogen als er een radicale Republikein in het Witte Huis zit - een sociale beweging heeft alleen effect als de machthebbers er gevoelig voor zijn. De voorbije decennia hebben de Republikeinen zowat alle institutionele macht naar zich toe getrokken: twee derde van de gouverneurs zijn Republikeins, en ze hebben een meerderheid in twee derde van de staten. Als ze nog twee of drie staten winnen, kunnen ze een grondwettelijke vergadering samenroepen om de grondwet te veranderen. Zó slecht staan we ervoor. Toch lijken de Democraten niet echt geneigd het roer om te gooien. Hoe komt dat? Lilla: Het heeft ermee te maken dat Amerika geografisch zo verdeeld is. Wie in een Democratische staat woont, heeft weinig last van wat er in conservatieve staten gebeurt. Bovendien verhuizen mensen steeds vaker naar een staat die bij hun politieke voorkeur aansluit. Er zijn vastgoedkantoren die daarop inspelen: 'Bent u het beu om in een blauwe (Democratische, nvdr) staat te leven? Kom dan naar Texas.' In zekere zin is dat een oplossing, niet? Lilla: Nee, want daardoor worden partijen steeds radicaler. Als je een publiek hebt met zowel linkse als rechtse kiezers, moeten partijen naar het centrum opschuiven om kiezers aan te trekken. Maar als je bevolking vrijwel alleen uit linkse of rechtse kiezers bestaat, is het logisch dat partijen radicaler worden om mensen nog te prikkelen. Vreest u dat de Democratische Partij zal uiteenvallen? Lilla: Het is duidelijk dat de partij al lang een lege doos is. De Democraten hebben geen idee van Amerika als natie. Ze proberen als het ware een meute katten te hoeden en al die groepen bijeen te houden. Door die ziekelijke fascinatie voor identiteitspolitiek slagen ze er niet in om over Amerika als een natie te praten. Dat moet anders. De Democraten moeten een duidelijk idee uitdragen van de samenleving die ze nastreven. Volgens mij kan dat alleen via dat staatsburgerschap: we komen er alleen als alle Amerikanen één lijn trekken. Kan dat met de huidige generatie Democratische leiders? Lilla: Zelfs de huidige leiders zullen dat over een paar verkiezingsnederlagen wel inzien. Ik maak me meer zorgen over de jongeren, en de manier waarop ons onderwijs vanaf de basisschool gedomineerd wordt door het identiteitsdenken. Weet u hoe men op universiteiten tegenwoordig het woord 'wij' gebruikt? (Beeldt met zijn vingers twee aanhalingstekens uit) Alsof er geen 'wij' bestaat.