Om de aanslagen in Parijs bij het Stade de France, op de terrassen en restaurants en in de concertzaal Bataclan op 13 november 2015. Ze werden gepleegd door drie commando's van elk drie jihadisten. Van de daders is er nog maar één in leven: de Molenbekenaar Salah Abdeslam.
...

Om de aanslagen in Parijs bij het Stade de France, op de terrassen en restaurants en in de concertzaal Bataclan op 13 november 2015. Ze werden gepleegd door drie commando's van elk drie jihadisten. Van de daders is er nog maar één in leven: de Molenbekenaar Salah Abdeslam. Abdeslam zette het eerste trio af bij het Stade de France, dat zich daar opblies. Op dat moment speelde Frankrijk een vriendschappelijke voetbalwedstrijd tegen Duitsland. De knallen van de eerste twee explosies waren voor alle bezoekers en tv-kijkers te horen. Abdeslam wordt in de beklaagdenbank omringd door dertien handlangers die zorgden voor wapens, auto's, geld, bomgordels en schuilplaatsen. Onder hen bevinden zich zes andere Marokkaanse Belgen: Mohamed Abrini, Abdellah Chouaa, Mohamed Amri, Hamza Attou, Mohamed Bakkali en Farid Kharkhach. Abdeslam en tien van zijn medeverdachten hangt een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd. Daarnaast zijn er zes verdachten dood of voortvluchtig. Bij dit historische proces gaat het niet alleen om de berechting van verdachten. Volgens de voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie, Georges Fenech, moet de volledige waarheid aan het licht komen. Wie gaf de opdracht voor de aanvallen, wie heeft ze georganiseerd en uitgevoerd? Ook de vraag naar de beweegredenen zal aan de orde komen. Hoe konden zo veel jonge mensen, die merendeels een criminele carrière hadden, in die mate radicaliseren dat ze bereid waren te sterven voor de jihad? De rechters zullen geen oordeel vellen over het inlichtingenwerk dat de aanslagen niet kon voorkomen. Maar de vraag naar de slecht functionerende diensten - informatie werd niet of niet tijdig gedeeld - zal zeker ter sprake komen.Interessant in dat opzicht is het geval van Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de drie commando's en een jeugdvriend van Salah Abdeslam, diens (dode) broer Brahim en Mohamed Abrini, een van de verdachten. Abaaoud werd overal gezocht in Europa en was waargenomen in Athene. Maar na de aanslag op Charlie Hebdo besloot de Belgische overheid Abaaouds netwerk in Verviers op te rollen. Dat was voor Abaaoud het sein om te vluchten naar Syrië. Negen maanden later kwam hij terug voor de aanslagen van 13 november. Met een betere Grieks-Belgische samenwerking via Europol was het wellicht anders gegaan. Behalve de verdachten nemen er ruim 1780 slachtoffers en nabestaanden deel aan het proces als burgerlijke partij. In totaal zijn er ruim 300 advocaten actief. Voor het proces is een speciale zaal gebouwd onder het gewelf van het oude Paleis van Justitie op het Île de la Cité, het hart van Parijs, waar ook de Notre-Dame staat. De onderzoeksrechters hebben veel tijd nodig gehad om alles tot de bodem uit te zoeken. De 9 daders waren er niet meer en Abdeslam zweeg in alle talen. Bovendien speelde een deel van de voorbereiding zich af in het buitenland, in België en het IS-gebied in Irak en Syrië. Het strafdossier telt een miljoen pagina's. De overlevenden van de aanslagen en de nabestaanden van de slachtoffers willen doorgaans twee dingen: een schadevergoeding en duidelijkheid. Smartengeld krijgen zij via het Garantiefonds voor slachtoffers van terreur en andere misdrijven (FGTI). De uitkering van dat geld staat los van de rechtszaak. Uit cijfers van mei dit jaar bleek dat 1600 van de in totaal 2600 aanvragen volledig zijn afgehandeld, voor een bedrag van 140 miljoen euro. Veel overlevenden en familieleden van de slachtoffers worstelen nog met vragen. Voor de verwerking van hun trauma is het van belang om daar tijdens het proces antwoord op te krijgen. Alle overlevenden en naasten van de slachtoffers die zich als 'benadeelde partij' in het proces hebben geschikt, kunnen de rechters vragen bepaalde personen ter zitting te horen. Van dat recht is veelvuldig gebruikgemaakt. Zo zullen ex-president François Hollande, directeuren van de inlichtingendiensten en de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Cazeneuve, vragen beantwoorden over wat er op de avond van 13 november allemaal is misgegaan. Het is de vraag waarom het twee uur moest duren voor de Parijse elitebrigade BRI (Brigade de recherche et d'intervention)de laatste twee terroristen in de Bataclan, waar 90 doden vielen, uitschakelde. Bijna bij toeval stond al heel snel een groepje militairen op de stoep van de poptempel. Na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Joodse supermarkt Hyper Cacher in januari 2015 waren patrouilles van soldaten op straat verschenen. Maar deze eenheid weigerde naar binnen te gaan omdat het protocol het gebruik van geweld van militairen op het eigen Franse grondgebied niet toeliet. Het was een gewone agent van de BAC (Brigade Anti-Criminalité) die tien minuten nadat het vuur op het publiek in de zaal was geopend de eerste terrorist doodschoot met een handwapen. Zonder zijn optreden waren er veel meer doden gevallen. Het proces begint op 8 september, de uitspraak is op 24 en 25 mei. Dat is de huidige planning, die altijd nog kan veranderen. De inhoudelijke behandeling duurt tot eind maart, daarop volgen de pleidooien van de advocaten van de nabestaanden en de slachtoffers. Begin mei komt het Openbaar Ministerie aan het woord en volgt de strafeis, de rest van de maand wordt uitgetrokken voor de advocaten van de verdachten. In de meeste weken is er vier dagen zitting. Die begint iedere dag om 12.30 uur. Tussen 11 en 14 november is er geen zitting, uit clementie met de nabestaanden en de slachtoffers.