Het is een kort zinnetje in een spraakmakend interview: 'Het gaat om Zweden, Duitsland, Oostenrijk, België en Nederland'. Dat zei Jeroen Dijsselbloem, de Nederlandse minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep-vergadering van zijn collega's van de eurolanden, vrijdag in zakenkrant De Tijd.
...

Het is een kort zinnetje in een spraakmakend interview: 'Het gaat om Zweden, Duitsland, Oostenrijk, België en Nederland'. Dat zei Jeroen Dijsselbloem, de Nederlandse minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep-vergadering van zijn collega's van de eurolanden, vrijdag in zakenkrant De Tijd. 'We zitten in dezelfde situatie en proberen zo nauw mogelijk samen te werken.' En, zo zei hij nog, 'als dat niet lukt, komen zoveel mensen een uitkering vragen dat het systeem wordt opgeblazen.'Merkwaardig genoeg zag iedereen dat zinnetje met die vijf landen tot nu toe over het hoofd, behalve de diplomatieke diensten van de EU-lidstaten, die sindsdien op volle toeren draaien. Voor het eerst zei namelijk zo'n hoge pief wie deel mag uitmaken van de harde kern van de Europese Unie. Dus, met welke landen er een mini-Schengenzone moet worden uitgebouwd, waarbij de onderlinge grenzen wel openblijven, maar de grenzen met de andere EU-landen opnieuw worden bewaakt. Dat is uiterst voornaam, want wie morgen tot dat kern-Europa behoort, maakt deel uit van een groep sterke landen en plukt daar ook de vruchten van - de anderen kunnen hun eigen boontjes doppen. De uitspraak van Dijsselbloem zet de norm voor wat de volgende weken een van de belangrijkste debatten zal zijn: welke landen vormen het nieuwe kern-Europa?Wat is de context? Al lang woedt er in Europa een discussie: is een Europese Unie met 28 landen en een eurogroep van 19 landen houdbaar? Lopen de ontwikkeling op sociaal-economisch-financieel vlak niet te wijd uit elkaar om één beleid te voeren? Daarom is er bijvoorbeeld al ooit geopperd om de euro op te splitsen in een zeuro en een neuro: in het economisch zwakkere Zuid-Europa zou de zeuro worden ingevoerd, dat zich op de wisselmarkten onafhankelijk zou gedragen van de neuro, de munt van de economisch sterkere Noord-Europese landen. Vraag is dan natuurlijk: welke landen krijgen de neuro als munt en welke de zeuro? Waar loopt de grens tussen de zeuro-zone en de neuro-zone? Misschien loopt die wel dwars door ons land: Wallonië zou misschien meer gebaat zijn bij de zeuro, Vlaanderen bij de neuro.Voor veel economen is het al lang duidelijk dat de eengemaakt Europese politiek niet goed is voor de zwakke landen, noch voor de sterke lidstaten van de EU. Beiden hebben het meest te winnen met een politiek die op hun specifieke situatie is afgestemd. Het eengemaakte Europa zoals we het nu kennen is dan ook onhoudbaar, klinkt het. Tijdens de Griekse crisis, toen dat land dreigde failliet te gaan, werd dat zeer duidelijk. Er werd toen zelfs hardop gesproken om Griekenland uit de euro en de EU te stoten. Het woord 'Grexit' haalde dagelijkse de media. Dijsselbloem zorgde er toen mee voor dat er een reddingsplan kwam voor Griekenland, zodat het lid kon blijven van de Europese club.We zijn maanden verder en nu dreigt de vluchtelingencrisis Europa te verdelen omdat niet elke lidstaat zijn deel wil doen voor het opvangen van asielzoekers. Dijsselbloem noemt deze uitdaging in het interview 'veel moeilijker dan Griekenland'. De buitengrenzen zijn lek en sommige EU-landen hebben hun eigen binnengrenzen afgesloten, ook al hadden ze die met het Schengenverdrag voor elkaar geopend. In landen als Duitsland en Nederland wordt daarom druk nagedacht hoe het verder moet met Europa. Daarbij denken ze aan een mini-Europa, waarbij een aantal kernlanden de onderlinge grenzen openhouden, maar de grenzen met de andere EU-landen opnieuw worden bewaakt. Het is een discussie die tot nu toe aan België voorbij gaat: hier denkt men nog steeds alleen maar aan 'meer Europa', met Guy Verhofstadt (Open VLD) als meest opportunistische en luidruchtigste pleiter. Dat is niet de weg die men in onze buurlanden uit wil gaan.Tot nu toe waagde geen enkele politicus van enig niveau om te zeggen welke landen tot dat mini-Europa moeten behoren. Veel verder dan dat het om vijf of zes landen handelde, wou men nooit gaan. Professor Herman Matthijs (UGent en VUB) plakte er vorige week op Knack.be wel enkele namen op: de Benelux-landen, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en de Iberische landen Spanje en Portugal. Dijsselbloem is de eerste hooggeplaatste politicus die nu met een lijstje komt: Zweden, Duitsland, Oostenrijk, Nederland en België.Bij Dijsselbloems kern-Europa horen enkele bedenkingen. Vooreerst: België is er bij. Oef. Van Luxemburg is geen sprake - merkwaardig. Frankrijk hoort er ook niet bij, misschien omdat Frankrijk economisch aan het wegzinken is en zeker na de terreuraanslagen in Parijs op zichzelf lijkt terug te plooien: terwijl uit volle borst de Marseillaise wordt gezongen, voert het strenge controles uit aan haar grenzen en sluit ze de kleinere grensovergangen af. In het lijstje van Dijsselbloem is Wallonië meteen het enige Franstalige stuk dat deel uitmaakt van het sterke mini-Europa.Dat Duitsland en Oostenrijk deel uitmaken van mini-Europa wekt geen verwondering: Duitsland is de economische motor en leider van Europa en vormt samen met Oostenrijk een Siamese tweeling. Opmerkelijk is wel dat Denemarken en Finland niet opgenomen worden in het kern-Europa van Dijsselbloem en Zweden wel. Zweden is een van de rijkere Europese landen met een niet te onderschatten industriële kracht (denk aan Volvo, Ikea, H&M, Ericsson, Atlas Copco enzoverder), maar Zweden maakt geen deel uit van de eurozone en ook niet van de NAVO, al beschikt het wel over een goed uitgebouwd militair apparaat.Hoe dan ook: de vijf landen die Dijsselbloem nu naar voorschuift, vormen de toetssteen voor de andere voorstellen voor een kern-Europa die de volgende weken zonder twijfel zullen worden gelanceerd. Want meer dan ooit zijn we op weg naar een Europa van kernlanden. In België lijken nog maar weinigen dat te beseffen, de discussie daarover moet bij ons in ieder geval nog beginnen.