Indien Joe Biden in januari ingezworen wordt als de nieuwe president van de Verenigde Staten, dan blijft het belangrijkste doel in het buitenlandbeleid overeind: voorkomen dat China de Amerikaanse dominantie doorbreekt. Biden wil de strijd doeltreffender voeren dan zijn voorgangers. De nadruk ligt op technologie en partnerschap. Die aanpak staat of valt met het disciplineren van de Amerikaanse bedrijven en het herstel van de Amerikaanse geloofwaardigheid in andere landen.
...

Indien Joe Biden in januari ingezworen wordt als de nieuwe president van de Verenigde Staten, dan blijft het belangrijkste doel in het buitenlandbeleid overeind: voorkomen dat China de Amerikaanse dominantie doorbreekt. Biden wil de strijd doeltreffender voeren dan zijn voorgangers. De nadruk ligt op technologie en partnerschap. Die aanpak staat of valt met het disciplineren van de Amerikaanse bedrijven en het herstel van de Amerikaanse geloofwaardigheid in andere landen. Net zoals Donald Trump is het Joe Biden niet ontgaan dat China een achilleshiel heeft: de tegenvallende productiviteit en innovatie. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds publiceerden het voorbije jaar rapporten die waarschuwden voor bestendige groeivertraging en financiële schokken als China er niet snel voor zorgt dat zijn enorme investeringen vooral gaan naar lenige private technologiebedrijven in plaats van naar geldverslindende staatsbedrijven of megalomane infrastructuurprojecten. China is nog altijd enorm afhankelijk van buitenlandse technologie. Het betaalt jaarlijks voor ruim 30 miljard dollar aan buitenlandse patenten, en voert elk jaar voor ongeveer 300 miljard dollar aan computerchips in. Dat verklaart meteen waarom Trump chipproducenten wilde verhinderen om samen te werken met het Chinese telecombedrijf Huawei. Zonder buitenlandse chips geen Chinese mobiele netwerken, en zonder Chinese mobiele netwerken geen bedreiging voor de ontwikkeling van 5G. Trump heeft Huawei daardoor flinke schade berokkend. De Chinese overheid heeft sindsdien alles in het werk gesteld om op eigen kracht computerchips te vervaardigen. Dat lukt vooralsnog niet. HSMC, een bedrijf met hoofdzetel in Wuhan, maakte zich in 2017 sterk dat het snel chips van amper 7 nanometer zou gaan produceren. Dit jaar bleek echter dat het hele project afhing van een Nederlandse ASML-machine. Na ruim 19 miljard dollar aan leningen en andere financiële steun staat het bedrijf op het randje van het faillissement. En zo zijn er nog. Global Foundries in Chengdu, goed voor 1,2 miljard dollar aan kredieten: bankroet. Dekema of Tacoma in Nanjing, goed voor 3 miljard dollar aan kredieten: bankroet. Tsinghua Unigroup, Peking, kijkt aan tegen een schuldenberg van 8 miljard en slaagde er vorig jaar niet in om een groot pakket obligaties tijdig terug te betalen. SMIC, Shanghai: 6 miljard schulden en steeds grotere problemen. Alles samen hebben de Chinese computerchipfabrikanten voor zo'n 150 miljard dollar aan schulden uitstaan. Het best mogelijke scenario voor Washington is dat nog meer Chinese technologiebedrijven over de kop gaan, dat de Chinese overheid gedwongen wordt nog meer kapitaal op het spel te zetten in de wedloop om de technologie, dat het daarin mislukt en dat dat leidt tot meer financiële problemen. Een beetje zoals met de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog vanaf de jaren zestig. Of dat lukt, is niet zeker, maar de VS kunnen de Chinese technologische opmars zeker vertragen en tijd kopen. Tragere technologische vooruitgang betekent een domper op de Chinese groei en op de militaire modernisering. Een grote uitdaging in zo'n strategie zit in Amerika zelf. Amerikaanse technologiebedrijven, zoals Qualcomm, hebben de voorbije jaren onafgebroken geprobeerd om de economische sancties van de regering-Trump ongedaan te maken. Ze verwachten nu dat ze met Joe Biden in het Witte Huis meer kans zullen maken om opnieuw computerchips aan Huawei te mogen verkopen. De Chinese overheid zal ook andere Amerikaanse bedrijven onder druk zetten om de nieuwe regering-Biden aan te manen de sancties af te bouwen. Ook de partners van Amerika laten zich niet makkelijk in het gareel houden. Veel bedrijven kunnen niet zonder de Chinese markt. Voor ASML, de Nederlandse producent van litografiemachines, is China de grootste klant. Ook voor een aantal Belgische spelers, zoals IMEC, is het moeilijk kiezen tussen de politieke agenda van Washington en de zakelijke belangen in China. Dat wijst er meteen op dat we de strijd tussen Washington en Peking niet kunnen verengen tot technologie. Zelfs al blijft China technologisch achterlopen en groeit de productiviteit er minder snel, de Chinese economie blijft gigantisch en oefent nog altijd een grote aantrekkingskracht uit. Veel meer dan ooit het geval was met de Sovjet-Unie.