Van Pruisen werd gezegd dat het geen staat met een leger was, maar een leger met een staat. Van Duitsland kunnen we zeggen dat het geen staat met een autofabriek is, maar een autofabriek met een staat. En als de Duitse automobielindustrie haar toekomst met China verbindt, dan volgt de Duitse staat en bij uitbreiding zowat heel Europa. Kijk maar naar het investeringsverdrag met China dat de Duitse regering de voorbije maanden door de strot van de rest van Europa ramde.
...

Van Pruisen werd gezegd dat het geen staat met een leger was, maar een leger met een staat. Van Duitsland kunnen we zeggen dat het geen staat met een autofabriek is, maar een autofabriek met een staat. En als de Duitse automobielindustrie haar toekomst met China verbindt, dan volgt de Duitse staat en bij uitbreiding zowat heel Europa. Kijk maar naar het investeringsverdrag met China dat de Duitse regering de voorbije maanden door de strot van de rest van Europa ramde. De Duitse auto-industrie is de grootste investeerder in China, en heeft voor de komende jaren nog eens 4,6 miljard euro klaarstaan. De Chinese overheid wil dé wereldwijde producent van elektrische auto's worden, en de Duitse bedrijven hopen daar een graantje van mee te pikken. Het is typerend: terwijl Europa toetert over de Green New Deal slaagt China er met een combinatie van verlokking en druk in om met Europese knowhow sneller een groene industrie op te bouwen. Het investeringsverdrag, indien bekrachtigd, zal dat versnellen. Het verdrag speelt vooral Peking in de kaart. China belooft openheid voor de Europese automobielproducenten. Zij zouden bijvoorbeeld niet langer gedwongen worden om samen te werken met Chinese bedrijven - decennialang waren joint ventures belangrijk om buitenlandse technologie te pakken te krijgen. Maar in zijn visie op de automobielindustrie legt de Staatsraad uit dat als China erin slaagt het centrum van de wereldwijde productieketen te worden, zulke constructies niet eens meer nodig zijn. China heeft een brede strategie. Berlijn en Brussel blijven kokerkijken. Voornemens over milieu, technologietransfers en verantwoord ondernemen maakte China jaren geleden al. Voor veel sectoren komen de gestes sowieso twintig jaren te laat: ze worden gedomineerd door grote Chinese spelers. Voor de rest telt het verdrag veel vage beloften. China 'verbindt zich ertoe' zijn financiële sector verder te openen. Het 'streeft ernaar het gedrag van de staatsbedrijven te disciplineren'. Het akkoord verplicht de Chinezen 'zich te engageren tot consultaties' over subsidies. Het is pijnlijk om vast te stellen dat bedrijven meer geneigd zijn om de industriële ambities van China te behartigen dan die van Europa. Terwijl de Chinese overheid erop toe blijft zien dat bedrijven de nationale belangen dienen, ook als zij in het buitenland investeren, zou het een boeiende denkoefening opleveren om na te gaan hoe de Chinese avonturen van Europese bedrijven de welvaart en belangen van hun thuisland bevorderen. China denkt in termen van nationale macht, wij zien winstmarges en kwartaalresultaten. Ook problematisch is de manier waarop het verdrag in de luwte van de kerstvakantie werd goedgekeurd. Lidstaten kregen de tekst laat in handen. Het Duitse voorzitterschap had amper oren naar opmerkingen van landen als Spanje, België en Polen. En voor de digitale top waarop het akkoord werd goedgekeurd, trommelde bondskanselier Angela Merkel, naast de Chinese president Xi Jinping, Europees Raadsvoorzitter Charles Michel en Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, enkel de Franse president Emmanuel Macron op. Merkel bewierookte het akkoord als een toonbeeld van multilateralisme en samenwerking met China. Maar binnen de EU beoefende Berlijn vooral de stormrampolitiek. Het akkoord is opnieuw een meesterzet van China en een strategische blunder voor Europa. Na een bewogen jaar waarin China twee cruciale weken verloor tijdens de corona-uitbraak, een militaire confrontatie aanging op de grens met India, de Zuid-Chinese Zee verder militariseerde, Hongkong de duimschroeven aandraaide en miljoenen Oeigoeren naar heropvoedingskampen stuurde, heeft Europa met deze tekst zonder meer het Chinese regime bevestigd. 'Ik weet er niets van af', zei de topman van Volkswagen over de Oeigoerenkampen. Pijnlijk. En wat levert het verdrag Europa op? Het zal even een opsteker zijn voor de Duitse automobielindustrie, hoewel die door Peking meedogenloos zal worden uitgespeeld tegen bedrijven zoals Tesla en Toyota. Het houdt even de schijn op dat Europa tussen China en de VS in een strategische speler is. Daar blijft het bij. In werkelijkheid is Europa geen strategische speler. In tegenstelling tot China kan het niet strategisch denken. Terwijl China streeft naar zelfredzaamheid, laten Berlijn, Brussel en Parijs toe dat bedrijven afhankelijker worden. De strategische autonomie, waar de EU het zo vaak over heeft, wordt met verdragen als deze alleen maar ondermijnd.