In een reactie op het 'historische' belastingakkoord voor multinationals dat de G7 afgelopen weekend sloot, klonk de woordvoerder van Google enthousiast: 'We staan helemaal achter de update van de internationale belastingregels.' Amazon was blij met de 'stabiliteit' die het akkoord zal brengen, en verwelkomde de 'stap voorwaarts'. Facebook erkende vrolijk dat dit 'zou kunnen betekenen' dat het bedrijf 'meer belastingen zal moeten betalen, op verschillende plekken'. Multinationals die blij zijn met belastingen, het is eens iets anders. Heeft Silicon Valley na de G7 plots het algemeen belang ontdekt?
...

In een reactie op het 'historische' belastingakkoord voor multinationals dat de G7 afgelopen weekend sloot, klonk de woordvoerder van Google enthousiast: 'We staan helemaal achter de update van de internationale belastingregels.' Amazon was blij met de 'stabiliteit' die het akkoord zal brengen, en verwelkomde de 'stap voorwaarts'. Facebook erkende vrolijk dat dit 'zou kunnen betekenen' dat het bedrijf 'meer belastingen zal moeten betalen, op verschillende plekken'. Multinationals die blij zijn met belastingen, het is eens iets anders. Heeft Silicon Valley na de G7 plots het algemeen belang ontdekt? Het akkoord dat de club van rijke westerse landen - met onder meer de Verenigde Staten, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk - dit weekend bereikte, rust op twee grote pijlers. De eerste pijler is, inderdaad, een kleine revolutie. Een deel van de winsten die multinationals maken zal nu ook belast kunnen worden in de landen waar de winsten gemaakt worden, ook als het bedrijf daar niet gevestigd is of zelfs amper fysiek aanwezig is. Als het Amerikaanse bedrijf Google, bijvoorbeeld, advertentieruimte verkoopt op de Belgische markt, dan hoeft het daar amper of geen Belgische belastingen op te betalen. Dankzij fiscale spitstechnologie kan het bedrijf vandaag grotendeels kiezen waar het zijn mondiale winsten declareert - en weinig verrassend valt de keuze al eens op een belastingparadijs. In het geval van Google waren dat in de afgelopen jaren onder meer Singapore en Bermuda, met complexe constructies via onder meer Nederland en Ierland, twee andere fiscale kapoenen. Dat systeem zou nu worden aangepast. Met het akkoord van de G7 zou elk land waar een multinational actief is toch een deel van de koek kunnen opeisen. De tweede pijler is het minimumtarief van 15 procent, dat de VS in heel de wereld willen invoeren. Daar was het de Amerikaanse president Joe Biden echt om te doen. De extra inkomsten voor de Amerikaanse schatkist moeten hem in staat stellen om zijn gigantische binnenlandse relanceplannen te betalen, of toch een deel ervan. Als Biden eigenhandig de belastingen op de specifiek Amerikaanse multinationals had verhoogd - zo zijn er nogal wat - bestond het gevaar dat die uit de VS zouden wegtrekken. Als Biden de rest van de wereld kan overtuigen om altijd en overal de winsten tegen minstens 15 procent te belasten, wordt dat risico veel kleiner. Sommige ministers van Financiën ontploften bij zo veel goed nieuws bijna van enthousiasme, van de Britse Rishi Sunak ('historisch akkoord') tot de Amerikaanse Janet Yellen ('rechtvaardigheid voor de middenklasse en de werknemers'). Het blad Der Spiegel liet de Duitse minister, Olaf Scholz, rijmen op het Duitse woord voor trots (' stolz'). Enkel Fransman Bruno Le Maire noemde het zuinig een 'startpunt'. Le Maire heeft gelijk. Ten eerste is het lang niet zeker dat dit akkoord ongeschonden door de G20 zal raken, laat staan door de latere OESO-onderhandelingen met meer dan 130 landen. Ten tweede is 15 procent zonder meer te laag. Biden mikte tevergeefs op 21 procent, en zelfs dat blijft bescheiden, zeker na een wereldramp. Ter vergelijking: tot 2018 betaalden Belgische bedrijven in eigen land 33 procent belastingen. In 1985 was het gemiddelde tarief wereldwijd zelfs nog 49 procent. Ten derde is ook nog lang niet duidelijk welke bedrijven onder het nieuwe regime zouden vallen. In een communiqué maakte de G7 duidelijk dat de belastingen die elk land apart zou kunnen heffen (de eerste pijler) slechts zouden hoeven te worden betaald op het deel van de winst dat de 10 procent overstijgt. Concreet zou dat kunnen betekenen dat bijvoorbeeld gigant Amazon, dat vorig jaar een winstmarge had van 'slechts' 6,3 procent, de dans helemaal zou ontspringen. Sinds de publicatie van de Panama Papers in 2016 heeft Knack de strijd tegen belastingparadijzen mee opgevoerd. De stappen die de Amerikaanse president nu zet, komen laat maar gaan zonder enige twijfel in de goede richting. Eindelijk. In een wereld waarin de ongelijkheid groeit, kunnen de valsspelers niet buiten schot blijven. Maar dit is niet meer dan een eerste aanzet. De duivel zit, zoals altijd, in de details. Die details zijn saai, ze zijn moeilijk, maar ze zijn de kern van de zaak. In dit debat tellen de kleine lettertjes dubbel.