Het kan verkeren, bedacht ik, toen ik vorige week naar Rome vloog. De ene dag zou ik er deelnemen aan een debat over hoe het streven naar meer schoonheid Europa sterker kan maken, de dag erna zou ik met een groep officieren van gedachten wisselen over mogelijke oorlog in Azië. Was het niet nét in het keizerlijke Rome dat beschaving gesymboliseerd werd als een vurige en wispelturige verhouding tussen deze twee polen, tussen Mars, de god van de oorlog, en Venus, de godin van schoonheid en liefde?
...

Het kan verkeren, bedacht ik, toen ik vorige week naar Rome vloog. De ene dag zou ik er deelnemen aan een debat over hoe het streven naar meer schoonheid Europa sterker kan maken, de dag erna zou ik met een groep officieren van gedachten wisselen over mogelijke oorlog in Azië. Was het niet nét in het keizerlijke Rome dat beschaving gesymboliseerd werd als een vurige en wispelturige verhouding tussen deze twee polen, tussen Mars, de god van de oorlog, en Venus, de godin van schoonheid en liefde? Telkens wanneer ik door Rome wandel, intrigeert het me hoe glorierijk de Romeinse schoonheid het verval blijft doorstaan en zelfs het meest verbrokkelde kapiteel zich boven op zijn zuil waardig toont boven de meute selfiestickzwaaiers. Of hoe de Romeinen met verbeelding, fijngevoeligheid en vakmanschap de innerlijke en uiterlijke nobelheid van de mens uit ruwe blokken marmer tot leven hakten, kerfden en polijstten. Alsof ze wilden zeggen dat ook de sterfelijke schepper een beetje onsterfelijk kan worden in het streven naar wat mooi, goed en edel is. Maar, zou de oude dichter Ovidius dan adviseren, het heeft weinig zin om de oude tijden te bejubelen als je niet gelukkig kunt zijn in je eigen tijd. Hij zou ook een kanttekening geplaatst hebben bij het feit dat veel van die eeuwige schoonheid in Rome het resultaat is van uitbuiting, slavernij en oorlog. Hij zou aan de kaak hebben gesteld dat dezelfde propagandamachine die de marmerbewerkers aan het werk zette, hemzelf had verbannen naar de kusten van de Zwarte Zee. Hij zou me toegefluisterd hebben dat de fijngevoeligheid van de kunstenaar niet meer dan een vijgenblad was om de decadentie van de burgers te verdoezelen en dat een armlastige docent als ik in het oude Rome niet tot de geheime wereld van de rijken had kunnen doordringen. Ik zou dan instemmend geknikt hebben naar de oude dichter, maar hem tezelfdertijd hebben gevraagd hoe het komt dat wij vandaag, in deze periode van welvaart en vrede, zo weinig schoonheid toevoegen. Het is gemakkelijk om, zoals Steven Pinker, keer op keer te stellen dat we het economisch goed hebben en dat het in ons deel van de wereld zo veilig is. Hebben we niet net daarom de verantwoordelijkheid om met meer energie te streven naar wat mooi en goed is en om in schoonheid uit te drukken wat ons als samenleving uniek maakt? Hebben we niet net nu de kans om te bewijzen dat we keizer, dictatuur noch slaven nodig hebben om op dat vlak even verdienstelijk te zijn? Als wij werkelijk zo overtuigd zijn van de superioriteit van onze democratie en vrijheid, waarom kunnen we die schoonheid dan niet op een democratische manier evenaren? Misschien ben ik te veel een romantische ziel op dat vlak en zet Rome me te zeer aan tot mijmeren. In het denken over macht, samenleven en politiek ontdek ik evenwel steeds vaker hoe belangrijk het is te streven naar schoonheid en verfijning, om in een samenleving ook de menselijke waardigheid te symboliseren en te vieren, energie en sensitiviteit op te wekken door te tonen waartoe de mens in staat is, met de vaardigheid van zijn handen, de verbeelding van zijn geest, het verenigen van zijn stem met andere stemmen. Uiteraard is een goede samenleving op zich het belangrijkste kunstwerk, maar heeft ook een rechtvaardige, vrije democratie niet iets van tempels, schrijnen en kunstige symbolen nodig? Ik vraag het me af. Zeker als ik zie hoe de oude tempels drommen mensen blijven aanzuigen en men vandaag overal schreeuwt om identiteit. We moeten daarbij niet noodzakelijk terug naar het verleden. We kunnen er iets nieuws en moois aan toevoegen. En kan een samenleving hoegenaamd overleven zonder die kracht van schoonheid en sensitiviteit? Kan Mars zijn macht bestendigen zonder zijn Venus? Het was intrigerend dat ook het debat met de militairen in Rome, ofschoon het uitgangspunt van de conferentie effectief de vraag was hoe wij ons kunnen voorbereiden op geweld in Azië, spontaan keerde naar kwesties als waarden, deugdzaamheid en fierheid, het belang van interne cohesie, en dat een bonkige luchtmachtkolonel uit Kansas, Alabama aan het einde een vlammend betoog afstak tegen het consumentisme en voor meer waardigheid in onze samenleving. Werkelijke schoonheid is dapper, dapperheid wordt aangewakkerd door wat goed en mooi is.