Het probleem is niet dat het land te veel buitenlanders heeft. Het is dat het er te weinig heeft.
Sinds de rechts-populistische partij Sanseito vorig jaar met een ‘Japanese first’-programma grote winst boekte bij de verkiezingen voor het Hogerhuis, is Japan in de ban van het ‘buitenlandersprobleem’. Het land zou overspoeld worden door ongemanierde arbeidsmigranten, opportunistische buitenlandse investeerders en toeristen die zich misdragen.
Premier Sanae Takaichi van de regerende Liberaal-Democratische Partij lanceerde een aanval op buitenlandse toeristen, die heilige herten zouden hebben ‘geschopt’ in de stad Nara. In de beleefde Japanse cultuur was dat bijna even provocerend als de valse beweringen van de Amerikaanse president Donald Trump dat Haïtiaanse immigranten Amerikaanse huisdieren zouden opeten.
Sinds haar aantreden pleitte Takaichi om strenger op te treden tegen buitenlanders, in de hoop kiezers terug te winnen. Haar regering wil strengere controles op visa, belastingen voor toeristen, beperkingen op vastgoedaankopen en buitenlandse arbeidskrachten. Mogelijk wordt later deze maand een pakket maatregelen gepresenteerd.
Het zwartmaken van buitenstaanders mag dan electoraal lonen, op lange termijn is het funest. De echte oorzaak van de frustraties van kiezers is de economische problemen. Hard optreden tegen buitenlanders dreigt die te verergeren. Om zelfs maar een bescheiden economische groei te behouden, zal Japan de komende decennia net veel meer arbeidskrachten nodig hebben: naar verwachting zal de Japanse bevolking tegen 2070 met 30 procent krimpen.
Migranten maken slechts ongeveer 3 procent uit van de Japanse bevolking.
Er zijn wel degelijk pijnpunten. Kyoto’s bekendste tempels zien tijdens het kersenbloesemseizoen zwart van het volk. Veel migranten, die in Japan verblijven met tijdelijke werkvisa, worden behandeld als vervangbare radertjes en niet als mensen die zich zouden kunnen vestigen. Dat remt de integratie af en leidt op zijn beurt tot spanningen.
Maar de angsten over sociale ontwrichting en het verlies van tradities zijn overdreven. Migranten maken slechts ongeveer 3 procent uit van de Japanse bevolking – het gemiddelde binnen de OESO-landen is 15 procent.
Bovendien leunt het land nu al op buitenlanders in sectoren als de horeca, landbouw en verpleging. Migranten helpen veel van de tradities in stand te houden waarvan nationalisten vrezen dat ze verloren gaan – ze vangen en oogsten bijvoorbeeld de ingrediënten voor de Japanse keuken. Migratie is niet het echte probleem. Het is het falen van Japan om een van zijn grootste troeven te benutten: dat het een geweldige plek is om te wonen en te werken.