Wat als? Aan speculatie doet Jill Lepore in haar geschiedenis niet. Maar, opvallend, voor één cruciaal moment maakt ze een uitzondering: de inauguratie in 1789 van George Washington, de eerste president van de Unie. Washington had zijn gelijke niet op het moment van de eedaflegging. Hij had de troepen aangevoerd in de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten en twee jaar eerder de vergadering over de grondwet voorgezeten. Tot president was hij verkozen zonder dat er een tegenkandidaat was opgekomen.
...

Wat als? Aan speculatie doet Jill Lepore in haar geschiedenis niet. Maar, opvallend, voor één cruciaal moment maakt ze een uitzondering: de inauguratie in 1789 van George Washington, de eerste president van de Unie. Washington had zijn gelijke niet op het moment van de eedaflegging. Hij had de troepen aangevoerd in de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten en twee jaar eerder de vergadering over de grondwet voorgezeten. Tot president was hij verkozen zonder dat er een tegenkandidaat was opgekomen. Ook fysiek maakte Washington indruk. Alleen een ellendig gebit, een prothese van ivoor en 'negen tanden getrokken uit de mond van zijn slaven' deed afbreuk aan zijn schoonheid. Washington was als tabaksplanter uit Virginia slavenhouder, al had hij tegen zijn inauguratie morele twijfels gekregen bij het systeem. 'Wat zou er gebeurd zijn', vraagt Lepore zich af, 'als hij had beslist, voordat hij de eed aflegde, om zijn slaven vrij te laten?' Alles wat Washington deed, was een precedent en hij was zich daarvan bewust. Zijn beslissing had verregaande gevolgen kunnen hebben. 'And yet, he would not, could not, do it.''Alternatieve historische scenario's trekken me normaal niet aan', zegt Jill Lepore, op een maandagochtend vroeg van bij haar thuis in Cambridge aan de oostkust van de VS. 'Maar in dit geval was het belangrijk om te zeggen: het was mogelijk en het is niet gebeurd. En we moeten daar nog altijd woedend over zijn. Kijk, er zijn historici die zeggen: "Dat is niet eerlijk, George Washington leefde niet in een wereld waarin mensen slavernij een onrecht vonden." Dat heb ik altijd crazy gevonden. George Washington leefde in een tijd dat er een actieve beweging tegen slavernij bestond, er waren ontsnappingen en opstanden en samenzweringen. Er waren slavenhouders in zijn eigen Virginia die hun slaven hadden vrijgelaten, en Engeland had de slavernij afgeschaft. We mogen mensen zoals Washington dus aansprakelijk houden, zeker omdat ze meestal op een voetstuk worden geplaatst. Het is niet omdat zij zichzelf vrijpleitten dat wij dat ook moeten doen.' Lepore vergelijkt in These Truths - waarvan deze maand de Nederlandse vertaling uitkomt - slavernij met een monster dat zodra het is onthoofd onmiddellijk een nieuwe kop krijgt. Direct na de Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij in 1865 begonnen de zuidelijke staten black codes aan te nemen, wetten die de slavernij op vernuftige wijze voortzetten. Wat gedacht van de gedwongen plaatsing van zwarte kinderen in blanke gezinnen om ze eerlijkheid en vlijt - vooral dat - bij te brengen? De zogenoemde Jim Crow-wetten segregeerden vanaf het einde van de negentiende eeuw het openbare leven, van de drinkfontein tot het urinoir. De Ku Klux Klan, bendes blanke racisten, terroriseerde het platteland en bleef tot diep in de vorige eeuw lynchpartijen uitvoeren. ' Strange fruit hanging from the poplar trees', zoals Billie Holliday zou zingen. Ook in de rechtbank viel geen gerechtigheid te halen. Jim Crow-wetten waren niet strijdig met de grondwet, oordeelde het Hooggerechtshof in 1896 in de zaak Plessy v. Ferguson. Plessy was een zwarte schoenmaker uit New Orleans die zich had laten oppakken in een treinstel dat voorbehouden was voor blanken en daarvoor veroordeeld was door een plaatselijke rechter, Ferguson. Gescheiden was niet hetzelfde als ongelijk, argumenteerde het hof met een meerderheid van 7 tegen 1. De opkomst van de zogenoemde progressisten, die zich het lot van de kleine man aantrokken, bracht geen soelaas voor zwarte mannen en vrouwen, wel integendeel. Woodrow Wilson, president van 1913 tot 1921 en de man van de idealistische Volkerenbond, onder hem werd de ambtenarij gesegregeerd. Wilsons toespraak op de vijftigste verjaardag van de slag bij Gettysburg, een beslissend moment in de Burgeroorlog, stond in het teken van de eenheid tussen Noord en Zuid. Het was alsof er nooit was gevochten voor de afschaffing van de slavernij. Zwarte veteranen van de Burgeroorlog waren niet welkom. Ook de grote Franklin Delano Roosevelt, de president van de New Deal, de grootste sociale hervorming van de twintigste eeuw, bracht geen kentering. 'Een van de belangrijkste inzichten in zijn presidentschap', zegt Jill Lepore, 'is dat elk onderdeel van de New Deal tijdens de Grote Depressie te danken is aan zijn volgehouden weigering om iets te doen aan Civil Rights: Roosevelt had de conservatieve Democraten uit het Zuiden nodig voor zijn meerderheid in het Congres, om er voor zijn New Deal te stemmen. Hij weigerde systematisch om een antilynchingwet door te drukken. De New Deal is dus mogelijk gemaakt door Jim Crow.' Het duurde tot de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw voordat de burgerrechtenbeweging grip zou krijgen. Er was de mars op Washington in 1963, waar de natie Martin Luther King Jr leerde kennen en zijn ' I had a dream' te horen kreeg, president John F. Kennedy hield een televisietoespraak waarin hij burgerrechten beloofde, zijn opvolger Lyndon B. Johnson maakte werk van de wetgeving en sprak in het Congres de gevleugelde woorden ' We shall overcome'. Maar tegen die tijd hadden discriminatie en raciale ongelijkheid een andere gedaante aangenomen. Blanke middenklassers verhuisden na de oorlog massaal naar de nieuwe suburbs, de binnensteden bleven verwaarloosd, arm en zwart achter. Achterstand, een harde, repressieve aanpak van drugs- en andere criminaliteit en massale opsluiting werden de nieuwe obstakels waar de zwarte burger voorbij moest. De biografie van George Floyd uit Minneapolis kan zo in een handboek daarover. 'De volgehouden raciale onrechtvaardigheid van generatie op generatie is echt heel moeilijk te bevatten en te aanvaarden', zegt Jill Lepore. 'Als je denkt aan de brief die Martin Luther King in 1963 schreef vanuit de gevangenis van Birmingham: ze raden hem aan geduld te oefenen, hij zegt dat hij het heeft gehad met wachten. Het is om gek te worden als je bedenkt hoe traag de vooruitgang is geweest, burgerrechtenactivisten waren een eeuw geleden het wachten al beu.' Ze pauzeert. Dan: 'Ongeduld is politiek belangrijk. Ik denk dat ongeduld belangrijk is right now. ' Black Lives Matter, de beweging die de straat op ging na de dood van George Floyd, ontstond in 2013, tijdens de tweede ambtstermijn van 's lands eerste zwarte president, Barack Obama. Black Lives Matter was een protest tegen aanhoudend en structureel politiegeweld. Activisten legden incidenten vast met de toen nieuwe technologie van de smartphone, sociale media zorgden voor een razendsnelle verspreiding. Het protest nu kan een keerpunt zijn, denkt Jill Lepore: 'We beleven een aardverschuiving, mede ook door de coronacrisis. Het kan dat de oude orde weer hersteld wordt, ook dat is zeker niet onmogelijk. De ballen hangen in de lucht, en we weten niet waar ze zullen landen of wie ze uit de lucht zal plukken.' De opstellers van de grondwet lieten ook de vrouwen in de kou staan. 'Ik zou wensen dat u aan de vrouwen denkt,' schreef Abigail Adams in 1776 aan haar man, de latere president John Adams, 'leg niet zo'n onbegrensde macht in de handen van de echtgenoten.' Adams was duidelijk in zijn antwoord, op het boertige af. 'Daar kan ik alleen om lachen', schreef hij. 'We weten wel beter dan onze mannelijke systemen te herroepen.' Vrouwen zouden pas in 1919 stemrecht krijgen. Toch heeft Jill Lepore These Truths bevolkt met tal van opmerkelijke vrouwen die allen hun invloed hadden op de Amerikaanse politiek. Neem de wel heel bijzondere Mary Stewart, in de eerste helft van de negentiende eeuw, een vrij geboren zwarte vrouw afkomstig uit een familie van slaven. Stewart keurde slavernij af op basis van de Bijbel: voor god was iedereen gelijk, slavernij was een zonde. Ze sprak in het openbaar op een moment dat dat van vrouwen niet aanvaard werd en ze deed dat voor een gemengd publiek, blank en zwart, mannelijk en vrouwelijk. Of neem Elizabeth Cady Stanton en Susan B. Anthony, voorvechters in de strijd voor het vrouwenstemrecht: zij verzamelden tijdens de Burgeroorlog 400.000 handtekeningen voor de afschaffing van de slavernij. En Mary E. Lease dan: een sleutelfiguur in het populisme van de late negentiende eeuw, 'lelijk als een waterhoen' volgens een (mannelijke) journalist en begenadigd met een stem die een massa in trance kon brengen. Lease, een moeder van zes kinderen waarvan er twee vroeg stierven, wist als boerenvrouw wat armoede was. Met het perceel in Kansas dat zij en haar man hadden toegewezen gekregen van de overheid, was onmogelijk de kost te verdienen: het was als 'mais proberen te verbouwen op een zandstrand.' Lease gaf de regering en de grote zakenbelangen de schuld van de ellende van de kleine man. Ze voerde een kruistocht tegen alcohol, oorzaak van huiselijk geweld en armoede. Alleen vrouwenstemrecht kon er een einde aan maken, betoogde Lease. Ze effende daarmee het pad voor de beruchte drooglegging van de vroege twintigste eeuw. 'Dat vrouwen heel lang geen stemrecht hadden, betekent niet dat ze geen politieke agenda hadden', zegt Jill Lepore. 'Omdat ze niet konden stemmen, moesten ze hun zaak bij de mannen gaan bepleiten. Hoe overtuig je mannen? Door te zeggen dat je het beter weet omdat je een vrouw bent, moreel superieur, liefdevoller en gevoeliger, omdat je voor de kinderen zorgt. Heel die merkwaardige opvatting uit de negentiende eeuw over de vrouw. Door dat morele overwicht kun je mannen zeggen: wij weten het beter, slavernij is verkeerd, bijvoorbeeld. Vrouwen werpen zich op als de morele hoeders van de natie en zijn vaak gedreven door geloof. Die moral crusade is een essentieel deel geworden van de de Amerikaanse politiek. De anti-abortusbeweging, het anticommunisme van McCarthy: het zijn morele kruistochten. MeToo is er ook een, en Black Lives Matter heeft er zeker kenmerken van. Het is wat de machtelozen doen als alle andere middelen falen. Onlangs was er die lange gebedsstonde voor het Witte Huis als reactie tegen Trumps fotoshoot met de Bijbel: dat is typisch een actie die uit de vrouwelijke politieke traditie komt.' Vrouwen speelden ook een voorname rol in de opkomst van het conservatisme. Huisvrouwen werden na 1945 de grondtroepen van de Republikeinse Partij. President Richard Nixon noemde ze in de coulissen shitty ass old ladies maar hield ze voor de rest te vriend. Het waren vrouwen die het partijwerk deden en aan de deuren belden om het programma uit te leggen. Phyllis Schlafly was met haar politiek vernuft en eindeloze volharding verantwoordelijk voor een revolutie binnen de Republikeinse Partij. Tot eind jaren zestig van de vorige eeuw waren de Republieken de vurigste pleitbezorgers van vrouwenrechten en steunden ze het Equal Rights Amendment, de inschrijving van vrouwengelijkheid in de grondwet. Schlafly maakte van de Grand Old Party de partij van de vrouw aan de haard, een anti-abortuspartij ook. 'Schlafly is schromelijk onderschat', zegt Jill Lepore. 'Ook in haar eigen beweging: conservatieven geven niet graag toe dat een vrouw een hoofdrol heeft gespeeld. Als het gaat over de vrouwenbeweging van de jaren 60 en 70 wordt ze vaak zelfs niet vermeld, alsof die beweging alleen uit links bestond. In feite was er een ongelooflijk machtige conservatieve vrouwenbeweging en die heeft eerlijk gezegd de overhand gehaald. Er is nu de dramaserie Mrs America, waarin Cate Blanchett Schlafly speelt, maar zelfs die reeks zet haar onvoldoende in de verf. Hoe vaak maakt één iemand, bijna helemaal op haar eentje, het verschil? Dat is wat Schlafly heeft gedaan met de torpedering van het Equal Rights Amendment ('ERA).' Die grondwetswijziging uit 1972 maakte alle Amerikanen gelijk voor de wet, afgezien van hun sekse. Schlafly organiseerde een grote protestbeweging tegen het ERA, omdat daardoor een aantal vrouwelijke privileges, zoals de sociale bescherming van 'de huisvrouw', werden afgeschaft. Door haar toedoen werd het amendement in lang niet alle staten geratificeerd. 'Het zou verkeerd zijn daar de symbolische waarde van te onderschatten', stelt Lepore. Het laatste wapenfeit van Schlafly, kort voor haar dood in 2016, was haar steun aan Donald Trump. 'Ze was 91 al toen ze in 2016 naar de Republikeinse Conventie in Cleveland ging om zich achter hem te zetten. En Trump voerde het woord op haar begrafenis. Er werd toen nauwelijks aandacht aan besteed maar haar steun was heel belangrijk: zij bezorgde Trump de stem van de evangelische kiezer.' Als Lepore ergens in These Truths ongenadig is, dan wel voor Bill Clinton en zijn presidentschap. De generatie Democraten vanaf Clinton acht ze grotendeels verantwoordelijk voor de politieke chaos van het moment en voor de opkomst van Trump. Lepore noemt Clinton een rascal, een schurk, een schavuit. Clinton had een affaire met een stagiaire in het Witte Huis op het moment dat seksuele intimidatie van vrouwen op de werkvloer een belangrijk thema was. Dwaas, noemt Lepore zijn gedrag, onverantwoordelijk en roekeloos. 'Presidenten uit het zogenoemde progressieve tijdperk, zoals Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson, luisterden naar de klacht dat de grote bedrijven het allemaal voor het zeggen hadden en deden daar wat aan. Er kwam een minimumloon, een maximale arbeidsduur, een progressieve belasting op inkomens. Clinton en zijn generatie noemden zich progressief maar lieten de erfenis van Reagan ongemoeid: de ontmanteling van de New Deal en de deregulering. Toen Trump verkozen werd, was het plots een raadsel hoe dat had kunnen gebeuren. Wel, de progressieven hadden niet gedaan wat ze hadden gezegd dat ze zouden doen en er was geen enkele reden om aan te nemen dat Hillary Clinton anders zou zijn.' Voor Obama is Lepore iets minder streng. 'Hij kreeg er een gezondheidswet door en misschien schoot die tekort voor veel mensen maar ik beschouw zijn presidentschap niet als mislukt. Maar Clinton? Wat heeft hij gedaan dat goed was voor het land?' Dat we nu met een ongereguleerd internet zitten, gaat ook terug op de Clintonperiode, zegt Lepore. 'Newt Gingrich, de Republikeinse speaker van het Huis van Afgevaardigden, was daar voorstander van en Clinton ging ermee akkoord. Vergelijk dat met de komst van radio en daarna televisie. President Hoover zei: we moeten ervoor zorgen dat iedereen toegang heeft tot het nieuwe medium en er moet regelgeving komen om er zeker van te zijn dat het onze democratie niet ondergraaft. Dan komt Gingrich in 1994-1996 en die zegt: hier hebben we een heel nieuw medium, wij willen niet dat de federale regering daar een rol in speelt. Er zijn nu, in deze periode dat de kinderen thuis les krijgen, nog altijd hele gemeenschappen in de VS die geen toegang hebben tot het internet want het is geen openbare nutsinstelling. Kijk, ik geef daar de regering-Clinton de schuld van, vooral omdat Mister Technology Al Gore aan boord was. Ze gingen akkoord met een totaal gebrek aan regelgeving voor iets wat even belangrijk was als de drukpers.' Van de huidige Democratische presidentskandidaat Joe Biden heeft Jill Lepore ook geen grote verwachtingen. Hij is meer een infanterist, het is moeilijk om in hem de leider van een grote nationale partij te zien.' 'Maar', zegt ze, 'er zijn belangrijker dingen dan wie er straks het Witte Huis betrekt. We overdrijven de macht van de president en daar zijn verschillende redenen voor. Een ervan is dat opeenvolgende presidenten zelf hun macht groter hebben voorgesteld dan ze is en ook hebben geprobeerd om ze te vergroten. En er is de fascinatie bij het publiek met alles wat zich in het Witte Huis afspeelt. Een fascinatie met de macht die de macht vergroot. Trump is zo grotesk dat die aandacht buiten alle proporties is en mensen hun kijk op de macht heeft verwrongen, vooral ook op hun eigen macht. Kijk, wat zo opwindend is in de laatste weken: er is die kerel die opkomt als de kandidaat van het volk maar die eigenlijk niet geïnteresseerd is in macht voor het volk. En dan komen de mensen uit hun huizen en zeggen ze: dit is hoe wij democratie zien en waar wij in geloven. Er ligt veel politieke macht buiten de muren van het Witte Huis.'