Een coalitie van Syrische rebellen en jihadisten slaagde er volgens De Tijd afgelopen weekend in om, na een maand omsingeld te zijn geweest door regeringstroepen, de wijk Ramousah te veroveren en zo een breuk te slaan in de gelederen van het Syrische leger. Het is een nieuwe stap in het offensief dat de Syrische rebellen 'De grote slag om Aleppo' noemen. Vooral door haar ligging, dicht bij de Turkse grens, is de stad belangrijk in de strijd.

Daarmee verbeterden ze niet alleen hun eigen precaire positie in het oosten van de stad, maar komt de positie van de regeringstroepen in het westen stilaan in gevaar. Maandag leek het erop dat de rebellen overwegen de enige overgebleven toegangsweg van het Syrische leger af te snijden om zo de troepen van president Bashar al-Assad uit de stad te weren. Assad reageerde met extra troepen in de hoop het verloren terrein terug te winnen.

De staatsmedia ontkennen het verlies, maar de beelden op sociale media en het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, een Britse organisatie die de situatie op de voet volgt, bevestigen het geslaagde offensief.

Kleinere kans op vredesgesprekken

De rebellen kunnen de pas verworven doorgang wel nog niet gebruiken om voedsel en troepen naar de stad te voeren, omdat die sinds zondag stevig bestookt wordt door Russische vliegtuigen. Rusland steunt Assad sinds september 2015. Sindsdien vechten Assad en een coalitie van rebellen en jihadisten, geruggesteund door respectievelijk Rusland en de Verenigde Staten, om de overmacht in de stad.

Beide partijen proberen een zo goed mogelijke uitgangspositie te bekomen voor de nieuwe vredesgesprekken die normaal voor volgende maand gepland zijn. Door het offensief van de rebellen lijkt de kans op zulke gesprekken opnieuw een pak kleiner te zijn geworden.

In Aleppo, ooit een economische hub, voltrekt zich intussen stilaan een humanitaire ramp. De door rebellen gecontroleerde wijken werden sinds juni omsingeld door het regeringsleger en de 300.000 inwoners kenden een groot tekort aan voedsel en hulpmiddelen. Ook het water is naar verluidt afgesneden. Maar ook voor de overige 750.000 tot 1 miljoen inwoners in het door Assad gecontroleerde deel dreigt de toestand stilaan precair te worden.

Intussen lanceerde de Syrische regering, met goedkeuring van Rusland, een grote humanitaire operatie met drie corridors waardoor voedsel, water en medische hulp kan aangevoerd worden. Maandag liet het Syrisch Observatorium ook weten dat er volgens zijn berekeningen sinds de start van het Syrische conflict in 2011 al 290.000 doden geteld werden. 84.000 van hen waren burgers. (JVL)

Een coalitie van Syrische rebellen en jihadisten slaagde er volgens De Tijd afgelopen weekend in om, na een maand omsingeld te zijn geweest door regeringstroepen, de wijk Ramousah te veroveren en zo een breuk te slaan in de gelederen van het Syrische leger. Het is een nieuwe stap in het offensief dat de Syrische rebellen 'De grote slag om Aleppo' noemen. Vooral door haar ligging, dicht bij de Turkse grens, is de stad belangrijk in de strijd. Daarmee verbeterden ze niet alleen hun eigen precaire positie in het oosten van de stad, maar komt de positie van de regeringstroepen in het westen stilaan in gevaar. Maandag leek het erop dat de rebellen overwegen de enige overgebleven toegangsweg van het Syrische leger af te snijden om zo de troepen van president Bashar al-Assad uit de stad te weren. Assad reageerde met extra troepen in de hoop het verloren terrein terug te winnen. De staatsmedia ontkennen het verlies, maar de beelden op sociale media en het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, een Britse organisatie die de situatie op de voet volgt, bevestigen het geslaagde offensief. De rebellen kunnen de pas verworven doorgang wel nog niet gebruiken om voedsel en troepen naar de stad te voeren, omdat die sinds zondag stevig bestookt wordt door Russische vliegtuigen. Rusland steunt Assad sinds september 2015. Sindsdien vechten Assad en een coalitie van rebellen en jihadisten, geruggesteund door respectievelijk Rusland en de Verenigde Staten, om de overmacht in de stad. Beide partijen proberen een zo goed mogelijke uitgangspositie te bekomen voor de nieuwe vredesgesprekken die normaal voor volgende maand gepland zijn. Door het offensief van de rebellen lijkt de kans op zulke gesprekken opnieuw een pak kleiner te zijn geworden. In Aleppo, ooit een economische hub, voltrekt zich intussen stilaan een humanitaire ramp. De door rebellen gecontroleerde wijken werden sinds juni omsingeld door het regeringsleger en de 300.000 inwoners kenden een groot tekort aan voedsel en hulpmiddelen. Ook het water is naar verluidt afgesneden. Maar ook voor de overige 750.000 tot 1 miljoen inwoners in het door Assad gecontroleerde deel dreigt de toestand stilaan precair te worden. Intussen lanceerde de Syrische regering, met goedkeuring van Rusland, een grote humanitaire operatie met drie corridors waardoor voedsel, water en medische hulp kan aangevoerd worden. Maandag liet het Syrisch Observatorium ook weten dat er volgens zijn berekeningen sinds de start van het Syrische conflict in 2011 al 290.000 doden geteld werden. 84.000 van hen waren burgers. (JVL)