De Europese Commissie laat opnieuw haar tanden zien. Het Amerikaanse Google wordt ervan beticht zijn dominante zoekmachine te misbruiken. 'Protectionisme!' klinkt het van alle kanten, want Google is vooral een geweldig innovatief medium dat mensen wereldwijd verbindt. Google is inderdaad een bijzonder gebruiksvriendelijk medium en ook ik gebruik het dagelijks. Maar toch heeft de Europese Commissie gelijk en moeten we kritisch blijven ten aanzien van de giganten van het internet. Het doel mag niet protectionisme zijn, maar wel een gezonde werking van de markt met een veelheid aan spelers en samenlevingen die evenwaardig participeren in de technologische innovatie.
...

De Europese Commissie laat opnieuw haar tanden zien. Het Amerikaanse Google wordt ervan beticht zijn dominante zoekmachine te misbruiken. 'Protectionisme!' klinkt het van alle kanten, want Google is vooral een geweldig innovatief medium dat mensen wereldwijd verbindt. Google is inderdaad een bijzonder gebruiksvriendelijk medium en ook ik gebruik het dagelijks. Maar toch heeft de Europese Commissie gelijk en moeten we kritisch blijven ten aanzien van de giganten van het internet. Het doel mag niet protectionisme zijn, maar wel een gezonde werking van de markt met een veelheid aan spelers en samenlevingen die evenwaardig participeren in de technologische innovatie. De kritiek komt natuurlijk voornamelijk uit Amerikaanse hoek, maar ook veel Europese liberalen hebben het moeilijk met de koers van de Commissie. Ze voeren aan dat de markt zijn werk moet doen. Zoals in zo veel sectoren kan de markt zijn werk níét doen als een of enkele spelers te dominant worden. Dan verdringen ze kleine spelers. De markt, die aanvankelijk een mechanisme zou moeten zijn om de welvaart te verdelen op basis van competitiviteit, wordt vervolgens overgenomen en ingericht in functie van de macht van de grootste. Zij worden poortwachters die op basis van hun belangen bepalen wie er nog mee doet en wie niet. Economisch beleid komt steeds neer op het zoeken naar een evenwicht tussen het belang van een zekere schaal om efficiëntie te kunnen realiseren en het belang van een omgeving die de volgende Steve Jobs en Mark Zuckerberg de mogelijkheid biedt om vanuit hun garage iets nieuws te creëren. Vervolgens moeten we ook niet naïef zijn. Een stuk van het leiderschap van de Verenigde Staten in het cyberdomein is allerminst het gevolg van slimme koppen die met hun eigen spaarcenten vanuit een garage of zolderkamertje de wereld proberen te veroveren. Overal in de wereld, ook bij ons, maken subsidies en overheidssteun een groot verschil, maar ook bijvoorbeeld de wijze waarop overheden kapitaalmarkten organiseren. Ik vind het niet kunnen dat onze overheden start-ups financieren en dat we ze dan voor een appel en een ei laten overnemen door de grote spelers uit Amerika of elders. Verschillende grote jongens beginnen hun dominantie op het internet overigens ook aan te wenden als hefboom om op andere manieren winst te maken. Een van de grote bezwaren van de Europese Commissie jegens Google is dat het zijn zoekmachine niet alleen gebruikte om inkomsten te genereren uit reclame en andere diensten, maar ook om bepaalde producten te promoten. Het Chinese Alibaba doet hetzelfde. In een beleidsnota van de overheid staat dat de onlinewinkel een hefboom moet worden om wereldwijd Chinese producten aan de man te brengen, traditionele winkelketens in partnerlanden te omzeilen en zo meer van de winst naar China te sluizen. In Washington en Peking wordt onomwonden gesproken over cyberdominantie. Google, Amazon en Alibaba zijn een beetje de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) van het internet. Zoals in het verleden de grote winsten afhingen van de dominantie op zee, hangen winsten vandaag af van de dominantie op het internet en overheden geven hun bedrijven daarbij graag een duwtje in de rug. Veiligheid wordt ook belangrijker. Defensieagentschappen investeren enorme bedragen in nieuwe technologie die later ook de civiele markt domineert. Nu al is Europa te afhankelijk geworden van Amerikaanse cybertechnologie. Ook in programma's van de NAVO wat cyberveiligheid betreft halen Amerikaanse bedrijven bijna alle contracten binnen. Het is ondenkbaar dat Washington zo'n overwicht van een ander land ooit zou aanvaarden. Zoals landen de soevereiniteit van hun burgers proberen te garanderen door de controle te behouden over kritische infrastructuur zoals havens en energie, zouden we een zekere controle en autonomie moeten behouden inzake de onzichtbare communicatiewegen van het internet, of toch minstens al te grote afhankelijkheid vermijden. Even belangrijk is dat we met Europa mee vooraan zitten met sterke bedrijven. We moeten start-ups beter ondersteunen. Er zijn er honderden, en vooral voor Oost-Europese landen zou IT wel eens de sleutel tot economisch succes kunnen zijn. Misschien is het tijd voor een Europese IT-aandelenmarkt om de toegang tot kapitaal te vergemakkelijken. Door de verschillende talen en gebruiken is de Europese markt onvermijdelijk wat veelzijdiger. Dat is zowel een sterkte als een vorm van kwetsbaarheid. Het is vooral zaak erover te waken dat die veelzijdigheid blijft leiden tot gezonde concurrentie en niet wordt gemanipuleerd door bijna-monopolisten. Technische vooruitgang is goed, zolang we er zelf deel van uitmaken.