Via het burgerinitiatief kunnen Europese burgers mee de Europese agenda bepalen. Als de organisatoren van zo'n initiatief in één jaar tijd één miljoen mensen achter een politieke eis kunnen scharen, moet de Commissie officieel reageren. Maar vooraleer de jacht op handtekeningen kan losbarsten, moet de Commissie het initiatief formeel registreren. Dat weigert de Commissie nu te doen met een initiatief dat een Europees verbod op de handel met de Israëlische nederzettingen nastreeft.

Volgens de Commissie is het initiatief wettelijk ontoelaatbaar omdat de organisatoren iets vragen wat haar bevoegdheden overstijgt. Zo'n handelsbeperkende maatregelen kan de Commissie immers enkel op tafel leggen nadat de lidstaten hebben beslist om de economische en financiële relaties met een derde land te verbreken of te downgraden. De Europese Unie vindt al jaren dat de nederzettingen volgens het internationale recht illegaal zijn, een obstakel vormen voor het vredesproces tussen Israëli's en Palestijnen en de tweestatenoplossing onmogelijk dreigen te maken.

Een Europees handelsverbod is er echter niet. Producten uit die gebieden genieten weliswaar niet van dezelfde voorkeursbehandeling als goederen uit Israël. Ook zijn op Europees niveau bepaalde etiketteringsregels afgesproken. Een weigering tot registratie was de voorbije jaren eerder zeldzaam. Sinds het aantreden van de huidige Commissie in 2014 zijn slechts vier initiatieven geweigerd. Drieëndertig werden wel geregistreerd. Dinsdag nog werden er vier goedgekeurd. Het gaat om initiatieven voor een hogere prijs op vervuiling, voor een kerosinetaks in de luchtvaart, voor gelijke toegang van de regio's tot Europese fondsen en voor een eenvoudigere etikettering van voedingsproducten.