Inwoners van de historische binnenstad van Amsterdam kregen begin april een brief. De mededeling: 'Amsterdam wordt aardgasvrij. Net als de rest van Nederland. Dit betekent dat alle Amsterdamse panden aan een andere energiebron dan aardgas moeten worden aangesloten.' Er blijken ook 'energiecommissarissen' te zijn aangesteld om Amsterdam 'van het gas' te halen.
...

Inwoners van de historische binnenstad van Amsterdam kregen begin april een brief. De mededeling: 'Amsterdam wordt aardgasvrij. Net als de rest van Nederland. Dit betekent dat alle Amsterdamse panden aan een andere energiebron dan aardgas moeten worden aangesloten.' Er blijken ook 'energiecommissarissen' te zijn aangesteld om Amsterdam 'van het gas' te halen. Dat woningen en bedrijven in Nederland van het gasnet worden afgehaald is niet het enige unieke onderdeel van het klimaatbeleid van het derde kabinet van premier Mark Rutte. Dat kabinet wil 'het groenste ooit' worden en benoemde Nederland tevens tot 'koploper' op klimaatgebied. Eind 2018 werd die ambitie gecompleteerd met het aannemen van een 'Klimaatwet' - volgens initiatiefnemer Jesse Klaver van GroenLinks 'de meest ambitieuze klimaatwet ter wereld'. Nederland is dus weer gidsland. Vanzelfsprekend is dat niet, want Nederland staat tot dusver juist onderaan de duurzame lijstjes. Dat schandelijstje was een belangrijke aanjager voor de ambitie om koploper te worden. Dat de onderkant van de lijstjes moet worden gedeeld met landen als Luxemburg en Malta zat ook al niet lekker. Zo wil Nederland al in 2030 bijna de helft (49 procent) van de CO2-uitstoot in vergelijking met 1990 verminderd hebben, en 95 procent in 2050. Ter vergelijking: de Europese Unie vindt 40 procent reductie in 2030 ook voldoende. Gevraagd waarom uitgerekend Nederland qua klimaat voorop zou moeten gaan, verwees Mark Rutte eind vorig jaar naar een opdracht die hij enkele maanden eerder van secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties zou hebben gekregen. Rutte: 'Ik kreeg twee stukken huiswerk die ik van harte heb aangenomen. Het eerste is: kijken of de doelstelling voor CO2-reductie in Europa [in 2030] omhoog kan naar 55 procent.' En het tweede was: 'Guterres helpen om dat ook in de wereld voor elkaar te krijgen.' De Nederlandse premier heeft het inderdaad druk met het bewerken van collega-regeringsleiders. Hij doet dat bij de G20, hij doet dat als de Chinese premier op bezoek is en bij het World Economic Forum in Davos. Als een van de weinige regeringsleiders reisde Rutte wél af naar de klimaattop in het Poolse Katowice, in december 2018. Mark Rutte is geen vanzelfsprekende klimaatkoploper. In 2010 werd hij voor het eerst premier, na een verkiezingscampagne waarin hij hoonde dat windmolens op subsidie draaien. Wat Ruttes kabinetten er vervolgens niet van weerhield om op grote schaal windmolens te bouwen en te subsidiëren, zowel op het Nederlandse platteland, in het IJsselmeer als op de Noordzee. Dat Rutte Nederland voorgaat in klimaatidealisme is niettemin van recente datum. Cruciaal is de klimaatconferentie in Parijs, eind 2015. Wat zeker ook bijdroeg, is dat Rutte zijn tweede kabinet (2012-2017) formeerde met de toenmalige leider van de sociaaldemocraten (PvdA): Diederik Samsom, voorheen campagneleider van Greenpeace. Ook een gerechtelijke uitspraak is van groot belang. In 2015 wonnen klimaatactivisten, geleid door de Stichting Urgenda, verrassenderwijs een proces tegen de staat. De Nederlandse staat kreeg de bindende opdracht de uitstoot van broeikasgas al in 2020 met een kwart te verminderen in vergelijking met 1990. De kabinetten-Rutte gingen wel in beroep tegen de Urgenda-uitspraak, maar verloren eind 2018 wederom. Dat plaatste de activisten en hun vrienden vooral bij de linkse politieke partijen in een riante machtspositie. Bij de oppositiepartijen GroenLinks en PvdA gingen de afgelopen maanden zelfs stemmen op om de klagers van Urgenda inspraak te geven bij de uitvoering van het door hen gewonnen vonnis. De derde ontwikkeling die bijdraagt aan de spectaculaire Nederlandse klimaatambities zijn de problemen rond het aardgasveld in de noordelijke provincie Groningen. In 1959 werd daar een van de grootste gasvelden ter wereld aangetroffen. De Nederlandse staat heeft ruwweg 300 miljard euro aan het Groningse gas verdiend. Dat geld werd vrijwel volledig uitgegeven aan extra overheidsuitgaven, zoals uitkeringen en ontwikkelingshulp. Maar terwijl het Groningse gasveld steeds leger raakte, werden de Groningers de afgelopen jaren door steeds heftiger aardbevingen getroffen. Na aanvankelijk nogal laconieke reacties werd de bejegening van de Groningers een nationaal politiek schandaal. Op 8 januari 2018 was er weer een ernstige aardbeving, nu nabij het Groningse Zeerijp. Nog bevangen door de emoties rond 'Zeerijp' werd diezelfde maand besloten dat Nederland van het gas af moest. Activisten waren erin geslaagd emoties rond de getroffen Groningers te verbinden aan het klimaatbeleid, waardoor behalve het stoppen van de Groningse gasproductie ook het stoppen van het Nederlandse gasverbruik in één moeite door kon doorgaan voor klimaatbeleid. De impopulariteit van de alternatieve gasleverancier Vladimir Poetin deed de rest. Nieuwe woningen mogen zo al sinds 1 juli 2018 niet meer worden aangesloten op aardgas, voor 2030 moeten ook 1,5 miljoen bestaande woningen van het gas af. En in 2050 dient de hele 'gebouwde omgeving' van Nederland (zo'n 8 miljoen woningen, 1 miljoen andere gebouwen) 'van gas los' te zijn. Tegelijkertijd is het gasverbod dat over gasland Nederland wordt uitgerold een bijna surrealistische belevenis. Aardgas is immers ook de naar verhouding schoonste en klimaatvriendelijkste brandstof. Ook Nederland zal het de komende decennia niet zonder dergelijke brandstoffen kunnen stellen: is het niet in woningen en kantoren, dan is het wel in gasgestookte elektriciteitscentrales. Uitgerekend die gasgestookte elektriciteitscentrales zullen hun capaciteit spectaculair moeten uitbreiden, al was het maar omdat door het beoogde wegvallen van het gas in woningen en kantoren het Nederlandse stroomverbruik spectaculair zal toenemen. Wetenschappers van de Groningse universiteit berekenden een jaar geleden dat door het gasverbod voor woningen en gebouwen - en door het verplicht worden van elektrische auto's - de Nederlandse gasconsumptie de komende decennia niet zal afnemen, maar juist zal toenemen. Nederlandse elektriciteitscentrales moeten immers ook van de steenkool af. En kerncentrales zijn in Nederland tot dusver taboe. Blijft over: aardgas. Om het verhaal nog absurder te maken: de Nederlandse staat die zijn eigen burgers van het gas wil halen is ook nog eens een grote gashandelaar én een grote gastransporteur. Staatsbedrijf Gasunie heeft het hele nationale gasnet in handen, plus het gasnet van het noorden van Duitsland, plus (aandelen) in pijpleidingen naar de buurlanden en naar Noorwegen. Via Gasunie is de Nederlandse staat zelfs voor een tiende mede-eigenaar van Nordstream I, een van de twee omstreden gasleidingen van Rusland, via de Oostzee naar Duitsland. Hoewel de samenstelling van het Groningse gas wat afwijkt van wat internationaal gebruikelijk is, staat de in voorgaande jaren voor 10 miljard euro aangelegde Nederlandse 'gasrotonde' in beginsel garant voor een ongehinderde gasaanvoer uit het buitenland. Het is niet de enige paradox in de thriller rond klimaatkoploper Nederland. Onder het Nederlandse publiek speelden klimaat en duurzaamheid de afgelopen jaren geen bijzondere rol. In de aanloop naar de landelijke verkiezingen van maart 2017 peilde het Sociaal en Cultureel Planbureau dat Nederlanders zich ernstig zorgen maakten over de immigratie en over de samenhang in de samenleving. Amper één procent van de Nederlanders meldde spontaan dat klimaat of duurzaamheid zijn eerste zorg was. Ook in de verkiezingscampagne speelde het klimaat geen opgemerkte rol. Wel beloofden politici dat het nu tijd werd dat de burgers van Nederland het economisch herstel in de portemonnee gingen voelen. Na die verkiezingen duurde het zeven maanden voor Rutte zijn derde kabinet rond had. Het werd een coalitie van liberalen (VVD - van Rutte), de christendemocraten (CDA) van Sybrand Buma, de progressief-liberalen (D66) en de kleine ChristenUnie. Het resultaat van de besprekingen was nogal verrassend tegen de achtergrond van de voorgaande verkiezingscampagne. Het eerder zo marginale thema 'klimaat' was plotseling hét thema van het nieuwe kabinet-Rutte geworden. Dat laat zich vooral verklaren doordat D66 comfort geboden moest worden. D66 concurreert op de kiezersmarkt met GroenLinks en wilde dus dat het kabinet verregaande klimaatdoelen zou stellen. D66 kon daarbij rekenen op de steun van de ChristenUnie, een partij die de mens als het om het klimaat gaat een verantwoordelijkheid als 'rentmeester' toedicht. Rutte en Buma dachten misschien dat het zo'n vaart niet zou lopen - doelstellingen voor 2030 en 2050 liggen immers ver weg. Bovendien zitten er ook in de VVD en de CDA klimaatijveraars: is het niet uit gedrevenheid, dan wel omdat de exploitatie van andermans idealen zakelijke mogelijkheden biedt. Eigenlijk was er in Nederland tot het voorjaar van 2018 nauwelijks kritiek op het plotse klimaatenthousiasme. Een monsterverbond van econationalisme, idealisme, calvinisme, moralisme, opportunisme en sentiment leek voor een nationale consensus te hebben gezorgd. Een tegenbeweging ontbrak. Nederland werd van achterloper koploper, Nederland zou zijn beste beentje voorzetten, de rest van de wereld zou er met bewondering naar kijken en al die nog te ontwikkelen Nederlandse klimaatuitvindingen overnemen. Ook Rutte hield niet op te betogen dat het klimaatbeleid een opsteker voor de economie en banengroei zou betekenen. De kentering volgde in de zomer van 2018. Zo ongeveer op het moment dat een 'Klimaatberaad' van bedrijven, overheden en organisaties als Greenpeace in opdracht van het kabinet-Rutte met zijn uitwerking van het kabinetsplan zou komen, weerklonk de eerste kritiek. Het Economisch Instituut voor de Bouw berekende dat het 500 miljard euro zou kosten om alle huizen en gebouwen van het gas te halen, te isoleren en van vervangende apparatuur te voorzien. Sybrand Buma van regeringspartij CDA was in juli 2018 de eerste prominente politicus die waarschuwde voor 'een herhaling van 2002, de Pim Fortuynrevolte, maar dan niet rond het thema migratie, maar rond het thema klimaat'. Buma hoonde de elite die de klimaatkosten voor de burgers aan het opjagen was, zoals door de hogere gasrekening. Buma voorzag een tweedeling in de samenleving Het was, zeker ook terugblikkend, een fascinerende voorspelling. Buma was immers zelf medeverantwoordelijk voor het klimaatbeleid waarvan hij voorzag dat het tot een 'revolte' zou leiden. Ook na die zomer van 2018 is uit niets gebleken dat de leider van de Nederlandse christendemocraten maatregelen heeft bepleit om de voorspelde revolte te voorkomen. In het najaar van 2018 verschoof het pas begonnen Nederlandse klimaatdebat naar de grote bedrijven: moesten die een CO2-heffing gaan betalen - bovenop de bestaande Europese heffing - om ze tot duurzaamheid te dwingen? Vooral de grootste bedrijven - raffinaderijen, chemische industrie, hoogovens - die normaliter een geprivilegieerde toegang hebben tot de politieke kantoren in Den Haag dreigden met vertrek uit Nederland. Rutte hield hen de hand boven het hoofd: een reguliere heffing zou het niet worden, maar een combinatie van subsidies en boetes. Ondertussen was er wel degelijk een veenbrand aan het oplaaien. Linkse partijen waren nog net zo gedreven voor het Nederlandse koploperschap op klimaatgebied als voorheen, maar eisten dat bedrijven zo'n beetje alle kosten voor hun rekening zouden nemen. Liberalen en christendemocraten verlangden nu dat het klimaatbeleid van hun eigen kabinet 'haalbaar, draagbaar en betaalbaar' diende te zijn, overigens zonder te tornen aan de torenhoge ambities. De boemerang bleef niet uit. Het kabinet-Rutte beweerde voor de jaarwisseling dat de energienota van de burgers niet omhoog zou gaan. Na de jaarwisseling bleek die met 20 procent gestegen, voor de helft door belastingverhogingen van het kabinet. De eerder beloofde koopkrachtverbetering ging op aan het klimaatbeleid. En dan moeten de verdere verhogingen van de gasprijs - om burgers van het gas af te pressen - nog beginnen. Vissers klagen dat hun visgronden worden vol gezet met windmolens. In de plattelandsprovincie Drenthe gaf een aannemer de bouw van windmolens op, na ernstige bedreigingen. Hele gemeenschappen vallen daar uiteen: enerzijds de geldverdienende 'windboeren', anderzijds de burgers die in de slagschaduw van die windmolens moeten leven. Een Groningse gemeente weigerde dit voorjaar de doorvoer van windmolens naar Drentse windparken. Ondernemingsraden klaagden dat links hun banen het land uitjaagt. Het klimaat is gaan botsen met werkgelegenheid. Alom is er ook de botsing tussen natuur en het klimaat. Om de biodiversiteit te dienen, worden op grote schaal Nederlandse bossen gekapt. Maar de grootste boseigenaar, Staatsbosbeheer, verdient daar goed aan door het hout te verkopen aan kolencentrales, die veel subsidie krijgen om het hout als biomassa mee te stoken. Het onbegrip daarover is groot: houtstook is immers viezer - ook voor het klimaat - dan aardgas. De natuur moet daarnaast ook nog eens wijken voor de duizenden hectares zonneparken die in het Nederlandse landschap moeten komen om het klimaat te dienen. Erg solide zijn de Nederlandse klimaatplannen ondertussen niet. Kostenefficiënt zijn ze zelden. De gaswinning in Groningen wordt richting 2030 beëindigd, maar als alternatief wil het kabinet-Rutte onder meer 'aardwarmte', dat hoogst kritisch wordt bejegend door het Staatstoezicht op de Mijnen - nota bene vanwege aardbevingsgevaar. Een groot deel van de Nederlandse klimaatambitie moet worden bediend door het onder de Noordzeebodem pompen van CO2 uit het industriegebied van de Rotterdamse haven - en dat in ieder geval deels op kosten van de belastingbetalers. Volgens de vigerende plannen mag er in Nederland in 2030 geen auto op benzine, diesel of gas meer worden verkocht, maar de 12 miljard aan subsidie die tot die tijd in de 'stekkerauto's' moet worden gestopt zal eenzijdig bij de rijkste Nederlanders belanden. Binnen de regeringscoalitie is een opstand van parlementariërs gaande. De Kamerleden maken bezwaar tegen torenhoge, inefficiënte fiscale subsidies op elektrische auto's, die in vijf jaar kunnen oplopen tot 70.000 euro per verkochte Tesla. Geheimzinnige rekenmodellen van een particulier bureautje legden daar de basis voor. De belastingsubsidie per gereduceerde ton CO2 in (deels) elektrische auto's liep de afgelopen jaren al op tot 1700 euro, het hoogst bekende bedrag per gereduceerde ton CO2 uit de geschiedenis. Kort voor de provinciale verkiezingen van 20 maart 2019 kwamen door het kabinet-Rutte ingeschakelde planbureaus van de overheid met 'doorrekeningen' van kosten en effectiviteit van het Nederlandse klimaatbeleid. De kosten bleken onevenredig te belanden bij burgers en relatief weinig bij bedrijven, die veel meer broeikasgas uitstoten dan huishoudens. De honderden miljarden die de burgers van Nederland moeten gaan betalen voor hun verplicht elektrische auto en hun verplicht gasloze huis bleven in de berekeningen goeddeels buiten beschouwing, wat de rekenexercitie weinig vertrouwenwekkend maakte en in brede kring kritiek uitlokte. De (halve) 'doorrekeningen' waren evenwel nauwelijks gepubliceerd, of minister-president Mark Rutte gooide het roer om. Naar zijn zeggen zou er voor het bedrijfsleven dan toch een CO2-heffing worden ingevoerd, zoals de linkse partijen hadden geëist. Maar het zou, dixit Rutte, dan wel een 'verstandige' heffing moeten worden die bedrijven en hun arbeidsplaatsen niet het land zou uitjagen. De Nederlandse provinciale verkiezingen van 20 maart werden zo wellicht de eerste 'klimaatverkiezingen' ooit. Forum voor Democratie, de partij van Thierry Baudet, deed voor het eerst mee en werd - zij het met 14,4 procent van de stemmen - meteen de grootste in de provinciale parlementen, en daardoor naar verwachting ook in de senaat. Baudet is de meest geprofileerde criticus van het klimaatbeleid en stelt ook het Klimaatverdrag van Parijs en de rapporten van het VN-Klimaatbureau IPCC ter discussie. Ook GroenLinks, de meest fervente aanjager van het idee van Nederland als klimaatkoploper, wist overigens winst te boeken bij de provinciale verkiezingen. Maar zelfs de aanhang van GroenLinks wil in overgrote meerderheid niets of weinig bijdragen aan het klimaatbeleid. Dat moeten de kapitalisten maar doen, zo lijkt de gedachte. Zo kreeg Sybrand Buma van het CDA de 'klimaatrevolte' die hij had voorspeld, maar niet voorkwam. In zijn partij, die fors verloor bij de statenverkiezingen, zijn de zorgen groot, evenals bij de VVD van premier Rutte. Of Nederlands 'groenste kabinet ooit' de uitvoering van het eigen ambitieuze klimaatbeleid gaat meemaken, is verre van zeker. Minder dan twee jaar nadat de megalomane ambities op papier werden gezet, dreigt beoogd klimaatkoploper Nederland te stranden in chaos, onoverzienbare kosten, verzet van de burgerij en politieke turbulentie. 'Het klimaat' werd naast 'migratie' de tweede bron van erosie van het politieke establishment. De kernvraag luidt of Nederland in dat opzicht wél gidsland zal blijken te zijn.