In zijn groene werkmansbroek en fleece jas oogt Alain Badiou, in zijn bescheiden appartement in het centrum van Parijs, eerder als een gepensioneerde klusjesman dan als de man die tot de grootste denkers van deze tijd wordt gerekend. De blingbling waaraan Franse intellectuelen verslingerd lijken, is hem volstrekt vreemd. De marxistisch geïnspireerde filosoof, een voormalige leerling van Louis Althusser, is emeritus hoogleraar aan de prestigieuze École normale supérieure in Parijs. Hij schreef een twintigtal filosofische boeken en essays, naast romans, toneelstukken en wiskundige werken. 'Ik zit nu te denken aan een toneelstuk over de brexit', zegt hij lachend. 'Iemand probeert op allerlei manieren zijn huis te verlaten, maar hij vindt nergens een uitgang.'
...

In zijn groene werkmansbroek en fleece jas oogt Alain Badiou, in zijn bescheiden appartement in het centrum van Parijs, eerder als een gepensioneerde klusjesman dan als de man die tot de grootste denkers van deze tijd wordt gerekend. De blingbling waaraan Franse intellectuelen verslingerd lijken, is hem volstrekt vreemd. De marxistisch geïnspireerde filosoof, een voormalige leerling van Louis Althusser, is emeritus hoogleraar aan de prestigieuze École normale supérieure in Parijs. Hij schreef een twintigtal filosofische boeken en essays, naast romans, toneelstukken en wiskundige werken. 'Ik zit nu te denken aan een toneelstuk over de brexit', zegt hij lachend. 'Iemand probeert op allerlei manieren zijn huis te verlaten, maar hij vindt nergens een uitgang.' Badiou ontvangt Knack als een minzame, vrolijke opa, die er een duivels plezier in schept zijn toch al radicale denkbeelden nog wat meer in de verf te zetten. De reden van ons bezoek is de mooie Nederlandse vertaling van zijn essay La vraie vie, waarin de tweeëntachtigjarige filosoof, die vaak rechtstreeks contact met jongeren opzoekt via lezingen en schoolbezoeken, de jeugd van tegenwoordig aanmoedigt om meer te halen uit het leven en de wereld dan ze nu doet, en het over een totaal andere boeg te gooien. U wilt de jeugd corrumperen, naar eigen zeggen - als een hedendaagse Socrates. Alain Badiou:(lacht) Een filosoof gaat in tegen de heersende meningen en waarden, of dat zou hij toch móéten doen. En dan richt je je maar beter tot de jeugd, die de toekomst is, in de hoop hen aan die meningen en waarden te onttrekken. Uw analyse luidt dat die jeugd vandaag het spoor bijster is. Hoe komt dat? Badiou: Daar zijn goede redenen voor. Jongeren hebben er niet zelf voor gekozen, het is een gevolg van de consumptiemaatschappij waarin ze opgroeien. Rijk en succesvol worden, een hoge functie veroveren, ten koste van anderen als het moet: dat lijkt zowat het enige overgebleven ideaal. Het leven van jongeren staat in het teken van de bevrediging van onmiddellijke behoeften. Het idee om jezelf en de samenleving te verbeteren door middel van de kunst, de wetenschap of de politiek - wat ik het ware leven noem - is zo goed als verdwenen. Jongeren die niet aan de ratrace willen of kunnen meedoen, kiezen vaak voor het nihilistische pad van de zelfdestructie: leve het niets! Ze branden zichzelf op. Dat kan zich uiten in drank- en drugsverslavingen, maar ook in terreuraanslagen in naam van misleidende religieuze idealen. Vaak is zo'n aanslag een zelfmoordaanslag - en dus een manier om ook het eigen leven te verwoesten. De wereld is in de greep van een doodsdrift. Tussen de ontwikkeling van jongens en die van meisjes ziet u wel een groot verschil. Badiou: Vrouwen krijgen tegenwoordig iets wat voor veel mannen niet meer weggelegd is: de mogelijkheid om vooruit te komen in de samenleving. Op elk gebied volwaardige deelnemers aan die samenleving worden: dat kan hun levensdoel zijn. Dat verklaart waarom meisjes betere studieresultaten behalen dan jongens. Ik begrijp de vreugde bij een vrouw die erin slaagt om in een machosfeer een leidinggevende functie te veroveren. Die ontwikkeling kan rechtvaardig zijn. Maar de wereld op zich verandert daardoor weinig. Bovendien: als vrouwen de sociale posities van mannen gaan innemen zonder dat de samenleving zélf verandert, zal dat leiden tot een crisis bij de mannen. Mannen moeten vandaag inleveren op hun situatie. Met name in de volkswijken zie je de kloof groeien tussen de succesvolle meisjes, die het schoppen tot dokter of advocaat, en hun broers, die in de criminaliteit belanden. Jonge mannen zijn compleet op de dool, ook in hun relatie met vrouwen. Jongens worden niet meer volwassen, schrijft u. Badiou: Mannen hebben lang welomschreven rollen gehad. Je had de vader: een sterke figuur, té sterk zelfs, want vaak ook autoritair. Je had de militair, een rol die eeuwenlang het mannelijke bestaan heeft gestructureerd. Er waren tal van leidinggevende rollen. Vandaag zijn al die rollen verdwenen of vervaagd. De legerdienst, die jongens in de mannenwereld initieerde, bestaat niet meer. De samenleving is democratischer geworden; vrouwen eisen hun plaats op, zoals gezegd. En jongens blijven wat ze zijn: jongens. Hun jeugd stopt nooit. Dat merk je ook aan het alomtegenwoordige jeunisme. Als je er niet jong uitziet en je niet jong gedraagt, ben je een loser. Oud zijn heeft helemaal niet meer dezelfde waarde als vroeger. Toen waren ouderen de hoeders van de traditie. Ze werden vanwege hun leeftijd gerespecteerd. U drukt jongeren op het hart: om een zinvol leven te kunnen leiden, moeten jullie 'de wereld absoluut veranderen'. Wat bedoelt u daarmee? Badiou: Er moet een einde komen aan het kapitalisme. Het communisme is het enige sterke idee dat daartegen ingaat. Het enige waarmee échte verandering mogelijk is. Je kunt altijd proberen om de scherpe randjes van het kapitalisme af te vijlen. Om het systeem wat minder boosaardig te maken, zoals in de naoorlogse jaren van wederopbouw en economische groei. Maar dat waren niet voor niets naoorlogse jaren. Als we daarnaar terug willen, moet er eerst opnieuw een oorlog komen. Dat sluit ik overigens absoluut niet uit. De grote Franse socialist Jean Jaurès zei al: 'Het kapitalisme draagt de oorlog in zich zoals de wolk de storm.' Na de oorlog had het kapitalisme bovendien sterke tegenstanders: er werden sociale toegevingen gedaan om het socialisme en het communisme wind uit de zeilen te nemen. Vandaag is de situatie helemaal anders. Socialistische partijen zijn nog nooit zo zwak geweest. Ik heb vaak het gevoel dat we terug in de jaren 1840 zijn beland. Ook toen was er een veralgemeende maatschappelijke agitatie, zonder veel resultaat. Niets of niemand stond de zegetocht van het kapitalisme nog echt in de weg. In die context heeft Karl Marx het Communistisch Manifest geschreven: hij hoopte dat al die opstandelingen zich rond zijn tekst zouden kunnen verenigen. Vandaag heeft het kapitalisme zijn barbaarsheid van toen teruggevonden. Het eerste communisme, dat is uitgeprobeerd in Rusland of China, is in alle opzichten mislukt. Uiteindelijk hebben die landen zich opnieuw aangepast aan het mondiale kapitalisme. We hebben iets nieuws nodig. Een radicale verandering. Wat houdt dat nieuwe communisme in? Badiou: De mensheid bevrijden van wat ze geworden is sinds het einde van het neolithicum, 4000 à 5000 jaar geleden: daar gaat het om. De diepe wortels van het kapitalisme liggen in die tijd, toen de sedentaire landbouw begon en de sociale klassen ontstonden. Kort gezegd had je enerzijds mensen die hard werkten en anderzijds mensen die rijk werden door niets te doen. De staat organiseerde zich, het schrift werd uitgevonden om belastingen te innen, de massaproductie van voedsel ging van start. Een bevolkingsexplosie was het gevolg; het aantal steden, legers en oorlogen nam toe. Het kapitalisme is de vervolmaking van die oude wereld. Zelfs Marx zag dit niet in, maar communisme betekent eigenlijk: breken met een organisatievorm die duizenden jaren oud is. Héél die oude, oude wereld moet op de schop. Met als inzet alle klassieke vragen die het communisme zich stelt: wat met de klassen, de staat, het privé-eigendom, de ongelijkheid tussen mensen en tussen naties, het imperialisme? De hele mensheid anders organiseren: dat klinkt erg abstract. Zullen mensen zich daar ook maar iets bij kunnen voorstellen? Badiou: Het is niet onmogelijk. Ze kunnen zich namelijk wél iets voorstellen bij de gedachte dat het einde van de wereld nabij is. Dat is de boodschap van de ecologisten: 'Als we niet veranderen, wordt de planeet onleefbaar en zal de mensheid verdwijnen.' Welnu, dan moeten mensen zich toch ook het einde van het kapitalisme kunnen voorstellen? En ik zou eraan willen toevoegen: dát einde is een interessanter denkspoor. (lacht)Ziet u in de klimaatspijbelaars een teken van hoop en optimisme? Badiou: Overal gisten er vormen van protest, maar al die opstanden zijn op het bijsturen van het kapitalisme gericht. Van het ware probleem is er weinig besef. De klimaatbetogers vragen aan de zittende regeringen om extra maatregelen. Maar zolang je het kapitalisme niet uitroeit, zul je ook geen oplossing voor het klimaatvraagstuk vinden. Of kijk naar de eisen van de gele hesjes: een beetje meer koopkracht vragen ze, meer niet. De sterkte van een beweging is haar vermogen om een positief doel te formuleren. Het eens raken over waar je tégen bent, is gemakkelijk. Maar zo'n negatieve protestbeweging verbrokkelt zodra ze tegenover een sterke tegenstander staat. Een paar weken pleinen of rotondes bezetten heeft heus geen duurzame gevolgen. Al die bewegingen - denk ook aan Occupy Wall Street of Nuit debout - wachten op een synthese die rekening houdt met hun vraag naar verandering en met hun potentieel. Een hedendaags communistisch manifest schrijven en dat nieuwe communisme in al die nieuwe oppositiebewegingen gaan verdedigen: dat is dé taak van het moment. Met name voor de gele hesjes bent u in recente analyses bijzonder scherp. Badiou: Ik ben vooral scherp voor de onredelijke bewondering die hun ten deel is gevallen. Die mensen zelf, de armste leden van de middenklasse, hebben natuurlijk goede redenen om te protesteren. Maar wat ze vragen is behoorlijk reactionair en oninteressant. Hun protest zal eindigen met de versterking van de zittende machthebbers. Of met iets wat nog erger is dan de dingen waartegen ze protesteren. Want zolang er geen nieuwe, positieve synthese groeit rond het alomtegenwoordige ongenoegen, zal extreemrechts profiteren. De grote meerderheid van de gele hesjes is tegen migranten. Dat hadden de inwoners van de banlieues snel door, en daarom zijn zij in die beweging nauwelijks vertegenwoordigd. In Italië is er nu al een soort combinatie van gele hesjes en Marine Le Pen-achtigen aan de macht. C'est pas terrible. (lacht)In Frankrijk staat president Emmanuel Macron in de peilingen opnieuw op het niveau van vóór het protest - Marine Le Pen is zijn enige rivaal. De blinde steun voor de gele hesjes in de publieke opinie heeft hem even in gevaar gebracht. Nu die steun wegvalt, blijken de hesjes niet alleen zwak georganiseerd maar ook numeriek onbeduidend. 100.000 manifestanten in heel Frankrijk: dat is echt niet veel. Dat hun beweging geen hiërarchische structuur of centraal leiderschap heeft, en ook geen strenge doctrine, zien veel gele hesjes net als een troef. Badiou:(schatert het uit) Elk van de elementen die u daar opnoemt, illustreert waarom die beweging op haar bek zal gaan. Gelooft u dat jongeren de wereld via parlementaire weg kunnen veranderen? Badiou: Nee. Ik ben zelf voor het laatst gaan stemmen in 1968. Wat mij betreft zijn verkiezingen geen strijdtoneel meer waarlangs je echt iets kunt veranderen. Als ik dat zeg, krijg ik al snel de vraag voorgelegd: is geweld dan gerechtvaardigd? Misschien is enige mate van geweld onvermijdelijk in het revolutionaire proces, maar alleen om je te verdedigen tegen het geweld van de vijand en om je politieke vooruitgang veilig te stellen. Voorzichtigheid is geboden. Dwepen met geweld heeft de revolutionaire mentaliteit vaak verziekt. Toen in de jaren 1970 linkse organisaties zoals Action Directe, waarvan ik sommige leden goed kende, aanslagen begonnen te plegen, heb ik meteen gezegd: 'Dat is onverdedigbaar.' Of denk aan hoe de culturele revolutie in China is ontspoord. En dat terwijl partijleider Mao Zedong niet ophield te benadrukken dat de Communistische Partij de geweren beval, en niet omgekeerd. Wil je op een vreedzame manier tot verandering komen, dan is de parlementaire weg ook niet de enige. Er zijn tal van andere manieren om collectief te besluiten. Je kunt bijvoorbeeld deliberatieve assemblees creëren. Of nieuwe, open partijen. De verkiezing van president Macron in 2017 was volgens u 'een democratische staatsgreep'. Badiou: Een staatsgreep vindt plaats wanneer plotseling iemand verschijnt die niets met de voorgaande situatie te maken had - gewelddadig hoeft dat niet noodzakelijk te zijn. En dat is wat bij ons is gebeurd. In het oude Franse systeem had je twee grote partijen of strekkingen: links en rechts. Dat systeem is in een diepe crisis beland, waardoor de Parti socialiste uit elkaar is gespat - in Frankrijk heb je haast geen linkerzijde meer - en rechts verdeeld is geraakt in rechts en extreemrechts. En dan komt een kerel als Macron uit het niets tevoorschijn, iemand die nog nooit aan politiek heeft gedaan, een kaderlid uit de financiële sector. En hij zegt: 'Ik ben gewoon Macron, links én rechts.' Hij sticht in zijn dooie eentje een nieuwe politieke partij (En marche, nvdr), die natuurlijk vooral een kliek van getrouwen is. Macrons verkozenen blijken in het parlement allemaal even belabberd, net zoals hijzelf. Maar dat doet er niet meer toe, want het politieke systeem zelf is macronien geworden: als hij morgen vertrekt, komt er gewoon een nieuwe Macron. De macht wordt heel persoonlijk, en tegenkanting wordt niet meer geduld. Kijk naar het excessieve en autoritaire gebruik van geweld tegen de gele hesjes: als je daarvoor kiest, handel je niet meer als vertegenwoordiger van de parlementaire democratie. Nadat de bekende rechts-conservatieve filosoof Alain Finkielkraut onlangs door gele hesjes op straat in Parijs voor vuile zionist was uitgemaakt, schreef u over 'een sinistere komedie van een racist verkleed als antiracist'. Dat heeft een deel van de Franse intelligentsia u, zacht uitgedrukt, niet in dank afgenomen. Badiou: Er was een tijd dat ik met Alain Finkielkraut in debat ging. We hebben samen zelfs een boek geschreven. Maar nadien is hij afgegleden naar extreemrechts en geobsedeerd geraakt door het identitaire vraagstuk. Na uitspraken over het te grote aantal zwarten in het Franse nationale elftal en Arabische migranten die de banlieues om zeep helpen, heb ik hem een brief geschreven om met hem te breken. Wat is er nu gebeurd? Meneer Finkielkraut is in de buurt van de gele hesjes gaan staan, wachtend tot iemand hem zou herkennen. Welnu, onder die hesjes zitten natuurlijk heel wat fascisten en extreemrechtse antisemieten van de ergste soort. En die hebben hem niet teleurgesteld. Tot zijn grote vreugde heeft hij de volle laag gekregen. De polemiek die daarna ontstond in de media heeft hij op een weerzinwekkende manier uitgebuit. Het was niet de eerste keer dat hij zelf een situatie creëerde om er dan zijn beklag over te doen: dát heb ik willen aankaarten. Maar een en ander heeft ertoe geleid dat de krant Le Monde weigerde om een tekst van mijn hand over de gele hesjes te publiceren. Terwijl het antisemitisme in Frankrijk sterk stijgt, lijkt u het te banaliseren. Badiou: Dat doe ik zeker niet, maar de beschuldiging van antisemitisme wordt in Frankrijk soms gebruikt om de aandacht af te leiden van andere zaken. Ik ben ook vaak voor antisemiet versleten. Op een gegeven moment heb ik beslist: voortaan geef ik iedereen die dat nog doet een klap in het gezicht. (lacht) Daarom heb ik de schrijver Philippe Sollers, die ik al lang ken, ooit een tik verkocht in de coulissen van een televisiestudio. Nee, in mijn denken zul je niet het geringste spoor van antisemitisme terugvinden. Ik heb de universalistische aanspraken in de Joodse traditie juist altijd bewonderd.