Voor de meeste westerse media was het een eenduidig verhaal: generaal Williams Kaliman, opperbevelhebber van de Boliviaanse strijdkrachten, handelde in het algemeen belang van het land toen hij president Evo Morales beval af te treden. Sinds de verkiezingen van 20 oktober bevond Bolivia zich immers in een ijzeren greep van chaos en geweld.

Bovendien was er het rapport van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) dat sprak van 'manipulaties' tijdens de verkiezingen. De OAS is een los samenwerkingsverband van 35 Amerikaanse staten. Het heeft haar hoofdkwartier in Washington.

Kanttekeningen

De meeste media gingen niet op de details van het rapport. Begrijpelijk wellicht, want dat is niet bepaald doorzichtig. Het richt zich voornamelijk op de gebruikte computertechnologie. Echter, de OAS spreekt nergens van een alomvattende verkiezingsfraude. Het stelt slechts dat 'het niet mogelijk is de nauwkeurigheid van de (voorlopige) telling te verifiëren' noch 'de nauwkeurigheid van de (definitieve) resultaten.'

Morales had tevoren gezegd zich neer te leggen bij het oordeel van de OAS, en dat deed hij. Hij kondigde onmiddellijk nieuwe verkiezingen aan.

Maar dat was voor generaal Kaliman niet voldoende, Morales moest aftreden, en dat deed hij. Vervolgens wilde hij zich terugtrekken in zijn huis op het platteland. Maar dat was voor de oppositie niet voldoende. Die wilde hem achter de tralies. Vandaar de vlucht naar Mexico. Tijdens de nieuwe verkiezingen zal hij vermoedelijk buitenspel staan.

De OAS speelde al veel eerder een rol in het Boliviaanse drama. Op 21 oktober, een dag na de verkiezingen, publiceerde het een persbericht waarin het haar bezorgdheid uitte over de 'drastische en moeilijk te verklaren verandering' in de voorlopige telling. Hoewel OAS geen redenen gaf voor die stelling, sterkte het de Boliviaanse oppositie in de gedachte dat er iets mis was.

Opvallend: het was de Amerikaanse Republikeinse senator Marco Rubio die enkele uren eerder als eerste beweerde dat Morales een tweede verkiezingsronde niet had weten te voorkomen en mogelijk de verkiezingsuitslag zou vervalsen. Hoe hij dat wist? God mag het weten.

Telling van de stemmen

De Amerikaanse denktank Center for Economic and Policy Research (CEPR) is een heel andere mening toegedaan. Het concludeerde vorige week in een rapport dat er niets uitzonderlijks is aan de Boliviaanse verkiezingen. Niet aan de voorlopige telling en ook niet aan de definitieve uitslag.

Geïntroduceerd op advies van de OAS geeft de niet-bindende voorlopige telling op de dag van de verkiezingen een idee van de uitslag. Zoals tevoren aangekondigd, publiceerde de Boliviaanse kiesraad (TSE) de 'quick count', zodra 80 procent van de stemmen geteld was.

Wat bleek: Morales had 45,7 procent van de stemmen en zijn voornaamste tegenstrever Carlos Mesa 37,8 procent. Een verschil van 7,9 procent. Vervolgens stopte de voorlopige telling en was het wachten op de definitieve uitslag.

Op verzoek van de OAS ging de voorlopige telling 23 uur later weer door. Nu bleek Morales een voorsprong te hebben van bijna 10 procent. Het is op dit moment dat de OAS roept dat er sprake is van een 'drastische en moeilijk te verklaren verandering.'

Maar volgens de CERP is het verschil volstrekt logisch. Bolivia is een bergachtig land met een niet overal even goede infrastructuur. Het zijn de stemmen uit de uithoeken die later binnenkomen. En juist hier geniet Morales van oudsher meer steun. De CERP benadrukt daarbij dat de officiële telling nooit is onderbroken.

Op 25 oktober maakte de kiesraad de officiële uitslag bekend. Morales won met een verschil van 10,5 procent, hetgeen wettelijk net genoeg is om een tweede verkiezingsronde te voorkomen. Zijn socialistische partij verloor weliswaar terrein, maar behield een absolute meerderheid in beide kamers. Let wel, de CERP beweert niet dat er geen problemen waren tijdens de verkiezingen. Het verbaast zich slechts over de inhoud en timing van het OAS-persbericht op 21 oktober dat er in hoge mate toe bijdroeg dat de politieke spanningen tussen Morales aanhangers en de oppositie tot een kookpunt kwamen.

Overigens is Morales' opponent Carlos Mesa niet zomaar iemand. Mesa was president van Bolivia van 2003 tot 2005 en wordt alom gezien als Washingtons man in La Paz. Mesa werd indertijd, na weken van demonstraties, afgezet omdat hij de aanzienlijke Boliviaanse gasreserves wilde verkopen aan een Amerikaanse multinational

Onder druk van niemand minder dan Morales kwam er een referendum waarin een meerderheid van het volk zich uitsprak voor nationalisatie. Washingtons relatie met Morales bivakkeert sindsdien ver beneden het vriespunt.

De Volkskrant benadrukte dat OAS een 'onafhankelijk waarnemer' is. Helaas, is dat niet altijd het geval. Allereerst, kun je afvragen hoe onafhankelijk een organisatie is wanneer 60 procent van het budget afkomstig is van de Amerikaanse staat. Ten tweede, zijn er nogal wat voorbeelden waarin de OAS een dubieuze rol speelde.

Coup of geen coup?

Neem de coup die geen coup was in Paraguay. In opdracht van de linkse president Fernando Lugo verwijderde de politie op 15 juni 2012 een aantal landloze boeren van een illegaal bezet stuk grond. Dat liep uit de hand: zes agenten en elf boeren werden gedood. Uit rechtse hoek klonk vervolgens onmiddellijk de roep om Lugo's aftreden. Op 21 juni stemde de tweede kamer vóór afzetten. Een dag later deed de Senaat hetzelfde. En drie dagen later keurde het Paraguayaanse hooggerechtshof de procedure goed. Lugo's sneltreinafzetting stonk en werd internationaal scherp veroordeeld. Maar niet door de VS. Die wilden het oordeel van een OAS-delegatie afwachten. De leden daarvan waren achter de schermen zorgvuldig door Washington gekozen en zij vonden dat de afzetting weliswaar snel, maar rechtmatig was verlopen. Een dag later erkenden de VS de nieuwe liberale regering van Paraguay.

In 2000 oordeelde OAS dat de Haïtiaanse verkiezingen 'een groot succes' waren om later onder druk van Washington het tegenovergestelde te beweren. En in 2010, speelde OAS een kwalijke rol in het goedkeuren van de verkiezingen in Haïti, hoewel bijna twee derde van de stemmen ongeldig was verklaard.

Een en ander wil niet zeggen dat het OAS rapport met betrekking tot de Boliviaanse verkiezingen per definitie onjuist is. Het wil slechts zeggen dat de OAS niet per definitie een 'onafhankelijk waarnemer' is. Tot slot, kennen de VS een rijke geschiedenis in het erkennen van 'de coup die geen coup is.' In 2009 zette het Hondurese leger president Manuel Zelaya in zijn pyjama op een vliegtuig naar Costa Rica. Hier leek geen twijfel mogelijk. Dit was een ouderwetse coup. Maar niet voor Washington. Dat sprak van een 'constitutionele crisis' en erkende niet veel later de nieuwe conservatieve regering van Honduras.

Was het aftreden van Evo Morales een 'coup die geen coup was' zoals in Honduras en Paraguay? Een ding is zeker: het is allerminst een eenduidig verhaal zoals de westerse media ons willen doen geloven.

Al helemaal niet nadat de conservatieve senator Jeanine Añez, een gezworen vijand van Morales, werd beëdigd als interim-president. Washington erkende haar dezelfde dag nog.