Van de 53 studies waarop het Europees voedselagentschap (EFSA) zich baseerde om het meest gebruikte bestrijdingsmiddel glyfosaat toe te laten op de Europese markt, zijn er maar twee die volledig voldoen aan de normen die internationaal vastgelegd zijn om de schadelijkheid van chemische stoffen te onderzoeken. Zeventien voldoen gedeeltelijk, de meerderheid (34) is van zo'n slechte kwaliteit dat ze waardeloos zijn.

Tot die conclusie komen twee Oostenrijkse toxicologen, Armen Nersesyan en Siegfried Knasmueller, professoren van het kankerinstituut van de Medische Universiteit van Wenen. Dat werpt (opnieuw) grote vragen op over hoe streng of hoe laks de autoriteiten, de Duitse overheidsdienst Bundesamt für Risikobewertung (BfR) en het EFSA, tewerkgingen bij de risicobeoordeling van het bestrijdingsmiddel. Een vraag die opnieuw actueel wordt, nu glyfosaat opnieuw beoordeeld moet worden.

Roundup

Glyfosaat, het belangrijkste bestandmiddel van onkruidverdelger Roundup, mag in Europa nog altijd verkocht worden. Die beslissing door het Europees Voedselagentschap (EFSA) in 2017 was omstreden. Het Europees Parlement was het er niet mee eens en ook niet alle EU-landen zaten op dezelfde lijn. Het EFSA oordeelde dat glyfosaat niet kankerverwekkend was voor de mens, terwijl het internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek IARC van de WHO oordeelde dat het dat 'waarschijnlijk' wel was. Het EFSA nam zijn beslissing op basis van geheime wetenschappelijke studies die de industrie had aangeleverd. Volgens het EFSA moesten die studies geheim blijven om de commerciële belangen van de bedrijven die de studies lieten uitvoeren, zoals Monsanto en Bayer, te beschermen.

Europees Hof

Daarop stapten vier EU-parlementsleden, onder wie Bart Staes (Groen), naar het Europees Hof van Justitie. Dat oordeelde dat de studies openbaar moesten worden gemaakt. EFSA stelde ze onder meer ter beschikking van Sumofus, een ngo die campagnes voert om bedrijven verantwoordelijk te houden voor zaken als klimaatverandering, mensenrechten en corruptie. Op vraag van Sumofus onderzochten de twee Oostenrijkse toxicologen of EFSA op basis van de studies een zinvol oordeel kon vellen over de kwestie of glyfosaat kankerverwekkend is. Het antwoord is overtuigend negatief.

Volgens het onderzoek nam het EFSA genoegen met studies van lage kwaliteit, werden eenvoudige labtests verkozen boven studies met proefdieren en werd het onderzoek ook gericht op verkeerde organen. EFSA zelf laat weten dat ze nog niet kan reageren op de studies/nieuwe analyse van Knasmueller.

Van de 53 studies waarop het Europees voedselagentschap (EFSA) zich baseerde om het meest gebruikte bestrijdingsmiddel glyfosaat toe te laten op de Europese markt, zijn er maar twee die volledig voldoen aan de normen die internationaal vastgelegd zijn om de schadelijkheid van chemische stoffen te onderzoeken. Zeventien voldoen gedeeltelijk, de meerderheid (34) is van zo'n slechte kwaliteit dat ze waardeloos zijn. Tot die conclusie komen twee Oostenrijkse toxicologen, Armen Nersesyan en Siegfried Knasmueller, professoren van het kankerinstituut van de Medische Universiteit van Wenen. Dat werpt (opnieuw) grote vragen op over hoe streng of hoe laks de autoriteiten, de Duitse overheidsdienst Bundesamt für Risikobewertung (BfR) en het EFSA, tewerkgingen bij de risicobeoordeling van het bestrijdingsmiddel. Een vraag die opnieuw actueel wordt, nu glyfosaat opnieuw beoordeeld moet worden. Glyfosaat, het belangrijkste bestandmiddel van onkruidverdelger Roundup, mag in Europa nog altijd verkocht worden. Die beslissing door het Europees Voedselagentschap (EFSA) in 2017 was omstreden. Het Europees Parlement was het er niet mee eens en ook niet alle EU-landen zaten op dezelfde lijn. Het EFSA oordeelde dat glyfosaat niet kankerverwekkend was voor de mens, terwijl het internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek IARC van de WHO oordeelde dat het dat 'waarschijnlijk' wel was. Het EFSA nam zijn beslissing op basis van geheime wetenschappelijke studies die de industrie had aangeleverd. Volgens het EFSA moesten die studies geheim blijven om de commerciële belangen van de bedrijven die de studies lieten uitvoeren, zoals Monsanto en Bayer, te beschermen. Daarop stapten vier EU-parlementsleden, onder wie Bart Staes (Groen), naar het Europees Hof van Justitie. Dat oordeelde dat de studies openbaar moesten worden gemaakt. EFSA stelde ze onder meer ter beschikking van Sumofus, een ngo die campagnes voert om bedrijven verantwoordelijk te houden voor zaken als klimaatverandering, mensenrechten en corruptie. Op vraag van Sumofus onderzochten de twee Oostenrijkse toxicologen of EFSA op basis van de studies een zinvol oordeel kon vellen over de kwestie of glyfosaat kankerverwekkend is. Het antwoord is overtuigend negatief. Volgens het onderzoek nam het EFSA genoegen met studies van lage kwaliteit, werden eenvoudige labtests verkozen boven studies met proefdieren en werd het onderzoek ook gericht op verkeerde organen. EFSA zelf laat weten dat ze nog niet kan reageren op de studies/nieuwe analyse van Knasmueller.