Dirk Rochtus staat stil bij het voorzitterschap van de Europese Raad, dat vanaf donderdag 8 januari in handen is van Cyprus.
Tijdens een officiële plechtigheid neemt de Republiek Cyprus nu woensdag de voorzittershamer van de Europese Raad over van Denemarken. Dat doet ze voor de tweede keer sinds haar toetreding tot de Europese Unie (EU) op 1 mei 2004. En weer gebeurt dat in woelige tijden. De eerste keer was in de tweede helft van 2012, in de naweeën van de eurocrisis. Nu richt Cyprus de focus op de globale problemen waarmee de EU zich geconfronteerd ziet, zeker in haar onmiddellijke omgeving.
Ook andere uitdagingen wachten de kersverse voorzitter zoals die komen aanzetten vanuit Washington en Beijing. Om nog maar te zwijgen van de interne problemen waarmee het ‘eiland van Aphrodite’ worstelt.
Die begonnen al kort na de onafhankelijkheidsverklaring van 16 august 1960. Op het eiland dat sinds het einde van de 16de eeuw deel uitmaakte van het Osmaanse Rijk en van 1925 tot 1960 officieel een Britse kroonkolonie was, woonden Grieks- en Turks-Cyprioten verspreid over het hele grondgebied naast elkaar. De Republiek Cyprus zorgde voor een verdeelsleutel bij de politieke vertegenwoordiging van de beide bevolkingsgroepen. Toen Grieks-Cypriotische militairen in de zomer van 1974 een putsch pleegden met de bedoeling het eiland aan te hechten bij Griekenland, kwam Turkije in actie om die ‘enosis’ te verhinderen. Turkse troepen vielen op 20 juli van dat jaar binnen in het noorden van het eiland. De Turkse regering beriep zich op het Garantieakkoord van Londen uit 1959 dat een ingrijpen rechtvaardigt wanneer de ene of de andere partij de constitutionele orde van Cyprus met geweld – in casu een putsch – zou willen veranderen. De bezetting van bijna een derde van het eiland leidde tot de internationale veroordeling van Turkije. De gevolgen van de invasie waren ook dramatisch: Grieks-Cyprioten die in het noorden woonden, vluchtten naar het zuiden, Turks-Cyprioten sloegen in de omgekeerde richting op de vlucht.
De Republiek Cyprus omvat volkenrechtelijk het hele eiland, maar heeft de facto geen zeggingskracht over het noordelijke gedeelte ervan. Haar regering zetelt in het zuidelijke, Grieks-Cypriotische deel. In het noorden hebben de Turken in november 1983 een eigen staat opgericht, de Turkse Republiek van Noord-Cyprus (TRNC). Die wordt door niemand erkend, behalve dan door Turkije.
Sindsdien hebben opeenvolgende presidenten van de Republiek Cyprus en de TRNC talloze gesprekken met elkaar gevoerd in de hoop de staatkundige knoop te ontwarren. Even gloorde er in april 2004 hoop op een hereniging in federale zin dankzij het plan van Kofi Annan, toentertijd secretaris-generaal van de Verenigde Naties. De goedkeuring hing af van referenda in beide delen. De meerderheid van de Turks-Cyprioten gaf haar zegen aan het plan, 75 % van de Grieks-Cyprioten verwierp het echter. Daarmee bleef het plan dode letter. Een week later trad de Republiek Cyprus toe tot de EU. Voor de ontgoochelde Turken was de maat vol. Ze zetten vanaf dan in op een tweestaten-oplossing, of eventueel een confederatie.
De presidentsverkiezingen van oktober 2025 in de TRNC zouden misschien een ommekeer kunnen inluiden. De favoriet van de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan moest de duimen leggen voor de sociaaldemocraat Tufan Erhürman, en die gelooft nu net wel in een federale oplossing, de creatie van een bondsstaat met een Grieks-Cypriotische en een Turks-Cypriotische deelstaat. Erhürman wil de dialoog met zijn Grieks-Cypriotische tegenhanger hervatten om Turks-Cyprus uit het isolement te bevrijden.
Zijn verlangen naar toenadering tot de Europese Unie valt als het ware samen met het prille Raadsvoorzitterschap van de Republiek Cyprus.
De Grieks-Cypriotische president Nikos Christodoulides benoemt ‘strategische autonomie’ van de EU – minder afhankelijk zijn voor defensie van Amerika, voor energie van Rusland en voor grondstoffen van China –, toenadering van de EU tot het Nabije Oosten en het aanpakken van de dagelijkse zorgen van de mensen als de ambities van het voorzitterschap. Dat zijn allemaal zaken waar ook Turkije baat bij heeft. Cyprus organiseert op 23 april een top waarop de regeringsleiders en staatshoofden van de EU en van landen uit het Midden-Oosten zijn uitgenodigd.
Ook de Turkse president krijgt een uitnodiging in de bus. Christodoulides zegt in een interview met de Duitse openbare omroep Erdoğan zelfs persoonlijk op de luchthaven te willen ontvangen, zozeer hoopt hij op diens toezegging. Hij verdedigt ook de toenadering van Turkije tot de EU. Erhürman van zijn kant wil Erdoğan winnen voor zijn federale droom.
Het is bemoedigend dat Christodoulides de patstelling wil doorbreken, zowel binnen Cyprus als tussen de EU en Turkije. Een federale optie voor Cyprus zou alle burgers van het eiland ten goede komen. Ze hebben teveel met elkaar gemeen opdat ze te allen tijde verbitterd tegenover elkaar zouden blijven staan.
De dingen op de spits drijven, geen oog hebben voor de belangen van de tegenpartij, zijn in de ware zin van het woord verspilde energie. De ambities van Christodoulides en die van Erhürman vormen het bewijs dat dialoog, redelijkheid en respect voor de andere de sleutel tot vrede en verzoening vormen.
Nu Cyprus voorzitter van de Europese Raad is voor een half jaar, kan die geest van toenadering andere Europese politici tot lering strekken.