Europa moet zelf met Rusland onderhandelen, menen Frankrijk, Finland en Italië. Maar zolang Europa zijn prioriteiten niet eerst op orde krijgt, heeft dat weinig zin, schrijft Knack-redacteur Kamiel Vermeylen.
Mario Draghi. De naam valt veel. Iets te veel. Telkens wanneer er een Europese topfunctie vrijkomt – of lijkt vrij te komen – wordt de Italiaanse ex-premier en voormalige topman van de Europese Centrale Bank genoemd als kandidaat. Alweer is het van dat. De Italiaanse premier Giorgia Meloni en de Franse president Emmanuel Macron willen dat de EU rechtstreeks met het Kremlin onderhandelt over een einde van de oorlog in Oekraïne. Daarvoor is een nieuwe Europese speciale vertegenwoordiger nodig, klinkt het ook in Finland, en wie anders dan de doorgewinterde Draghi is daarvoor geschikt, zei een Italiaanse senator zaterdag tegen Il Foglio.
Sinds de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis laat de EU de onderhandelingen met het Kremlin hoofdzakelijk over aan de Amerikaanse president, die zijn belofte om de oorlog nog voor de start van zijn tweede ambtstermijn te stoppen niet kon waarmaken. Dat brengt risico’s met zich mee. Niet zelden dienen Trump, en diens ondernemer-gezant Steve Witkoff, tijdens zulke onderhandelingen de belangen van de Russische president Vladimir Poetin. Telkens moeten de Europese leiders en Oekraïens president Volodymyr Zelensky achteraf alle zeilen bijzetten om bij te sturen – voorlopig met succes.
Gunst
Niet zonder reden stellen Rome en Parijs dat het zo niet verder kan, zeker nu Trump steeds nadrukkelijker de Amerikaanse belangen vooropstelt, zoals met Groenland en Denemarken. ‘Europa heeft een gecoördineerde aanpak nodig, of we lopen het risico Poetin een gunst te verlenen’, aldus Meloni. Volgens Macron, die vorige maand telefoneerde met Poetin, zou die laatste hebben aangegeven dat hij met Europa in gesprek wil gaan. Dat laatste mag met een korrel zout genomen worden, want op het moment van de feiten wilde zowel de EU als Rusland aan Trump het signaal geven vrede na te streven.
Een plek aan tafel opeisen moet aan Washington en Moskou duidelijk maken dat de EU voor zichzelf opkomt, aldus Rome en Parijs. Maar of een Europese vertegenwoordiger daar verandering in zal brengen, is maar de vraag – zelfs als de 78-jarige ‘Super Mario’ in het spel komt. In principe is voorzitter van de Europese Raad Antonio Costa bevoegd als het over het Europese veiligheids- en buitenlandbeleid gaat. Vanuit de Commissie wordt hij bijgestaan door de Hoge Vertegenwoordiger van het Europese Buitenlandbeleid Kaja Kallas, maar de Estse ex-premier geniet niet overal in de EU het vertrouwen – laat staan in Rusland.
Maar voorlopig zijn het slechts enkele Europese staatshoofden en regeringsleiders die af en toe met Poetin in gesprek gaan. Macron deed het enkele weken geleden per telefoon, Hongaars premier Viktor Orbán trok in november nog naar Moskou. En dat tot onvrede van enkele Oost-Europese kopstukken, die al jarenlang benadrukken dat Poetin eerst op Oekraïense én eigen bodem moet worden verzwakt, zodat hij zich genoodzaakt ziet om aan tafel verregaande toegevingen te doen. Momenteel blijft de Russische president namelijk botweg vasthouden aan de eisen die hij stelde aan de vooravond van zijn grootschalige invasie, klinkt het.
Geldbuidel
De discussie over een Europese speciale vertegenwoordiger is dan ook naast de kwestie. Welk budget, laat staan welk mandaat, zou de persoon in kwestie krijgen? Ook na vier jaar oorlog lopen de opvattingen over de Europese aanpak tegenover Rusland en Oekraïne nog danig uit elkaar. In Noord- en Oost-Europa, van Nederland over Scandinavië tot aan Polen, trekt men de geldbuidel voor Oekraïne open. Elders, ook in België, blijft het bij een stuiver. Zelensky moet met de pet rondgaan telkens als Oekraïne het water aan de lippen staat, zo beschreef premier Bart De Wever (N-VA) de situatie eind september in de Kamer.
En hoewel het gros van de EU-leiders zopas heeft besloten om 90 miljard euro te lenen om Oekraïne twee jaar te blijven steunen – een bedrag dat niet zal volstaan – wil Frankrijk in tegenstelling tot Duitsland en Nederland dat die middelen uitsluitend worden gebruikt voor militaire aankopen in Europa. Wel wil Berlijn dat het bedrag in de eerste plaats naar defensiebedrijven gaat in lidstaten die de meeste steun aan Oekraïne hebben geleverd – voor de sector in België en Frankrijk niet bepaald een goede zaak. Het zijn allemaal zaken die in Rusland weinig indruk maken, en daar zal een speciale vertegenwoordiger weinig aan veranderen.
Vraag het maar aan Luigi Di Maio, de voormalige Italiaanse buitenlandminister die EU-vertegenwoordiger werd voor het Midden-Oosten vlak voor de terreuraanslag van Hamas en de Israëlische oorlog in de Gazastrook. Net zoals de VN-gezant voor het vredesproces in het Midden-Oosten Sigrid Kaag, die intussen ontslag nam wegens een gebrek aan impact, kreeg Di Maio er niets klaargespeeld – met een verdeelde EU achter zich. Dat zal ten opzichte van Poetin niet anders zijn. Aan kleine ideetjes ontbreekt het de EU-bubbel klaarblijkelijk niet. Aan strategie en gebundeld eigenbelang des te meer. En zo denkt Draghi zelf er ook over.