1967 was het jaar waarin The Doors het onsterfelijke Light My Fire uitbrachten en Sean Connery met stijl de wereldvrede verdedigde in You Only Live Twice. 1967 was ook het jaar waarin de Belgische buitenlandminister Pierre Harmel zijn bijdrage aan de wereldvrede trachtte te leveren door te pleiten voor een pragmatische opstelling ten opzichte van de Sovjet-Unie. De verzuchting van België om niet verstrikt te raken in een grootmachtenconflict komt vandaag opnieuw terug.
...

1967 was het jaar waarin The Doors het onsterfelijke Light My Fire uitbrachten en Sean Connery met stijl de wereldvrede verdedigde in You Only Live Twice. 1967 was ook het jaar waarin de Belgische buitenlandminister Pierre Harmel zijn bijdrage aan de wereldvrede trachtte te leveren door te pleiten voor een pragmatische opstelling ten opzichte van de Sovjet-Unie. De verzuchting van België om niet verstrikt te raken in een grootmachtenconflict komt vandaag opnieuw terug. Hoewel Pierre Harmel in onze diplomatie een mythische status geniet, was zijn doctrine in 1967 geen succes. Amper had hij zijn rapport voor de NAVO voltooid of Sovjetleider Leonid Brezjnev verhardde zijn beleid. In 1968 beval hij een inval in Tsjechoslowakije en zwoer hij zich te bemoeien indien andere socialistische landen bedreigd zouden worden. Toen Moskou in 1972 de Europese Gemeenschap erkende, was dat een manoeuvre om een wig te drijven binnen de NAVO. Verzoeken van kleine landen om het rustiger aan te doen, maken doorgaans niet veel indruk op de titanen. Sommigen houden vol dat de situatie vandaag anders is door de economische verwevenheid. Maar het ligt in de aarde van de machtspolitiek dat grote spelers proberen om die verwevenheid te domineren - wat de Amerikanen de voorbije decennia deden. In een ander scenario proberen ze de onderlinge afhankelijkheid af te bouwen - wat Trump wilde, Xi Jinping beoogt en zelfs de regering-Biden voor een stuk zal nastreven. Wanneer grootmachten hun strijdposities innemen, primeert altijd de economische zelfredzaamheid. Het beste scenario voor ons land is dat de tweestrijd tussen China en de VS leidt tot een versterking van Europa. De Europese instellingen hebben er alvast een slogan voor: 'open strategische autonomie'. In de praktijk offert Europa alleen maar meer van zijn autonomie op door een problematisch energiebeleid, door een gebrek aan ambitie om minder afhankelijk te worden van de techgiganten, en door cruciale industrieën met handen en voeten aan China te binden. Om nog maar te zwijgen over defensie. Europa bezigt de taal van de realpolitik, maar toont het gedrag van een sjacheraar.De NAVO-optie is evenmin evident. Het Europese wantrouwen ten opzichte van de VS is aanzienlijk. Dat heeft deels te maken met de erfenis van Donald Trump, maar ook met meer fundamentele geopolitieke en economische verschillen. De Franse president Emmanuel Macron verklaarde de NAVO hersendood. Bondskanselier Angela Merkel opperde dat de tijd waarin Amerika en Europa volwaardig op elkaar konden rekenen, tot op zekere hoogte voorbij is. Die tijd is er nooit echt geweest. Ondanks meer empathie van de regering-Biden is het niet waarschijnlijk dat er betere tijden zullen aanbreken. In een context van nieuwe grootmachtenpolitiek zal België dus zelf moeten waken over zijn nationale belangen. Ook kleine landen moeten een machtspolitiek voeren. Ook kleine landen moeten waken over hun soevereiniteit en die van de volgende generaties. Openheid en samenwerking zijn daarbij geen doel op zich. Wat telt, is wat we uit internationale samenwerking halen: niet alleen het spel spelen, maar ook winnen. In het economische domein betekent dit dat een staat bedrijven ondersteunt in de mate dat zij het algemeen belang dienen. Niet omgekeerd. Machtspolitiek moet ook gekoppeld worden aan waarden. Een staat die grondwettelijke waarden niet in zijn buitenlandbeleid verdedigt, ondermijnt de legitimiteit van die waarden in het binnenlandbeleid. Je kunt niet de ene dag de lofzang afsteken over democratie en ze de andere dag helpen begraven. We hoeven onze waarden niet op te leggen, maar we moeten wel voorkomen dat we door onevenwichtige relaties normatieve tegenstrevers versterken. Waarden zijn de zachte kern van de macht. Tot slot mogen we de strubbelingen in ons buitenlandbeleid niet uitsluitend toeschrijven aan een 'communautaire symbolenstrijd', waar Peter Moors, rechterhand van onze premier, het eerder over had. De processen rond de Nationale Veiligheidsraad en ook binnen departementen om te waken over onze belangen worden ook in deze regering nog steeds belemmerd door grillige tussenkomsten van kabinetten. De werkwijze om te komen tot een nationale veiligheidsstrategie blijft vaag. De beste manier om niet tussen de grootmachten verstrikt te raken, is krachtig en wendbaar te blijven.