Het Europees Parlement, waar Puigdemont, Comin en Ponsanti bij de Europese verkiezingen van 2019 een zitje hadden bemachtigd, had in maart de parlementaire onschendbaarheid van de drie opgeheven. Het Spaanse gerecht wil de naar België en Schotland gevluchte politici voor hun betrokkenheid bij het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum van 1 oktober 2017 berechten.

Puigdemont, Comin en Ponsanti waren tegen die beslissing naar het Gerecht van de Europese Unie gestapt. Daar hadden ze zowel een procedure opgestart om de beslissing van het Europees Parlement te vernietigen als een procedure in kort geding om die beslissing te schorsen. Ze vreesden immers dat ze onmiddellijk opgepakt zouden kunnen worden wanneer ze bijvoorbeeld zouden afreizen naar het Europees Parlement in het Franse Straatsburg.

'Niets laat uitlevering vermoeden'

In die laatste procedure had de vicevoorzitter van het Gerecht begin juni besloten de opheffing van de onschendbaarheid voorlopig te schorsen, maar vrijdag besloot de vicevoorzitter het verzoek tot opschorting toch af te wijzen. 'Niets laat toe om te overwegen dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten of de autoriteiten van een andere lidstaat de Europese aanhoudingsbevelen tegen de parlementsleden zouden uitvoeren en hen uitleveren aan de Spaanse autoriteiten', zo stelt het Gerecht vrijdag.

Daarmee komt een einde aan de procedure in kort geding. Ondanks de verwerping van het verzoek kunnen de drie Catalanen volgens het Gerecht nog steeds een nieuw verzoek indienen indien zou blijken dat een lidstaat hen daadwerkelijk zou arresteren of concrete stappen zou ondernemen om hen uit te leveren aan Spanje. In België en het Verenigd Koninkrijk lopen nog steeds juridische procedures die moeten uitwijzen of de autoriteiten al dan niet gevolg moeten geven aan de Europese aanhoudingsbevelen die het Spaanse gerecht tegen het drietal heeft uitgevaardigd. De juridische veldslag is alleszins nog niet ten einde. Zo is er nog steeds geen definitieve beslissing over de immuniteit van het drietal.

Het Europees Parlement, waar Puigdemont, Comin en Ponsanti bij de Europese verkiezingen van 2019 een zitje hadden bemachtigd, had in maart de parlementaire onschendbaarheid van de drie opgeheven. Het Spaanse gerecht wil de naar België en Schotland gevluchte politici voor hun betrokkenheid bij het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum van 1 oktober 2017 berechten.Puigdemont, Comin en Ponsanti waren tegen die beslissing naar het Gerecht van de Europese Unie gestapt. Daar hadden ze zowel een procedure opgestart om de beslissing van het Europees Parlement te vernietigen als een procedure in kort geding om die beslissing te schorsen. Ze vreesden immers dat ze onmiddellijk opgepakt zouden kunnen worden wanneer ze bijvoorbeeld zouden afreizen naar het Europees Parlement in het Franse Straatsburg. In die laatste procedure had de vicevoorzitter van het Gerecht begin juni besloten de opheffing van de onschendbaarheid voorlopig te schorsen, maar vrijdag besloot de vicevoorzitter het verzoek tot opschorting toch af te wijzen. 'Niets laat toe om te overwegen dat de Belgische gerechtelijke autoriteiten of de autoriteiten van een andere lidstaat de Europese aanhoudingsbevelen tegen de parlementsleden zouden uitvoeren en hen uitleveren aan de Spaanse autoriteiten', zo stelt het Gerecht vrijdag. Daarmee komt een einde aan de procedure in kort geding. Ondanks de verwerping van het verzoek kunnen de drie Catalanen volgens het Gerecht nog steeds een nieuw verzoek indienen indien zou blijken dat een lidstaat hen daadwerkelijk zou arresteren of concrete stappen zou ondernemen om hen uit te leveren aan Spanje. In België en het Verenigd Koninkrijk lopen nog steeds juridische procedures die moeten uitwijzen of de autoriteiten al dan niet gevolg moeten geven aan de Europese aanhoudingsbevelen die het Spaanse gerecht tegen het drietal heeft uitgevaardigd. De juridische veldslag is alleszins nog niet ten einde. Zo is er nog steeds geen definitieve beslissing over de immuniteit van het drietal.