Na een strijd van drie jaar haalde de Spaanse ngo Access Info Europe vorige zomer zijn slag thuis: op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kreeg de ngo toegang tot de financiële verslagen van officiële missies van de Eurocommissarissen in 2016. Uit de documenten bleek dat de duurste missie op naam stond van Federica Mogherini, hoge EU-vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Voor topontmoetingen in Azerbeidzjan en Armenië maakte ze gebruik van een gecharterd vliegtuig, een luchttaxi in het jargon. Kostprijs: ruim 75.000 euro.
...

Na een strijd van drie jaar haalde de Spaanse ngo Access Info Europe vorige zomer zijn slag thuis: op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kreeg de ngo toegang tot de financiële verslagen van officiële missies van de Eurocommissarissen in 2016. Uit de documenten bleek dat de duurste missie op naam stond van Federica Mogherini, hoge EU-vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Voor topontmoetingen in Azerbeidzjan en Armenië maakte ze gebruik van een gecharterd vliegtuig, een luchttaxi in het jargon. Kostprijs: ruim 75.000 euro. In januari 2018 startte Access Info Europe een nieuw Wob-offensief, ditmaal gericht aan 7 EU-instellingen (zoals de Europese Rekenkamer) en 47 EU-agentschappen, dat zijn organen die in de uitvoering van het EU-beleid telkens één specifieke taak verrichten. Bekende voorbeelden zijn Eurojust, het grensbewakingsagentschap Frontex, het Geneesmiddelenagentschap en het Europees Defensieagentschap. De Spaanse ngo vroeg voor het jaar 2016 de officiële missiekosten van de directeurs of voorzitters op (vervoer, hotel, dagvergoeding), én info over plaats van vertrek, bestemming en reisdata. Het goede nieuws is dat de EU-agentschappen en -instellingen massaal zijn ingegaan op de vraag. Liefst 50 maakten de informatie publiek: 2 doen dat sowieso uit eigen beweging (de Ombudsman en de Dienst voor Extern Optreden) en 48 antwoordden positief op het Wob-verzoek. Twee agentschappen ( Europol en energieregulatoren-agentschap ACER) ontvingen de vraag naar eigen zeggen niet, maar stellen bereid te zijn de openbaarheidswetgeving toe te passen. Het EURATOM Supply Agency weigerde als enige aangeschreven agentschap de bestuursdocumenten vrij te geven, verwijzend naar de 'bescherming van de privacy en integriteit' van zijn functionarissen. Het agentschap voor Netwerk- en Informatieveiligheid ( ENISA) ten slotte meldde net voor het ter perse gaan dat het de gevraagde documenten 'zo snel mogelijk' zal vrijgeven. 'Ik ben blij om te zien dat zo veel agentschappen bereid waren de informatie vrij te geven, en dat het zo'n makkelijk proces bleek', zegt Luisa Izuzquiza van Access Info Europe, die de Wob-verzoeken indiende. 'Met de Commissie verliep dat veel moeilijker, al maken de Eurocommissarissen sinds begin dit jaar zelf wel alle reiskosten publiek. Maar het is goed vast te stellen dat de EU-agentschappen inzien dat transparantie en verantwoording belangrijk zijn en tot hun opdracht behoren. Het gaat tenslotte om publieke uitgaven.' Volgens Helen Darbishire, directrice van Info Access Europe, zouden de EU-agentschappen nog één stap verder kunnen gaan. 'Namelijk door de informatie spontaan te publiceren, zoals de Europese Ombudsman en de Commissie al doen. Dat is ook wat wij aanbevelen.' Beleidsmedewerker Nick Aiossa van de ngo Transparency International EU is 'zowel verrast als aangemoedigd' door de positieve respons van de 50 EU-agentschappen. 'Net als de onderzoeksjournalisten van The MEPs Project hebben wij in het verleden de extra kosten van de Europarlementsleden opgevraagd. Het Europees Parlement weigert nog altijd om die vrij te geven. Hopelijk kan de transparante houding van de EU-agentschappen het beleid van het Europees Parlement beïnvloeden.' De zaak die de journalisten van The MEPs Project hierover in 2015 aanhangig maakten bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg is nog altijd in behandeling. Nog meer goed nieuws. Niet alleen rapporteren de EU-agentschappen en -instellingen transparant. Uit de vrijgegeven documenten blijkt bovendien dat de publieke middelen voor de buitenlandse missies in het algemeen correct besteed worden. Knack analyseerde de honderden kostennota's en vond nauwelijks voorbeelden van exuberante uitgaven. Geen enkele directeur maakte bijvoorbeeld gebruik van dure luchttaxi's. En als er al eens een opmerkelijke uitgave opdook - zoals een taxirit van 585 euro - dan bleek daarvoor een heel goede uitleg te bestaan. Na de terreuraanslagen van 22 maart 2016 zat de directrice van het in Spanje gevestigde Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) vast in België. Een taxi naar de luchthaven van Düsseldorf, waar ze nog een vlucht had gevonden, bleek de enige oplossing. 'Uitzonderlijke omstandigheden verantwoorden deze hoge uitgave', klinkt het bij het agentschap. Het gros van de buitenlandse missies van de vijftig EU-topfunctionarissen vond plaats binnen de EU zelf. De meeste trips schommelden tussen enkele honderden en enkele duizenden euro's. De allerduurste reizen staan op naam van Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank. In 2016 ondernam de Italiaanse topman 37 buitenlandse missies. Driekwart daarvan kostte minder dan 4000 euro. Vier trips vielen duurder uit dan 20.000 euro. Een vierdaags bezoek aan New York en Washington bijvoorbeeld, voor meetings met onder meer het IMF en de ministers van Financiën van de G20, kostte 21.333 euro. Een driedaags bezoek aan Sendai (Japan) voor een ontmoeting met gouverneurs van de centrale banken van de G7 liep op tot liefst 28.159 euro. En ook trips naar een andere G20-samenkomst in Chengdu (China) en een gecombineerde Washington-Rome-missie kostten elk meer dan 22.000 euro. In die prijs zitten telkens de vervoers- en verblijfskosten, dagvergoedingen en eventuele veiligheidskosten. 'De Europese Centrale Bank maakt gebruik van commerciële vluchten voor haar bestuurders en staf', reageert een woordvoerder. 'We betalen de standaard marktprijs voor vliegtuigtickets. De reisarrangementen van de voorzitter moeten de grootst mogelijke flexibiliteit en veiligheid toelaten - denk aan vluchten herboeken op korte termijn, of bijkomende veiligheidsprocedures tijdens het boarden. Voor langeafstandsvluchten naar grote internationale bijeenkomsten kunnen ticketprijzen in alle klassen hoog uitvallen vanwege de grote vraag.' Over de kosten voor veiligheidsmaatregelen zegt de woordvoerder dat het gaat om 'specifieke diensten van luchthavens voor hooggeplaatste ambtenaren, en die zijn niet gratis.' Sommige toplui van EU-agentschappen en -instellingen kwamen in 2016 haast niet buiten. Zo deed de directeur van het Uitvoerend Agentschap voor Onderzoek helemaal géén buitenlandse missies, bracht de topman van het Uitvoerend agentschap voor KMO's één enkel bezoek aan Berlijn, en vervulde zijn collega van het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad amper vier keer een officiële opdracht in het buitenland. Daartegenover staan de kilometervreters. De voorzitters van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en van het Comité van de Regio's (CvdR) maakten in 2016 elk zowat 90 buitenlandse trips. Daarbij moet wel vermeld dat heel wat van die missies bezoeken vanuit hun thuisbasis aan Brussel betroffen. De Griekse syndicalist Georges Dassis, in 2016 nog voorzitter van het EESC ('de stem van het georganiseerde middenveld in Europa'), bezocht 16 landen, goed voor een totaal (transport, hotel, dagvergoeding) van 135.895 euro. De Finse politicus Markku Markkula, in 2016 nog voorzitter van het CvdR ('de stem van de regio's en steden in de EU'), deed 20 landen aan, goed voor in totaal 144.237 euro. Beiden ontvingen voor hun taken als voorzitter wel geen vergoeding uit het EU-budget. Markku Markkula reageert dat het Comité van de Regio's alle steden en regio's in Europa vertegenwoordigt. 'De voorzitter moet lokale activiteiten op lokaal niveau ondersteunen en aanmoedigen. Daarvoor dienen net de missies.' Hij legt ook uit dat 'nadenken over Europa' een van de belangrijkste activiteiten van het comité is. 'In dialoog treden met de burger behoort tot de opdrachten van de voorzitter. Ik werd ook regelmatig uitgenodigd als spreker op allerhande conferenties en events in alle delen van Europa.' Een woordvoerder van het EESC laat weten dat het tot Dassis' takenpakket als voorzitter behoorde 'om missies uit te voeren om de banden van het EESC en uitwisseling met het middenveld te promoten, zowel binnen als buiten de EU. Reizen maakte daar deel van uit.'