Nobelprijswinnaar voor de Vrede Abiy startte in november vorig jaar een offensief tegen de separatistische rebellen van het Tigray People's Liberation Front (TPLF). Het Ethiopische regeringsleger kreeg daarvoor steun uit onder meer Eritrea, het buurland dat grenst aan Tigray. De separatisten in Tigray leven al veel langer op gespannen voet met hun Eritrese buren. Addis Abeba verklaarde het conflict eind november voor beëindigd, maar de gevechten gaan intussen wel nog altijd door. Intussen werd het Eritrese leger er al meermaals van beschuldigd bloedbaden aangericht te hebben en seksueel geweld te plegen op de burgerbevolking.

Maandenlang weigerden Addis Abeba en Asmara toe te geven dat Eritrea actief was in Tigray, maar uit getuigenissen van slachtoffers, mensenrechtenorganisaties, diplomaten en zelfs enkele militaire en burgerlijke verantwoordelijken uit Ethiopië was al langer duidelijk dat dat niet klopte. Volgens Eritrea zijn de TPLF-troepen 'grotendeels teruggedrongen', is te lezen in de brief van de Eritrese VN-ambassadeur. Daarom hebben de twee landen 'gezamenlijk beslist om de terugtrekking te beginnen van de Eritrese troepen en tegelijk de Ethiopische soldaten opnieuw te ontplooien langs de grens tussen de twee landen'.

Een en ander heeft mogelijk te maken met de scherpe veroordeling van Marc Lowcock, topman van de humanitaire tak van de VN, donderdag tijdens een vergadering van de VN-Veiligheidsraad achter gesloten deuren. Er is 'geen enkel bewijs' voor de terugtrekking van het Eritrese leger, zei Lowcock. 'Humanitaire medewerkers blijven nieuwe wreedheden signaleren die volgens hen gepleegd worden door Eritrese soldaten.' Volgens de Eritrese VN-ambassadeur kloppen die inlichtingen niet. Eritrea en Ethiopië vochten op het eind van de jaren 90 een bloedige oorlog uit. Toen domineerde het TPLF de macht in Ethiopië.

Nobelprijswinnaar voor de Vrede Abiy startte in november vorig jaar een offensief tegen de separatistische rebellen van het Tigray People's Liberation Front (TPLF). Het Ethiopische regeringsleger kreeg daarvoor steun uit onder meer Eritrea, het buurland dat grenst aan Tigray. De separatisten in Tigray leven al veel langer op gespannen voet met hun Eritrese buren. Addis Abeba verklaarde het conflict eind november voor beëindigd, maar de gevechten gaan intussen wel nog altijd door. Intussen werd het Eritrese leger er al meermaals van beschuldigd bloedbaden aangericht te hebben en seksueel geweld te plegen op de burgerbevolking. Maandenlang weigerden Addis Abeba en Asmara toe te geven dat Eritrea actief was in Tigray, maar uit getuigenissen van slachtoffers, mensenrechtenorganisaties, diplomaten en zelfs enkele militaire en burgerlijke verantwoordelijken uit Ethiopië was al langer duidelijk dat dat niet klopte. Volgens Eritrea zijn de TPLF-troepen 'grotendeels teruggedrongen', is te lezen in de brief van de Eritrese VN-ambassadeur. Daarom hebben de twee landen 'gezamenlijk beslist om de terugtrekking te beginnen van de Eritrese troepen en tegelijk de Ethiopische soldaten opnieuw te ontplooien langs de grens tussen de twee landen'. Een en ander heeft mogelijk te maken met de scherpe veroordeling van Marc Lowcock, topman van de humanitaire tak van de VN, donderdag tijdens een vergadering van de VN-Veiligheidsraad achter gesloten deuren. Er is 'geen enkel bewijs' voor de terugtrekking van het Eritrese leger, zei Lowcock. 'Humanitaire medewerkers blijven nieuwe wreedheden signaleren die volgens hen gepleegd worden door Eritrese soldaten.' Volgens de Eritrese VN-ambassadeur kloppen die inlichtingen niet. Eritrea en Ethiopië vochten op het eind van de jaren 90 een bloedige oorlog uit. Toen domineerde het TPLF de macht in Ethiopië.