Na ruim een jaar van politieke manoeuvres in Kinshasa probeert president Félix Tshisekedi definitief zijn macht te vestigen, ten koste van zijn voorganger, Joseph Kabila. Die blijft vanuit zijn uitgestrekte Congolese landerijen een schaduw werpen op de nieuwe regering. Bijna alle Kabila-getrouwen zijn nu echter uit de regering verdwenen en intussen reist Tshisekedi als een wervelwind de wereld af op zoek naar bondgenoten en investeerders. In Brussel ronkt het dat we íéts moeten doen.
...

Na ruim een jaar van politieke manoeuvres in Kinshasa probeert president Félix Tshisekedi definitief zijn macht te vestigen, ten koste van zijn voorganger, Joseph Kabila. Die blijft vanuit zijn uitgestrekte Congolese landerijen een schaduw werpen op de nieuwe regering. Bijna alle Kabila-getrouwen zijn nu echter uit de regering verdwenen en intussen reist Tshisekedi als een wervelwind de wereld af op zoek naar bondgenoten en investeerders. In Brussel ronkt het dat we íéts moeten doen. Het heeft op zich al vele experts verrast dat de politieke machtswissel voorlopig zo vreedzaam is verlopen. Dat heeft ook te maken met Tshisekedi's bereidheid om leidende figuren uit oppositiepartijen een plek te geven in zijn regering, belangrijke ministeries naar zich toe te trekken en een appel te doen op de jongeren. Een groot deel van zijn kabinet is jonger dan veertig. Hij profileert zich met de belofte om de strijd aan te binden tegen corruptie, al hebben de Congolezen die al vaker gehoord. Voorlopig lijkt de bevolking vooral blij dat het rondom de hoofdstad Kinshasa, een metropool van zo'n 17 miljoen mensen, relatief rustig blijft. De politicoloog Isidore Kwandja Ngembo gewaagde van een mogelijke stille revolutie. Economisch heeft Tshisekedi de wind nog even in de zeilen. De koper- en kobaltprijzen trekken aan, onder meer door de aanhoudende groei in de Verenigde Staten en China, alsook door de immer groeiende vraag naar de mineralen uit bijvoorbeeld de elektrische auto-industrie. Inkomsten uit mijnbouw vertegenwoordigen meer dan de helft van de overheidsinkomsten. Maar groeiende mijnbouw is allerminst een garantie op het soort van ontwikkeling waar ook de gewone Congolees van profiteert. De meest recente grondstoffenboom leverde amper wat op omdat de ertsen doorgaans onverwerkt het land uit gescheept worden en een aanzienlijk deel van de overheidsinkomsten verduisterd werden. Wordt het dit keer anders? Moeilijk te voorspellen. Een poging van Tshisekedi om buitenlandse mijnbouwbedrijven middels uitvoerbeperkingen te dwingen om ertsen ter plaatse te verwerken, miste alvast zijn doel. Op lange termijn kunnen de Congolezen ook niet blijven uitgaan van duur kobalt. Bedrijven als Tesla zoeken alternatieven en het mineraal zou weldra wel eens op grote schaal uit de oceanen gehaald kunnen worden. Het grootste vraagteken blijft de situatie in het oosten van het land, waar elk jaar nog steeds duizenden mensen omkomen door geweld en goed een miljoen mensen op de vlucht is. Als artisanale mijnwerkers nauwelijks 2 euro per dag kunnen verdienen met waanzinnig uitputtend en onveilig werk, is het lucratiever om met een kalasjnikov aan afpersing te doen of te plunderen. Er zijn nog steeds zo'n 150 gewapende groepen actief in het oosten van Congo. Deels zijn die de voortzetting van de langdurige burgeroorlog, deels gewoon een vorm van roofeconomie. Maar zonder veiligheid in het oosten van het land, blijft de positie van eender welke regering fragiel.En dan rijst de vraag of Europa daarbij kan helpen. Er wordt nagedacht over een Europese trainingsmissie en steun voor de demobilisatie van het land. Net zoals in de Sahel zouden Europese special forces ook kunnen helpen bij het bestrijden van de gewapende groepen, waaronder een zelfverklaarde aftakking van de Islamitische Staat. Eén ding staat vast: zonder Europese steun is zowel de VN- missie als het Congolese leger kansloos. Maar zelfs met Europese steun blijft het dweilen met de kraan open als er geen alternatief komt voor de roofeconomie en geen begin wordt gemaakt met de opbouw van degelijk bestuur. Een stuk kan de ervaring uit de Sahel hierbij helpen, maar het blijft een fenomenale en risicovolle opgave. En vooral: ook in de Sahel blijft de situatie uiterst precair. De macht van Europa is tevens beperkt omdat het zich economisch heeft laten passeren door China. De Chinezen hebben de Congolese mijnbouw grotendeels in handen. We zouden kunnen pogen om een duurzamer alternatief voor deze hedendaagse plundering op te zetten, met productieketens die een Europese groene industriële revolutie verbinden aan verantwoorde mijnbouw in Congo. Maar dat vergt een coördinatie en investering waar Europa allerminst klaar voor is. Realiteitszin is aangewezen. Valse verwachtingen scheppen zou de Congolezen nog meer in een desillusie drijven dan nu reeds het geval is. Tezelfdertijd zal er nooit stabiliteit in Afrika bestaan als er geen stappen worden gezet naar stabiliteit in Congo.