We ontmoeten Raed al-Saleh in Berlijn, rond middernacht. Hij heeft er een lange dag op zitten, klinkt het, vol vergaderingen met ministeries en hulporganisaties. Zijn medewerker vraagt of we het interview niet te lang willen maken, want om 5 uur moet hij alweer opstaan. Maar hijzelf werpt tegen dat hij alle tijd voor ons wil maken. 'Met koffie zal het wel lukken', zegt hij grijnzend. Het gesprek duurt uiteindelijk tot 2 uur. Hoewel hij er moe uitziet, laat Al-Saleh dat geen moment merken. Morgenvroeg keert hij terug naar Istanbul, waar hij woont met zijn vrouw en twee jonge kinderen. Het gezin verbleef lange tijd in een Syrisch vluchtelingenkamp, tot het ruim negen maanden geleden de kans kreeg om naar Turkije over te steken. Nu verdeelt Al-Saleh zijn leven tussen Europa, Istanbul en Idlib, zijn geboortegrond.
...

We ontmoeten Raed al-Saleh in Berlijn, rond middernacht. Hij heeft er een lange dag op zitten, klinkt het, vol vergaderingen met ministeries en hulporganisaties. Zijn medewerker vraagt of we het interview niet te lang willen maken, want om 5 uur moet hij alweer opstaan. Maar hijzelf werpt tegen dat hij alle tijd voor ons wil maken. 'Met koffie zal het wel lukken', zegt hij grijnzend. Het gesprek duurt uiteindelijk tot 2 uur. Hoewel hij er moe uitziet, laat Al-Saleh dat geen moment merken. Morgenvroeg keert hij terug naar Istanbul, waar hij woont met zijn vrouw en twee jonge kinderen. Het gezin verbleef lange tijd in een Syrisch vluchtelingenkamp, tot het ruim negen maanden geleden de kans kreeg om naar Turkije over te steken. Nu verdeelt Al-Saleh zijn leven tussen Europa, Istanbul en Idlib, zijn geboortegrond. Voor de revolutie in 2011 losbarstte, verdiende hij de kost als verkoper van elektronica in zijn woonplaats Jisr ash-Shugur, een stadje niet ver van de grens met Turkije. Het hevige verzet tegen president Bashar al-Assad werd hard neergeslagen door het regeringsleger. Net als een groot deel van de inwoners vluchtte Al-Saleh naar Turkije; hij ging er aan de slag als vrijwilliger in een vluchtelingenkamp. Toen de rebellen later opnieuw de controle over Idlib kregen, keerde hij terug. Hij was erbij toen in 2013 de eerste afdeling van de Syria Civil Defense (SCD) werd opgericht, de officiële naam van de Witte Helmen. In Aleppo en op andere plaatsen ontstonden gelijksoortige burgerinitiatieven. Een jaar later werd besloten de krachten van de verschillende locaties te bundelen en er één organisatie van te maken, met een kantoor in elke getroffen provincie. Al-Saleh was een van de coördinatoren. Inmiddels is Al-Saleh het hoofd van een organisatie met ruim 3000 medewerkers op het terrein. De SCD kan op miljoenen euro's financiële steun rekenen van over de hele wereld en werd twee keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. In 2017 stond Al-Saleh op de lijst met de 100 Most Influential People van het Amerikaanse weekblad TIME en won de docu The White Helmets van de Britse regisseur Orlando von Einsiedel een Oscar voor beste korte documentaire - in de film worden vrijwilligers van de Witte Helmen gevolgd terwijl ze burgers onder het oorlogspuin vandaan halen. 2017 was ook het jaar waarin de organisatie de driejaarlijkse Vredesprijs van de stad Ieper ontving. Op de Twitter-account van de SCD (@SyriaCivilDef) staat dat ze meer dan 104.933 levens hebben gered. Het aantal doden onder de reddingswerkers bedraagt meer dan 250, het merendeel komt om tijdens een tweede aanval op de plek van een bombardement. Naast het applaus krijgen de Witte Helmen ook bakken kritiek. Ze zouden banden hebben met Hay'at Tahrir al-Sham (HTS), de lokale afdeling van Al-Qaeda in Idlib. Ze zouden filmpjes in scène zetten over reddingsoperaties en valse beelden gebruiken van steeds dezelfde kinderen, klinkt het. Er doken foto's op van medewerkers met een wapen op zak, en sommige Witte Helmen zouden lid zijn van een extremistische beweging. Toen op 21 juli honderden medewerkers van de SCD vanuit het zuidwesten van Syrië met de hulp van Israël naar Jordanië werden geëvacueerd, was dat voor de criticasters een bewijs te meer dat de Witte Helmen louter een propaganda-instrument van het Westen zijn. Volgens onder meer de factcheckwebsite Snopes.com en journalisten van het Britse Channel 4 kloppen de beschuldigingen van banden met terrorisme en over vervalste filmpjes geenszins. Ze zouden grotendeels van Russische en Syrische regeringsgezinde bronnen komen. Feit is dat enkele SCD-medewerkers vorig jaar betrokken waren bij de verminking en mishandeling van de lijken van regeringssoldaten. Al-Saleh noemde het geïsoleerde incidenten, de daders werden ontslagen. Voor de overgebleven Witte Helmen is het intussen bang afwachten in Idlib. Er wonen 2,9 miljoen mensen in de regio, plus een miljoen ontheemden uit andere delen van Syrië. De oppositie bestaat uit zo'n 70.000 strijders van verschillende groeperingen. Begin augustus strooiden legerhelikopters pamfletten over de regio uit waarop stond: 'Samenwerking met het Syrische leger zal u bevrijden van extremisten en terroristen, en kan het leven van u en uw familie redden.' In de dagen erna vonden er verschillende luchtaanvallen plaats door Syrische gevechtsvliegtuigen. President Assad bedreigde de Witte Helmen al eerder met 'liquidatie' als ze zich niet zouden overgeven. Hoe serieus neemt u zulke uitspraken? Raed al-Saleh: Heel serieus. Ik maak me grote zorgen om de veiligheid van onze vrijwilligers. Onze gebouwen en onze mensen zijn al meermaals het doelwit van bombardementen geweest, en verschillende medewerkers zijn al gearresteerd door het regime. Waar ze zijn, weten we niet. We weten wél waarom het regime en zijn partners het op ons gemunt hebben: wij halen de reputatie van de Russen onderuit. Ze kwamen naar Syrië om het terrorisme te bestrijden, beweerden ze destijds. Maar wij leggen hun acties vast met onze camera's (bevestigd op hun helmen, nvdr), we laten de wereld zien hoe de Russen burgerdoelen als markten en scholen bombarderen, hoe ze de infrastructuur vernietigen. Daarom worden onze gebouwen en onze medewerkers veel frequenter aangevallen dan vóór hun komst. Ook hun propagandaoorlog heeft effect: verschillende media en andere organisaties trekken de reputatie van de Witte Helmen in twijfel. Al-Saleh: We hebben de Russische berichtgeving over ons opgevolgd en een onderzoek ingesteld. De berichten blijken voor een groot deel afkomstig van een netwerk dat telkens volgens een bepaalde strategie werkt, wat neerkomt op een gecoördineerde campagne waar de Russische overheid en het Syrische regime achter zitten. In 2016 hebben we meer dan 4 miljoen dollar opgehaald via crowdfunding, gedoneerd door burgers. Dat was zeer tegen de zin van de Russen. Ze konden het niet hebben dat gewone mensen ons steunden. Dus deden ze er alles aan om onze humanitaire reputatie te vernietigen. Uit het onderzoek werd duidelijk dat duizenden Twitter-accounts die vuil over ons spuwden ook actief waren in andere Russische desinformatiecampagnes. Het ging om hetzelfde netwerk dat betrokken was bij de inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Toen de Verenigde Staten een onderzoek startten, werden duizenden accounts afgesloten. De Witte Helmen zouden ook banden hebben met de Syrische tak van Al-Qaeda. Al-Saleh: We moeten zulke beschuldigingen zo veel mogelijk negeren, want we hebben belangrijkere zaken aan ons hoofd. We weten dat degenen die ons banden met terrorisme aanwrijven ons ook beschuldigen van connecties met de CIA of de FBI. Er wordt gezegd dat we agenten zijn van de Turkse geheime dienst, dan weer werken we voor de Britse, Duitse, Nederlandse of de Canadese geheime dienst. Het is allemaal nepnieuws. Soms is het zo absurd dat het bijna grappig wordt. De slag om Idlib kan de zwaarste van de hele oorlog worden, zeggen analisten. Ook de Verenigde Naties vrezen een bloedbad onder de burgers. Hoe bereiden de Witte Helmen zich voor? Al-Saleh: Bashar al-Assad zal ook nu alles doen om zijn land terug te krijgen, zonder rekening te houden met de Syrische bevolking: dat staat vast. We moeten ons onder meer voorbereiden door een goede noodplanning en training van onze vrijwilligers om de tien- en zelfs honderdduizenden ontheemde Syriërs in de regio te evacueren. Iedereen is bang, we bereiden ons voor op het ergste. Ondanks de angst en onzekerheid, of misschien net daarom, krijgen we dagelijks tussen de 50 en 100 verzoeken van mensen binnen en buiten Syrië die zich als vrijwilliger willen opgeven. Het enthousiasme is er nog altijd, al kunnen we die verzoeken niet allemaal inwilligen - het geeft een enorme administratieve rompslomp. De reddingswerkers moeten vaak opereren in levensgevaarlijke omstandigheden. Krijgen ze ook advies over omgaan met hun angsten? Al-Saleh: Als ze bezig zijn met mensen onder de puinhopen vandaan te halen, is er geen tijd voor angst. Ze komt pas daarna, als het rustig is. Sommige medewerkers hebben serieuze trauma's opgelopen en krijgen psychologische bijstand. Er is geen specifieke training over omgaan met angsten. Omdat de reddingswerkers in de getroffen gebieden wonen, zijn ze gewend aan de extreme werkomstandigheden. Oké, er is kans op een tweede aanval na een bombardement, maar zij kunnen evengoed een bom op hun eigen huis krijgen. Of op straat, in de winkel, op school, waar dan ook. De angst is constant aanwezig. Zolang je in de oorlog zit, tussen het stof, het puin en de lichaamsdelen, besef je meestal niet meer hoe het normale leven is. Wat dat met je doet als de oorlog eenmaal voorbij is, zullen we moeten afwachten. Uit de ervaringen van Syrische vluchtelingen in Europa blijkt dat er enorme trauma's zijn opgelopen door bombardementen en ander oorlogsgeweld. Onze medewerkers maken dat keer op keer mee, ze zijn getuige van oneindig menselijk leed, zien kinderen met afgerukte beentjes, moeders die om hun baby schreeuwen, bloed, doden... Er komt onherroepelijk een dag waarop we met al die vreselijke ervaringen geconfronteerd zullen worden. Idlib wordt 'de vuilnisbak van Syrië' genoemd, een toevluchtsoord voor terroristen en criminelen. Hoe groot is de dreiging van binnenuit voor de bevolking? Al-Saleh: Idlib is al lang een opvangoord voor de Syrische bevolking, maar de overheid in Damascus schildert het gebied liever af als dé schuilplaats voor terroristen, zodat ze een reden heeft om het aan te vallen. De IS is niet aanwezig in Idlib. Zodra er kleine cellen opduiken, worden die gearresteerd door de andere facties. De situatie met de verschillende facties is ingewikkeld, ze hebben uiteenlopende achtergronden en visies. Er is geen enkele groepering die alle macht naar zich toetrekt, ook HTS niet. En het is niet omdat er één extremist in een appartementsblok verstopt zit, dat het hele gebouw vernietigd moet worden. Er moeten andere manieren worden gezocht om dat op te lossen, via politieke weg en een justitieel overgangsstelsel. En de Syrische vluchtelingen moeten de kans krijgen op een veilige terugkeer naar hun land, niet op de manier die Syrië en Rusland aanbieden. Rusland geeft wisselende signalen. Het land steunt de operaties van Assad tegen de militanten in Idlib, tegelijk opperen de Russen dat ze de strijd in Idlib mogelijk stoppen als het Westen belooft te helpen bij de wederopbouw van het land. Gelooft u dat? Al-Saleh: Nee. De Russen zijn op zoek naar geld, zodat ze hun criminele strijdersgroepen kunnen financieren. Ze proberen de boel te manipuleren met beweringen dat de oorlog bijna over is en het land moet worden heropgebouwd. Als het Westen daarbij zou helpen, zou dat geld zonder twijfel in de zakken van de verkeerde mensen verdwijnen. De Russen hebben zich in het verleden nooit aan afspraken gehouden, dat bleek in Daraa, in Homs en in andere plaatsen. Ze liegen continu, ook als het om internationale overeenkomsten gaat. En ze geven niets om de Syrische vluchtelingen. Ze nemen ze niet op in hun land, ze jagen ze alleen maar weg. 80 procent van de Syriërs is voor hen op de vlucht geslagen, 20 procent voor de IS. De Turken hebben observatieposten in Idlib en roepen Rusland op om geen bloedbad aan te richten. Stelt dat u gerust? Al-Saleh: Ja. De Turkse aanwezigheid biedt een zekere garantie dat het Syrische regime niet in volle vaart tot actie zal overgaan. De Turken willen ook voorkomen dat er een nieuwe stroom Syrische vluchtelingen aan hun grens ontstaat als de strijd in Idlib losbarst. We hopen dat ze voet bij stuk zullen houden. En dat de internationale gemeenschap harder haar best doet om een escalatie tegen te houden. Daar zit het probleem, niet bij ons. Wij zijn niet sterk genoeg om het lang vol te houden tegen Assad en zijn medestanders. We rekenen op de steun van het Westen, maar zoals gewoonlijk gebeurt er niets. U bent zelf van Idlib. Hoe kijkt u tegen het geplande offensief aan? Al-Saleh: Mijn emotionele band met Idlib is groot, maar ik focus me op mijn werk - dat is nuttiger dan emoties. Mijn zorgen over Idlib zijn niet anders dan wanneer we elders hulp verlenen. Toen Ghouta en Homs onder vuur lagen, was ik er dag en nacht mee bezig. Ik sliep niet, moest alle operaties van onze vrijwilligers opvolgen. Dat zal ik nu opnieuw doen. Als Assad Idlib opnieuw in handen krijgt, zo luidt de algemene opinie, is de oorlog zo goed als voorbij. Betekent dat het einde van de revolutie? Al-Saleh: Toen de revolutie begon, waren er geen geografische grenzen. De revolutie zat in de hoofden en harten van de bevolking. Nu komt er misschien een periode aan waarin ze verandert van methode, zonder strijd om een bepaald gebied. Maar dat betekent niet dat ze ten einde is. Assad heeft ons per slot van rekening niets te bieden, zelfs geen brood.Ook de doden spelen een belangrijke rol. We hebben zo ontzettend veel mensen verloren, en er zijn meer dan een miljoen invaliden door de oorlog. Honderdduizenden mensen zijn nog altijd verdwenen, hun familie blijft ons vragen waar ze zijn. Al die factoren kunnen aansturen op nieuwe ontwikkelingen. Wat ons Witte Helmen betreft, is het een ander verhaal. Wij kunnen het ons simpelweg niet veroorloven om de moed te verliezen. De bevolking vertrouwt ons en rekent erop dat we blijven tot onze laatste snik. Telkens als we mensen levend onder het puin vandaan halen, geeft dat nieuwe energie. Vijf dagen geleden hebben onze teams twaalf mensen gered. Het was pure euforie. En dan besef je: er is geen andere optie dan doorgaan.