In Ze hebben mijn vader vermoord, een kort, prachtig boek en de derde autobiografische roman van Édouard Louis, keert de schrijver terug naar het Noord-Franse dorp dat de achtergrond vormde van zijn bejubelde debuutroman Weg met Eddy Bellegueule. In dat debuut deed Louis het relaas van zijn ongelukkige jeugd als verwijfd jongetje in een straatarm arbeidersmilieu waarin hij alleen overleeft dankzij steun van de overheid en waar racisme, homofobie en geweld de norm zijn. Zijn vader, een werkloze fabrieksarbeider, komt erin naar voren als een bullebak tegen vrouw en kinderen en een alcoholist die 'flikkers en zwarten' haat en op het Front National stemt. Als Louis na jaren afwezigheid naar zijn ouderlijk huis terugkeert, is zijn vader - pas vijftig jaar oud - een menselijk wrak. Hij kan niet lopen, nauwelijks zelfstandig ademen en elk moment een hartaanval krijgen. De zoon heeft het na briljante studies aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure in Parijs tot internationaal gevierd schrijver geschopt die de wereld rondreist. Een naamsverandering, van het belachelijke Eddy Bellegueule ('Mooibek') naar het chique Édouard Louis, heeft die sociale transformatie voltooid.
...

In Ze hebben mijn vader vermoord, een kort, prachtig boek en de derde autobiografische roman van Édouard Louis, keert de schrijver terug naar het Noord-Franse dorp dat de achtergrond vormde van zijn bejubelde debuutroman Weg met Eddy Bellegueule. In dat debuut deed Louis het relaas van zijn ongelukkige jeugd als verwijfd jongetje in een straatarm arbeidersmilieu waarin hij alleen overleeft dankzij steun van de overheid en waar racisme, homofobie en geweld de norm zijn. Zijn vader, een werkloze fabrieksarbeider, komt erin naar voren als een bullebak tegen vrouw en kinderen en een alcoholist die 'flikkers en zwarten' haat en op het Front National stemt. Als Louis na jaren afwezigheid naar zijn ouderlijk huis terugkeert, is zijn vader - pas vijftig jaar oud - een menselijk wrak. Hij kan niet lopen, nauwelijks zelfstandig ademen en elk moment een hartaanval krijgen. De zoon heeft het na briljante studies aan de prestigieuze Ecole Normale Supérieure in Parijs tot internationaal gevierd schrijver geschopt die de wereld rondreist. Een naamsverandering, van het belachelijke Eddy Bellegueule ('Mooibek') naar het chique Édouard Louis, heeft die sociale transformatie voltooid. Uit Ze hebben mijn vader vermoord - 'ze', dat zijn de politici die het leven van zijn vader kapot hebben gemaakt - spreekt veel meer mededogen en liefde voor de vader dan uit Louis' bikkelharde debuut. Het boek noemt de daders van die politieke moord, Nicolas Sarkozy, Emmanuel Macron en anderen, uitdrukkelijk bij naam. Toch is de kloof die vader en zoon scheidt zo groot geworden dat geen rechtstreeks gesprek meer mogelijk is. Het boek heeft de vorm van een brief aan een stille, zwijgende vader, waarin herinneringen en theoretische bespiegelingen elkaar afwisselen. In Frankrijk vormt Édouard Louis een onafscheidelijk intellectueel trio met de Franse radicaal-linkse sociologen Geoffroy de Lagasnerie en Didier Eribon, bekend van het boek Terug naar Reims. Eribon is net zoals Louis zijn arbeidersmilieu ontvlucht om openlijk als homoseksueel door het leven te kunnen gaan. We treffen Édouard Louis rond de middag, het uur waarop hij altijd opstaat, in een Brussels hotel, daags na zijn druk bijgewoonde persconferentie in Bozar over 'een hedendaags links tegenoffensief'. Sterallures blijken de eerder timide en goedlachse jongeman helemaal vreemd. Voelde u de behoefte om het beeld van uw vader uit Weg met Eddy Bellegueule te corrigeren? Édouard Louis: Niet zozeer te corrigeren, maar ik wilde een ander aspect van mijn vader laten zien. Mijn vader heeft zoals iedereen een meervoudige persoonlijkheid. In Weg met Eddy Bellegueule kwam die gelaagdheid ook al een beetje naar voren. Dagelijks hoorde ik hem als kind zeggen dat alle homo's en Arabieren moeten worden gedood. Maar ik vertel in dat boek ook dat hij tijdens een dorpsfeest ooit tussenbeide is gekomen toen een homo fysiek werd aangevallen en dat hij als puber een Arabische vriend had. Met dit boek wilde ik dieper ingaan op die complexiteit en vooral laten zien wat voor gewelddadige gevolgen de politiek op het leven en het lichaam van mijn vader hebben gehad. Politieke beslissingen hebben een directe invloed op de lichamen van mensen. Dat verhaal wordt te weinig verteld. Daar is ook een goede sociologische verklaring voor: de meeste schrijvers komen uit de geprivilegieerde, heersende klasse. Een klasse voor wie politieke beslissingen er nauwelijks toe doen, schrijft u. Louis: Precies, politiek betekent iets anders naargelang van de sociale klasse waartoe je behoort. Als je lid bent van de betere klassen, zal een politiek besluit je niet tegenhouden om naar de dokter te gaan, je tanden te verzorgen of eten te kopen. Je hebt die politieke bescherming niet nodig. Je hebt een inkomen, een diploma en een netwerk die je beschermen. In het arme milieu waar ik ben opgegroeid, betekende een politieke beslissing zoals het korten van de sociale uitkeringen of het schrappen van de steun voor een doktersbezoek, niet meer kunnen eten en je niet meer kunnen verzorgen. Wij voelden dat in mijn familie heel direct. We zijn voor de eerste keer in ons leven naar de tandarts gegaan toen daarvoor een tegemoetkoming werd gecreëerd. De politiek was in de wereld van mijn jeugd meestal een soort tragedie, met rechtstreekse gevolgen voor onze gezondheid. In Ze hebben mijn vader vermoord wil ik laten zien dat de politiek voor iemand als mijn vader iets even intiems was als zijn ontmoeting met mijn moeder en zijn relatie met zijn kinderen. Wat zegt u tegen critici die vinden dat u het allemaal te simplistisch voorstelt door mensen als Nicolas Sarkozy en Emmanuel Macron verantwoordelijk te stellen voor de aftakeling van uw vader? Louis: Dat zijn gewoon leugenaars. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Ik vertel in mijn boek dat president Sarkozy op een gegeven moment mensen die moeten overleven met een minimumuitkering heeft gedwongen om opnieuw aan het werk te gaan. Ook mijn vader moest tot elke prijs weer werken of hij raakte zijn uitkering kwijt. Mijn vader heeft echter op zijn 35e een ongeluk gehad in de fabriek. Er is iets zwaars op zijn rug gevallen, waardoor die is verbrijzeld. Jarenlang heeft hij in een bed gelegen zonder te kunnen bewegen. Net toen hij een beetje begon te herstellen, heeft Sarkozy zijn maatregel doorgevoerd. Als kind zag ik hoe mijn vader ondanks zijn rug van de ene op de andere dag door de Franse staat werd opgejaagd om opnieuw werk te zoeken, een beetje zoals Daniel Blake in de gelijknamige film van Ken Loach. Dat was extreem gewelddadig. Mensen die ontkennen dat het zo gaat, loochenen wat politiek betekent. Voor arme mensen is politiek vaak een kwestie van leven of dood . Ze hebben mijn vader vermoord richt zich ook tegen al die journalisten, politici en intellectuelen die voortdurend het politieke geweld van de heersende klasse ontkennen. Is uw boek een sociologische studie, een politiek pamflet, een autobiografische roman? Louis: Het is de drie tegelijk. Ik vind het leuk om die genres te vermengen. Je kunt zeggen dat het een heel politiek boek is, want het gaat over wat politici zoals Sarkozy en anderen met het lichaam van mijn vader hebben gedaan. Ik benoem de daders die dat geweld op mijn vader hebben gepleegd. Tegelijk is dit gewoon het verhaal van zijn aftakeling. Het onderscheid tussen de politiek aan de ene kant en het intieme, zijn lichaam aan de andere kant, is wat mij betreft vals. De toestand van uw vader is ook het gevolg van de cultuur van harde mannelijkheid, van alcoholisme en geweld tegen vrouwen, in het arbeidersmilieu van uw jeugd, schrijft u? Louis: Zeker. We moeten daarom op een totaal nieuwe, hedendaagse manier over armoede en sociale klasse gaan praten, rekening houdend met de inzichten die onder andere de feministische beweging, de antiracismebeweging en de LGTB-beweging ons hebben bijgebracht. Ik probeer het leven van mijn vader niet alleen uit te leggen via het politieke geweld dat hij heeft ondergaan, maar ook bijvoorbeeld via het thema van de jeugd. Wat betekent het om geen jeugd te hebben? In de onderklasse ga je meteen naar de fabriek. Wat we jeugd noemen, is dus niet alleen een biologisch gegeven maar ook een privilege van de gegoede klassen die het zich kunnen veroorloven om een aantal jaren onbezorgd te studeren, te reizen en plezier te maken. Ook het gendervraagstuk verklaart voor een stuk de sociaaleconomische situatie waarin mijn vader zich bevindt. Omdat zijn afwijzing van de school ermee samenhangt? Louis: Precies voor mensen zoals mijn vader was een sterke mannelijke identiteit heel belangrijk. Dat betekende dat je de school verwierp, want discipline aanvaarden en leraren gehoorzamen was je onderwerpen en werd als verwijfd gezien. En dus heeft mijn vader al heel jong de school de rug toegekeerd, waardoor hij geen diploma had. Ik zeg niet dat een diploma per se goed is, maar mensen met een diploma hebben vaak een makkelijker leven en beter betaalde banen. Die cultuur van mannelijke dominantie, zijn obsessie om niet over te komen als een meisje of een flikker, verklaart ook de armoede van mijn vader. Uw vader die u na jaren afwezigheid terugziet, blijkt uw boeken trots uit te delen aan al zijn vrienden in het dorp en stemt niet langer extreemrechts maar radicaal links. Hij hoopt zelfs dat u werk gaat maken van een 'goede revolutie'. Wat is er veranderd? Louis: Ongetwijfeld heeft de fysieke aftakeling barsten gemaakt in het sociale masker dat hij droeg en in de normen van mannelijkheid waarin hij gevangen zat. Ook is er, zonder rechtstreeks met elkaar te kunnen praten, tussen mijn vader en mezelf via mijn boeken een soort dialoog ontstaan. Ik geloof dat die boeken mijn vader als het ware de toelating hebben gegeven om zijn andere ikken, die lang onderdrukt zijn gebleven, te laten zien. Het enige discours dat in mijn jeugd over hem bestond en waardoor hij zich vertegenwoordigd voelde, was het gewelddadige, fascistische discours van extreemrechts. Op een gegeven moment stemden mijn hele familie en het halve dorp voor Marine Le Pen. Mensen in de arbeidersklasse hadden het gevoel dat zij de enige was die hen zag. Bij de vorige presidentsverkiezingen heeft mijn vader net zoals ik voor Jean-Luc Mélenchon gestemd. Uw houding tegenover uw ouders is ook veel milder geworden, lijkt het. Louis: Als kind haatte ik mijn ouders. Ik nam het hen erg kwalijk dat ze mij de schande van de familie noemden omdat ik homo was. Door te schrijven ben ik beginnen te begrijpen hoe het komt dat mijn ouders zich zo gedroegen. Ik ben tot het inzicht gekomen dat er grotere structuren zijn, dat mijn ouders het product en het slachtoffer zijn van een wereld die ze niet controleren. Uw goede vriend Didier Eribon zegt zich op zijn 65e nog altijd te schamen voor zijn afkomst. Louis: Daar heb ik geen last van. Misschien heeft dat met een generatieverschil te maken, maar ik voel totaal geen schaamte voor het milieu waarin ik ben opgegroeid. Ik heb wel wat gêne gevoeld toen ik in Parijs aan mijn studies begon. De mensen uit de bourgeoisie die ik ontmoette, hadden gereisd, opera's en toneelstukken gezien en veel gelezen. Ik had niets van dat alles gedaan. Bij mij thuis waren er geen boeken. Er zijn dus wel momenten geweest dat ik me minderwaardig voelde, maar misschien omdat ik al heel jong een boek over mijn afkomst heb geschreven, heb ik die schaamte snel achter me kunnen laten. Het schrijven heeft mij van een zware last bevrijd. Bovendien heb ik Didier Eribon kunnen lezen, een geluk dat Eribon niet heeft gehad (lacht). Als ik nu mensen uit de bourgeoisie iets misplaatst over de arbeidersklasse hoor zeggen, vind ik dat zij de lomperiken zijn die zich moeten schamen, niet ik. Overkomt het u vaak dat u de verdediging opneemt van het milieu waarmee u in uw debuut zo hard hebt afgerekend? Louis: Zeker. Onlangs was ik op een literatuurfestival in Bogota. We dronken iets met een aantal schrijvers. Een van hen, afkomstig uit een heel gegoed milieu, dat zie je meteen aan de manier waarop zo iemand praat en beweegt, zei toen: 'Het probleem in Frankrijk is dat er te veel sociale bijstand is.' Ik had me vernederd of beschaamd kunnen voelen, maar ik heb hem gezegd dat ik iemand nog nooit zoiets doms heb horen beweren. 'Voor jou is dus het probleem van Frankrijk dat de armen niet arm genoeg zijn? Is dat je politieke diagnose?', heb ik hem gevraagd. Ik walg van zulke mensen. Uw boeken hebben de Fransen ook de ogen geopend. Men wist kennelijk niet hoeveel rauwe armoede er nog in Frankrijk bestaat? Louis: Men ziet het niet. Of men wil het niet zien, want je hoeft in Frankrijk toch maar over straat te lopen en je ziet overal daklozen liggen. Arme mensen hebben geen stem, er wordt niet naar ze geluisterd en ze weten zelf ook niet hoe ze het woord moeten nemen, waardoor sommigen vergeten dat ze bestaan. Voeg daarbij een populaire ideologische stroming die zegt dat de oude sociale klassen zijn opgelost in één grote middenklasse. Als ik voor mijn boeken in Scandinavië ben, hoor ik dat vaak. Mensen zeggen me: hier is het anders, hier zijn geen sociale klassen meer. Wacht eens even, antwoord ik dan, in dit hotel waar ik logeer is er toch iemand die de toiletten schoonmaakt, niet? In mijn boeken wil ik de confrontatie aangaan met die permanente ontkenning van het bestaan van armoede en van sociale klassen. Ook een groot stuk van de linkerzijde heeft die concepten onder de mat geveegd, wat de opgang van extreemrechts verklaart. Arme mensen die het moeilijk hebben, zijn daardoor op zoek gegaan naar andere partijen die wel nog over hen leken te spreken. U bent een hevig tegenstander van president Emmanuel Macron, die in vrije val is in de peilingen en die de ene belangrijke minister na de andere ziet opstappen. Stemt u dat tevreden? Louis: Neen, ik word niet blij van wat er gebeurt want Macron is nog steeds aan de macht en sinds zijn aantreden beleeft Frankrijk in politiek opzicht een van de meest extreme periodes die ik heb gekend. Neem het racisme. Migranten werden nog nooit zo slecht behandeld, zelfs niet door Nicolas Sarkozy. Het aantal migranten dat Frankrijk opvangt in vergelijking met andere landen, is schandalig laag. Frankrijk weigerde het reddingsschip Aquarius te laten aanmeren en laat migranten sterven in de Alpen. Buitenlandse journalisten prijzen Marcon omdat hij voor Europa is, maar ze vergeten erbij te zeggen dat hij voor een blank Europa is. Macron voert ook een oorlog tegen de armen. De sociale bijstand die mensen kregen om een woning te huren, is nog eens met vijf euro verlaagd. In mijn familie betekende vijf euro twee dagen eten. We gingen naar de Aldi of de Lidl en kochten pasta en tomatensaus. Heel vaak aten wij niet op het eind van de maand. 'Vanavond eten we melk', zei mijn moeder dan. Op hetzelfde moment verlaagt Macron de belastingen voor de superrijken die jachten en privévliegtuigen kopen. Dat gebeurt natuurlijk niet alleen in Frankrijk. Er is wat Pierre Bourdieu een mood zou noemen, een humeur op internationale schaal, waarbij we afglijden naar een nieuwe vorm van fascisme. In de jaren tachtig haalde het Front National in Frankrijk vier procent en iedereen was geschokt. Nu haalt het FN dertig procent en is iedereen opgelucht. Ziet u zichzelf ooit fictie schrijven? Louis: Daar ben ik op dit moment in elk geval niet mee bezig. Ik heb zoveel mensen gekend die het verdienen dat over hen wordt gesproken. Ik heb twaalf levens nodig om die verhalen allemaal te kunnen schrijven. Ik kan mezelf er niet toe brengen ook maar één zin fictie te schrijven zonder het gevoel te krijgen dat het onfatsoenlijk is tegenover al die gebroken levens waarvan ik getuige ben geweest. Ik wil zeker geen statement tegen fictie maken, want ik lees veel fictie en fictie inspireert me. Ik hou van een schrijver zoals Toni Morrison. Maar mijn rol is anders. Als ik zie hoe mijn vader is vernietigd door de samenleving terwijl hij nog maar vijftig jaar oud is, kan ik gewoon over niets anders schrijven. De noodzaak om te schrijven komt bij mij niet op de eerste plaats van de literatuur of de esthetica, maar van de wereld. Ik wil schrijven over armoede en de onderklasse, omdat ik vind dat daar te weinig over wordt geschreven en ook niet goed genoeg. Als socioloog werkt u aan een proefschrift over mensen die van sociale klasse wisselen, mensen zoals u dus. Is het probleem niet dat u het gelijk bewijst van degenen die beweren dat iedereen sociaal hogerop kan, als hij maar hard genoeg zijn best doet? Louis: Didier Eribon heeft daarover een prachtige zin geschreven: het is precies wanneer je eraan weet te ontsnappen, dat je ziet hoe onmogelijk het is om eraan te ontsnappen. Als je er op miraculeuze wijze in slaagt, zoals Didier en ikzelf, om een ander traject te volgen dan wat sociologisch voor je was voorbestemd, besef je pas goed hoeveel mensen het niet hebben gered. Bovendien ben ik ondanks mezelf mijn homofobe, racistische milieu ontvlucht. Als kind wilde ik helemaal niet weg. Ik heb jarenlang geprobeerd om me te conformeren, om hetero te worden, een echte man of 'normaal' zoals dat heette in mijn familie. Ik ben niet vrijer of intelligenter geboren dan mijn zus of mijn moeder, maar de twee factoren die mijn kindertijd hebben gedetermineerd - armoede en sociale klasse aan de ene kant, gender en homoseksualiteit aan de andere kant - waren gewoonweg incompatibel en hebben mij gedwongen om anders te worden. Ik ben niet anders geboren, ik ben het geworden. Zoals Simone de Beauvoir zegt dat je niet geboren wordt als vrouw, maar vrouw wordt.