Het is moeilijk uit te leggen, het is een beetje complex deze keer', verzucht de bediende in de boekshop als een bezoeker blijft aandringen wat nu precies het verschil is tussen de reader en het daybook, en welke van de twee het meest geschikt is als leidraad bij Documenta 14. Maar nog voor de man zijn antwoord klaar heeft, krijgt hij van andere omstanders nog meer vragen op zich afgevuurd. Welk exemplaar is in het Engels? Het grijze, het blauwe of toch het zwarte? Waarom staat dat niet op het kaft vermeld? En wat is er mis met een gewone catalogus? Meneer? Hallo?
...

Het is moeilijk uit te leggen, het is een beetje complex deze keer', verzucht de bediende in de boekshop als een bezoeker blijft aandringen wat nu precies het verschil is tussen de reader en het daybook, en welke van de twee het meest geschikt is als leidraad bij Documenta 14. Maar nog voor de man zijn antwoord klaar heeft, krijgt hij van andere omstanders nog meer vragen op zich afgevuurd. Welk exemplaar is in het Engels? Het grijze, het blauwe of toch het zwarte? Waarom staat dat niet op het kaft vermeld? En wat is er mis met een gewone catalogus? Meneer? Hallo? Geen rechtgeaarde kunstliefhebber die zich laat afschrikken door wat spraakverwarring, een kleurcode of een streepje complexiteit. Want kompliziert is het wel in Kassel, de stad in hartje Duitsland die zich deze zomer voor de veertiende keer het epicentrum van de hedendaagse kunst mag noemen. Tal van locaties en een veelvoud aan kunstenaars - 160 in totaal - dingen naar je aandacht met werken die niet zelden laten zien dat de wereld nog veel complexer is dan de kunst. Al snel raak je overweldigd door het aanhoudend spervuur van grote vragen. Hoe zwaar weegt de erfenis van de kolonisatie en hoe raken we er voorbij? Wat verbindt Duitsland met Griekenland, dat deze keer een centrale positie bekleedt? Is meer of minder democratie het antwoord op de crisis, en waaruit bestaat die precies? Zeker is dat Documenta 14 het antwoord op deze vragen bij kunstenaars wereldwijd is gaan zoeken en die brede horizon ook zichtbaar wil maken door twee steden - een nieuwigheid - in te palmen. In april streek Documenta al neer in het economisch en demografisch geteisterde Athene, waar de megamanifestatie (kostenplaatje: 37 miljoen euro) nog loopt tot 16 juli. Daarna wordt de fakkel definitief doorgegeven aan Kassel, dat vorige week de deuren opende. Athene verdwijnt daarmee geenszins uit beeld. Op de Friedrichsplatz in het centrum van Kassel staat een met boeken beklede replica van het Parthenon te pronken, en het naburige Fridericianum, de kunsttempel waar het voor Documenta in 1955 allemaal begon, wordt ingenomen door de collectie van het Nationaal Museum voor Hedendaagse Kunst in Athene. 'Ik vrees de Grieken, ook als zij geschenken aanbieden', sprak de Trojaanse hogepriester Laocoön in Vergilius' Aeneis, en hij had het natuurlijk over het houten paard gevuld met Grieken dat de val van Troje bewerkstelligde. Het zal zo'n vaart niet lopen met deze Griekse invasie in Kassel, want ook al vallen er beslist schatten te ontdekken: de algehele collectie - met ook werken van onze landgenoten Jan Fabre en Danny Matthys - stelt teleur. Wel is het een blij weerzien met Grieks filmmaker George Drivas, die deze zomer ook present tekent op de Biënnale van Venetië, die andere hoogmis van de hedendaagse kunst. In Kassel maakt hij indruk met een verontrustend sciencefictionverhaal over kille machinerieën die de samenleving achter de schermen bestieren. Maar het is de Turkse kunstenaar Köken Ergun die in het Fridericianum de show steelt met zijn even simpele als krachtige video-installatie I, Soldier, over een militaire parade in Turkije waarbij een man een gedicht voorleest over heldenmoed in dienst van de natie. Het werk dateert al van 2005 maar wint aan betekenis en dreiging, met dank aan Erdogan. Athene en Kassel, het is een ontmoeting tussen de bakermat van de democratie en het mekka van de hedendaagse kunst. Dat kan niet anders dan vonken geven, moeten de Poolse artistiek directeur Adam Szymczyk en zijn curatorenteam - onder wie ook de Belgische filosoof Dieter Roelstraete - gedacht hebben. Het Fridericianum staat zelfs letterlijk in brand. Er komt rook uit het dak - een werk van de Roemeense kunstenaar Daniel Knorr - en op het fronton staat BEING SAFE IS SCARY te lezen - een werk van Banu Cennetoglu die zijn inspiratie haalde bij een graffiti-opschrift dat hij in de straten van Athene spotte. De toon is meteen gezet. Deze Documenta wil zich uitspreken over het angstklimaat dat heerst in deze tijden van terreur, massamigratie en het vermeende clashen der culturen. En over de noodzaak van kennis eerder dan kalashnikovs om die wereldbrand het hoofd te bieden. Niet toevallig is de uil, het symbool van Athene, het embleem van deze Documenta. Zo ging ook aan de monumentale boekenkast van Maria Eichhorn, die in de Neue Galerie staat opgesteld, jarenlang onderzoek vooraf naar de roof van Joodse eigendommen door de nazi's en in het bijzonder naar boeken die in 1943 onrechtmatig door de Berlijnse stadsbibliotheek werden verworven. Op zich is er niets op tegen dat kunstwerken willen onderwijzen en bewustmaken. Dat wilden de grotschilderijen in Altamira tenslotte ook al. Alleen ontbreekt het Eichhorn - en haar niet alleen - aan een poëtisch vocabularium om al die goeie ideeën gestalte te geven. De beste werken op Documenta weten een scherp inzicht te rijmen met een gevoeligheid voor de juiste vorm. Is het ooit anders geweest, lijkt Gustave Courbets prachtige prent van een bedelaar uit 1868 ons te vragen. Niemand komt naar kunst kijken om louter lessen in geschiedenis of politiek te ontvangen. Kunst is voedsel voor de geest, dat via de zintuigen passeert. Dat weet ook Gerhard Richter, die in zijn typische fotorealistische stijl de toeschouwer verleidt met een portret van Arnold Bode - de oprichter van Documenta die de eerste vier edities cureerde. Courbet, Richter, maar evengoed de 18e-eeuwse bronzen uit Benin: het zijn maar enkele van de welkome ankerpunten uit het verleden (veel oud werk) in de Neue Galerie. Ze maken duidelijk dat de documentaire bewijsdrang rond actuele thema's het niet mag overnemen van het verlangen om te maken, te tonen, te laten zien. Kunst is er ook om tegen de eigen tijd in te denken en om geduldig de waarheid in de schoonheid te zoeken, al lijken Szymczyk en tientallen kunstenaars die hij selecteerde dat enigszins uit het oog verloren. Neem vooral ook zelf je tijd, want voor je het weet, ben je de brieven van Moyra Davey voorbijgewandeld zonder ze te zien, of stap je over een brugje in het Karlsaue Park zonder het gekwaak van kikkers - een geluidswerk van de in 2016 overleden Benjamin Patterson - op te merken. Zeker de grote locaties hebben last van de overdaad die met een blockbustertentoonstelling als Documenta gepaard gaat. Terwijl je van de ene beladen geschiedenis in de andere valt in de Neue Galerie, overstemmen de geluidswerken elkaar in de Documenta Kunsthalle. Aangenamer toeven is het in het Palais Bellevue, een van de weinige Kasselse gebouwen die de oorlog hebben overleefd. Daar krijgt Olaf Holzapfel tenminste de ruimte om zijn houten sculpturen - een onderzoek naar grensgebieden - te tonen. Ook in de Neue Neue Galerie - een ironische naam, aangezien deze Documenta nauwelijks kunstenaars van onder de veertig opstelt - laat de industriële architectuur van het oude postgebouw de werken wel ademen, waardoor een aanklacht tegen oorlog, uitbuiting, seksisme of rendiervangst hier een hogere urgentie krijgt. Eindbalans? Er valt op Documenta 14 minstens evenveel te leren als te zien, te horen en te beleven. En met het verleden van de kunst en de wereld, daar zijn we duidelijk lang nog niet mee klaar. Hoe het met de hedendaagse kunst gesteld is, kom je niet meteen te weten, en welke les nu de belangrijkste is, willen we ons op de toekomst voorbereiden, blijft evenzeer een mysterie. Volgens Adam Szymczyk is de grote les net dat er geen les is. Misschien is dat wat deze Documenta duidelijk maakt, dat de maakbaarheid van een nieuwe wereld en dus ook een nieuwe kunst niet voor morgen is. En wie weet, wordt er daarom al van in de boekshop bewust verwarring gezaaid. Om te laten voelen dat de dingen nu eenmaal complex zijn, en dat we maar beter verenigd zijn in onze inspanningen om de code van de toekomst te kraken. Onvermijdelijk keer je huiswaarts met het gevoel dat deze Documenta wel de vinger op de wonde legt, en bij momenten intrigeert, fascineert en ontroert, maar finaal ook niet weet hoe het bloeden te stelpen. 'Documenta is niet de Verenigde Naties, het is een kunsttentoonstelling', aldus Szymczyk. De wijsheid om de crisissen het hoofd te bieden, zullen we dus in onszelf moeten vinden. En niet in de speeltuin van de kunstelite, laat staan in de reader of het daybook. Ongeacht de kleur van het kaft. Ongeacht de taal. Na Athene heeft nu ook Kassel zijn eigen Parthenon: een replica op ware grootte die bijna de hele Friedrichsplatz inneemt, van oudsher het hart van de Documenta. De tien meter hoge zuilen van de Griekse tempel, al dertig eeuwen symbool van de democratie, zijn opgetrokken uit boeken die ooit in de ban geslagen werden: van George Orwells 1984, over Dostojevski's Misdaad en Straf, tot - censuur kent nu eenmaal geen smaak - Harry Potter en The Da Vinci Code. De Argentijnse kunstenares Marta Minujin maakte in 1983 een eerdere versie in Buenos Aires, vlak na de val van de militaire junta. De 25.000 boeken werden destijds bevrijd uit de kelders waar de junta ze jaren had opgesloten. In Kassel krijgt het imposante kunstwerk een nieuwe betekenis. En niet alleen door de nieuwe, verboden boeken die mensen kunnen doneren, om de nog lege plekken op de zuilen in te vullen. De Friedrichsplatz was in 1933 namelijk het decor van boekverbrandingen door de nazi's. En bovendien legt Minujins kunstwerk ook een link met de actualiteit en met Athene; mede gaststad van Documenta 14, grenspost van Fort Europa en symboolplek bij uitstek van een geglobaliseerde wereld in crisis. Een niet te missen werk in meerdere betekenissen, plus: een uitstekend excuus om Dan Brown voorgoed uit uw boekenkast te verbannen. Vijftien jaar geleden was land artist Lois Weinberger al te gast op Documenta 11, toen met een vrachtlading hyperagressieve uitheemse planten in zijn laadbak die heel Kassel moesten overwoekeren. Zover liet de lokale groendienst het niet komen, en dus kun je tijdens deze editie ook zonder snoeischaar en machete zijn nieuwste werk aanschouwen. Weinberger, die in zijn conceptuele maar vaak humoristische oeuvre de gespannen relatie tussen natuur en cultuur onderzoekt, liet zijn sporen dit keer onder meer na in het Karlsaue Park - wat je in zijn geval letterlijk mag nemen. Midden in het groene gras van het fraai onderhouden stadspark trok de Oostenrijker immers een rechte greppel die, na een meter of dertig en na een wandelpad te hebben gekruist, uitloopt op een hoop aarde. Het is een brute maar beredeneerde intrusie waarmee Weinberger het urbane oppervlak wegschraapt, de onderliggende grond blootlegt en demonstreert dat littekens in het landschap ook een heilzame werking kunnen hebben. Een diep werk. Wel dertig centimeter diep. Is het kunst of pornografie? Feminisme of exhibitionisme? Sexy agitprop of vulgaire kolder? Het zijn vragen die Annie Sprinkle nooit aan haar weelderige boezem liet komen. Niet toen ze in de jaren zeventig als pornoprinses in films als Teenage Deviant en Slippery When Wet te bewonderen was. En ook niet later toen ze haar carnale kunsten showde in musea en galerijen, bij voorkeur in het gezelschap van haar levenspartner Beth Stephens. Documenta 14, dat zo stijf staat van de sérieux dat het wel een hormonale injectie kan gebruiken, honoreert beide proseksfeministes met een bloemlezing uit hun wellustige werk. Dat bestaat uit foto's, video's, teksten, installaties en performances die op een speels provocerende manier de mannelijke dominantie qua seksualiteit en genderpolitiek bevragen. Bovendien kunt u Sprinkle en Stephens met wat geluk ook naakt zien rollebollen in een bed vol modder, of samen hun 'ecoseksualiteit' zien beleven zoals ze het zelf graag noemen. Liefde voor moeder natuur, met een kinky strikje rond. Helemaal achterin het hoekje van de Neue Neue Galerie - een chique naam voor een gepimpte loods - onthult de Thaise kunstenaar Arin Rungjang de verrassende, historische banden tussen Thailand, Duitsland en zijn eigen leven. Het is eerst wat zoeken naar de samenhang tussen de geschilderde portretten, de monumentale sculptuur met strijdende soldaten en een kopie van het gastenboek van Hitler. De bijbehorende film verklaart veel, maar voedt ook nieuwe speculaties. We zien werkers in het warme Thailand zwoegen om het bronzen beeld - een kopie van een reliëf op het Democracy Monument in Bangkok - uit de mal te bevrijden, terwijl we via de voice-over het aangrijpende relaas horen van de Thaise ambassadeur Prasat Chuthin en diens familie tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Hij is de man die ook buiten de filmzaal een portret krijgt en die de laatste bezoeker zou zijn geweest in de bunker bij Hitler. En net als je denkt dat je het helemaal door hebt, verspringt het beeld naar het heden, naar een jonge man en vrouw die eerst elk apart een choreografie uitvoeren om finaal elkaar te vinden. Net als de onderdelen van Rungjangs ensemble haken hun bewegingen mooi in elkaar, op de grens tussen werkelijkheid en verbeelding, Oost en West, toen en nu. Als vanouds besteedt Documenta ook de nodige aandacht aan de zevende kunst, met films die in de lokale bioscopen de hele dag door in loop worden vertoond. Zo kunt u onder meer het werk van Jonas Mekas (her)ontdekken, de inmiddels 97-jarige maar nog altijd actieve peetvader van de Amerikaanse avant-garde cinema. Mekas groeide op in Litouwen en emigreerde in 1949 naar New York, nadat hij tijdens en na de Tweede Wereldoorlog vier jaar gevangen had gezeten in Duitse werk- en vluchtelingenkampen. Het filmessay Reminiscenses from Germany (1971-1993), een dialoog tussen heden en verleden met dagboekfragmenten van Mekas en auteur Wolfgang Borchert op de voice-over, is daar een pakkende getuigenis van. Net als de vergeelde, soms onscherpe foto's uit zijn familiealbum die aan de muren van de Bali-Kinos in het oude treinstation van Kassel hangen. Op een pijnlijk persoonlijke maar meditatieve manier maken ze duidelijk dat het Duitse kunstmekka niet alleen een plek is waar via dure concepten, installaties en performances over de crisissen van onze tijd wordt gereflecteerd, maar waar niet eens zo lang geleden echte mensen in echte kampen werden opgesloten. Onder wie ook Jonas Mekas, man en migrant met een camera. Sinds de jaren negentig is China bezig aan zijn grote economische sprong voorwaarts, maar miljoenen modale Chinezen kregen daarvoor een dure rekening gepresenteerd. Filmmaker Wang Bing, die zich, net als Ai Weiwei, tot een dissidente luis in de pels ontpopte, geeft hen een stem en een gezicht. Documenta 14 toont Wangs volledig portfolio. Van zijn imposante debuut Tie Xi Qu: West of the tracks (1999-2003), een negen uur durende documentaire over het verval van Shenyangs industriële district, over The Ditch (2010), een inktzwart docudrama over mijnwerkers die dreigen te verhongeren, tot zijn recentste documentaire Ku Qian (2016), over immigranten die massaal toestromen in het zich razendsnel ontwikkelende oosten van China. Stuk voor stuk schetsen ze een ontluisterend beeld van een wereldmacht die zijn communistische idealen allang heeft verpatst aan de meest biedende en zich met fanatisme heeft bekeerd tot het geglobaliseerde kapitalisme, met alle kleine en grote menselijke drama's van dien. Welkom in het sociaal, economisch en etnisch diep verscheurde land van de draak. Stop artefacten uit zwart Afrika in een vitrinekast en men noemt het een etnografisch archief. Laat een kunstenaar dezelfde objecten naast elkaar zetten, er een theorie omheen weven en men noemt het kunst. Dat is het postkoloniale discours dat de kunstwereld ook nu nog altijd parten speelt, ja zelfs tot in het politiek correcte Kassel toe. Sammy Baloji, die vorig jaar nog in Wiels exposeerde en als curator voor Bozar met de collectie van het Tervuren-museum aan de slag ging, hoopt dat discours te ontmaskeren met deze installatie. Die bestaat uit enkele Congolese museumstukken - netjes onder glas gestopt - waaromheen hij een narratief ophangt dat vragen stelt over onteigening, kennisverspreiding en gemeenschapsvorming. Plots kijkt de toeschouwer niet langer naar een Congolees gewaad uit de 18e eeuw, een staaltje vakwerk dat gewoon mooi is en niets meer, maar naar een onderdeel van een veelgelaagd conceptueel kunstwerk. Of hoe Baloji, die al jaren tussen Congo en Brussel schippert, kolonialisme en imperialisme met hun eigen methodes subtiel in hun blootje zet. Voor de Nigeriaanse kunstenares Otobong Nkanga, die al jaren in Brussel woont en werkt, is 2017 nu al een jaar om in te lijsten. Enkele maanden geleden was ze nog laureate van de prestigieuze BelgianArtPrize; nu mag ze ook in Kassel haar multimediale talenten tonen. En dat met een performance slash installatie slash zeepfabriekje dat de titel Carved to Flow meekreeg. Op verschillende plekken in de stad verkoopt Nkanga, of enkele stagiairs, stukken zwarte zeep die O8 Black Stone werd gedoopt. Die bevat acht verschillende oliën en boters, werd gefabriceerd volgens oude Afrikaanse en mediterraanse tradities en vervolgens naar Kassel verscheept via distributieplek Athene, kwestie van de politiek gechargeerde symboliek er nog wat extra in te zepen. 'Ook kunst is een product', wil Nkanga - die organische en arbeidsprocessen in haar werk centraal stelt - duidelijk maken op een clevere en participerende manier. En aan wat we kopen, hangt vaak een geurtje van postkolonialisme, globalisatie en uitbuiting, ook al wordt dat vaak weggemoffeld. Dat laatste geeft Nkanga een letterlijke invulling met de houtskool die ze in laatste instantie aan haar zeepjes toevoegde, en die de weelderige geuren van de andere ingrediënten verstikt. O8 Black Stone: omdat u het waard bent. (Dave Mestdach en Isolde Vanhee)