Op zijn 69e houdt Paul Collier er nog altijd een verschroeiend tempo op na. Thuis, in Oxford, doceert hij cursussen economie en overheidsbeleid, in de rest van de wereld spreekt hij met gezag over het migratievraagstuk en de ontwikkeling van sub-Saharisch Afrika. Expertise over die verwante materies puurt hij niet alleen uit rapporten en congressen: Collier draaide vijf jaar mee aan de top van de Wereldbank, een opdracht die hij vooral in Afrika volbracht. De Verenigde Naties, de Europese Commissie, nationale overheden - van alle kanten werd en wordt hij aan de mouw getrokken voor advies.
...

Op zijn 69e houdt Paul Collier er nog altijd een verschroeiend tempo op na. Thuis, in Oxford, doceert hij cursussen economie en overheidsbeleid, in de rest van de wereld spreekt hij met gezag over het migratievraagstuk en de ontwikkeling van sub-Saharisch Afrika. Expertise over die verwante materies puurt hij niet alleen uit rapporten en congressen: Collier draaide vijf jaar mee aan de top van de Wereldbank, een opdracht die hij vooral in Afrika volbracht. De Verenigde Naties, de Europese Commissie, nationale overheden - van alle kanten werd en wordt hij aan de mouw getrokken voor advies.Zijn vermogen tot verontwaardiging, zo zal tijdens het gesprek snel blijken, is niet afgestompt. Ook dit keer moet Angela Merkel het ontgelden. Zijn bekende kritiek op het migratiebeleid van de Duitse bondskanselier zaait verwarring: ja, hij pleit voor beveiligende Europese buitengrenzen en kordaat gereguleerde migratie, maar duw hem niet in het kamp van rechts-populisten als de Hongaarse premier Viktor Orbán of de Italiaanse vicepremier Matteo Salvini, die de angst voor migratie electoraal uitmelken. Colliers hart klopt voor vluchtelingen en economische migranten - twee categorieën die hij rigoureus van elkaar onderscheidt. Als hij zich ergens echt over opwindt, dan wel het kortzichtige beleid van de Europese leiders dat jonge Afrikanen massaal in de armen van mensensmokkelaars duwt. En de Europese migratietop van eind juni in Brussel, afgesloten met een veelbesproken deal vol vrijblijvende intentieverklaringen, heeft daar niets aan veranderd. Of het zou moeten zijn dat de mediterrane migratieroute zich sindsdien van Italië naar Spanje heeft verlegd. Paul Collier: Het was een slag in het water. Het Europese migratiebeleid blijft een zootje, het resultaat van jarenlang kortetermijndenken zonder strategische visie. Het vel redden van Angela Merkel, nota bene de voornaamste schuldige voor de hele janboel: dat was het voornaamste doel van die hele Brusselse top. Hoe onverantwoord kan een Europees leider zich gedragen? Eerst zet de bondskanselier unilateraal de poort open, daarna slaat ze hem unilateraal dicht - waarop ze in Brussel gaat lobbyen om de andere lidstaten te dwingen de mensen op te vangen die ze zélf heeft binnengelaten. Het goede nieuws is: er bestaat een uitweg uit de chaos, en daarvoor hebben we geen migratietoppen of andere hoogmissen nodig.Hoe ziet die uitweg eruit? Collier: Hij steunt op drie principes: een duurzaam migratiebeleid moet ethisch gefundeerd zijn, het moet steun vinden bij een meerderheid van de Europese bevolking, en het mag geen rancunes genereren. Het huidige beleid kweekt alleen frustraties en boosheid, zowel onder de Europeanen als onder migranten, die vaak met valse beloften naar Europa worden gelokt - waarna blijkt dat ze hier geen enkel perspectief hebben. Op basis van die principes ben ik samen met mijn Oxford-collega Alexander Betts volop een concept voor een coherent migratiebeleid aan het uitwerken, in opdracht van het European Migration Network (EMN), een adviesorgaan van de Europese Commissie. In oktober willen we ons werk voorstellen. Horen bij uw concept ook zogenoemde ontschepingsplatforms, het meest opvallende onderdeel van de nieuwe Europese migratiedeal? Daar zouden economische migranten en vluchtelingen van elkaar worden gescheiden. Collier: Zulke platforms kunnen deel uitmaken van een transitiescenario - in die transitie zullen nu eenmaal pijnlijke maatregelen nodig zijn. Maar in een duurzaam migratiesysteem zullen ze geen rol meer hebben. Niemand mag zich nog verplicht zien tot een levensgevaarlijke tocht door de woestijnen van Niger en Libië. Wat ook als een paal boven water staat: in een duurzaam systeem worden migranten overal op dezelfde manier behandeld. Of ze op een Europees strand belanden, in een selectiecentrum of een ambassade in Syrië, Jordanië of Nigeria: overal moeten dezelfde procedures gelden. Evenmin mag het een verschil maken of ze daar met Franse, Duitse of Italiaanse ambtenaren te maken krijgen. Er moet maar eens een einde komen aan de chaos die uit het vluchtelingenverdrag van Genève is ontsproten. Na meer dan zestig jaar is het vluchtelingenstatuut compleet uitgehold door tegenstrijdige interpretaties in verschillende landen. Weg ermee, Europa heeft één uniforme set van regels nodig. Genève op de schop? Dat klinkt niet bepaald ethisch bevlogen. Collier: Dat is naast de kwestie. Transparantie en efficiëntie: dáár is het ons om te doen, zonder de solidariteit in vraag te stellen. Uiteraard blijft het onze plicht om vluchtelingen te helpen. Wereldwijd zijn ze al met 65 miljoen. Anders dan arbeidsmigranten gaat het om mensen die thuis wilden blijven maar door omstandigheden buiten hun wil ontheemd zijn geraakt. Twee derde blijft binnen de landsgrenzen, de rest blijft hangen in de regio. Of trekt naar Europa, zoals ruim een half miljoen Syrische oorlogsvluchtelingen in 2015 deed. Collier: Laten we de zaken alstublieft in perspectief bekijken. Wat Europa in de Syrische vluchtelingencrisis doet, is peanuts vergeleken met de inspanningen die Turkije, Jordanië en Libanon leveren. Ik vind het trouwens een schande dat Europa die landen de eerste vier jaar van de crisis in de steek heeft gelaten, goed wetende dat ze niet de middelen hadden om zo'n instroom te verwerken. Europa levert intussen wel inspanningen: alleen al de Turkije-deal kost 6 miljard euro, geld waarmee in dat land 3 miljoen Syrische vluchtelingen worden opgevangen. Wat kunnen we méér doen? Collier: We moeten het vooral anders en slimmer aanpakken. Laat de globalisering werken, op zo'n manier dat zowel vluchtelingen als opvanglanden er beter van worden. Alexander Betts en ik hebben een pilootproject opgezet in Jordanië. Zie je, de Jordaniërs zaten met een dilemma. Ze willen wel solidariteit tonen, maar zijn bang voor de weerslag op hun economie en arbeidsmarkt. Syrische vluchtelingen zijn dus welkom, maar ze mogen niet werken. Dat is geen unieke situatie, ze past helemaal binnen de doctrine van het VN-vluchtelingenagentschap, die al meer dan zestig jaar in tal van opvanglanden wordt gehanteerd: vluchtelingen worden gehuisvest en in leven gehouden, maar krijgen geen toegang tot de arbeidsmarkt - en bijgevolg ook geen kans om een toekomst voor zichzelf en hun kinderen op te bouwen. Let wel, je kunt de vrees van Jordanië niet zomaar wegwuiven. Jordanië is een economie met een gemiddeld jaarinkomen van 13.000 dollar (11.000 euro, nvdr.). De komst van meer dan 600.000 mensen uit een 2000 dollareconomie kan niet anders dan een ontwrichtend effect hebben. Uiteraard zullen die Syriërs bereid zijn om ver onder de gangbare minimumlonen te duiken, want dan nog zetten ze een grote stap voorwaarts. Hoe hebt u dat dilemma opgelost? Collier:Firms! Investment! Europa moet bedrijven sturen en banen scheppen, in plaats van voor dekens en voedselpakketten te zorgen. Ook uit eigenbelang. Wil je voorkomen dat vluchtelingen in Europa hun kans komen wagen? Dan moet je de kansen naar hen toe brengen. Dat is wat we in Jordanië proberen. We willen Europese bedrijven aansporen om te investeren in productievestigingen in de buurt van opvangkampen. Per 100 nieuwe banen moeten er 30 naar Jordaniërs gaan - op die manier vermijden we polarisering op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Het loopt als een trein, we hebben al 80.000 werkvergunningen aan Syriërs verleend. We zijn hetzelfde model aan het ontwikkelen in Ethiopië, nog een land met een grote vluchtelingenpopulatie. Net als Jordanië heeft Ethiopië begrepen dat vluchtelingen niet noodzakelijk een last zijn, dat een slim beleid van hun aanwezigheid een troef kan maken. Zijn Europese bedrijven geïnteresseerd? Collier: Ja, maar het zou veel harder kunnen gaan. Europa en de lidstaten zouden bedrijven moeten aansporen, al was het maar om de extra kosten voor pioniersinvesteringen te helpen dragen. Natuurlijk zal die aanpak belastinggeld kosten, maar de sociale winst is enorm.Vluchtelingen zijn kwetsbaar, ook op de arbeidsmarkt. Dreigen er in uw voorstel geen sweatshoptoestanden, met arbeiders die voor een hongerloon in gevaarlijke en ongezonde omstandigheden moeten werken? Collier:(geërgerd) Daar gaan we weer: 'sweatshoptoestanden'. Weet je wat het voornaamste bezwaar was van Europese bedrijfsleiders toen we hun vroegen om in ons Jordaanse project te stappen? Dat ze bang waren voor beschuldigingen van exploitatie door westerse ngo's. Zover hebben de ngo's het dus gedreven: onder het mom van 'opkomen voor vluchtelingen' ontzeggen ze diezelfde vluchtelingen hun enige kans op een decent leven. Ik erger me al langer aan hun arrogantie, een gevoel dat ik met veel Afrikaanse leiders deel. Wie zijn die ngo-mensen, dat ze zich zo'n moreel superioriteitsgevoel aanmeten? Arme landen mogen geen steenkool ontginnen, want dat is slecht voor het klimaat. Om andere milieuredenen mogen ze ook geen waterdammen bouwen. Maar hoe moeten die landen zich ontwikkelen als ze geen energie mogen opwekken? Het ergste is dat die ngo's hun agenda weten op te dringen aan belangrijke organisaties, zoals de Wereldbank. De verontwaardiging over inhumane arbeidsomstandigheden is toch meer dan terecht? De ramp met de Bengaalse textielfabriek Rana Plaza in 2013, waarbij 1138 doden vielen, is niet voor niets een symbool geworden. Collier: Ja, arbeidsomstandigheden zijn belangrijk. Maar het is aan Bangladesh, Jordanië of Ethiopië om zijn arbeidsmarkt te reguleren. Over Bangladesh gesproken: de 'verfoeide textielindustrie' is een zegen voor dat land. Een mooi verhaal, ook. Die hele industrie is ontstaan uit een mislukt avontuur van buitenlandse investeerders, die er na drie jaar de brui aan moesten geven. Enkele lokale ondernemers roken toen hun kans: ze namen de arbeidsters over, en door hun betere kennis van het land en de cultuur slaagden ze waar de buitenlanders hadden gefaald. Textiel is er nu een miljardenbusiness die honderdduizenden gezinnen uit de extreme armoede heeft getild en die vooral de positie van de vrouw heeft vooruitgeholpen. Sub-Saharisch Afrika staat steeds meer centraal in het migratiedebat. Bent u gewonnen voor een marshallplan voor Afrika, een oud idee dat op de voorbije migratietop rondzoemde? Collier: Nogmaals: Afrika heeft geen westerse liefdadigheid maar westerse bedrijven nodig. Het is een jong en dynamisch continent met een enorm potentieel, geen club van bedelaars. Het probleem is dat de gemiddelde Afrikaan alleen en zonder enige vorm van specialisering werkt, en daardoor gedoemd is tot armoede. Alleen bedrijven kunnen die vicieuze cirkel doorbreken, omdat ze mensen doen samenwerken en zorgen voor schaaleffecten en specialisering. Wil je beletten dat duizenden jonge Afrikanen met bootjes de Middellandse Zee oversteken? Stuur dan bedrijven en zwengel daarmee een dynamiek aan om miljoenen banen te creëren. De Chinezen doen het al, en veel Afrikanen vragen zich af waarom Europa het laat afweten. In Ethiopië staan ze te springen om onze bedrijven. Ik heb het bij mijn laatste bezoek nog gehoord: 'We verkiezen Europese boven Chinese investeerders, omdat jullie beter zijn in kennisoverdracht.' Maar wat met corruptie en incompetentie, eigenschappen die vaak aan Afrikaanse overheden worden toegeschreven? Collier: Ik ben vaak in Ghana, een land dat al een paar jaar met 9 procent groeit. Het wordt uitstekend geleid: de samenwerking tussen de president, de vicepresident en de minister van Financiën kan als voorbeeld van goed bestuur dienen, ook in Europa. En Ghana staat niet alleen. Ik ben als expert gevraagd om mee te werken aan Compact With Africa, een Duits initiatief binnen de G20 (de 19 belangrijkste industrielanden ter wereld en de Europese Unie, nvdr) dat Afrika aantrekkelijker moet maken voor privé-investeringen: Ghana is maar een van de elf landen die al zijn toegetreden, naast collega-voortrekkers als Ethiopië, Ivoorkust en Marokko. Het is een kwestie van tijd voor andere landen ook zover staan. Afrika gaat dezelfde weg op als Zuidoost-Azië. Ook daar zag je hoe vier relatief kleine landen het voortouw namen. Hun succes heeft andere landen ertoe gedwongen hun voorbeeld te volgen. Sub-Saharisch Afrika beleeft een demografische boom: volgens voorspellingen zal de bevolking er tegen 2050 groeien tot 2 miljard - een verdubbeling. Dat vooruitzicht voedt de Europese vrees voor een tsunami van vluchtelingen en economische migranten. Is die vrees terecht? Collier: Nee. Door een economische bril bekeken is de demografische groei een opportuniteit. Stel dat de transitie lukt en Afrika de volgende maakeconomie wordt: wat een kansen liggen er daar niet voor Europa, nog altijd het continent dat er de nauwste banden mee heeft? Al die jonge mensen zullen beter dan wie ook geplaatst zijn om met nieuwe technologieën om te gaan. We zullen hen nódig hebben.