Toen hij nog een prille tiener was, zwom hij elke dag in het van krokodillen vergeven Sharmishthameer. In het midden van het de plas klauterde hij uit het water, holde naar de plaatselijke hindoetempel, hees daar de vlag en zwom doodgemoedereerd terug.
...

Toen hij nog een prille tiener was, zwom hij elke dag in het van krokodillen vergeven Sharmishthameer. In het midden van het de plas klauterde hij uit het water, holde naar de plaatselijke hindoetempel, hees daar de vlag en zwom doodgemoedereerd terug. Het is maar een van de honderden sagen die de ronde doen over Narendra Damodardas Modi, de premier van India die vorige week met een spectaculaire meerderheid werd herkozen. Zijn levensverhaal leest als een kruising van een middeleeuwse hagiografie en een Marvel-comic. Biografen vertellen ook graag het verhaal over hoe de premier als kind eens een gewonde babykrokodil mee naar huis nam om ze te verzorgen. Of hoe hij als broekventje elke dag uit de les moest wegsprinten om thee te verkopen in een van de acht dagelijkse treinen die het station van zijn thuisstad Vadnagar aandeden. Of hoe hij na zijn studie een dolende pelgrim werd, die zich twee jaar lang overgaf aan contemplatie en spirituele introspectie. Vandaag is die zonderling de machtigste man van India. Bij de verkiezingen, die vijf weken lang over verschillende regio's gehouden werden, behaalde Modi met zijn BJP-partij een meerderheid in de Lok Sabha, het Indiase Lagerhuis. Narendra Modi is de verpersoonlijking van de Indiase Droom: hij was een straatschoffie uit de zogenaamde OBC-kaste, een klasse van verschoppelingen uit de laagste echelons van het oude Indische kastensysteem. Als politicus cultiveert Modi het beeld van de sterke leider. Op het campagnepad is hij energiek, een soort onvermoeibare Raspoetin die nauwelijks drie uur per nacht slaapt en - zo zegt hij zelf - de goddelijke gave heeft om gelijk welk vergif te verteren. Tegelijk is hij een devote hindoe die spirituele zingeving zoekt bij schimmige goeroes en twee uur per dag aan yoga doet. De term 'politiek beest' is een understatement om Modi te beschrijven, zegt ook Lance Price, die tijdens de verkiezingen van 2014 exclusieve toegang kreeg tot de man. Price, die tussen 1997 en 2001 spindoctor was van de Britse premier Tony Blair, blijft tot op vandaag een van de weinige journalisten die Modi uitgebreid heeft kunnen spreken. In het boek The Modi Effect schetst hij het beeld van een charismatische kluizenaar die maniakaal en non-stop voor de politiek leeft. 'Hij heeft een focus en toewijding die ik zelden heb gezien bij een politicus. Hij heeft geen relaties, geen gezin, geen hobby's. Neem de politiek weg en hij heeft niets meer om voor te leven.' Zelfs na vijf jaar blijft hij een enigma. 'Modi is een soort luchtspiegeling', zegt Kapil Komireddi, die de voorbije maanden uitgebreid door India reisde. Met Malevolent Republic heeft hij een nieuw boek uit waarin hij een onheilspellend beeld schetst van de grootste democratie ter wereld. 'Het is onmogelijk te zeggen wat er echt is aan hem. Hij heeft sinds zijn aantreden niet één kritisch interview toegestaan. Narendra Modi is een en al politieke constructie.' Over zijn politieke roots bestaat echter geen discussie. Modi is een product van de Rashtriya Swayamasevak Sangh (Nationale Vrijwilligersorganisatie, RSS), een extreemrechtse groepering die het midden houdt tussen een massale jeugdbeweging en een paramilitaire organisatie. De officiële ideologie van de RSS is de hindutva, wat zoveel betekent als hindoe-nationalisme: de overtuiging dat India het heilige land is van de hindoes, waarin moslims en andere religieuze minderheden geen plaats hebben. Die overtuiging gaat lijnrecht in tegen de seculiere traditie van India, waarin alle religieuze tradities gelijk voor de wet zijn. Naast religieuze gestrengheid cultiveert de RSS ook een cultus van mannelijkheid, met een nadrukkelijke focus op fysieke training. De beweging baseert haar ideologie op het Italiaanse fascisme en nazisme. De grondleggers van de RSS haalden nadrukkelijk hun inspiratie bij de fascistische beweging van Mussolini. Madhav Sadashiv Golwalkar, de tweede opperste leider van de RSS, beschouwde de Holocaust als 'een effectieve manier om met de minderheden in India om te gaan'. 'Het ultieme doel van de hindoenationalisten is een India creëren waarin de hindoes voorrang hebben', zegt Angana Chatterji, een antropologe aan de Universiteit van Californië die uitvoerig publiceerde over het hindoe-nationalisme. 'Hindoe-nationalisten vinden dat er in India geen plek is voor minderheden. Zelfs hindoes met een seculiere instelling horen er voor hen niet bij. Ze zijn er fundamenteel van overtuigd dat je minderheden alleen met geweld onder controle kunt houden.' Wanneer premier Indira Gandhi in 1975 de nationale noodtoestand uitroept, wordt de RSS verboden. Modi is op dat moment een van de leidende figuren binnen de RSS, en moet twee jaar lang onderduiken. Als een van de verzetsleiders tegen de noodtoestand groeit zijn faam binnen de beweging. In 1985 wordt hij overgeheveld naar Bharatiya Janata Party (Indiase Volkspartij, BJP), de politieke arm van de RSS. In datzelfde jaar slaat de Congrespartij, de seculiere centrumpartij die India sinds zijn onafhankelijkheid doorlopend bestuurt, aan het zwalpen. De aanleiding lijkt een futiliteit: een rechtszaak waarin een moslima haar voormalige echtgenoot aanklaagt omdat die na de scheiding weigert alimentatie te betalen - volgens hem gaat het in tegen islamitische gebruiken. Wanneer het Hooggerechtshof het seculiere principe handhaaft en de vrouw een alimentatie toewijst, doet premier Rajiv Gandhi een electorale knieval, en laat hij een wet door het parlement goedkeuren die moslims voortaan uitsluit van alimentatieregelingen. 'Daar is de Congrespartij religieuze minderheden naar de mond beginnen te praten', zucht Komireddi. 'Want door die toegift aan de moslims waren die hindoe-nationalisten boos, omdat hindoes geen religieuze privileges hadden. En dus besloot Rajiv Gandhi plots om een moskee om te bouwen tot hindoetempel. En toen de moslims daardoor weer boos werden, suste hij hen door als eerste land in de wereld de fatwa tegen Salman Rushdie te steunen.' Bij de verkiezingen van 1989 ontpopt Rajiv Gandhi een discours dat nauwelijks nog te onderscheiden is van het hindoe-nationalisme van de BJP. Na de verkiezingen geeft de BJP gedoogsteun aan de regering van Gandhi. 'Dat is de tragedie van het secularisme in India,' zucht Komireddi. 'Zij hebben het hindoe-nationalisme gelegitimeerd.' Terwijl de BJP gaandeweg mainstream wordt, rijst Modi's ster in de partij. In 2001 wordt hij gouverneur van zijn thuisstaat Gujarat, India's meest westelijke provincie. Hij ontpopt zich er onmiddellijk tot de held van de ondernemende middenklasse, door corruptie en bureaucratie terug te dringen en forse economische groeicijfers te laten optekenen. Maar zijn gouverneurschap heeft een ongezien sinistere kant. Op 27 februari 2002 komen 37 hindoe-pelgrims om bij een brand in een trein. Geruchten dat de brand aangestoken zou zijn door moslims verhitten de gemoederen. In de drie dagen die volgen op wat vermoedelijk een ongeluk was, trekken bendes hindoe-extremisten een spoor van vernieling, moord en verkrachting door de moslimgemeenschap in Gujarat. Die pogroms zouden het leven kosten aan meer dan 1000 burgers, overwegend moslims. Volgens verschillende rapporten gingen lokale hindoe-nationalisten voorop in de brutaliteiten, terwijl de politiediensten nauwelijks actie ondernamen, en in sommige gevallen zelfs assistentie verleenden aan de hindoe-extremisten. Al die tijd ondernam Modi geen enkele actie om het moorden te stoppen. Tot op vandaag heeft hij nooit enige spijt of excuses voor het gebeurde uitgesproken. In 2013 vergeleek hij zijn gevoelens bij de rellen in 2002 met wat een passagier voelt die in een auto zit die een puppy overrijdt. In de jaren vóór 2014 is India politiek uiterst instabiel. Partijen die willen besturen zijn gedwongen enorme en wankele coalities aan te gaan, en worden geplaagd door corruptieschandalen. Bovendien stapelt de Congrespartij de blunders op. Kapil Komireddi benadrukt daarbij vooral het belang van de aanslagen in Mumbai, waarbij Pakistaanse terroristen bij een serie bombardementen en schietpartijen minstens 174 mensen vermoordden. 'Een handvol doorgesnoven terroristen hebben drie dagen lang een bloedbad kunnen aanrichten in de grootste stad van India, en onze premier kon enkel toekijken. Modi heeft die angst perfect uitgebuit. Als seculieren er niet in slagen om hun burgers te beschermen, zijn ze bereid om op fascisten te stemmen.' Wanneer hij in 2014 kandidaat is voor het premierschap, lijkt Modi in niets op de religieuze stokebrand van weleer. Weg zijn de goeroes en de bloed-en-bodemretoriek, voortaan presenteert hij zich als vikas purush, 'de held van de ontwikkeling'. Plots is zijn boodschap er een van jobs, internet en toiletten. Met grote infrastructuurprojecten wil hij India tegen 2020 uit de extreme armoede halen. Ondernemers, en bij uitbreiding zowat de voltallige middenklasse, zijn helemaal wild van zijn grootse plannen en de positieve vibe die zijn campagne uitdraagt. Het is de Indiase versie van Yes We Can, maar dan een met een sterk anti-islamitische bijsmaak. Modi is overal in die verkiezingscampagne: onvermoeibaar reist hij het land af om zijn blijde boodschap van economische ontwikkeling te slijten. Via hologramprojecties speecht hij op tientallen verkiezingsmeetings tegelijk - geen halve maatregel in een land met een electoraat van honderden miljoenen kiezers. En gaandeweg valt ook het seculiere establishment voor de voormalige krokodillenfluisteraar. Een van de eerste publieke intellectuelen die hem steunen, is Gurcharan Das, de voormalige ceo van Procter & Gamble India. 'Natuurlijk besefte ik maar al te goed dat Modi dictatoriale neigingen had', vertelt Das. 'Uiteraard wist ik dat hij het niet goed voorhad met moslims. Maar hij was de enige Indiase politicus die India hoop kon bieden op economische vooruitgang.' Het moet gezegd: Modi neemt zijn economische beloften ter harte. De infrastructuurwerken die hij onderneemt, zijn zonder meer indrukwekkend. Zo start hij een overheidsprogramma op waarmee meer dan honderd miljoen toiletten worden gebouwd. Het belang daarvoor voor de gemiddelde Indiër valt niet te overschatten. Het gebrek aan propere toiletten is in een land met een enorme bevolkingsdruk een van de voornaamste oorzaken van besmettingshaarden. Vooral voor vrouwen is de maatregel vaak een kwestie van leven of dood. Vrouwen die voor hun gevoeg niet langer het dichtstbijzijnde bos of veld in hoeven, lopen minder risico om aangerand of verkracht te worden in een land waar gendergerelateerd geweld schering en inslag is. Daarnaast voert Modi een neoliberaal beleid dat voor alles gericht is op explosieve economische groei. Hij schroeft de digitalisering op. Met grootschalige campagnes probeert hij buitenlandse investeerders aan te trekken. Hij slaagt er ook in de inflatie drastisch in te perken. Maar zijn meest opmerkelijke beleidskeuze is ongetwijfeld het demonetiseringsbeleid. Op 8 november 2016 kondigt hij eensklaps aan dat de coupures van 500 en 1000 roepi (ongeveer 6,4 en 12,8 euro) per direct uit de omloop gaan. De Indiërs krijgen welgeteld vijftig dagen om hun oude biljetten in te ruilen. Op die manier wil Modi de welig tierende zwarte economie tegengaan. Alleen blijkt de actie nauwelijks doorgesproken met de Nationale Bank. De nieuwe biljetten zijn nog niet klaar. Bij bankautomaten breken rellen uit. De taxi- en riksjasector, die volledig draait op cash betalingen, valt nagenoeg helemaal stil stilstand. In de rurale gebieden en in de armste kasten, waar bankrekeningen of onlinebetalingen nauwelijks bestaan, heeft het beleid desastreuze gevolgen. Ook Gurcharan Das noemt het demonetiseringsbeleid 'een totale catastrofe': 'Het zou goed zijn als Modi dat zou toegeven.' Tegelijk hanteert Modi ook als premier het hondenfluitje. Hoewel hij als premier zijn discours altijd matigt, lijkt hij niet bereid om zijn achterban in te tomen. Zo maakten de zogenaamde cow vigilantees opgang. Dat zijn gewapende groeperingen die toezien op het welzijn van koeien, die door hindoes als heilige wezens worden beschouwd. In veel regio's is het slachten en consumeren van rundvlees ondertussen verboden. Vaak lijdt die 'waakzaamheid' tot regelrechte lynchpartijen, waarbij burgers die ervan beschuldigd worden rundvlees gegeten te hebben door een woedende massa mishandeld worden. De slachtoffers zijn in overgrote mate moslims. 'Die lynchpartijen worden goed gedocumenteerd', vertelt Kapil Komireddi. 'Ze worden gefilmd en online gezet. Ze dienen om een boodschap uit te sturen naar de moslims: wees maar bang, binnenkort zijn jullie misschien aan de beurt.' Hoewel Modi de lynchpartijen op het podium afkeurt, twijfelen velen aan zijn oprechtheid, vooral omdat verschillende BJP-ministers de aanvallers expliciet in bescherming nemen. Onder Modi's premierschap scheert de RSS ongezien hoge toppen. In 2016 had de beweging liefst 56.859 afdelingen over het hele land, goed voor meer dan 6 miljoen leden. Volgens RSS-leider Mohan Bhagwat kan de organisatie 'binnen de drie dagen' een leger op de been brengen. Nog onrustwekkender dan het geweld is de manier waarop Modi en de BJP het hindoe-nationalisme institutionaliseren, zegt Angana Chatterji. In haar nieuwste boek Majoritarian State: How Hindu Nationalism is Changing India documenteert ze haarfijn hoe de BJP de Indiase instellingen infiltreert. 'Modi is India aan het ombouwen tot een autoritaire democratie. Hij is er de voorbije jaren in geslaagd om zijn bondgenoten op sleutelposten te benoemen. In de rechtbanken, de verkiezingscommissie, de bureaucratie, de media en de universiteiten hebben zijn medestanders de macht gegrepen. Ze willen een dictatuur van de meerderheid organiseren, waarbij hindoes hun wil opleggen aan de rest van India.' Ook het intellectuele klimaat is de voorbije jaren bijzonder verzuurd. 'Zelfs wetenschap is tegenwoordig gepolitiseerd', zegt Komireddi. 'Op het jaarlijkse Indian Science Congress heb je tegenwoordig sprekers die in alle ernst beweren dat de hindoes 3000 jaar geleden al de straaljager hebben uitgevonden. Die onzin wordt tegenwoordig ook in veel scholen onderwezen. De onderliggende gedachte is duidelijk: moslims en andere minderheden hebben die cultuur vernietigd.' Dat discours is meer dan religieus geneuzel, waarschuwt Komireddi. 'Het toont aan in welke mate hindoe-nationalisten zichzelf als slachtoffer zien. Als je echt gelooft dat je cultuur is kapotgemaakt door indringers, is het logisch dat je je achter een Grote Leider schaart.' In de voorbije campagne verhardde de toon. Weg is de hoopvolle boodschap van de economische opgang en proper sanitair. De economische groei slabakt, de werkloosheid neemt toe en in de rurale gebieden roeren de kleine boeren zich. Wat rest, zijn agressieve retoriek en vijandsbeelden. Ook de spanningen met het naburige Pakistan werden de voorbije maanden grondig opgepookt. In april liet Modi Indiase straaljagers bombardementen uitvoeren op Pakistan, als vergelding voor een terreuraanslag in de betwiste provincie Kasjmir. Ondanks die onrusten behaalde Modi vorige week de grootste verkiezingsoverwinning van zijn carrière. Met 303 van de 543 verkiesbare parlementszetels vergroot de BJP haar meerderheid. De Congrespartij behaalt nauwelijks 52 zetels. Voor Modi is het een overwinning zonder weerga. Voor seculieren en minderheden lijken barre tijden aan te breken. 'Het zal jaren duren voordat India zich hiervan herstelt', zucht Chatterji. 'Bovendien is het hindoe-nationalisme geen plotse gril. Het is een grassroots movement, die voor veel Indiërs hun absolute ideologie is geworden. Zelfs als Modi ooit een verkiezing verliest, zal die ideologie blijven bestaan.' Tegelijk lijkt er niet meteen een alternatief voorhanden. Zowat elke rechtse partij die naam waardig heeft zich aangesloten bij de coalitie van Modi. Wat er nog overbleef van de seculiere Indische traditie ligt zieltogend in de touwen. De Congrespartij, gedurende zes decennia de hofleverancier voor het premierschap, gaat ten onder aan politieke bloedarmoede. Ook Gurcharan Das, die Modi's kandidatuur in 2014 nog hartstochtelijk steunde, bekent dat zijn liefde ondertussen bekoeld is. Tegelijk blijft hij de hoop koesteren dat de premier in zijn volgende ambtstermijn de economie op orde zal brengen, en de antimoslimretoriek achterwege zal laten. 'Er is gewoon niemand anders met een geloofwaardig economisch beleid. Ik zie niet in op wie ik anders zou kunnen stemmen.'