Ze zijn in werkelijkheid net zo blond als op hun Instagramfoto's voor de wolkenkrabbers in Dubai: Angelika Egoschin en Lilli Pfannenstiel, de twee Duitse vrouwen achter 'Real Estate Blondies', die onroerend goed in de Arabische metropool kopen en verkopen. Hun glanzend witte kantoor op de 23e verdieping biedt uitzicht op de 'Business Bay' in Dubay: 'Een jaar geleden leek een kantoor als dit onbereikbaar', zegt Pfannenstiel, 'en nu zitten we hier.'
...

Ze zijn in werkelijkheid net zo blond als op hun Instagramfoto's voor de wolkenkrabbers in Dubai: Angelika Egoschin en Lilli Pfannenstiel, de twee Duitse vrouwen achter 'Real Estate Blondies', die onroerend goed in de Arabische metropool kopen en verkopen. Hun glanzend witte kantoor op de 23e verdieping biedt uitzicht op de 'Business Bay' in Dubay: 'Een jaar geleden leek een kantoor als dit onbereikbaar', zegt Pfannenstiel, 'en nu zitten we hier.' Beide vrouwen emigreerden vorig jaar naar Dubai om met een Duits-Arabische partner in de vastgoedsector te stappen. Naar eigen zeggen hebben ze al winst gemaakt, ook al is de vastgoedmarkt aan het begin van de pandemie ingestort. 'In de tweede helft van het jaar was de belangstelling groot', zegt Egoschin. Hun aanbod varieert van kleine studio's tot penthouses met zwembaden. Op hun website adverteren ze met hun 'gedisciplineerde, gestructureerde en professionele Duitse manier van werken'. Via Instagram beloven ze 'een dagelijkse blik op de vastgoedmarkt van Dubai en de gemakkelijke en comfortabele levensstijl van de Verenigde Arabische Emiraten'. De 'Real Estate Blondies' beschrijven Dubai precies zoals het zich aan de wereld wil presenteren: als een hyperdynamische stad waar iedereen succes kan hebben. Iedereen die bereid is zich te houden aan de regels, die popelt om te werken en die intens wil genieten van zijn schaarse vrije tijd. 'Dubai is de stad van de grenzeloze mogelijkheden', zegt Pfannenstiel. Ze vindt dat in haar geboorteland dat soort ambitie niet erg op prijs gesteld wordt. Het politieke machtscentrum van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), die nog maar enkele decennia geleden tot één staat zijn gefuseerd, ligt 140 kilometer naar het zuidwesten in Abu Dhabi. Maar Dubai is groter en drukker, een wonder in de woestijn, een toeristische trekpleister, een handels- en financieel centrum, een wereldhaven, een knooppunt van internationaal luchtverkeer, een dag-en-nachtspektakel. Dubai is een poging om een droomfabriek te bouwen voor de 21e eeuw, met de rijkdommen van het aflopende olietijdperk. De belangrijkste architect van die droomfabriek is Mohammed bin Rashid Al Maktoum, emir van Dubai en minister-president en vicepresident van de federale staat. Hij was zo verheugd dat het Amerikaanse tijdschrift Newsweek hem enkele jaren geleden uitriep tot The Sheik CEO, dat in Dubai een boek met die titel verscheen. Op een stralend witte cover huldigt dat boek het belangeloze werk van de geportretteerde en zijn 'lessen in leiderschap', zoals de ondertitel luidt. De beeltenis van de 71-jarige emir is overal in de stad te zien op posters en muurfoto's, in reuzengroot formaat. Waar de hoogste wolkenkrabber en enkele van de meest luxueuze hotels ter wereld uit de zanderige grond verrijzen, waar vergulde steaks geserveerd worden en waar je geklimatiseerde villa's op het strand van kunstmatige eilanden vindt, lijkt het leven zich in een andere werkelijkheid af te spelen. Uit de rest van de wereld, uit New York of Venetië, Andalusië of Parijs, halen de oprichters van deze betonnen, glazen en marmeren fantasieën alles wat ze mooi vinden en gebruiken het om de gebouwen te decoreren. Weinig subtiel uiterlijk vertoon. Het is verleidelijk en gemakkelijk om je onder te dompelen in de droomwereld van Dubai. Miljoenen reizigers en drommen gelukszoekers hebben dat al ervaren en zullen het nog ervaren. Ze genieten van lamsvlees in de bedoeïenentent, gaan naar de overdekte skipistes als het buiten 40 graden is, bezoeken populaire musicals die op hetzelfde moment ook in Londen, Hamburg of New York worden opgevoerd. Voor de Burj Khalifa, met zijn 828 meter het hoogste gebouw ter wereld, worden ze elke nacht getrakteerd op een spektakel van klank, licht en water, dat elk half uur opnieuw begint. Fonteinen schieten omhoog uit kunstmatige vijvers, steeds hoger en hoger op het ritme van dreunende muziek: westerse hits, Arabische pop, Luciano Pavarotti. In de omliggende restaurants staan de gasten op, omhelzen elkaar, halen hun mobieltjes tevoorschijn, nemen selfies en sturen het schitterende beeld van deze stad de wereld in. Veel succesvolle influencers hebben hier de perfecte achtergrond voor hun producties gevonden. Het systeem Dubai is ontworpen om te imponeren - of beter nog, te overdonderen. Bezoekers en tijdelijke bewoners van de droomfabriek mogen niet op kritische gedachten komen, maar moeten er deel van uitmaken, als consument of als werknemer. Toch liggen droom en nachtmerrie soms dicht bij elkaar: de kapitalistische wonderwereld aan de Perzische Golf heeft haar brutale keerzijde. Ook dat is Dubai: oppositieleden belanden in de gevangenis, gastarbeiders worden uitgebuit, de heersende elite leeft in een wereld van speciale rechten en regeert met de methoden van een moderne controlestaat. Politieke zeggenschap, vrije verkiezingen, democratie? Niet voor de inwoners van de Emiraten. De Amerikaanse denktank Freedom House stelt jaarlijks een overzicht op van de staat van de vrijheid en de democratie in de wereld. De VAE scoren op de schaal van Freedom House, die tot 100 gaat, slechts 17 punten, waarmee ze tussen Rusland (20 punten) en Iran (16 punten) liggen. 'Not free', luidt het algemene oordeel. Een paar jaar geleden leek de situatie te verbeteren. In 2017 kreeg het land drie punten meer dan nu. Amy Slipowitz, VAE-deskundige bij Freedom House, legt de achteruitgang uit: 'De persvrijheid is er afgenomen. Er zijn altijd beperkingen geweest, maar nu worden journalisten en commentatoren die kritiek hebben op de regering meer dan vroeger vervolgd en gevangengezet.' Blogger, dichter en mensenrechtenactivist Ahmed Mansoor is waarschijnlijk de bekendste gevangene van het regime. Na zijn arrestatie in maart 2017 werd hij achter gesloten deuren veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zit Mansoor 'in een piepkleine cel waar hij zelfs niet beschikt over lectuur, een bed, een matras en andere primaire levensbehoeften'. Toen Mansoors martelgang begon, was de staatsleiding van de VAE nochtans al druk bezig het imago van het land op te poetsen. Ze richtte een 'raad voor soft power' op met als doel 'ons land een goede reputatie te bezorgen'. Er werd een 'ministerie van Verdraagzaamheid' ingesteld en 2019 werd uitgeroepen tot het 'jaar van de verdraagzaamheid' - het hoogtepunt was het bezoek van paus Franciscus aan de hoofdstad Abu Dhabi, het eerste bezoek van een katholieke kerkleider aan het Arabisch schiereiland. De Emiraten zijn zeer bedreven in het gebruik van indrukwekkende beelden en mooie woorden. Op sommige vlakken lijken de VAE de tolerantie ook ernstig te menen. Christenen en hindoes mogen hun eigen kerken en tempels onderhouden. Bijna 90 procent van de ongeveer 10 miljoen mensen die in het land wonen, komt uit het buitenland en bezit geen staatsburgerschap. Velen van hen zijn geen moslims en kunnen hun geloof er wel belijden. Dubai doet zich kosmopolitisch voor. Hier is het normaal om vrienden uit de hele wereld te hebben of te trouwen met iemand met een andere culturele achtergrond. Heel wat Arabische expats genieten er van een vrijere levensstijl dan in hun thuisland. Voor het bedrijfsmodel van The Sheik CEO van Dubai is een zekere liberaliteit ook onontbeerlijk: bezoekers mogen alcohol drinken en in korte broek of minirok door de winkelcentra flaneren. Wie het zich kan veroorloven kan kiezen uit alle modemerken, exclusieve parfums en automodellen van de wereld. Maar van een keuze tussen politieke partijen kunnen de inwoners alleen maar dromen. Ondanks hun overdadige zelfpromotie hebben de machthebbers blijkbaar niet voldoende zelfvertrouwen om open politieke debatten toe te staan. Het land viert dit jaar pas zijn vijftigste verjaardag. De wolkenkrabbers en de ultramoderne infrastructuur zijn met een ongelooflijke snelheid uit de woestijngrond gestampt. De explosieve groei was alleen mogelijk dankzij hordes gastarbeiders. Ze kwamen uit de Filipijnen, Ethiopië, India, Bangladesh of Arabische landen. Zonder hen zou er weinig schitteren in de Emiraten. Ze sloven zich uit in hotels en winkelcentra, als chauffeurs en op bouwplaatsen. 'Wij zijn het andere Dubai', zegt de Egyptenaar Ahmed Badawy*. 'Wij zijn het smeermiddel in de aandrijving van het spektakel, in de schaduw van de show.' Badawy werkte als bewaker, vaak twaalf uur per dag in onregelmatige diensten, daarna bij de klantendienst op de luchthaven, tot hij na het uitbreken van de pandemie zijn baan verloor. Nu heeft hij een nieuwe baan gevonden bij een dienstverlener. De werktijden zijn regelmatig en hij verdient tot 900 euro per maand. De helft daarvan besteedt hij aan huisvesting en levensonderhoud en de andere helft stuurt hij naar huis, waar hij een zwangere vrouw en een dochtertje heeft. 'Al negen jaar ben ik hier tijdelijk', zegt Badawy, lachend om die contradictie. Hij wil er nog twee jaar blijven, tot zijn huis in Egypte is afbetaald. Tot dan, zegt hij, bestaat zijn leven uit werken, eten, slapen en geld naar zijn familie sturen. Op voorwaarde dat hij niet identificeerbaar is, wil Badawy een inkijk geven in zijn leven, en in de wereld van de gastarbeiders van Dubai. Hij deelt zijn kamer met twee andere geïmmigreerde Arabieren. In het appartement wonen 16 mannen, ze hebben een badkamer en een keuken. De huur wordt betaald per bed. Badawy heeft redelijk wat comfort: het appartement wordt regelmatig schoongemaakt, ze delen met z'n drieën een koelkast, een tv en het kleine balkon. Er zijn geloofwaardige berichten dat elders in de Emiraten meer dan een dozijn arbeiders in smerige kamers worden samengepropt. Sedky Eskandar*, een van Badawy's kamergenoten, werkt voor een callcenter. Het hoort bij een gezondheidsdienst van de regering, maar is, zoals vaak in Dubai, uitbesteed aan een privébedrijf. Omdat het bedrijf hem geen werkruimte ter beschikking stelt, gebruikt hij zijn bed als thuiskantoor. Als Eskandar telefoneert, moet iedereen in de kamer stil zijn. Hij verdient slechts 670 euro per maand. 'Het was mijn beste optie', zegt Eskander, die daarvoor een tijdje zonder werk had gezeten. Hij interesseert zich niet voor mensen die meer verdienen. 'Als je daarover gaat nadenken, word je alleen maar gek.' Badawy's favoriete wijk in Dubai is Rikka, waar gastarbeiders uit de Filipijnen het stadsbeeld domineren. Het is er een drukte van jewelste. Er zijn eettentjes, telefoonwinkels en juwelenkraampjes. Filipijnse vrouwen slenteren voorbij, op een pleintje spelen mannen basketbal, in de drukke restaurants zijn er ook Indiase of Syrische specialiteiten. Een beetje verderop staan op een parkeerplaats twee stoelen, Badawy vraagt aan de bewaker of we even mogen zitten. Terwijl de bewaker, een oudere man uit Pakistan, op een gammele fiets over het parkeerterrein rijdt, laat Ahmed Egyptische muziek spelen op zijn mobieltje en steekt hij een sigaret op. Er steekt een briesje op, de hitte wordt draaglijker. 'Dit is de beste plek in de hele stad,' zegt Ahmed Badawy. Rikka is een van de aangenamere buurten voor gastarbeiders, het ligt vrij centraal. Velen hier zijn in Ajman begonnen, een van de kleinere emiraten ten noorden van Dubai. Sharjah, dat er tussenin ligt, is vaak hun volgende halte. Met het openbaar vervoer duurt het twee tot drie uur om vanuit het noorden in Dubai te raken. Sommigen wonen in 'labour camps', die voor gastarbeiders opgetrokken zijn. Vanaf het noordelijke eindpunt van de metro leidt een buslijn naar een van deze kampen: Sonapur - 'stad van goud' in het Hindi - wordt bewoond door veel Indiërs. Badawy heeft daar ook een tijdje gewoond, vertelt hij. Sonapur, dat betekent stoffige straten met Indiase en Pakistaanse winkeltjes, goedkope supermarkten en een concentratie van huizenblokken van twee tot vier verdiepingen. Talloze bedrijven hebben hier massahuisvesting voor hun werknemers. Aan de tafels van het restaurant Peshawar City wachten de klanten op de oproep van de muezzin om de vasten te doorbreken - het is ramadan. Veel mensen dragen nog hun werkkleding, het uniform van een bewakings- of koeriersbedrijf. De biryani is er overheerlijk en kost 10 dirham, dat is 2,25 euro, in het centrum van Dubai zou dat vijf keer zo duur zijn. Aan de geldautomaten in de buurt staan lange wachtrijen, vermoeid uitziende mannen nemen hun loon op. Het grootste deel van hun geld maken ze over naar hun familie thuis. 'Sonapur is een belangrijke plek', zegt Badawy. 'Het bestaan van hele Indiase dorpen hangt ervan af.' Het ziet er een levendige buurt uit, maar Badawy wuift dat weg: voor de pandemie woonden er veel meer mensen. Als je beter kijkt, zie je veel onverlichte ramen in de accommodaties en borden met 'huurders gezocht'. Badawy had gelukkig nog een geldige werkvergunning nadat hij zijn werk op de luchthaven verloren had. Een vergunning is meestal gekoppeld aan een baan en het verblijfsrecht aan de vergunning. Dat geeft werkgevers een stevige onderhandelingspositie. Baanverlies kan het einde van bestaanszekerheid betekenen, want veel gastarbeiders hebben thuis een berg schulden achtergelaten - voor hun droom in Dubai hebben ze risico's genomen en hun huis of een stuk land in pand gegeven. In het ultraneoliberale model van Dubai concurreren ze bij wijze van spreken met de hele wereld. Anders dan in de naburige Golfstaten kunnen kandidaat-gastarbeiders tegen betaling het land binnenkomen met een tijdelijk bezoekersvisum en zo hun geluk beproeven - ze hoeven niet eerst een baan te vinden via een uitzendbureau. Aan de ene kant geeft dat meer vrijheid, aan de andere kant is de concurrentie moordend. 'Sommige mensen kunnen deze druk niet aan', zegt Badawy. 'Wij zitten in een kapitalistische val.' Ook in zijn geboorteland Egypte mist hij perspectief. Bij het afscheid lijkt hij behoorlijk radeloos. Het grootste machtsmiddel van particuliere ondernemers en overheidsinstanties in de VAE, is ongetwijfeld de voortdurende bewaking. In Dubai zijn videocamera's alomtegenwoordig, buiten en binnen. Uit onderzoek blijkt dat alle middelen worden gebruikt om bewegingsprofielen op te stellen. Telefoongesprekken en e-mails worden nagegaan, als iemand met veel invloed dat wil. De rigoureuze controle heeft ook positieve kanten. De straten van Dubai zijn veilig, vrouwen en mannen hoeven niet bang te zijn voor nachtelijke overvallen, er zijn weinig zakkenrollers. Als er toch iets gebeurt, verschijnt er meteen politie of security. Bovendien zijn de Emiraten tot dusver gespaard gebleven van noemenswaardige terroristische aanslagen. Af en toe lekt iets uit over de controlemethodes van de staat. Twee jaar geleden meldde het persbureau Reuters dat voormalige Amerikaanse inlichtingenofficieren betrokken waren bij 'Project Raven'. Onder leiding van DarkMatter, een beveiligingsbedrijf uit de Emiraten, hackte het Raven-team de apparaten van militante islamisten, mensenrechtenactivisten en journalisten, onder wie Amerikaanse burgers. Volgens het rapport van Reuters werd zelfs een iPhone gehackt van de emir van Qatar, die weleens als een politieke vijand van de VAE werd beschouwd. Ook de strengheid waarmee The Sheik CEO vrouwen in zijn familie aanpakt, haalt af en toe het wereldnieuws. Mohammed bin Rashid Al Maktoum, vader van minstens 25 kinderen, liet zijn toen 19-jarige dochter Shamsa in de zomer van 2000 ontvoeren van het Britse Cambridge naar Dubai, aldus het vonnis van een Londense rechtbank een jaar geleden. Het proces ging voornamelijk over de zesde vrouw van de Emir van Dubai. Zij was in 2019 met haar twee kinderen naar Londen verhuisd en verzette zich tegen de pogingen van haar man om de kinderen terug te krijgen. Een andere dochter van de Emir, prinses Latifa, slaagde er na jarenlange voorbereiding in vanuit Dubai met een jacht naar Miami te vluchten. De ontsnapping mislukte en Latifa werd in 2018 door agenten van haar vader teruggebracht naar Dubai. Daar werd de jonge vrouw, volgens haar advocaat, gevangen gehouden in een villa. In een video die ze naar buiten kon smokkelen, zegt ze: 'Ik ben een gijzelaar.' Ze was onlangs te zien op Instagramfoto's, omringd door vriendinnen in een winkelcentrum. Het is niet bekend hoe het op dit moment met haar gaat. De omgang van Al Maktoum met zijn dochters en vrouwen bewijst dat hij in zijn koninkrijk als een absolute monarch boven de wet staat. Toch hebben vrouwen in de VAE meer beroepskansen dan in veel andere Arabische landen. Verscheidene ministeries worden door vrouwen geleid. De diplomatieke vertegenwoordiging in Berlijn wordt geleid door een vrouwelijke ambassadeur. De eerste vrouwelijke astronaut in de Arabische wereld kwam uit de Emiraten. Ook migrantenvrouwen kunnen carrière maken, zoals het verhaal van Anjana Nadeem* bewijst. Zij is midden twintig, geboren in Zuid-Azië en opgegroeid in Dubai. Haar goed opgeleide ouders hadden geschoold werk gevonden in de Golf, maar verloren hun baan in 2010 na de wereldwijde financiële crisis. Nadeem, die net aan de universiteit was begonnen, ging deeltijds werken in een dienstenbedrijf. In het begin had ze geen kantoor of eigen netwerk van contacten. Maar haar talent werd opgemerkt en ze kreeg al snel opdrachten van een groot bedrijf. Vandaag heeft Nadeem zelf acht mensen in dienst en heeft ze onlangs een filiaal geopend in de regio. Ze houdt van Dubai, 'de snelle, opwindende omgeving hier', maar voelt zich nog altijd een gast. 'Ik ben hier al mijn hele leven met een tijdelijk visum.' Zou ze het burgerschap van de Emiraten willen? Nee, want dan zou ze het paspoort van haar land van herkomst moeten inleveren. Nadeem is groot geworden met de kunstmatigheid van deze enorme stad, maar juist daardoor heeft ze er een ambivalent gevoel over. 'Dubai is een zeepbel. We leven in een perfecte wereld die niet echt is. Ik voel me soms een avatar in een game.' Op lange termijn zou ze liever in een land wonen waar het dagelijkse leven eenvoudiger en vrijer is. 'Vooral als ik kinderen heb,' zegt Nadeem, 'want ik wil niet dat ze in zo'n omgeving opgroeien.' Ze wil dat haar kinderen vrijuit voor hun mening kunnen uitkomen. In Dubai is dat onmogelijk.