De Amerikaanse middenklasse is boos. Vermogende elites bepalen de spelregels en trekken onbeschaamd het laken naar zich toe, zo voelt men. Doorsnee Amerikanen blijven achter en voelen zich verongelijkt.
...

De Amerikaanse middenklasse is boos. Vermogende elites bepalen de spelregels en trekken onbeschaamd het laken naar zich toe, zo voelt men. Doorsnee Amerikanen blijven achter en voelen zich verongelijkt. 'De woede van de middenklasse tegen de elites en hun privileges is mogelijk de meest belangrijke, minst begrepen en meest onderschatte politieke dynamiek van ons tijdperk', aldus Emmanuel Rahm, adviseur van voormalig president Barack Obama. Mark Muro, onderzoeker bij denktank Brookings Institution uit hoofdstad Washington, weet waarom: in de Verenigde Staten ontstaan stilaan twee economieën die steeds verder uit elkaar drijven. De ene is succesvol en staat voor de toekomst van het land, de andere stagneert. Sinds 2005, zo stelt Muro in een nieuw onderzoek, hebben slechts vijf grootstedelijke gebieden goed 90 procent van alle groei naar zich toe getrokken in de technologiesector, vandaag de motor van de Amerikaanse economie. Welvaart en productiviteit zijn steeds meer geconcentreerd bij bewoners van die vijf steden, vooral aan de kust: Seattle, San Jose, San Diego, Boston en San Francisco. De nieuwe machtscentra hebben tegelijk banen en investering opgeslorpt van 343 andere steden die daarom achterblijven in de digitale economie. Het Amerikaanse binnenland, met onder meer de uitgestrekte Midwest, stagneert. Fabrieken, landbouw, mijnbouw en delen van de energie-industrie: al die sectoren verkeren ofwel in crisis, of zijn onomkeerbaar op hun retour. Ze symboliseren een verleden dat stilaan wegkwijnt, terwijl stedelijke kenniswerkers steeds sneller vooruit schrijden. 'De technologische elite scheurt zich van de rest van het land af', zegt Muro, 'en de achterblijvers voelen zich losers.' Op zich is dat niet nieuw. Maar Muro toont aan dat beide economieën steeds sneller uit elkaar drijven. En dat heeft ook politieke gevolgen. De nieuwe machtscentra stemmen overwegend Democratisch, de achterblijvers Republikeins. Zo ontstaan in de VS twee realiteiten.'Vroeger beenden de achterblijvers uiteindelijk bij', zegt Muro. 'Vanaf 1980 is dat echter gaan veranderen. De laatste tien jaar blijven arme steden achterop hinken, of zakken ze zelfs dieper weg. De kloof met successteden wordt steeds groter. Er is iets kapot in de Amerikaanse economie.' Sinds 1994 heeft vrijhandelsakkoord Nafta (nu USMCA) een aantal regionale economieën in de VS ingrijpend veranderd, omdat bedrijven onder meer naar Mexico verhuisden. Maar het technologische tijdperk heeft volgens Muro veel diepere verandering met zich meegebracht. De digitale economie werkt immers volgens een aantal principes die de huidige evolutie nog versterken. Technologiebedrijven hebben baat bij concentratie. Ze trekken toeleveranciers aan. Zo ontstaat de infrastructuur die verdere innovatie vergemakkelijkt. De vijf technologische machtscentra, gedomineerd door een handvol grote bedrijven, trekken hoogopgeleide mensen en investering uit andere plekken aan. 'Zo ontstaat een vicieuze cirkel die moeilijk te breken is', aldus Muro. 'De rijken worden rijker en de achterblijvers voelen zich losers', vervolgt Muro. 'Ze voelen dat ze niet kunnen volgen, dat ze achterop hinken. Dat heeft grote gevolgen voor de Amerikaanse samenleving.' Maar zelfs in de innovatiecentra heerst er ontevredenheid. Bewoners klagen over files en hoge woningprijzen. Lonen stijgen zodanig dat kleinere bedrijven niet meer kunnen concurreren. 'Niemand is echt tevreden met dit systeem dat ongeziene ongelijkheid creëert.' De economische verdeeldheid van de VS schikt zich naar partijlijnen. Zo stemmen de regio's die het economisch goed hebben vooral Democratisch, terwijl de meeste Republikeinse districten stagneren of er zelfs op achteruit gaan. Onderstaande grafiek laat daar weinig twijfel over bestaan. Terwijl het gemiddelde gezinsinkomen en de economische activiteit in Democratische kiesdistricten blijven stijgen, gaan ze er bij Republikeinen op achteruit. Het is dan ook geen toeval dat president Donald Trump zo'n succes oogst met zijn slogan Make America Great Again, zegt Muro. De sectoren waar Trump veel steun geniet kijken tegen onheilspellende prognoses aan. Het Amerikaanse platteland lijdt onder dalende grondstofprijzen. Ook fabrieken hebben het lastig onder de aanhoudende handelsoorlog met China en een wereldwijde dip in de vraag. Mijnbouw wordt stilaan verdrongen door goedkopere en minder vervuilende hernieuwbare energie. 'De steden halen meer inkomen binnen en kleine gemeenschappen en landelijke gebieden zien stagnering of terugloop', aldus Muro. 'Die omstandigheden zijn de perfecte voedingsbodem voor de boze antipolitiek die opgang maakt in het land en zich voedt op het wantrouwen tegenover elites en de stedelijke winnaars.' 'Trump profileert zich als de beschermer van die mensen en belooft beterschap. Dat is niet te onderschatten. De Republikeinse partij ziet het succes daarvan en kandidaten kopiëren dat. Dat polariseert de Amerikaanse politiek en het land. Ook het feit dat progressievere Democratische kandidaten succes oogsten heeft daarmee te maken.'Muro en zijn collega's bij denktank Brookings denken dat de Amerikaanse overheid dringend moet ingrijpen wil ze de verdere welvaartsconcentratie en polarisering van de Amerikaanse economie tegenhouden. 'De winnaars laten bijna niets over voor de rest van de Amerika. Deze veranderingen gebeuren almaar sneller. Als er niet ernstig wordt ingegrepen dan worden politieke tegenstellingen op de spits gedreven en staat Amerika mogelijk voor een tijdperk van instabiliteit.'