1. Wat is er aan de hand?

De Turkse munt is in vrije val. Sinds begin 2018 verloor de lira meer dan 30 procent van zijn waarde. Dat is zeer slecht nieuws voor de Turken. Begin dit jaar kregen ze voor 100 lira nog 22 euro, vandaag amper 15 euro. Voor anderen is de instorting van de Turkse munt goed nieuws. Bijvoorbeeld voor toeristen: voor 100 euro kregen zij in januari 450 lira, nu 660 lira. Voor het zelfde aantal euro's kun je dus meer in Turkse munt aankopen. Al is er een 'maar': de Turken hebben natuurlijk liever dat u in euro's betaalt dan in lira's, want wie weet hoeveel die lira's morgen nog waard zijn?
...

De Turkse munt is in vrije val. Sinds begin 2018 verloor de lira meer dan 30 procent van zijn waarde. Dat is zeer slecht nieuws voor de Turken. Begin dit jaar kregen ze voor 100 lira nog 22 euro, vandaag amper 15 euro. Voor anderen is de instorting van de Turkse munt goed nieuws. Bijvoorbeeld voor toeristen: voor 100 euro kregen zij in januari 450 lira, nu 660 lira. Voor het zelfde aantal euro's kun je dus meer in Turkse munt aankopen. Al is er een 'maar': de Turken hebben natuurlijk liever dat u in euro's betaalt dan in lira's, want wie weet hoeveel die lira's morgen nog waard zijn? De spectaculaire duik van de lira springt het meest in het oog, maar ook andere belangrijke parameters in Turkije staan in het rood. De inflatie bedraagt er 15 procent, het leven wordt er elke dag duurder. De beurs van Ankara verloor 17 procent, beleggers twijfelen steeds meer of de Turkse bedrijven nog een fraaie toekomst hebben. De Turkse overheid moest 18 procent meer uitgeven om haar schulden gefinancierd te krijgen en dat doet pijn. Kortom : something is rotten in the state of Turkey. Het land van president Recep Tayyip Erdogan is vaak bejubeld om zijn economisch dynamiek. Gemiddeld groeide de economie er het voorbije decennium met 4 procent per jaar. Erdogan is nu vijftien jaar aan de macht en dankt zijn politiek macht aan het economische succes. Met deze cijfers is Turkije een van de snelst groeiende landen van de G20, die bestaat uit de 19 grootste industrielanden plus de Europese Unie. Alleen China en India doen beter. Vorig jaar zou de Turkse economie met meer dan 7 procent gegroeid zijn, dit jaar rekent men op 4,5 procent. Onder analisten groeit wel de twijfel over de cijfers van het statistische instituut Türkstat. De Duitse Commerzbank bracht een rapport uit met als titel ' Turkey - Are you kidding me?' Daarin worden de Turkse groeicijfers als 'meer dan twijfelachtig' bestempeld en wordt geopperd dat ze niet zo rooskleurig zijn als gevolg van 'politieke beïnvloeding', al wordt dit niet hard gemaakt. Maar als er twijfel rijst over de betrouwbaarheid van cruciale cijfers zijn investeerders extra op hun hoede. Vraag dat maar aan de Grieken. Los van de betrouwbaarheid van de Turkse cijfers is er nog iets wat economen zenuwachtig maakt: de Turkse economie is oververhit. Economen spreken van oververhitting als de economie te snel groeit en de productiecapaciteit, het aanbod dus, de vraag niet kan bijhouden. Het gevolg is dan dat bedrijven meer willen produceren en gaan investeren in extra productiecapaciteit. Een ander gevolg is dat de werkloosheid daalt, terwijl de looneisen en de lonen stijgen. En dan komt er ook meer vraag naar grondstoffen, die daardoor duurder worden. Alles samen is dat een uitstekende cocktail voor snel oplopende inflatie. Iets heel anders baart analisten ook zorgen: de economische groei van Turkije wordt vooral aangejaagd met geleend buitenlands geld. Er wordt driftig geïnvesteerd met dollars en euro's. De consumptie- en investeringsuitgaven van de gezinnen, ondernemingen en de Turkse overheid liggen 6 procent hoger dan het inkomen, en dat wordt vooral opgelost met buitenlands geld. Ooit moeten al die leningen worden terugbetaald. Zal Turkije dat wel kunnen? Investeerders twijfelen daar steeds meer aan. En er is nóg iets heel vervelends voor Turkije: het land voert veel meer in dan het uitvoert. Het gevolg is dat het een groot tekort heeft op de lopende rekening: 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). En veel geld heeft Turkije niet achter de hand. Het kan met zijn valutareserves maar een half jaar invoer betalen. Opnieuw moet Turkije daarvoor rekenen op geld uit het buitenland. Alsof dat alles nog niet zorgwekkend genoeg is, gaf de Turkse regering in 2017 en begin 2018, in de aanloop naar de verkiezingen, veel meer geld uit in de hoop de Turken voor zich te winnen. Samengevat: Turkije leeft boven zijn stand.De Turkse machthebbers zijn natuurlijk verantwoordelijk voor het gevoerde financieel-economisch beleid en het feit dat Turkije boven zijn stand leeft. Maar de internationale context droeg daar wel toe bij. Dat gaat terug tot de financiële crisis, die tien jaar geleden uitbrak. Om de economische gevolgen daarvan te beperken, ging de Europese Centrale Bank (ECB) - net als haar Amerikaanse evenknie Federal Reserve - over tot een 'versoepeling van het monetaire beleid': ze verlaagde de rente en pompte geld in de markt. Het gevolg daarvan was dat geld goedkoper werd: je hoefde minder rente te betalen als je ging lenen. Dat moest leiden tot meer investeringen en consumptie, zowel van gezinnen en bedrijven als van overheden. En dat moest op zijn beurt de Europese economie aanzwengelen. Maar een deel van dat goedkope geld vloeide naar Turkije, omdat beleggers daar meer rendement konden behalen dan in de EU of de VS. Nu de economie in het Westen opnieuw aan de beterhand is, komt er zowel in de VS als in de EU een eind aan dat soepele geldbeleid. Voor Turkije betekent dit dat het moeilijker aan goedkoop geld raakt. Volgens specialisten hebben de Turken jaarlijks 238 miljard dollar uit het buitenland nodig om alles draaiende te houden. Dat begint te spannen, omdat beleggers hun twijfels hebben bij de toekomst van Turkije én omdat de geldkraan in de EU en de VS langzaam wordt dichtgedraaid. De Turkse regering kan maatregelen nemen om de oververhitting van de economie tegen te gaan. Ze zou bijvoorbeeld de belastingen kunnen verhogen. Dan zouden enerzijds de gezinnen en ondernemingen niet zo veel meer investeren en consumeren, en anderzijds zou ze de overheidstekorten kunnen afbouwen. En zo zou men minder afhankelijk kunnen worden van buitenlandse geldschieters. Alleen weet iedereen dat hogere belastingen geen populaire maatregel zijn. Een ander klassiek recept om een oververhitting van de economie en een losgeslagen inflatie te bestrijden, is dat de nationale bank ingrijpt. Zij kan de rente verhogen, wat geld duurder maakt: wie leent, zal meer moeten afbetalen. Ook dat remt de lust om te consumeren en te investeren af, waardoor de economie naar een normaal groeiritme kan evolueren en de prijzen van de producten en diensten - en dus de inflatie - kan dalen. En het zou de val van de lira kunnen stoppen. Maar er is een probleem: de Turkse nationale bank is niet onafhankelijk. President Erdogan bepaalt mee het monetaire beleid: hij eigende zich de exclusieve macht toe om de bankiers te benoemen die de rentetarieven bepalen. Bovendien stelde hij zijn schoonzoon Berat Albayrak aan tot minister van Financiën. Erdogan heeft al te verstaan gegeven dat hij niet gelooft dat renteverhogingen de inflatie kunnen beteugelen, in tegenstelling tot wat alle economen vinden: 'Rentevoeten zijn een uitbuitingsmiddel dat de rijken rijker maakt en de armen armer. Niemand moet proberen ons in die val te lokken. We zullen ons niet laten vangen door dat scenario.' De Turkse president is geobsedeerd door economische groei. Hij ziet groei als zijn (politieke) levensverzekering. Hogere belastingen en een hogere rente passen niet in dat plaatje. Omdat Turkije een monetair beleid voert dat de politieke doelstellingen van Erdogan moet dienen, en niet de noden van de bevolking, spaarders en investeerders, brokkelde het vertrouwen in de Turkse munt en de Turkse economie in sneltempo af. Tot zijn supporters riep Erdogan dat ze zich geen zorgen hoeven te maken: 'Als zij dollars hebben, dan hebben wij Allah.' Met zulke uitspraken win je het vertrouwen van de financiële markten niet bepaald terug. Alsof dat nog niet genoeg is, komt daar ook een straatgevecht met de Amerikaanse president Donald Trump bij. Op het eerste gezicht is dit verbazingwekkend, want Turkije is al meer dan 60 jaar lid van de NAVO en speelt door zijn ligging een belangrijke geopolitieke rol. Toch staat de relatie tussen de VS en Turkije nu op een historisch dieptepunt. Turkije hekelt al enige tijd de Amerikaanse steun aan de Syrische Koerden in de strijd tegen de Islamitische Staat. Erdogan dringt ook al langer aan op de uitlevering van de Turkse imam Fethullah Gülen, het vermeende brein achter de mislukte coup van 2016, die in de VS in ballingschap leeft. Trump van zijn kant vraagt de 'onmiddellijke en onvoorwaardelijke' vrijlating van de Amerikaanse dominee Andrew Brunson, die in Turkije beschuldigd wordt van 'spionage' en 'terrorisme' in verband met de coup. Trump dreigde in juli op Twitter met sancties als Turkije Brunson niet onmiddellijk zou vrijlaten. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Mevlut Cavusoglu, antwoordde snel, ook via Twitter: 'Niemand heeft bevelen aan Turkije te geven. Wij zullen nooit dreigementen tolereren, van wie ze ook komen. De rechtsstaat geldt voor iedereen, zonder uitzondering.' Kort daarop brak een handelsoorlog uit tussen beide landen. Trump kondigde begin augustus een verdubbeling aan van de invoertarieven op aluminium en staal uit Turkije. De Turkse lira verloor toen meteen 10 procent van zijn waarde. Erdogan antwoordde en verdubbelde de invoertarieven op Amerikaanse auto's, alcohol en tabak. En hij wil een boycot van Amerikaanse telefonie- en elektronicaproducten.Erdogan countert de financieel-economische problemen en de ruzie met de VS op twee manieren. Enerzijds trekt hij de nationalistische kaart: er is nood aan een sterk Turkije, zo klinkt het. Want volgens de Turkse president is de crisis het gevolg van een complot. 'Wat is de oorzaak van deze storm?' vroeg hij aan zijn aanhangers, en hij gaf zelf het antwoord: 'Er is geen economische reden. Het is een operatie tegen Turkije. We zullen ons niet overgeven.' Daarom roept hij tijdens speeches de Turken ook op tot 'een nationale strijd' in deze 'economische oorlog'. En hij is concreet: 'Als iemand dollars of goud onder zijn kussen heeft liggen, moet hij die bij onze banken inruilen voor lira's', zo riep hij in de hoop de waarde van de munt op te krikken. En in plaats van de iPhone prees hij de Vestel Venus aan, een smartphone van Turkse makelij. Anderzijds is Erdogan op zoek naar nieuwe partners. Hij haalde al de banden aan met de Russische president Vladimir Poetin. Rusland mocht recent een luchtafweersysteem leveren aan NAVO-lidstaat Turkije. Erdogan kijkt ook reikhalzend naar China, dat recent nog een lening van 3,6 miljard dollar toekende voor de Turkse energie- en transportsector. Maar velen betwijfelen of Rusland en China Turkije uit het moeras kunnen en willen trekken. Vorige week schoot Qatar Turkije te hulp. Het wil 15 miljard dollar investeren, vooral in de financiële markten en de banken. Analisten zien de investering als een vorm van beloning voor Turkije, dat Qatar vorig jaar politieke, economische en zelfs militaire hulp aanbood toen het emiraat in conflict kwam met buurland Saudi-Arabië. De investering van Qatar is beter dan niets, maar ze zal de Turkse problemen niet fundamenteel oplossen. Erdogan rekent ook op Europa, en polste onder meer de Duitse bondskanselier Angela Merkel voor meer steun. Tot nu toe zonder veel resultaat. Maar Europa kan Erdogan niet al te zeer voor het hoofd stoten, want Turkije speelt een cruciale rol bij het indijken van de vluchtelingenstroom naar Europa. In het Europees-Turkse vluchtelingenakkoord werd vastgelegd dat de EU alle migranten die illegaal de Egeïsche Zee oversteken naar Griekenland maar daar geen asiel krijgen, mag terugsturen naar Turkije. In ruil daarvoor neemt de EU dan een in Turkije geregistreerde Syriër op. Daarenboven beloofde de EU ook nog financiële steun aan Turkije, in totaal 6 miljard euro. Maar welke Europese leider durft tegen zijn kiezers te zeggen dat er nóg meer geld naar het land van Erdogan moet gaan? De diepe financieel-economische crisis in Turkije heeft wereldwijd gevolgen. Economen gewagen van een 'besmetting'. Landen die met soortgelijke problemen kampen, en bijvoorbeeld een aanzienlijk tekort op hun lopende rekening hebben, vielen uit de gratie bij beleggers. Zij vrezen dat die landen dezelfde weg zullen opgaan als Turkije. Het gevolg was bijvoorbeeld dat de waarde van de Zuid-Afrikaanse rand met 10 procent daalde. Ook Indonesië, Argentinië en India moesten alle zeilen bijzetten om het vertrouwen van investeerders te behouden. De Turkse crisis en het opbod met de VS werden vooral in Europa gevoeld. De Turkse economie raakte de voorbije decennia steeds meer verstrengeld met de rest van Europa. Ondernemingen die Turkse goederen importeren, bijvoorbeeld uit de fruitsector, kunnen goede zaken doen omdat ze minder hoeven te betalen, maar bedrijven die naar Turkije exporteren hebben te lijden onder de val van de lira. En ondernemers haten onzekerheid. Vooral de banken die grote bedragen hebben geleend aan gezinnen, bedrijven en overheden in Turkije en/of participeren in Turkse banken hebben het moeilijk. De bankaandelen kregen dan ook zware klappen op de Europese beurzen. De Europese Centrale Bank heeft al laten weten dat ze de blootstelling van Europese banken aan Turkije scherp in de gaten houdt. Volgens de krant Financial Times zou de ECB zich vooral zorgen maken om het Spaanse BBVA, het Italiaans UniCredit en het Franse BNP Paribas. Ja, ook Belgische bedrijven dragen de gevolgen van de Turkse crisis. Dan wordt er vooral naar de banken gekeken. Volgens de Nationale Bank hadden Belgische banken eind 2017 een blootstelling van 21 miljard euro aan Turkije. Voor de meeste Belgische banken, zoals Belfius en KBC, is het Turkse risico gering of zelfs nihil. De blootstelling van 21 miljard komt bijna helemaal op rekening van BNP Paribas Fortis. Hoe groot haar blootstelling is, wil de grootste bank van België niet zeggen. De Franse groep BNP Paribas, eigenaar van BNP Paribas Fortis, heeft een blootstelling van zowat 30 miljard euro aan Turkije. Daarvan zit dus zowat twee derde in ons land bij BNP Paribas Fortis. De Belgische staat is met een participatie van 7,8 procent de grootste aandeelhouder van BNP Paribas. Terwijl de Europese bankenaandelen sinds Nieuwjaar 15 procent in waarde daalden, tuimelde het aandeel BNP Paribas bijna 25 procent naar beneden. Op die manier speelde de Belgische overheid al heel wat geld kwijt. Als gevolg van de waardedaling van de bankaandelen dreigt de Belgische schatkist ook minder geld te vangen als ze later dit jaar een deel van haar aandelen in Belfius naar de beurs brengt. De Turkse crisis raakt dus niet alleen de ondernemingen die in de regio actief zijn, maar ook de Belgische overheid en dus ons allemaal. Sommige experts wijzen erop dat deze Turkse crisis niets nieuws is. Sinds Turkije in 1948 een democratie werd, beleefde het geregeld politieke crisissen en economische crashes. Na 2011 leek het land met die traditie te breken, maar de mislukte coup tegen het regime van Erdogan in 2016 luidde een terugkeer van dat patroon in, met de invoering van de noodtoestand die veel vrijheden aan banden legde. President Erdogan is de hoofdverantwoordelijke. Hij stimuleerde de Turkse economie al te buitensporig, maakte het land te afhankelijk van buitenlands kapitaal, trekt alle macht naar zich toe, smoort elke kritische stem en toont zich veel te koppig in het gevecht met de Amerikaanse president Trump. Daarmee lijkt Erdogan zijn hand te overspelen. Het gebekvecht met Trump valt misschien nog het makkelijkst op te lossen. Als Turkije dominee Brunson vrijlaat, kan het snel gaan. Trump heeft al eerder laten zien dat hij uiteindelijk wel bereid is om een deal te sluiten, als hij er voordeel uit kan halen. Turkije zal het véél moeilijker hebben om het vertrouwen van de financiële markten, beleggers en investeerders terug te winnen.Als het vertrouwen flink is aangetast, zoals in Turkije, kan dat zelden hersteld worden zonder ingreep van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Dat kan snel tientallen miljarden ter beschikking stellen, maar het koppelt daar altijd doortastende hervormingen aan. Erdogan wil daar (nog) niet van weten. Zijn schoonzoon-minister van Financiën verklaarde vorige week: 'Er bestaat geen IMF-plan.' Hij is er wel zeker van: 'Turkije zal versterkt uit deze crisis komen.' De rest van de wereld is daar met de dag minder van overtuigd.