De petrodollar staat onder druk: wat betekent dat voor Amerika?

Dankzij hun olie zwemmen de OPEC-landen in de dollars. Die petrodollars investeren ze volgens afspraak in de VS. Dat geeft Amerika ongekende voordelen en superveel macht.
Ewald Pironet
Ewald Pironet Senior writer

De macht van de Verenigde Staten berust niet alleen op wapens of technologie, maar ook op een stille afspraak die de wereldeconomie al vijftig jaar stuurt. Olie, de belangrijkste grondstof ter wereld, wordt verhandeld in dollars, en dat is geen toeval. Achter die praktijk schuilt een geopolitiek systeem dat Amerika ongekende voordelen opleverde. Maar wat gebeurt er als dat systeem begint te wankelen?

In de wereld van internationale politiek en economie bestaan er weinig mechanismen die zo’n enorme invloed hebben en tegelijk zo onzichtbaar zijn als de petrodollar. Al meer dan een halve eeuw lang wordt het overgrote deel van de wereldwijde oliehandel afgerekend in Amerikaanse dollars. Wat op het eerste gezicht een technische afspraak lijkt tussen oliebedrijven en banken, is in werkelijkheid een van de belangrijkste pijlers van de Amerikaanse economische en geopolitieke macht. Dankzij dit systeem kan Washington enorme kapitaalstromen aantrekken, zijn schulden financieren tegen uitzonderlijk lage rente, en wereldwijd sancties afdwingen – voordelen die geen enkel ander land bezit.

Het petrodollarsysteem staat echter onder toenemende druk. Landen als China, Rusland, India en ook Venezuela zoeken naar manieren om hun afhankelijkheid van de dollar te verkleinen. Wat ooit vanzelfsprekend leek, wordt vandaag openlijk uitgedaagd. De vraag dringt zich op: hoe is dit systeem ontstaan, waarom werkte het zo lang – en wat gebeurt er als het begint te barsten?

Goudreserves

De Verenigde Staten vormen de grootste economie ter wereld en de Amerikaanse dollar is wereldwijd de belangrijkste munt. De VS kregen die rol als economische wereldmacht na de Tweede Wereldoorlog, waar ze als grote triomfator uitkwamen. In 1944 kwamen vertegenwoordigers van 44 geallieerde landen samen in Bretton Woods, in de Amerikaanse staat New Hampshire, om een nieuw internationaal monetair systeem op te zetten. Het doel was stabiliteit te brengen in de wereldeconomie en een herhaling van de chaos uit het interbellum te voorkomen.

De Amerikaanse buitenlandminister Henry Kissinger en de Saudische koning Faisal sloten in 1974 een historische deal die voor de VS een briljante zet bleek. © Getty Images

Het Bretton Woods-systeem koppelde nationale valuta’s aan de Amerikaanse dollar, die op zijn beurt inwisselbaar was voor goud tegen een vaste koers van 35 dollar per ounce. Zo ontstond een systeem van vaste wisselkoersen waar ook België aan meedeed: 50 Belgische frank was de officiële wisselkoers voor 1 dollar. In Bretton Woods kreeg de dollar een centrale rol in de wereldhandel.

In de jaren zestig begon de twijfel te groeien of de VS wel voldoende goudreserves hadden om alle circulerende dollars te dekken. In 1971 beëindigde president Richard Nixon de inwisselbaarheid van dollars tegen goud, en twee jaar later vielen de meeste vaste wisselkoersen weg. De meeste munten kregen een zwevende wisselkoers op basis van vraag en aanbod.

Velen dachten dat de dollar daardoor zijn wereldwijde rol zou verliezen. Niets bleek minder waar: de dollar bleef de dominante valuta, mede dankzij een historische deal die in 1974 onder impuls van minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger werd gesloten met Saudi-Arabië, het belangrijkste olie-exporterende land van die tijd.

‘Zwarte goud’

Voor en vlak na de Tweede Wereldoorlog waren de VS niet alleen de grootste economie, maar ook de grootste olieproducent ter wereld. De internationale oliehandel werd gedomineerd door de zogenaamde Seven Sisters, zeven grote westerse oliemaatschappijen: vijf Amerikaanse (Exxon, Mobil, Texaco, Chevron, Gulf Oil) en twee Britse (Royal Dutch Shell en Anglo-Iranian/British Petroleum). Omdat die bedrijven de productie, het transport en de verkoop van olie controleerden, werd vrijwel alle handel in dollars afgerekend.

In de jaren zestig en zeventig wilden olieproducerende landen meer zeggenschap over hun natuurlijke rijkdommen. In 1960 richtten Venezuela, Iran, Saudi-Arabië, Irak en Koeweit samen de OPEC op, de club van olie-exporterende landen. In 1973, tijdens de Jom Kipoeroorlog, gebruikten OPEC-landen olie voor het eerst als politiek wapen: een olie-embargo tegen de VS en bondgenoten van Israël veroorzaakte brandstoftekorten, torenhoge prijzen en economische recessie in het Westen.

Tegelijkertijd stroomden enorme hoeveelheden dollars naar olie-exporterende landen in het Midden-Oosten. Washington zag in dat het die kapitaalstromen kon gebruiken om de dollardominantie te versterken, mits het de juiste politieke en economische afspraken maakte.

Toen er in 1974 een eind kwam aan het embargo werd een strategische verstandhouding gesmeed tussen de VS en Saudi-Arabië. Er kwam geen formeel, juridisch bindend verdrag dat Saudi-Arabië verplichtte olie uitsluitend in dollars te verkopen, maar in de praktijk werd het effectief zo georganiseerd. In ruil voor militaire bescherming en politieke steun bleef het land zijn olie in dollars verkopen en investeerde het een groot deel van de inkomsten in de Amerikaanse economie.

Deze samenwerking bleek cruciaal. Andere OPEC-landen volgden snel het voorbeeld van Saudi-Arabië. De dollar was niet langer gekoppeld aan goud maar wel aan olie, ook wel het ‘zwarte goud’ genoemd: de voornaamste grondstof die er bestaat en die de wereldeconomie aandrijft. 

Door het petrodollarsysteem kan geen enkel ander land op zo’n schaal en zo voordelig lenen als de VS.

Veilige haven

De overeenkomst met Saudi-Arabië was een briljante zet van de VS. Landen die olie wilden kopen, moesten over dollars beschikken. Daardoor nam de vraag naar dollars wereldwijd nog toe, en de dollar was al een begeerde munt. Want landen houden reserves aan, onder meer om schokken op te vangen, schulden af te betalen en de koers van de eigen munt te stabiliseren. Die reserves bestonden en bestaan vooral uit dollars, omdat de Amerikaanse economie zo machtig, krachtig en stabiel is. De wereld heeft vertrouwen in de dollar, die wordt beschouwd als een veilige haven.

Ongeveer 58 procent van de wereldwijde valutareserves is in dollars, gevolgd door de euro, goed voor 20 procent. Verder volgen de Japanse yen (6 procent), het Britse pond (5 procent), de Chinese renminbi (2 procent), nog een rist andere munten en goud. De Amerikaanse dollar steekt er met kop en schouders bovenuit. 

Zwemmen in dollars

Het tweede luik van de deal uit 1974 is minstens zo belangrijk en staat bekend als ‘petrodollar recycling’, het hergebruik van de dollars die verdiend worden met de verkoop van ruwe olie. Dankzij hun olie zwemmen de OPEC-landen in dollars. Ze ontvingen meer dollars dan ze in hun eigen economie konden investeren. De fameuze overeenkomst hield in dat die petrodollars grotendeels geherinvesteerd zouden worden in de Amerikaanse economie. Dat is het ‘recyclen’ van de petrodollars: ze vloeien terug naar de VS, wat de Amerikaanse economie stimuleert en de dollar dus nóg sterker maakt.

Concreet kopen de Arabische landen met hun petrodollars in de VS wapens en technische ondersteuning. Ze investeren er in infrastructuur en vastgoed. Ze beleggen in aandelen van Amerikaanse bedrijven als Apple, Microsoft, Google en Amazon, in Amerikaanse banken als JPMorgan Chase, Citigroup, Bank of America of Goldman Sachs, en in investeringshuizen als BlackRock en Blackstone. Staatsinvesteringsfondsen zoals het Public Investment Fund (Saudi-Arabië) en Abu Dhabi Investment Authority (Verenigde Arabische Emiraten) spelen hierbij een centrale rol. Maar nog véél belangrijker is dat landen als Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten heel wat petrodollars investeren in Amerikaanse staatsobligaties. 

De Venezolaanse president Nicolás Maduro introdu­ceerde in 2018 een cryptomunt gedekt door olie. © picture alliance via Getty Image

Staatsschuld

Gezinnen gaan meestal geld lenen bij een bank, landen lenen geld op de financiële markten door staatsobligaties uit te geven. Een staatsobligatie is een schuldbewijs: een land belooft dat het na een bepaalde periode de schuld met de afgesproken rente zal terugbetalen. Grote  investeerders, zoals pensioenfondsen, verzekeraars en banken, kopen deze staatsobligaties. Heel wat Amerikaanse staatsobligaties, US Treasuries genaamd, worden met petrodollars gekocht door de  Arabische staten.

Waarom zijn Amerikaanse staatsobligaties aantrekkelijk voor de OPEC-lidstaten als belegging? Beleggen in US Treasuries wordt gezien als een van de veiligste investeringen en het levert toch een beetje rendement op. Bovendien is er dagelijks handel in Amerikaanse staatsobligaties. Als de Arabische landen plots geld zouden nodig hebben, bijvoorbeeld tijdens een crisis of als de olieprijs instort, kunnen die US Treasuries snel worden verkocht. 

Voor de VS zijn de investeringen met petrodollars in Amerikaanse staatsobligaties van cruciaal belang, zowel economisch als geopolitiek. De VS kunnen zo geld lenen op de financiële markten  tegen een lagere rente omdat er zo veel petrodollars naartoe vloeien. Daardoor kunnen de VS goedkoper geld lenen dan elk ander land, wat omschreven wordt als een exorbitant privilege, een buitensporig voordeel: geen enkel ander land kan op zo’n schaal lenen tegen zulke lage kosten. De VS kunnen zich daarom hoge begrotingstekorten en een staatsschuld van meer dan 120 procent van het bbp veroorloven, zonder onmiddellijke financiële instabiliteit.

Omdat veel internationale transacties in dollars verlopen en via Amerikaanse banken of financiële instellingen gaan, kan Washington sancties met grote impact opleggen. Banken en bedrijven riskeren zware boetes of uitsluiting van het dollarsysteem als ze Amerikaanse sancties overtreden.

In dat kader speelt Swift, met hoofdkantoor in België, een rol. Swift stuurt wereldwijd berichten tussen banken om internationale betalingen te verrichten. Die gebeuren zoals gezegd meestal in dollars, zeker als het om olie gaat. De VS kunnen op allerlei manieren druk uitoefenen op banken die zich niet houden aan de sancties. Ze kunnen hoge boetes krijgen en zelfs uit Swift worden geduwd, waarna de internationale transacties in dollars voor de betrokken partijen stilvallen. Gesanctioneerde landen kunnen dan nog moeilijk olie in dollars verhandelen. Dat doet pijn. China werkt met CIPS en Rusland met SPFS aan alternatieve spelers voor Swift. Ze stellen nog niet veel voor, maar zijn de eerste tekenen van een mogelijke erosie van het petrodollarsysteem.

Venezuela

Het petrodollarsysteem vormt de hoeksteen van de Amerikaanse economische en geopolitieke suprematie: op die manier financiert de VS dominantie. Die dominantie komt wel meer en meer onder druk te staan. Verschillende olieproducerende landen hebben pogingen ondernomen om olie tegen andere valuta’s dan de dollar te verkopen. Soms omdat ze door de Amerikaanse sancties niet anders konden. Zo wilde Irak onder Saddam Hoessein rond 2000 olie in euro’s verkopen. Libië onder Khadaffi dacht aan een pan-Afrikaanse munt, ‘de Afrikaanse dinar’, gedekt door goud. 

Landen zoals China en Rusland gebruiken steeds meer hun eigen munten in een poging om hun afhankelijkheid van de dollar af te bouwen.

Landen zoals China en Rusland gebruiken steeds meer hun eigen munten in een poging om hun afhankelijkheid van de dollar af te bouwen. Sinds 2023 schuift China steeds nadrukkelijker de renminbi naar voren als het olie koopt in Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Rusland verkoopt olie aan India tegen roebels en roepies, als gevolg van westerse sancties. Sommige Brics-landen, de groepering van de opkomende economieën Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, denken eraan om een digitale munt te lanceren om de dollar concurrentie aan te doen. 

Een ander voorbeeld is Venezuela. Gebukt onder Amerikaanse sancties verkocht het Latijns-Amerikaanse land het grootste deel van zijn olie aan China. Het verkocht olie tegen renminbi en roebels en ruilde het zelfs soms tegen voedsel en medicijnen. Venezuela lanceerde in 2018 zelfs de petro, een cryptomunt gedekt door olie. De VS reageerden snel door erop te wijzen dat de petro een inbreuk was tegen de afgekondigde Amerikaanse sancties.

Gevaarlijk precedent

De ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro en de machtsgreep van de VS begin deze maand draait om olie, om de terugdringing van de Chinese invloed en om het herstel van de Amerikaanse machtssfeer in de regio. Wat daarbij zeker ook een rol speelde is dat Venezuela het systeem met de petrodollars uitdaagde. Sommigen brengen de eerdere Amerikaanse invallen in Irak en Libië ook in verband met de alternatieven die daar werden ontwikkeld voor de petrodollars. 

De machtsgreep van de VS in Venezuela heeft ook te maken met het feit dat Venezuela het systeem met de petrodollars uitdaagde.

In elk geval: als Venezuela, het land met de grootste bewezen oliereserves, succesvol olie zou verkopen in andere munten dan de dollar, zou dat een gevaarlijk precedent scheppen. Andere landen zouden kunnen volgen en dit zou de wereldwijde vraag naar dollars doen afnemen en de dominante positie van de dollar ondergraven. 

Het petrodollarsysteem is meer dan een financieel mechanisme, het heeft Amerika geholpen zijn economie te financieren, zijn militaire invloed te vergroten en de dollar als wereldreservemunt te vestigen. Zolang de dollar de dominante wereldmunt blijft, is het een onzichtbare motor die de wereldeconomie en geopolitiek mee stuurt. Maar de druk op dit systeem groeit en dat zien de VS – en zeker president Trump – niet graag gebeuren.

Partner Expertise