Waar zijn de tijden dat de strijd om het Duitse kanselierschap nog uitgevochten werd in walmende biertenten, reusachtige autofabrieken of galmende expohallen? Die gedachte moet de socialistische kandidaat Martin Schulz ongetwijfeld overvallen zijn, toen hij vorige week in allerijl naar Italië reisde om er zich van de migratiecrisis te gaan vergewissen. Samen met de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Marco Minniti bezocht hij een opvangcentrum voor minderjarigen in de Siciliaanse havenstad Catania. Bij het monument voor omgekomen migranten op het plaatselijke kerkhof aanhoorde hij de woorden van de ongeruste burgemeester: 'Help ons om de vlaggen van de beschaving, de mensheid en de vrede te hijsen.'
...

Waar zijn de tijden dat de strijd om het Duitse kanselierschap nog uitgevochten werd in walmende biertenten, reusachtige autofabrieken of galmende expohallen? Die gedachte moet de socialistische kandidaat Martin Schulz ongetwijfeld overvallen zijn, toen hij vorige week in allerijl naar Italië reisde om er zich van de migratiecrisis te gaan vergewissen. Samen met de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Marco Minniti bezocht hij een opvangcentrum voor minderjarigen in de Siciliaanse havenstad Catania. Bij het monument voor omgekomen migranten op het plaatselijke kerkhof aanhoorde hij de woorden van de ongeruste burgemeester: 'Help ons om de vlaggen van de beschaving, de mensheid en de vrede te hijsen.' Schulz' bezoek toont duidelijk aan dat over de toekomst van Europa in Italië wordt beslist. De humanitaire toestand neemt er stilaan catastrofale proporties aan. Her en der verspreid over de Italiaanse laars leven honderdduizenden asielzoekers, die de voorbije jaren in gammele bootjes de oversteek vanuit Noord-Afrika waagden. Velen verblijven illegaal in precaire omstandigheden. Ze vormen er een soort van permanente onderklasse die ten prooi valt aan de informele economie en de georganiseerde misdaad. Ventimiglia, op enkele kilometers van de Franse grens, is het Italiaanse Calais. Het provinciestadje van een kleine 20.000 inwoners, voorheen vooral bekend vanwege zijn folkloristische vroegmarkt, is vandaag een springplank naar Frankrijk, waar de migranten meer kansen denken te krijgen, of vanwaaruit ze hopen door te trekken naar de meer welvarende Noord-Europese landen. Net buiten het stadje ligt een overbevolkt tentenkamp dat plaats biedt aan enkele honderden asielzoekers. Anderen slapen er onder de blote hemel langs de oevers van de Roia. De hygiënische omstandigheden zijn er lamentabel, vertelt Federico Saracini, die de post van Artsen Zonder Grenzen in Ventimiglia coördineert. 'Mensen drinken van de rivier, maar gebruiken het water ook om zich te wassen en als toilet.' Ondanks de hachelijke omstandigheden probeert zijn organisatie er het beste van te maken, aldus Saracini. 'We bieden de migranten verzorging aan en proberen hen psychologisch te ondersteunen, maar het is soms moeilijk om hen te bereiken. Ze zijn bang dat de Italiaanse politie hen zal oppakken als we hen verzorgen.' 2016 was veruit het dodelijkste jaar sinds het begin van de migratiecrisis. Volgens cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie kwamen vorig jaar minstens 5143 mensen om toen ze de Middellandse Zee probeerden over te steken; het overgrote deel vertrok vanuit Libië. Hun werkelijke aantal ligt wellicht nog veel hoger. In 2016 arriveerden maar liefst 181.436 migranten via de zeeroute in Italië, vooral op Sicilië en in de zuidelijke regio Calabrië. Een week geleden stond de teller al op 94.385, een stijging van 7 procent ten opzichte van hetzelfde tijdstip vorig jaar. Het overgrote merendeel van de migranten (ongeveer 74 procent) zijn mannen. In eerste instantie lijkt de huidige crisis klein bier tegenover de influx van 2015. Toen trokken meer dan een miljoen migranten vooral via Griekenland en de Balkan naar Europa. Een groot deel van die groep bestond uit Syriërs en Irakezen op de vlucht voor oorlogsconflicten; zij konden in groten getale op het statuut van VN-vluchteling aanspraak maken. De instroom waarmee Italië momenteel te kampen krijgt, is van een totaal andere orde: 62 procent van de migranten is afkomstig uit West-Afrikaanse landen als Nigeria, Guinee, Ivoorkust, Gambia en Senegal. In die landen heerst politieke instabiliteit, maar ze zijn ver verwijderd van de oorlogssituaties waarop de Conventie van Genève van toepassing is. Minder dan 3 procent van de West-Afrikaanse migranten wordt erkend als vluchteling, en slechts een minderheid heeft recht op humanitaire bescherming. Volgens sociaal geograaf Akinyinka Akinyoade, onderzoeker bij het African Studies Centre van de Universiteit Leiden, gaat het vooral om economische migranten. 'Vroeger konden ze gemakkelijk aan de slag in Libië. Sinds de val van Khaddafi en de ineenstorting van de overheid in dat land zijn ze verplicht om door te trekken. Veel van de migranten die nu in Italië aankomen, hebben door de politieke instabiliteit jaren in Libië vastgezeten. Europa is voor hen een veel logischer bestemming. Ook de terugtocht door de Sahara is tenslotte levensgevaarlijk.' In de aanpak van de crisis staat Italië er alleen voor. Toen de Italiaanse premier Paolo Gentiloni en Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker elkaar eind juni ontmoetten, is het vooral bij beleefdheden gebleven. De Commissie benadrukt haar solidariteit met Italië, dat een 'heroïsche' inspanning levert, en vindt - uiteraard - dat er een Europese oplossing moet komen. Maar een pan-Europese aanpak blijft uit. De meest concrete hulp is de zogenoemde operatie- Triton, waarbij Europese schepen patrouilleren op de Middellandse Zee om bootvluchtelingen te onderscheppen. De reddingsacties zijn gecontesteerd, omdat sommigen vermoeden dat ze een aanzuigeffect hebben. De operatie heeft duidelijk negatieve effecten. 'Italië heeft een cruciale fout begaan door toe te staan dat de schepen van de operatie-Triton de geredde migranten in de Italiaanse havens afzetten', zegt Mario Telò, professor Europese politiek aan de Université Libre de Bruxelles. 'Daardoor komen er op sommige dagen duizenden migranten tegelijk aan, en altijd op dezelfde plaatsen. De ngo's verrichten er vaak heroïsch werk, maar het is gewoon te veel.' Bovendien, vervolgt Telò, kunnen die asielzoekers volgens de Conventie van Dublin alleen asiel aanvragen in het land van aankomst. Met andere woorden: Italië moet al die geredde migranten nadien ook opvangen. Dat kan een land niet alleen dragen.' 'De Europese passiviteit is een kolossale fout', zegt Telò sakkerend. 'Deze migratiecrisis is de grootste bedreiging voor Europa en de eurozone. Doordat Europa Italië in de steek laat, groeit het euroscepticisme bij de Italiaanse bevolking. Volgens de laatste peilingen zou meer dan 45 procent van de Italianen bereid zijn om op soevereinistische partijen als de Vijfsterrenbeweging of de Lega Nord te stemmen. Omdat het Italiaanse kiessysteem bonuszetels toekent aan de grootste partij, zou het dus kunnen dat de anti-Europese partijen een parlementaire meerderheid behalen.' Zo dreigen de Italiaanse parlementsverkiezingen van begin 2018 opnieuw over het voortbestaan van de Europese Unie te zullen gaan. De migratiecrisis werkt in Italië opmerkelijke allianties en evoluties in de hand. De Vijfsterrenbeweging van de roeptoeterende komiek Beppe Grillo was aanvankelijk een extreemlinkse protestpartij, die ijverde voor meer directe democratie en minder bezuinigingen. Tegenwoordig trekt ze almaar nadrukkelijker de nationalistische kaart, en dan vooral tegen Europa. Ook de extreemrechtse Lega Nord van Matteo Salvini profileerde zich de voorbije jaren als een antimigratiepartij die zich uiterst kritisch opstelt tegenover Europa. 'Je ziet steeds meer convergenties tussen beide partijen', zegt Telò. 'Het lijdt geen twijfel dat ze een coalitieregering zouden vormen als ze de kans zouden krijgen. De Lega Nord zou ook een coalitie kunnen vormen met de centrumrechtse Forza Italia van ex-premier Silvio Berlusconi.' Beide scenario's zouden een ramp zijn voor de eurozone, waarschuwt Telò. 'Met een soevereinistische regering komt er sowieso een referendum over de euro. Zelfs als er in Italië geen bindend referendum bestaat, is dat een politieke realiteit die je niet kunt negeren. Dat is tragisch, omdat Europa er nooit beter voorstond dan vandaag. Zowel Frankrijk als Duitsland heeft de komende vijf jaar een Europees gezinde leider. De economie trekt aan en de werkgelegenheid neemt toe. We zijn nooit dichter geweest bij vijf jaar stabiliteit. Maar als de verkiezingen in Italië verkeerd uitdraaien, is dat allemaal weer weg.' In maart 2016 bleek de oplossing relatief eenvoudig. In allerijl smeedde de EU een deal met Turkije. Daardoor verbond Turkije zich ertoe de grensovergang met Griekenland dicht te gooien en zo de vluchtelingenstroom tegen te houden. In ruil beloofde Europa om voor 3 miljard euro lokale vluchtelingenorganisaties te financieren, zouden de onderhandelingen versneld worden om Turken visumvrij te laten reizen, en kwam er een opmerkelijk uitwisselingsmechanisme: voor elke illegaal verblijvende asielzoeker die Europa terugstuurt naar Turkije, moet het een andere asielzoeker uit Turkije opnemen. Die deal had natuurlijk zijn nadelen. Naast de twijfelachtige morele dimensie van een haastig handjeklap met een autocraat die de democratie bedreigt, had hij ook zware politieke implicaties. Het maakte de EU chanteerbaar: president Recep Tayyip Erdogan liet geen gelegenheid onbenut om duidelijk te maken dat hij de migratiekraan op elk moment weer kon opendraaien. Maar vanuit een zuiver pragmatisch standpunt bleek de deal te werken. De vluchtelingenstroom droogde na enkele dagen op, en ook het aantal verdrinkingen in de Egeïsche Zee wordt spectaculair teruggedrongen. En Erdogan, die blaast, puft en dreigt, maar blijft het akkoord wel honoreren. Ook nu lijkt Europa in dezelfde richting te denken, door vooral op Libië te focussen, vanwaar de bootjes vertrekken. Vandaag ontplooit de EU al twee missies op Libisch grondgebied. De bekendste is de operatie-Sophia, waaraan ook het Belgische fregat Louise-Marie deelneemt en waarbij Europese schepen langs de Libische kust patrouilleren. Naast acties tegen mensensmokkelaars leidt Europa ook de Libische kustwacht op. In het binnenland organiseert Europa de zogenoemde EU Border Assistance Mission (EUBAM). Daarbij controleert het de voornaamste toegangsweg tussen het noorden en het zuiden van Libië, waarlangs veel Afrikaanse migranten naar de kust trekken. Ondanks de goede intenties zijn de missies te kleinschalig, en houden ze nauwelijks migranten tegen. 'Vooral de EUBAM levert eigenlijk weinig op', zegt onderzoeker Kars de Bruijne, die het Libië-conflict bestudeert voor de veiligheidsdenktank Clingendael. 'Je houdt geen migranten tegen door de autowegen te controleren. Veel migranten hebben de Sahara al doorkruist om in Libië te raken. Die vinden het heus niet erg om voor een wegversperring enkele kilometers om te lopen. De Europese acties hebben er hoogstens voor gezorgd dat de inscheepplaatsen een beetje naar het oosten verlegd zijn.' Ook de Europese pogingen om Libië politiek te stabiliseren, verlopen in gespreide slagorde. Zo beschouwt EU de door de Verenigde Naties gesteunde premier Fayez al-Sarraj als haar voornaamste gesprekspartner, maar geeft Frankrijk de voorkeur aan generaal Khalifa Haftar, die de voornaamste olievelden controleert en stilaan het militaire overwicht naar zich toe trekt. De twee voornaamste machthebbers verklaarden zich na een onderhoud met de Franse president Emmanuel Macron vorige week bereid om volgend jaar verkiezingen te houden. 'Verwacht er maar niet te veel van', zegt De Bruijne schamper. 'Er is geen oplossing voor de hete hangijzers die nu al jaren meegaan. Het Libische Nationale Leger van Haftar wil zich nog altijd niet onderwerpen aan het gezag van de regering. Er is geen akkoord over hoe de Libische staat eruit moet zien, of over hoe de milities ontwapend zullen worden. Met de huidige afspraken is het ondenkbaar dat Libië zich de komende tien jaar tot een stabiele staat ontwikkelt.' Wanneer Gerald Knaus gevraagd wordt naar zijn mening over de Europese aanpak van de Libië-route, volgt eerst alleen een zucht. Knaus is de directeur van de denktank European Stability Initiative en de bedenker van de omstreden Turkije-deal waarmee Europa vorig jaar de Balkanroute afgrendelde. Het idee van een Libië-deal noemt Knaus 'totaal geschift': 'Het is een volslagen fantasie om te denken dat Europa met Libië een vluchtelingendeal kan sluiten. Het zou ingaan tegen de huidige EU-wetgeving én tegen de vluchtelingenconventie om migranten terug te sturen naar een onveilig land waar volstrekte wetteloosheid heerst.' Volgens Knaus volgt Europa bij het uitstippelen van zijn migratiebeleid al twintig jaar de verkeerde strategie. 'Een strategie kan alleen werken als ze rekening houdt met de belangen van alle betrokkenen. Daarom is het onzinnig om via een transitland als Libië de migratiestroom onder controle te proberen krijgen: zulke landen hebben er geen enkel belang bij om Europa te helpen. De EU kan deze migratiecrisis alleen aanpakken door met de landen van herkomst samen te werken.' Daarom stelt Knaus voor een 'dag X' in te stellen. Vanaf die dag moet er een efficiënt terugstuurmechanisme zijn waarbij uitgeprocedeerde asielzoekers na hun aanvraag onmiddellijk teruggestuurd worden naar de landen van herkomst. 'Zolang migranten weten dat er vrijwel geen enkele kans is te worden teruggestuurd zodra ze Europa bereikt hebben, zullen ze de oversteek blijven wagen, hoe gevaarlijk die ook is. Als een migrant weet dat hij binnen de twee weken terug naar huis wordt gestuurd als zijn asielaanvraag geweigerd wordt, zal hij het niet meer proberen.' Het terugstuurbeleid is al langer de achilleshiel van het Europese asielbeleid. De overgrote meerderheid van de uitgeprocedeerde asielzoekers wordt nooit teruggestuurd naar hun land van herkomst. Van de tienduizenden Nigerianen zonder verblijfsvergunning kon Italië er vorig jaar nauwelijks 165 terugsturen (40 van hen vertrokken vrijwillig). Dat komt vooral omdat de procedures lang aanslepen. In Italië duurt de procedure door een combinatie van bureaucratie en de explosie van het aantal aanvragen soms meerdere jaren. Wanneer ze dan eindelijk is afgerond, zijn de aanvragers vaak moeilijk te traceren. Bovendien lukt het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers alleen als de landen van herkomst bereid zijn om mee te werken, benadrukt Knaus. 'Zelfs de radicaalste migratieminister krijgt nauwelijks migranten teruggestuurd.' In ruil voor die strengere asielprocedure stelt Knaus voor om een legaal migratiekanaal te openen waarlangs West-Afrikanen vlotter naar Europa kunnen komen. Knaus refereert aan het migratieakkoord tussen de Verenigde Staten en Cuba uit 1994, waarbij Amerika beloofde om minstens 20.000 Cubanen per jaar toe te laten, als Cuba de illegale migratie per boot zou aanpakken. 'Je zou de visumplicht voor bepaalde Afrikaanse landen kunnen versoepelen, of Afrikaanse migranten toelaten om knelpuntberoepen in te vullen', suggereert Knaus. Veel Afrikaanse landen staan immers niet te springen om Europa te hulp te schieten. Voor een land als Nigeria, goed voor 18 procent van de in Italië aanmerende migranten, is het een uitgebreide bron van inkomsten. Nigerianen die vanuit het buitenland geld naar huis sturen, injecteren miljarden in de Nigeriaanse economie. Bovendien is een terugstuurakkoord bij grote delen van de bevolking uiterst onpopulair, waardoor ook Afrikaanse regeringen er weinig belang bij hebben om de Europese landen ter wille te zijn. Het zal niet eenvoudig zijn om de West-Afrikaanse landen over de streep te krijgen, zegt Akinyinka Akinyoade. 'Na al die jaren is Europa pas bereid over visumversoepeling te spreken als ze overspoeld worden door migranten. Dat maakt Afrikaanse leiders uiterst wantrouwig.' Maar de eerste toenaderingen zijn een feit. Zo is zowel de Duitse kanselier Angela Merkel als de Italiaanse premier Paolo Gentiloni gewonnen voor een Marshallplan voor Afrika. Daarbij moet een investeringsplan de werkgelegenheid en leefomstandigheden bezuiden de Sahara verbeteren, waardoor minder Afrikanen geneigd zouden zijn om hun geluk benoorden de Middellandse Zee te beproeven. Migratie-experts zijn verdeeld over het plan. Meer financiële middelen kunnen immers de migratiestroom weer doen aanzwellen, omdat migranten voor de reis naar Europa best wel wat geld nodig hebben. Bovendien liggen de lonen in landen als Nigeria of Ghana hoger dan in een land als Togo, vanwaaruit veel minder migranten vertrekken. Maar zelfs als de zeeroute morgen onverbiddelijk dichtgaat, blijft Italië met honderdduizenden uitgeprocedeerde asielzoekers zitten. Volgens de Dublin-conventie kunnen zij, zoals aangestipt, alleen asiel aanvragen in Italië. Wie geregistreerd wordt in Italië, kan in geen enkel Europees land een nieuwe asielvraag starten. De buurlanden doen er alles aan om de migranten in Italië te houden. Oostenrijks hoogst assertieve minister van Buitenlandse Zaken Sebastian Kurz dreigde er begin juli zelfs mee om tanks naar de grens te sturen om hen een halt toe te roepen. Wettelijk hebben de Europese landen alle recht om die uitgeprocedeerde asielzoekers terug te sturen naar hun land van herkomst. 'Maar eigenlijk is dat niet realistisch', geeft Gerald Knaus toe. 'Het is zinloos om een uitgeprocedeerde asielzoeker uit te zetten die al vijf jaar in Europa leeft. Dat heeft geen enkel effect op het vertrekgedrag in het land van herkomst. Het heeft enkel effect als er snel wordt teruggestuurd.' Een regularisatie, waarbij de aanwezige migranten schoorvoetend een verblijfsvergunning krijgen, lijkt op termijn dus onvermijdelijk. Maar zolang de toestroom niet onder controle is, lijkt regulariseren ondenkbaar, al was het maar om geen nieuwe migratiestroom in gang te zetten. Een herverdelingsakkoord zoals dat officieel voor de vluchtelingen bestaat, lijkt bij voorbaat uitgesloten, alleen al omdat zelfs de herverdeling van vluchtelingen nauwelijks wordt uitgevoerd. Vooral de Visegradlanden (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slovakije) weigeren mordicus aan het mechanisme mee te werken. Ook de Franse president Emmanuel Macron benadrukte bij zijn allereerste ontmoeting met Paolo Gentiloni dat economische migranten niet op eenzelfde verdelingsmechanisme moeten rekenen. Knaus ziet evenmin heil in een herverdelingsmechanisme. 'Het lijkt mij realistischer om op zoek te gaan naar een coalition of the willing om de lasten te verdelen. Als de West-Europese en Scandinavische landen het een beetje verdelen, is het zeker behapbaar.' Het jammere aan de hele situatie, vindt Mario Telò, is dat deze crisis het hele migratiediscours vergiftigt. 'Over tien à twintig jaar heeft Europa migratie nodig om zijn economie draaiende te houden. Eén procent van het Italiaanse bnp wordt nu al verzorgd door migranten. De huidige migratiecrisis verhindert dat we daarover een volwassen debat voeren. Dat is zonde.' Voorlopig is het ieder voor zich, beseffen ze ook in Ventimiglia. Ook daar stellen de lokale autoriteiten zich stilaan vragen bij de aanwezigheid van Artsen Zonder Grenzen. Want lokt die gratis medische hulp niet extra migranten? Ook bij de plaatselijke bevolking ervaart Federico Saracini argwaan. 'Als ik 's morgens naar het dorp ga, krijg ik geregeld het verwijt dat wij de toestand erger maken. Sommige bewoners zijn zo bang dat de migranten de orde komen verstoren, dat ze in elke liefdadigheidsactie een aanzuigeffect zien. Ik maak me zorgen dat ngo's gecriminaliseerd worden omdat ze mensenlevens op zee redden. Daaraan merk je dat de sfeer in Italië compleet verziekt. Het is toch absurd dat ik me moet verantwoorden omdat ik mensen een basale menselijke behandeling geef?'