De Catalaanse leider Carles Puigdemont kwam vorige week aan in Brussel, voorlopig niet om politiek asiel te vragen maar om voor de Europese instellingen het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum te verdedigen. Het wordt nu vooral afwachten of vrije verkiezingen in december de wensen van de Catalanen kunnen verduidelijken. Peilingen geven nog steeds aan dat de bevolking autonomie wil maar compleet verdeeld is over onafhankelijkheid. Hoewel Puigdemont voor mij te ver ging, had ik respect voor het vuur waarmee hij zijn zaak verdedigde en de persoonlijke risico's die hij ervoor overhad.
...

De Catalaanse leider Carles Puigdemont kwam vorige week aan in Brussel, voorlopig niet om politiek asiel te vragen maar om voor de Europese instellingen het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum te verdedigen. Het wordt nu vooral afwachten of vrije verkiezingen in december de wensen van de Catalanen kunnen verduidelijken. Peilingen geven nog steeds aan dat de bevolking autonomie wil maar compleet verdeeld is over onafhankelijkheid. Hoewel Puigdemont voor mij te ver ging, had ik respect voor het vuur waarmee hij zijn zaak verdedigde en de persoonlijke risico's die hij ervoor overhad. Bij ons had de N-VA het daar duidelijk lastig mee, om als beleidspartij trouw te blijven aan de idealen. Staatssecretaris Theo Francken reikte Puigdemont zeer tegen de zin van zijn regeringspartners de hand en Bart De Wever sprak over hem als een vriend. Voor Vlaams minister-president Geert Bourgeois was het een bijna onmogelijke oefening, dat balanceren tussen persoonlijke overtuiging en meer zakelijke overwegingen. Hij verwoordde dat mooi en oprecht in een interview op Radio 1. Toch hoop ik dat ze bij de N-VA verder nadenken over hoe ze in de toekomst in de diplomatie om kunnen gaan met het streven naar zelfbeschikking. Voor een stuk vereist dat nuchterheid: onafhankelijkheid moet het ultieme redmiddel blijven. Het is een wapen tegen onderdrukking, tegen het bewust verhinderen van de ontwikkeling van een samenleving. Die uitdaging lijkt me voorlopig niet het urgentst in Europa zelf. De meeste regio's met een bepaalde drang naar eigenheid en autonomie krijgen behoorlijk wat ruimte. Sommige Europese regio's lijken nu zelfs meer problemen te ervaren met het gebruiken van die bevoegdheden om daadwerkelijk de lokale identiteit en fierheid te versterken, dan met het vrijwaren van die bevoegdheden. Het is vooral buiten Europa dat de onderdrukking van bevolkingsgroepen groot is en dat de drang naar erkenning, waardigheid, identiteit en politieke inspraak wordt gefnuikt. Ik denk daarbij spontaan aan Soedan en dan in het bijzonder aan de regio Darfoer. Het conflict in Darfoer is complex en er staat veel op het spel: water, olie en geopolitieke belangen. Maar in wezen blijft het een onafhankelijkheidsstrijd. De discriminatie van de bevolking van Darfoer door het bewind van de Soedanese president Omar Al-Bashir, alsook zijn pogingen om de drang naar autonomie te onderdrukken, hebben geleid tot een van de bloederigste conflicten van de afgelopen jaren: 300.000 doden en drie miljoen vluchtelingen. Al-Bashir, die in het verleden ook Osama Bin Laden onderdak verschafte, is daarvoor veroordeeld door het Internationaal Strafhof. Het zou me niet verbazen als verschillende van de Soedanese vluchtelingen die onlangs in ons land door zijn agenten werden gescreend, afkomstig waren uit Darfur. Als bewindspartij die zelfbeschikking hoog in het vaandel voert, zou de N-VA daar echt wel mee in het reine moeten komen. Maar ik denk ook aan China, waar de Communistische Partij het als een van haar belangrijkste taken ziet om het streven naar zelfbeschikking van de Tibetanen en de Oeigoeren in de kiem te smoren. Zowat alle rapporten die ik de voorbije jaren voorgelegd kreeg, van diplomaten en van ngo's, maken gewag van méér onderdrukking, een bijna- militaire bezetting, onrechtmatige opsluitingen en complete economische drooglegging van eender wie er ook maar aan denkt om te ijveren voor onafhankelijkheid. Wie zich gedeisd houdt, kan rekenen op economische steun. Wie opkomt voor zijn mening, wordt van zijn bed gelicht en verdwijnt voor maanden in detentiecentra. Vreemd is het dan dat ook de N-VA zo gretig is om - rechtstreeks of onrechtstreeks - zaken te doen met die Communistische Partij. Uitspreken doe ik me hier niet eens over het recht van de Communistische Partij om de soevereiniteit over Tibet op te eisen, of van Omar Al-Bashir om de soevereiniteit over Darfur te claimen. Wél staat vast dat de repressie, zeker in het geval van Darfur, disproportioneel is. Eveneens staat vast dat het buitenlands beleid dat door de N-VA mee vormgegeven wordt, niet weet hoe het met die buitensporige onderdrukking van de onafhankelijkheidsdrang om moet gaan - en er onrechtstreeks zelfs aan meewerkt. Leiderschap zou toch minstens moeten betekenen dat indien je als politieke speler de autonomie en de macht hebt om een klein verschil te maken, je daar ook gebruik van maakt. Zeker als de nood hoog is en als je eigen kernwaarden op het spel staan. Of zijn die kernwaarden dan toch voor interpretatie vatbaar?