Een vreemde tongval maakt ons benieuwd naar het verhaal erachter, de herkomst, de omzwerving. Zo raakte ik vorige week aan de praat met de medewerker van mijn loodgieter. Nadat we samen wat gespit en gesleurd hadden, floepten ze eruit, de imperatieve vragen. 'Woon je hier al lang?' 'Waar kom je vandaan?' Afghanistan, klonk het in zacht en mooi gekleurd Tiens. En dus ging het tijdens het spitten en sleuren verder over zijn geboorteland.
...

Een vreemde tongval maakt ons benieuwd naar het verhaal erachter, de herkomst, de omzwerving. Zo raakte ik vorige week aan de praat met de medewerker van mijn loodgieter. Nadat we samen wat gespit en gesleurd hadden, floepten ze eruit, de imperatieve vragen. 'Woon je hier al lang?' 'Waar kom je vandaan?' Afghanistan, klonk het in zacht en mooi gekleurd Tiens. En dus ging het tijdens het spitten en sleuren verder over zijn geboorteland. Hij vertelde hoe zijn familie angstig kijkt naar de opmars van de taliban. De kinderen van zijn schoonfamilie in Kaboel zijn vooral meisjes. Zij vrezen voor de terugkeer van de sharia, de islamitische wet die hun onderwijs grotendeels zou ontzeggen en werken buitenshuis vrijwel onmogelijk zou maken. Dat zou voor een familie die met zo'n tien euro per dag moet rondkomen niet alleen een terugkeer naar religieuze dwingelandij betekenen, maar ook naar extreme armoede. Niet alleen de westerse hulp dreigt te slinken, maar dus ook de kans om met twee ouders te gaan werken. Hoewel het snelle offensief van de taliban bevestigt dat de twintig jaar durende missie van het Westen grotendeels is mislukt, heeft de westerse aanwezigheid sinds 2001 één zaak bewerkstelligd: de verknochtheid aan een beetje vrijheid en een zekere gelijkheid van man en vrouw. Ondanks de ontbering. Ondanks het geweld. Ondanks de corruptie. Veel kinderen, tieners en jonge hogeschoolstudenten hebben zelfs geen ander leven gekend. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat dertig tot veertig procent van de Afghanen wil uitwijken.Vooral in de steden is dat zo. De taliban beseffen dat als zij hun macht willen bestendigen, ze moeten vermijden dat ze de paria's van de wereld worden. Ook Peking, Moskou en de Golfstaten willen geen partner worden van een regime van handjeshakkers en een boerkastaat. En dus opperen de talibanleiders dat ze 'in zekere mate' rekening zullen houden met verandering. Telkens als talibanvertegenwoordigers zich in de pluchen stoelen rond de onderhandelingstafels in Doha, Moskou of Peking ploffen, benadrukken ze dat ze onoverkomelijk zijn, maar ook dat ze pragmatisch zullen zijn als ze het nationale bestuur opnieuw domineren. In de salons hebben de moedjahedien zich het diplomatieke bochtenwerk eigen gemaakt. Op het terrein ligt dat minder voor de hand. Door de zwakte en de corruptie van het nationale bestuur in de afgelopen decennia zijn burgers de shariarechtbanken vaak als alternatief blijven zien. De sharia zelf geniet ook nog steeds steun. Vanuit de gebieden die de taliban heroverden, verschenen onthutsende getuigenissen over stenigingen, stokslagen en doodstraffen. De moorden op dissidente stemmen, zoals comedians en journalisten, zijn onheilspellend. De taliban controleren al de helft van Afghanistan en belagen de hoofdstad Kaboel. De beste hefboom bij politieke onderhandelingen blijft terreinwinst en militaire slagkracht. Op korte termijn zullen de taliban zegevieren. De nationale overheid staat zwak. De bevolking biedt amper weerstand. Regionale spelers als China, Rusland en uiteraard Pakistan hebben, net als vele Afghanen, de taliban omarmd als enige alternatief. Peking had een moeilijke relatie met vorige Afghaanse regeringen en heeft afspraken gemaakt met de taliban: geen onrust langs de strategische Wachan-corridor, geen onderdak geven aan Chinees-islamitische minderheden, geen grove internationale provocaties en veiligheidsgaranties voor Chinese bedrijven die blijven lonken naar de mijnbouw. India, de belangrijkste tegenstander van de taliban in de regio, kan amper gewicht in de schaal werpen. We keren dus in zekere zin terug naar de situatie van voor de Amerikaanse invasie, maar zonder een aantal scherpe kantjes. Twee belangrijke vragen blijven. Wat als de taliban Afghanistan gaan domineren? Zullen zij dan hun interne eenheid bewaren? Bereiken de clans waaruit de taliban bestaat een overeenkomst over wie de vetpotten van de staat mag controleren of valt de beweging uiteen in rivaliserende groepen? In veel conflictlanden vallen strijdersgroeperingen uiteen zodra de gemeenschappelijke vijand verdwijnt. Dat is ook hier een waarschijnlijk scenario. De tweede vraag is of China zich op de achtergrond zal houden. China grenst aan Afghanistan. De Chinese stad Kashgar ligt op duizend kilometer van Kaboel. Het is een militaire garnizoensstad én een knooppunt in de nieuwe zijderoute. Wellicht zal China de economische relaties beetje bij beetje verbeteren. Afghanistan blijft een kleine maar betekenisvolle afzetmarkt van zo'n veertig miljoen inwoners. De provincie Ghazni herbergt grote voorraden strategische metalen: koper, lithium, kwik en neodymium. Die zijn te kostbaar om links te laten liggen. De Chinese aanwezigheid wordt echter geen roekeloos interventionisme maar gestaag imperialisme.