In een wolk van stof volgen we de mijnenveger, op weg naar het IS-dorp voor ons. De motoren van de zware machine maken een hels kabaal, de bestuurder sleurt het gevaarte met maximale snelheid over de zandweg. De eindstrijd tegen de Islamitische Staat in Syrië is een race tegen de klok geworden. Na de herovering van Deir ez-Zor, de laatste grote stad waarvan de jihadisten een deel in handen hadden, gaat het nu om de langverwachte slotfinale.
...

In een wolk van stof volgen we de mijnenveger, op weg naar het IS-dorp voor ons. De motoren van de zware machine maken een hels kabaal, de bestuurder sleurt het gevaarte met maximale snelheid over de zandweg. De eindstrijd tegen de Islamitische Staat in Syrië is een race tegen de klok geworden. Na de herovering van Deir ez-Zor, de laatste grote stad waarvan de jihadisten een deel in handen hadden, gaat het nu om de langverwachte slotfinale. Die speelt zich af in en rond Abu Kamal, een stadje aan de Syrisch-Iraakse grens, zuidoostwaarts van Deir ez-Zor. Abu Kamal werd in 2014 door de IS ingenomen, samen met de omringende olievelden. Het regeringsleger van Bashar al-Assad heeft het stadje inmiddels omsingeld. De herovering is een kwestie van dagen. Met Abu Kamal valt het allerlaatste bastion van de IS in Syrië. Een mijlpaal. Aan de andere kant van de grens heeft het Iraakse leger de stad Al-Qaim begin november heroverd op de IS. De Iraakse troepen houden het gebied nu onder controle, samen met Hashd al-Shaabi: het beruchte sjiitische volksleger zou zich op 100 meter van de grens bevinden. Toch is het definitieve einde van de IS in Syrië nog niet in zicht. Een deel van het gebied noordwaarts van Abu Kamal is nog onder controle van de terreurbeweging. In deze grensstreek met Irak strijden de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), de door de Koerden geleide militie die de IS in Raqqa heeft verslagen en die samenwerkt met de Verenigde Staten. De IS is bijgevolg ingesloten door de SDF in het noorden, de troepen van Assad in het zuiden en het westen, en op de grens aan de oostkant wachten de Iraakse strijdkrachten. Zowel Assad - met steun van Rusland en Iraanse milities - als de SDF zijn uit op zo veel mogelijk terreinwinst. Wie de IS het eerst verjaagt, heeft het gebied in handen. Voorlopig toch. De streek is voor alle partijen van groot belang. Er liggen olie- en gasvelden, en langs Abu Kamal loopt een belangrijke doorvoerroute van Irak tot Damascus. De SDF hebben dus haast. Ze heroveren in een stevig tempo dorp per dorp in de grensstreek ten noorden van de Eufraat. Elke dag gaat het offensief een paar kilometer vooruit, richting het zuiden. Toch verwachten de SDF dat het nog maanden zal duren voor het grensgebied volledig bevrijd zal zijn. Het totale terrein is zo'n 90 kilometer breed, en tot aan Abu Kamal is het nog ruim 200 kilometer zuidwaarts. Kino Gabriel is woordvoerder van de gewapende tak van de Assyrische christenen die samen met de Koerden en Arabieren onder de paraplu van de SDF strijden. Volgens hem is het terrein op zich niet moeilijk: 'Er zijn geen bergen, het is vlak land. De moeilijkheidsgraad zit hem in de geringe afstand tussen de dorpen, vaak maar 800 meter. Ze zijn als het ware aan elkaar gegroeid. De IS verschanst zich tussen de bewoners. We kunnen niet zomaar de zware middelen inzetten.' De vraag is waar de IS-strijders blijven, nu ze geen kant meer op kunnen. Geschat wordt dat er nog een paar duizend jihadisten rondlopen. 'Ze verschuilen zich in de woestijn aan de grens met Irak', zegt Gabriel. 'Aan de Iraakse kant van de grens zitten trouwens ook nog strijders. Misschien gaan ze over en weer via tunnels. Inmiddels zitten duizenden jihadisten in de gevangenis. Anderen zijn dood. De rest heeft de benen genomen. Ze proberen met de lokale bevolking mee te vluchten, om vervolgens te verdwijnen. De vluchtelingenstroom uit de provincie Deir ez-Zor moet soms dagen wachten aan de controleposten, omdat ze iedereen controleren. Wie heeft meegevochten met de IS, wie steunde ze actief, en wie is totaal onschuldig? Vaak vertellen bewoners wie bij de IS zat, maar daar kun je niet altijd op vertrouwen. Er is ook nog altijd sympathie voor de beweging.' We naderen het IS-dorp. Nog een paar honderd meter. De mijnenveger spurt met dezelfde snelheid verder, met de wagens van de SDF in zijn kielzog. Niemand weet of er nog jihadisten in het dorp zitten, zegt de commandant van de eenheid waarmee we op stap zijn. De ene keer lopen ze weg, de andere keer belanden de SDF in een spervuur van kogels. Of komt er plots een bomauto de hoek om. De jihadisten zijn totaal onvoorspelbaar. Feit is dat de verdedigingsmechanismen van de IS in rap tempo afbrokkelen. De enige middelen waarover de strijders nog beschikken, zijn kalasjnikovs, sluipschutters, mijnen, granaatwerpers en bomauto's. Zwaarder geschut wordt niet meer ingezet, omdat het er simpelweg niet meer is. Ook de talloze drones die de IS in Raqqa gebruikte, om te spioneren en kleine explosieven mee te droppen, zijn op. We passeren de eerste woningen. Er valt geen enkel schot. Waar o waar zitten de IS-strijders? De mijnenveger dendert door de hoofdstraat van het dorp met woningen van klei, de karavaan van de SDF volgt. Hier en daar zien we mensen zwaaien. Lachende gezichten. We gaan voort, steeds verder. Zonder tegenstand. Aan het einde van het dorp stappen we uit. 'Dat ging makkelijk', grijnst Jake, de enige overgebleven Amerikaan die momenteel nog bij de SDF vecht. Hij komt uit Indiana en wil blijven tot 'de allerlaatste centimeter in Syrië is bevrijd van de IS'. Commandant Adjar van 'onze' eenheid, bestaande uit christenen en Koerden, kijkt teleurgesteld. 'Ik had er zo graag een paar neergeschoten', klinkt het. Hij bedoelt IS-strijders. 'Maar ze zijn gevlucht, de honden. Misschien zitten ze op dit moment onder ons in een tunnel en komen ze 's nachts terug. Dat hebben we in Raqqa dikwijls meegemaakt. Alles is mogelijk.' Na tien minuten gaan we verder. Naar Markada, een stadje op ruim 70 kilometer ten noordoosten van Deir ez-Zor. 'Dat staat bekend als een IS-hol', zegt Jake. 'Ik verwacht wel wat weerwerk.' De eerste die vertrekt, is de verkenner op de brommer. Met zijn zwarte sjaal voor zijn gezicht en zijn zwarte kleren lijkt hij op een IS-strijder. De brommer is klein en licht, zodat hij in het midden over de weg kan rijden en niet gehinderd wordt door eventuele bermbommen. Dan volgt opnieuw de mijnenveger, waarna de rest van het konvooi. Markada wordt langs twee kanten tegelijk aangevallen. Ook hier gaat het snel. We rijden door de straten zonder dat er een schot wordt gelost. Tot we plots stoppen. De weg voor ons is versperd. De mannen rennen weg van hun auto's, we schuilen achter een muur. Er klinkt geweervuur. Dan stilte. We gaan naar de overkant van de weg, een huis binnen. Meteen nemen de SDF positie in op het dak. Beneden rennen hun collega's een wijk van het stadje binnen, beschermd door dekkingsvuur van degenen op het dak. Er wordt geschoten, maar niet echt veel. Het wordt al snel weer stil, wat duidt op weinig verzet van de IS. Er is even paniek als plots twee mannen op brommers komen aangestoven, volgeladen met pakketten. Zelfmoordterroristen? Een paar SDF-strijders rennen de weg op, houden de brommers tegen. Loos alarm. Oef. Ook in Markada blijkt er minder verzet van de IS dan verwacht. Als het zo doorgaat, moet het gebied toch in een mum van tijd ingenomen zijn? 'Was het maar zo makkelijk', verzucht commandant Adjar. 'Plots kunnen ze weer komen aanrijden met een bomauto en een half dorp doden. Of lopen we dagenlang vertraging op door het aantal mijnen. Elk leegstaand huis heeft het zitten. Je kunt niet naar de wc, de kraan opendraaien, een kastdeur openen of ook maar iets pakken of het is boem.' Nu de dagen van het kalifaat zo goed als geteld zijn, loert er een nieuw probleem. Want wat gaat Bashar al-Assad doen als de IS straks uit Syrië verjaagd is? De Syrische regering maakte onlangs kenbaar dat ze hoe dan ook het op de IS heroverde terrein van de SDF zou terugwinnen, waaronder Raqqa en de olievelden ten westen van Deir ez-Zor. Assad zei verder dat hij de oorlog zou verklaren 'aan iedereen die de eenheid van Syrië in gevaar brengt'. Waarmee hij doelt op de SDF. In de door de SDF gecontroleerde gebieden in het noorden van Syrië ijveren de Koerden al lange tijd voor een vorm van autonomie waarin ook de Arabische bevolking, de Assyrische christenen en andere etnische minderheden hun zeg hebben. In december vinden er lokale verkiezingen plaats. Met andere woorden: de Koerden willen hun gebied niet meer afstaan aan Bashar al-Assad; ze willen gaan voor een federatie. Niet alleen Assad is gekant tegen de terreinwinst van de Syrische Koerden; ook Turkije, Iran en Irak staan er allesbehalve positief tegenover. De vraag is of de VS de Koerden zal blijven steunen als straks mogelijk een oorlog uitbreekt met Assad, gesteund door Rusland en Iran. Voorlopig geven de Amerikanen geen duidelijk antwoord op die vraag. Bij de Democratische Uniepartij (PYD), de belangrijkste politieke partij van de Syrische Koerden en een onderdeel van de PKK, laten ze zich in geen geval intimideren. 'Laat Assad maar dromen', zegt PYD-adviseur Sihanok Dibo als we hem ontmoeten in Qamishli. 'Hij reageert emotioneel, niet rationeel. Als we ervan uitgingen dat Syrië weer zou worden zoals voor de revolutie in 2011, waren we hier nooit aan begonnen. Wij zetten onze plannen voor een federatie door. Betekent dat oorlog met Assad, dan zullen we vechten.' Dibo beseft dat de Amerikanen hun hulp aan de Koerden mogelijk intrekken als de IS eenmaal uit Syrië verdwenen is: 'We weten op dit moment niet wat de Amerikanen zullen doen: ze geven ons geen pasklaar antwoord. Maar we denken dat ze blijven zolang Hezbollah en de Iraanse milities in Syrië aanwezig zijn. En mochten ze hun handen inderdaad van ons aftrekken, dan verandert dat niets aan onze plannen. De SDF zullen onze regio verdedigen, met of zonder de VS. We zijn sterk geworden, de afgelopen jaren. Niemand blaast ons zomaar opzij.' Toch hoopt de PYD alsnog om met de Syrische regering rond de tafel te kunnen zitten. 'We weten nog niet precies hoe we onze grenzen zullen trekken. Dat hangt af van de landen om ons heen. We staan dus open voor onderhandelingen.' De PYD vreest niet dat de Arabische bevolking in het huidige Koerdische gebied straks zal afhaken van de plannen voor een federatie. In steden als Raqqa en Manbij, die overwegend Arabisch zijn, is er een goeie dialoog met de Koerden via de burgeradviesraden, zegt Dibo. 'We geloven dat de Arabieren willen deelnemen aan ons federale systeem.' Of dat zo is, zal nog moeten blijken. De Koerden blijven dominant in de regio, net als in de SDF, waar ze de grootste groep vormen. In de zomer van 2015 protesteerden verschillende Arabische fracties in de SDF tegen het beleid van de strijdmacht. Ze beschuldigden de YPG-strijders ervan de Arabische bevolking te verjagen uit de op de IS heroverde gebieden. Op het platteland ten zuiden van Qamishli vertelt de leider van de Arabische strijdmacht Sanadid - zij vochten mee met de SDF in Raqqa, maar wel onafhankelijk van de rest - dat de Arabische gemeenschap de plannen voor een federatie in het gebied nog altijd steunt. Sjeik Bandar Humeidi Dham is een indrukwekkende verschijning, met zijn woeste baard. Zijn troepen, naar eigen zeggen minstens tienduizend man sterk, zien er even imposant uit als hun leider. We worden door een haag van Arabische strijders ontvangen. 'De Arabieren in het gebied beseffen dat ze in de vorm van een federatie nog enigszins hun zeggenschap kunnen behouden', zegt de sjeik. 'Maar als de SDF straks met het Syrische leger in de clinch gaan, blijven wij neutraal. Ze zullen het zonder ons moeten redden.' De Assyriërs vormen de op twee na grootste bevolkingsgroep in het Koerdische deel van Syrië. Hun bezorgdheid over de situatie na de IS in Syrië betreft vooral Iran, zegt Sanharib Barsom van de Assyrische Eenheidspartij. 'Als de grensplaats Abu Kamal definitief onder controle van Assad valt, ligt de weg voor Iran open naar Damascus, en vervolgens naar Libanon. Iran heeft zijn eigen plannen: het wil zijn sjiitische macht uitbreiden. Dat levert alleen maar nadelen op voor de Assyrische christenen in dit gebied. Ik ben bang dat Iraanse milities ons uit onze huizen zullen verdrijven. Ze willen de SDF sowieso verdrijven uit Raqqa en uit de olievelden in de provincie Deir ez-Zor.' 'En wat als de sjiitische militie Hashd al-Shaabi, die nu in Irak aan de grens staat te trappelen, straks naar Syrië komt? De Hashd is even wreed als de IS. Daar zijn we net zo slecht mee af als met de jihadisten. We kunnen weinig anders doen dan een dialoog opzetten met de Syrische regering over een federatie. En wil Assad er niet op ingaan, dan zullen we inderdaad vechten.' Dat de Syrische regering concessies zal doen om de verschillende gebieden in Syrië samen te besturen, is volgens veel analisten ondenkbaar. 'Ik geloof er niets van', zegt oud-diplomaat en Syrië-expert Nikolaos (Koos) van Dam aan de telefoon. 'Assad zal alles op alles zetten om heel Syrië te heroveren. De PYD heeft weliswaar een soort autonomie voorgesteld gekregen, maar dat heeft de partij afgewezen. Nu, ik denk dat zo'n aanbod ook niet oprecht is. Het komt Assad gewoon goed uit om tijdelijk de Koerden te vriend te houden. Op lange termijn zal hij ze hun vrijheid niet geven. En nu wil hij dus ook Raqqa en delen van de provincie Deir ez-Zor terug. Ik neem Assads dreigingen tegen de SDF over een mogelijke oorlog dan ook serieus. De vraag is of de landen die nu de SDF en anderen in de oppositie steunen, het er nog voor over hebben om een confrontatie met het regime of met de Russen aan te gaan. Ik verwacht dat Amerika de Koerden straks laat vallen. Ze denken vooral strategisch, met de mensenrechten zijn ze minder begaan.' Assad zal mogelijk afwachten wat oorlogstechnisch het gunstigste voor hem uitpakt, denkt van Dam. In de noordwestelijke provincie Idlib strijdt de regering nog altijd tegen de oppositie, waaronder het aan Al-Qaeda gelinkte Fateh al-Sham. Mogelijk heeft hij daar ook hulp van de Amerikanen bij nodig. 'Alles in deze oorlog bestaat uit tijdelijke allianties.' Over de corridor van Irak naar Damascus, waarvan Iran gebruik zou maken om zijn invloedssfeer uit te breiden tot in Libanon, maakt van Dam zich minder zorgen: 'Iran heeft die corridor niet echt nodig, ze kunnen Syrië of Hezbollah ook bewapenen via vliegverkeer. Bovendien denk ik niet dat het centrale gezag in Bagdad wil dat Iran zonder toestemming Irak doorkruist op weg naar Syrië en Libanon. In het nieuwe strategische plaatje, met Saudi-Arabië erbij, is het trouwens beter als Iran dat niet probeert: het zou nog meer conflicten uitlokken. En ook: als het regime in Syrië straks de oorlog gewonnen heeft, zal het niet meer zo'n behoefte hebben aan een Iraanse doorgangsroute, omdat er ook gevaren aan kleven vanwege Israël.' Het meest voorspelbare toekomstscenario voor Syrië is dat Assad het hele land weer onder controle krijgt, veronderstelt van Dam. 'Westerse landen willen Assad nu een worst voorhouden, door hulp in de wederopbouw aan te bieden mits hij politieke concessies doet. Maar dat wil hij helemaal niet. Hij laat het land liever in puin liggen dan dat hij alsnog wordt gedwarsboomd. Ik denk dat de strijd dus zal doorgaan tot het regime alles onder controle heeft. Mochten de Amerikanen de Koerden wél blijven steunen, dan zal er in Syrië waarschijnlijk lange tijd een status quo van toepassing zijn. Zo niet, dan komt er een nieuwe oorlog.'