Al 37 jaar is hij de onbetwiste religieuze leider van Iran. Ondanks de economische en militaire crisis klampt hij zich halsstarrig vast aan de macht. Een portret van Ali Khamenei, de man die de Iraanse staat heeft opgebouwd. ‘Geweld is voor het Iraanse regime geen middel, maar een principe.’
Al bijna veertig jaar siert zijn portret menig billboard en poster. Zijn preken tijdens het vrijdaggebed zijn door miljoenen Iraniërs aangehoord. Voor zover bekend heeft hij sinds 1989 het land niet meer verlaten. Meer dan de helft van de Iraniërs heeft nooit een andere Opperste Leider gekend.
Al die tijd lijkt Ali Khamenei bij het gros van de Iraanse bevolking nooit grote gevoelens te hebben opgeroepen. Hij heeft niet het charisma van zijn beruchte voorganger en mentor Ruhollah Khomeini. Zijn speeches en geschriften zijn, zacht gezegd, langdradig. Opmerkelijk genoeg wordt hij nauwelijks geassocieerd met corruptie, in tegenstelling tot zowat elke andere Iraanse politicus. Khamenei’s persoonlijkheidscultus was misschien wel de saaiste ter wereld.
Die onverschilligheid is nu weg. De foto die nu al bijna vier decennia billboards in Iraanse steden en dorpen siert, gebruiken Iraanse vrouwen nu om hun sigaret mee aan te steken. ‘Dood aan Khamenei’ is een slogan die weinig aan de verbeelding overlaat.
Brute repressie
Iran gaat al jarenlang gebukt onder verschillende crises. Er is de inflatie, veroorzaakt door de beslissing om geld bij te drukken om een aan het regime gelinkte bank overeind te houden. Er is de al jaren aanhoudende watercrisis, veroorzaakt door jaren van mismanagement en corruptie. Er zijn de voortdurende black-outs die elke vorm van economische activiteit ondermijnen. Waar protesten zich doorgaans beperken tot de grote steden, lijken ze nu vrijwel over het hele land plaats te vinden.
De ernst en schaal van die crises contrasteren met Khamenei’s interventies. Hoewel hij erkende dat Iraniërs redenen hebben tot ontevredenheid, lijkt hij vooral begaan met het lot van de Iraanse revolutie. ‘Moge God het gevoel van overwinning verspreiden’, communiceerde hij via zijn officiële X-account, alwaar hij ook aankondigde dat de Amerikaanse president Donald Trump ‘als een farao’ omvergeworpen zal worden. Het geeft minstens de indruk dat het regime het maatschappelijk ongenoegen proberen te negeren.
Daarbij is het regime bereid om bruut geweld in te zetten. Sinds het begin van de protesten zijn volgens mensenrechtenorganisaties al meer dan 3000 burgers vermoord. ‘Geweld is voor het Iraanse regime geen middel, maar een principe’, zegt Touraj Atabaki, emeritus professor aan de Universiteit Leiden. ‘Ze verdelen de Iraanse bevolking op in medestanders en buitenstaanders, en buitenstaanders mogen vernietigd worden. Het is de enige manier waarop het regime aan de macht kan blijven.’
Nederige seminarist
Het is niet de eerste legitimiteitscrisis waarvoor Khamenei staat. In zekere zin is zijn politieke carrière een aaneenschakeling van legitimiteitscrises. Khamenei werd in 1981 vrijwel zonder bestuurlijke ervaring president en na het overlijden van Khomeini in 1989 werd hij diens opvolger als Opperste Leider. Maar Khamenei heeft niet de competenties van zijn voorganger: hij heeft zijn hogere religieuze studies nooit afgemaakt.
Volgens de logica van de Islamitische revolutie hoort de Opperste Leider een Groot-ayatollah te zijn, de hoogste onderscheiding die islamitische schriftgeleerden in Iran kunnen bereiken. Toch maakte Khomeini zelf de weg vrij voor Khamenei. Drie maanden voor zijn overlijden liet hij de grondwet herschrijven. De Opperste Leider moest voortaan vooral ‘politieke en bestuurlijke vaardigheden’ hebben, religieuze kwalificaties waren minder belangrijk. Bij zijn aantreden erkende Khamenei ‘slechts een nederige seminarist’ te zijn.
Hervormingsgezinde leiders die de almacht van de religieuzen wilden inperken beten stuk voor stuk hun tanden stuk op Khamenei’s manoeuvres.
Wat Khamenei ontbeert aan charisma, maakt hij goed door politieke gewiekstheid. Khamenei verstaat als geen ander de kunst om de verschillende fracties binnen het regime te bespelen en te manipuleren. Hervormingsgezinde leiders die de almacht van de religieuzen wilden inperken beten stuk voor stuk hun tanden stuk op Khamenei’s manoeuvres. Ook na 37 jaar lijkt niemand zijn voet naast Khamenei te kunnen plaatsen.
‘Het Iraanse regime kan een verdere escalatie met de VS niet riskeren’
Gevormd door oorlog
Khamenei is in zekere zin een product van de Iran-Irakoorlog (1980-1988). Tijdens die verwoestende strijd met het Irak van Saddam Hoessein was hij president. Toen hij aantrad in 1981, werd een deel van het Iraanse grondgebied bezet door Irak, terwijl Iraanse gewapende oppositiegroepen terreurcampagnes voerden. De economie was in diepe crisis, het land was na de revolutie van 1979 en de gijzeling in de Amerikaanse ambassade internationaal geïsoleerd en het staatsapparaat ging ten onder aan onderlinge vetes.
Toch slaagde Khamenei erin om de boel weer bij elkaar te brengen. Hij bracht de Revolutionaire Garde en het Iraanse leger, die elkaar voorheen naar het leven stonden, op dezelfde lijn. Het gebrek aan wapens en militair doorzicht werd gecompenseerd door religieuze en nationalistische geestdrift. Het Iraanse leger vertrouwde grotendeels op vrijwilligers, die met hun aantallen de Iraakse vijand probeerden te overweldigen. Ook vandaag noemt Khamenei die oorlog nog de ‘Heilige Verdediging’.
De lessen die Khamenei uit de Iran-Irakoorlog leert, past hij tot op vandaag toe. De islamitische ideologie, die zo effectief was om vrijwilligers te werven, wordt een kwestie van nationale veiligheid. Het bevestigt hem in het idee dat elke vorm van westerse of liberale beïnvloeding een acuut gevaar is voor het voortbestaan van zijn revolutionaire Iran. Ook de val van de Sovjet-Unie, nauwelijks twee jaar na zijn aantreden als Opperste Leider, doet Khamenei concluderen dat zijn regime enkel kan overleven als het westerse liberale invloeden systematisch onderdrukt. Het is Khamenei, en niet Khomeini, die het Iraanse staatsapparaat finaal heeft opgebouwd.
As van Verzet
Een andere conclusie van de Iran-Irakoorlog is dat Iran er alleen voor staat, en dat het in zijn bondgenootschappen niet kieskeurig kan zijn. Khamenei is de grondlegger van de Iraanse relaties met Noord-Korea – in 1989 al reist hij naar Pyongyang om daar Kim Il-sung te ontmoeten. De meeste Iraanse raketten komen uit Noord-Korea, of zijn ontwikkeld op basis van Noord-Koreaanse technologie.
Onder Khamenei bouwt Iran de zogenaamde As van het Verzet op, een netwerk van bondgenoten en verwante groeperingen. Het financiert en bewapent sjiitische groepen zoals het Assadregime in Syrië, de Hezbollah-beweging in Libanon, sjiitische milities in Irak, en de Jemenitische Houthi’s. Maar het financiert ook soennitische groeperingen als Hamas. Het idee achter de strategie is simpel: als Iran dan toch met Israël, de Golfstaten of Amerika moet vechten, kan het dat maar beter buiten de eigen landsgrenzen doen. Als Israël voortdurend met zijn buurlanden moet bikkelen, heeft het minder tijd en middelen over om zich tegen Iran te richten.
Die strategie vergroot de Iraanse invloed in het Midden-Oosten, maar bevestigt eveneens het beeld van een Iran dat zijn regio wil destabiliseren. Wat ooit werd opgevat als een strategie om de dreiging voor Iran te verkleinen, heeft Iran nog nadrukkelijker als een dreiging op de kaart gezet.
Misrekening
Finaal is Khamenei’s verhaal van de voorbije jaren er een van misrekening. Sinds de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 lijkt Khamenei niet meer in staat om de regio die hij ooit domineerde te begrijpen. ‘De Hamasaanval was een totale nachtmerrie voor het Iraanse regime’, zegt Atabaki. ‘Het heeft nooit durven denken dat Hamas zo veel doden zou maken. Ze hoopten dat de Hamas-aanval de Abraham-akkoorden zou ontregelen, en dat het Israël en Saudi-Arabië uit elkaar zou spelen. Het was een totale misrekening.’
De As van Verzet die Iran zo voorzichtig opbouwde, werd in minder dan twee jaar vrijwel volledig vernietigd.
Iran kwam niet tussenbeide toen Israël de bondgenoten van de As van Verzet een voor een aanviel. De As van Verzet die Iran zo voorzichtig opbouwde, werd in minder dan twee jaar vrijwel volledig vernietigd. Khamenei zelf probeerde het verlies te minimaliseren: ‘Iran heeft geen proxy’s nodig’, beweerde hij eind 2024.
Is het Iraanse regime écht bereid om te onderhandelen, zoals Donald Trump beweert?
De laatste gelovige
Het is moeilijk om uit te maken hoe Khamenei zelf terugkijkt op zijn parcours. In de loop van zijn carrière toonde hij vaak een zekere zin voor pragmatiek. Hij werkte samen met hervormingsgezinde technocraten als Hassan Rohani, maar evenzeer met vurige populisten als Mahmoud Ahmadinejad. Ondanks die politieke manoeuvres laat Khamenei steevast zijn voorkeur voor de strenge religieuze richting blijken. Wanneer Ebrahim Raisi in 2021 wordt beëdigd als president, spreekt Khamenei hoopvol over ‘de terugkeer van de God van de jaren tachtig’, als een oude grijsaard die dromerig terugdenkt aan zijn studentenleven.
Ondanks zijn 86 levensjaren geeft Khamenei voorlopig de indruk niet van wijken te willen weten. ‘Hij is een ware gelovige’, vermoedt Atabaki. ‘Hij ziet het als zijn missie om met de islam de wereldorde te veranderen. Hij is een intelligente politicus die weet hoe hij moet manoeuvreren, maar finaal zal hij die missie nooit opgeven. Hij zal de macht nooit vrijwillig opgeven. Hij denkt dat hij aan de macht moet blijven om te overleven.’
Khamenei zal de macht nooit vrijwillig opgeven. Hij denkt dat hij aan de macht moet blijven om te overleven.’
God noch de jaren tachtig keren evenwel terug. Raisi sterft in 2024 in onduidelijke omstandigheden bij een helikopterongeval. Ook het vuur van de revolutie van weleer komt niet meer terug. De meerderheid van de Iraniërs is geboren na de Iran-Irakoorlog. Zij hebben geen herinnering aan de ontberingen van toen. Ze hebben niets met de ‘Heilige Verdediging’ of de sacraliteit van de revolutie die Khamenei predikt. Ook binnen de bestuurlijke elite is het ongenoegen over Khamenei groot. ‘De Iraanse elite is een stuk diverser dan Khamenei denkt’, zegt Atabaki. ‘Er zijn tal van families die steenrijk zijn geworden dankzij de Islamitische republiek, en nu afwachten tot Khamenei dood is. Ze willen van hem af, om met het Westen te onderhandelen.’
Nu de protesten het Iraanse regime verzwakken: zal Israël Iran opnieuw aanvallen?