'De Europese Unie is het beste voorbeeld in de wereldgeschiedenis van conflictoplossend vermogen', zei de vorige week woensdag overleden John Hume in 2004. Het vijfvoudig Noord-Ierse europarlementslid ontving in 1998 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn rol in het Noord-Ierse etnisch-nationalistische conflict. De woorden van Hume vonden plaats in een gans andere tijdsgeest dan diegene waar we vandaag in leven. Een half jaar voordien, december 2003, presenteerde de toenmalige Hoge Vertegenwoordiger van het Europees Buitenlandbeleid Javier Solana zijn veiligheidsstrategie onder de titel Een Veilig Europa in een Betere Wereld. 'Europa was nooit zo veilig, welvarend en vrij. Het geweld van de 20ste eeuw heeft plaats geruimd voor een periode van ongeziene vrede en stabiliteit in de Europese geschiedenis', klonk het roerend optimistisch in de inleiding van het document.
...

'De Europese Unie is het beste voorbeeld in de wereldgeschiedenis van conflictoplossend vermogen', zei de vorige week woensdag overleden John Hume in 2004. Het vijfvoudig Noord-Ierse europarlementslid ontving in 1998 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn rol in het Noord-Ierse etnisch-nationalistische conflict. De woorden van Hume vonden plaats in een gans andere tijdsgeest dan diegene waar we vandaag in leven. Een half jaar voordien, december 2003, presenteerde de toenmalige Hoge Vertegenwoordiger van het Europees Buitenlandbeleid Javier Solana zijn veiligheidsstrategie onder de titel Een Veilig Europa in een Betere Wereld. 'Europa was nooit zo veilig, welvarend en vrij. Het geweld van de 20ste eeuw heeft plaats geruimd voor een periode van ongeziene vrede en stabiliteit in de Europese geschiedenis', klonk het roerend optimistisch in de inleiding van het document. Rusland en OekraïneWie vandaag naar de directe omgeving van de Europese Unie kijkt, ziet een minder rooskleurig plaatje. Een sikkel van instabiliteit, conflict en oorlog omgordt het continent waar intussen 70 jaar relatieve vrede heerst. Die zogenaamde Ring of Fire is niet nieuw, wel zijn er aanzienlijke opflakkeringen die de nood aan een doortastend Europees buitenlands beleid opnieuw benadrukt. Zondag vonden in Wit-Rusland presidentsverkiezingen plaats. Althans iets wat voor verkiezingen moest doorgaan. Van een eerlijke en vrije stembusgang was er geen sprake. Oppositiekandidaten werden ofwel opgesloten of hun kandidatuur werd geweigerd. Wie afgelopen weekend protesteerde tegen huidig president Alexander Loekasjenko werd door de geheime diensten meegenomen. Wie toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek stond toe kijken, liep het risico om in hetzelfde busje belanden. Internet en sociale media werden tot een minimum beperkt, stembiljetten werden amateuristisch zichtbaar uit de lokalen gesmokkeld. Schaamteloze willekeur van de reeds 26 jaar zittende president, die na de schijnvertoning - hij behaalde naar eigen zeggen 80 procent van de stemmen - vijf jaar langer op zijn stoel kan blijven zitten. Het valt af te wachten in welke mate en hoe lang de Wit-Russische bevolking nog van plan is om het bewind van de autocraat in Minsk te dulden. Onder Wit-Rusland gaat de oorlog in Oekraïne onverminderd voort. Hoewel de Oekraïense regering en de door Rusland gesteunde rebellen in het Donetsk-bekken afgelopen week voor de zoveelste keer aan een staakt-het-vuren begonnen, moest de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) vaststellen dat het bestand alweer meteen werd geschonden. Na zes jaar intensieve oorlogsvoering heerst er nauwelijks hoop op directe beterschap in het gebied. De stappen die eind vorig jaar in het kader van het Steinmeier-proces werden ondernomen, baarden tot op heden een muis. Rusland gaat bijvoorbeeld onverminderd voort met de naturalisatie van inwoners van Oost-Oekraïne. Met het oog op de lokale verkiezingen deze zomer wil huidig Oekraïens president Volodymyr Zelensky nog alles in het werk zetten om zijn vredesbelofte kracht bij te zetten. Wel spreekt Zelensky steeds meer over 'Plan B' en 'Plan C' als vrede onmogelijk blijkt. Wat hij precies achter de hand houdt, is onduidelijk. Meer naar het Zuidoosten van Europa, aan de overkant van de Zwarte Zee, is het bevroren conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan rondom de betwiste regio Nagorno-Karabach vorige maand opnieuw in alle hevigheid losgebarsten. Bij beschietingen ten noorden van het gebied zijn de afgelopen weken enkele tientallen doden gevallen. Turkije en Rusland, die respectievelijk Azerbeidzjan en Armenië steunen, hebben beide landen opgeroepen om de situatie niet verder te laten escaleren. Wel gingen Turkije en Azerbeidzjan, allebei Islamitische republieken die de Armeense genocide ontkennen, de afgelopen dagen door met een reeds lang geplande grootschalige militaire oefening in de regio. Volgens analisten passen de recente opflakkeringen van het geweld in de regio binnen een bredere spanningsboog tussen Rusland en Turkije in onder meer Syrië en Libië. Turkije en BrexitOver dat laatste zodra meer. Eerst naar Turkije zelf, dat al geruime tijd in de clinch ligt met Griekenland en Cyprus over het aardgas dat enkele jaren geleden in de Egeïsche Zee werd ontdekt. Twee weken geleden kondigde Turkije aan dat het seismische schepen in Griekse wateren rond het piepkleine eiland Kastellorizo, nabij Rhodos, zou uitsturen om geschikte drillocaties op te sporen. Volgens Griekenland en Cyprus schendt Turkije daarmee het territorialiteitsbeginsel, al wijst de regering-Erdogan op een akkoord met de Libische regering waardoor het recht zou hebben om een deel van de koek op te eisen. Griekenland reageerde als een wesp gestoken en stuurde enkele oorlogsbodems naar de Turkse vloot, Turkije liet meteen enkele gevechtsvliegtuigen aanrukken. Nog voor de situatie helemaal escaleerde kon Duits bondskanselier Angela Merkel olie op de golven gieten. Het conflict tussen de NAVO-bondgenoten is daarmee hoogstens voor een korte periode bezworen. Ook in Libië blijft de situatie precair. Nadat een internationale troepenmacht onder impuls van Frankrijk het land in 2011 binnenviel, is het nooit meer goed gekomen. De afgelopen maanden vonden er felle gevechten plaats tussen de door de internationale gemeenschap erkende regering van Fayez al-Sarray en de krijgsheer Khalifa Haftar. In realiteit vindt er in Libië een proxy-oorlog plaats waar grootmachten en regionale spelers zoals Turkije, Rusland, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Italië, Frankrijk en de Europese Unie in haar geheel hun eigen rol in spelen. Hoewel Haftar recent heel wat nederlagen te verwerken heeft gekregen, bestaat er maar weinig hoop over een terugkeer naar stabiliteit. Ruim anderhalve maand geleden kwam het tot een rechtstreekse confrontatie tussen Turkije en Frankrijk op de Middellandse Zee omdat die eerste het VN-wapenembargo aan Libië met voeten treedt. Frankrijk steunt op zijn beurt officieel de regering van al-Sarray, maar stelt anderzijds heel wat in het werk om Haftar een handje te helpen. Volgens de Franse krant L'Opinion overweegt de regering om speciale eenheden naar Libië te sturen om de Turkse invloed in te dammen. Tot slot is er nog de brexit. Officieel heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie reeds op 1 februari verlaten. Maar de transitieperiode waarin de wederzijdse betrekkingen zo goed als ongewijzigd blijven, loopt pas begin volgend jaar af. Vanaf dan wordt de verbintenis tussen de EU en het VK hoe dan ook minder stabiel dan die momenteel is. Of beide blokken elkaar vaarwel zeggen met of zonder een akkoord over de toekomstige relaties moet de komende maanden blijken. Wel staat vast dat de Europese Unie het vanaf dan met een van de grootste economieën ter wereld en een kernmacht met permanent zitje in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties minder moet stellen. Verlamde lidstatenBovendien wordt Europa ook buiten het directe nabuurschap geconfronteerd met nijpende ontwikkelingen. Aan de buitenrand van de eerste sikkel ligt er een tweede cirkel die evenmin tot optimisme stemt. De spanningen in Syrië, Iran, Irak, de Sahelregio en de strijd om de wateren in de Barentszzee en de Noordelijke IJszee maken dat het gros van de hierboven beschreven gebieden niet langs weerskanten door stabielere sferen worden omgeven. Aangezien (in)stabiele regio's een doorwerkingseffect hebben op de directe omgeving, is er voor de buitengrenzen van de Unie niet meteen beterschap op komst. Daarbovenop komen ook nog de globale spanningen tussen de Verenigde Staten en China, de klimaatverandering en de toename van het bevolkingsaantal die de komende decennia niet van de agenda zullen verdwijnen. Als de buitenlandse politiek een voortzetting van de binnenlandse politiek is met andere middelen, zoals professor emeritus Rik Coolsaet in België en zijn buitenlandse politiek 1830-2015 beschrijft, dan zit de Europese Unie met een aanzienlijk probleem. Wie de binnenkant van zijn grenzen van instabiliteit wil behoeden, kan dat slechts wanneer die zijn eigen stabiliteit en overtuigingen ook voldoende in directe omgeving projecteert. In haar meest recente werk, The Brussels Effect, illustreert professor internationaal handelsrecht Anu Bradford (Columbia University) dat de Europese Unie als regulerende en economische grootmacht de globale regels en standaarden succesvol naar haar hand te zet. In een interview met Knack gaf Bradford te kennen dat de Europese Unie een goede scheidsrechter kan zijn, maar ervoor moet zorgen dat het zelf wel op het veld staat. Dat laatste is op vlak van buitenlands beleid en defensie eerder zelden geval. In het boek The European Dream (2004) schreef vermaard econoom Jeremy Rifkin dat soft power op termijn voordeliger zou uitdraaien dan harde militaire macht, onder meer omdat de kosten die eraan verbonden zijn gevoelig lager liggen. Daardoor, zo schreef Rifkin, zou de Europese Unie op termijn aan invloed op het internationale toneel winnen. En dat in tegenstelling tot de Verenigde Staten, dat volgens de Britse auteur teveel zou inzetten op de harde macht. Ruim vijftien jaar later moet de Unie ontnuchterd vaststellen dat ze is ingehaald door de realiteit. Papieren tijger'Het lijkt wel alsof we ons voorbereiden op de oorlog van gisteren. In het beste geval komen alle lidstaten een standpunt overeen, maar iemand werkelijk afschrikken doe je daarmee niet', vertelt professor Steven Blockmans (CEPS en Universiteit van Amsterdam), gespecialiseerd in de externe relaties van de Europese Unie. 'Hoe dat komt? Zowel aan politieke wil als aan collectieve capaciteiten heerst er een gebrek', aldus Blockmans. De afgelopen weken werd dat opnieuw duidelijk. Tijdens de onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting kwamen de staatshoofden en regeringsleiders overeen om het budget voor enkele defensiegerelateerde initiatieven aanzienlijk terug te schroeven in vergelijking met wat de Europese Commissie in 2018 voorstelde. Nochtans hadden de Europese lidstaten midden vorig jaar met elkaar afgesproken dat de Unie het ambitieniveau moest opschroeven en meer middelen zou vrijmaken. 'Zo blijft de Europese Unie vooral een papieren tijger', zegt professor internationale politiek David Criekemans. 'De lidstaten blijken nog steeds niet in staat om een deel van hun soevereiniteit op vlak van buitenlands beleid en defensie over te dragen.' Ruim twee jaar geleden stelde de Commissie nog voor om de Europese unanimiteitsregel voor buitenlands beleid voor sancties, civiele missies en houdingen op vlak van mensenrechten om te zetten naar gekwalificeerde meerderheid. Europese federalisten, europarlementslid Guy Verhofstadt op kop, zijn felle voorstander van dat idee. In sommige hoofdsteden heerst er daarvoor een pak minder appetijt, ook al is er omwille van de zogenaamde passerelleclausule geen verdragswijziging nodig om het wetgevende proces aan te passen. 'Het gaat dan niet om de usual suspects Polen en Hongarije. Ook andere lidstaten tonen sinds enkele jaren minder terughoudendheid dan voordien om zich op vlak van buitenlands beleid uit te drukken', aldus Blockmans. Zit de Unie dan in een onoplosbare patstelling? 'Niet noodzakelijk.' Blockmans pleit ervoor dat zowel de Commissie als de lidstaten meer gebruik moeten maken van wat ook wel eens lawfare wordt genoemd. 'De Unie kan én moet het internationaal en Europees recht veel strategischer als een machtsinstrument aanwenden om schendingen met sancties te beantwoorden. Op die manier kan ze op een multilaterale manier invloed uitoefenen op wat er zich buiten haar eigen grenzen afspeelt. Zeker voor de Europese Commissie ligt er daar nog heel wat braakliggend terrein.' Bij Duitse diplomaten, in dienst van het land dat momenteel het halfjaarlijks roterende voorzitterschap van de Europese Raad bekleedt, valt te horen dat ze het Europese buitenlandbeleid de komende maanden de nodige aandacht zullen schenken. 'Het is een moeilijk domein, maar we zullen steeds opnieuw op de deur blijven kloppen. Een doorbraak levert dat niet meteen op, maar we weten dat het nodig is', klinkt het.