Azië blijft prominent in het nieuws. Is het niet Noord-Korea, dan is het de Chinese president Xi Jinping met zijn gooi naar de absolute macht. De groei van China blijft het belangrijkste fenomeen in Azië. Die is weliswaar lichtjes vertraagd de voorbije jaren, maar als het van Xi Jinping afhangt, zal de economie fors blijven groeien. Belangrijk is dat de recente groeivertraging niet gepaard is gegaan met de verwachte economische correctie. China blijft in grote mate afhankelijk van investeringen en de meeste industrieën hangen opnieuw meer af van de export. Dat onevenwicht maakt China kwetsbaar. Met de nieuwe Zijderoute lijkt Peking die uitdaging te willen beheersen en het probleem op andere landen af te wentelen. China heeft te veel geïnvesteerd in allerlei sectoren en dus moet de overcapaciteit uitgevoerd worden. Dat is de essentie van de nieuwe Zijderoute: meer dumping en de Chinese buitenlandse deviezenreserves doeltreffender...

Azië blijft prominent in het nieuws. Is het niet Noord-Korea, dan is het de Chinese president Xi Jinping met zijn gooi naar de absolute macht. De groei van China blijft het belangrijkste fenomeen in Azië. Die is weliswaar lichtjes vertraagd de voorbije jaren, maar als het van Xi Jinping afhangt, zal de economie fors blijven groeien. Belangrijk is dat de recente groeivertraging niet gepaard is gegaan met de verwachte economische correctie. China blijft in grote mate afhankelijk van investeringen en de meeste industrieën hangen opnieuw meer af van de export. Dat onevenwicht maakt China kwetsbaar. Met de nieuwe Zijderoute lijkt Peking die uitdaging te willen beheersen en het probleem op andere landen af te wentelen. China heeft te veel geïnvesteerd in allerlei sectoren en dus moet de overcapaciteit uitgevoerd worden. Dat is de essentie van de nieuwe Zijderoute: meer dumping en de Chinese buitenlandse deviezenreserves doeltreffender aanwenden om de Chinese uitvoer van goederen én diensten te ondersteunen. Zolang de rest van de wereld dat toelaat, en voorlopig blijft het verzet opvallend beperkt, zal China groeien op de kap van anderen. Ook het militaire evenwicht wordt daardoor verstoord. Het komt er voor Peking vooral op aan de Amerikaanse dominantie in de regio te doorbreken. Als de Chinezen hun militaire capaciteit verder opbouwen, kunnen ze anderen bijvoorbeeld de toegang tot de Zuid-Chinese Zee ontzeggen en de Amerikanen de komende decennia ook afschrikken in de Stille Oceaan. Dat is niets nieuws, maar in Washington beginnen ze te beseffen dat als China economisch succesvol blijft, het Amerikaanse leiderschap ten einde is. Dat geopolitieke speelveld wordt verder gecompliceerd door kleine actoren die balanceren tussen de twee grootmachten, voornamelijk de Filipijnen, Taiwan, Japan én Noord-Korea. Daardoor zie je het brandpunt van de spanningen voortdurend verschuiven tussen de Zuid-Chinese Zee en de Gele Zee, maar in wezen is het één lange frontlijn. De relaties met Noord-Korea zullen de komende maanden een breekpunt bereiken. Donald Trump reist af naar de regio en zal een laatste keer zeggen waar het op staat: Pyongyang moet de ambities opgeven om nucleaire langeafstandsraketten te bouwen of het riskeert een Amerikaanse aanval. Het gedogen van Noord-Koreaanse langeafstandsraketten is voor deze Amerikaanse regering gewoon géén optie. Hoe moeilijk het ook is om het ons voor te stellen, de eerste voorbereidingen voor zo'n aanval zijn aan de gang. Amerikaanse simulaties hebben uitgewezen dat een Noord-Koreaanse vergeldingsaanval tegen Seoul al bij al beheersbaar is, als de artillerie langs de grens snel wordt uitgeschakeld en er voldoende capaciteit is om raketten neer te halen. Washington stelt ook dat het tegen elke prijs moet voorkomen dat Pyongyang ooit San Francisco kan treffen zoals het nu Seoul kan treffen. Intussen hebben de Amerikanen steeds meer systemen in stelling gebracht: van de nucleaire aanvalsonderzeeërs met dozijnen kruisraketten en speciale troepen tot de B1-bommenwerpers op het eiland Guam. Het bommenarsenaal op Andersen Air Base op Guam werd fors uitgebreid. Een preëmptieve aanval wordt dus almaar waarschijnlijker. Azië is niet alleen in de greep van militaire spanningen, maar valt ook steeds meer ten prooi aan autoritarisme en nationalisme. Veel Aziaten voelen zich onveilig en niet alleen wegens het risico op gewapende conflicten. Ze verlangen ook naar economische zekerheid en waardigheid. Ondanks de groeiende productie is het welzijn in de regio belabberd door de onvoorstelbaar hoge werkdruk, door corruptie, door vereenzaming, enzovoort. De ontevredenheid over de economische toestand is aanzienlijk. Dat, gecombineerd met onveiligheid, vergroot de hang naar sterke leiders, een behoefte waar politici als Xi Jinping, maar ook bijvoorbeeld Shinzo Abe, Rodrigo Duterte en Narendra Modi aan voldoen. Deze week werd met veel aandacht gekeken naar de wijze waarop Xi zijn greep op het land verstevigde, maar ook dat is helemaal niet verrassend. Xi heeft eigenlijk hetzelfde mandaat als Donald Trump: zijn land sterk maken en de belangen op een harde manier verdedigen. Terwijl Trump dat nastreeft middels protectionisme, tracht Xi dit te realiseren door staatskapitalisme en door buitenlandse markten open te breken. Het gevolg van dat autoritarisme en nationalisme is dat leiders onder geweldige druk staan om zich te profileren. Daardoor slinkt de ruimte voor diplomatieke compromissen en neemt het risico op conflicten toe. De vraag is niet of er in Azië nieuwe conflicten zullen uitbreken. De vraag is waar een wanneer dat zal gebeuren.