De Verenigde Staten van Amerika, anno 2017. De doorsnee conservatieve Amerikaan is voor de Affordable Care Act maar tégen Obamacare, al gaat het om één en dezelfde wet. Op universiteitscampussen en ver daarbuiten snoeren progressieve activisten de mond aan iedereen met een andere mening, desnoods met geweld. Lukt dat niet, dan zoeken ze toevlucht in safe spaces.
...

De Verenigde Staten van Amerika, anno 2017. De doorsnee conservatieve Amerikaan is voor de Affordable Care Act maar tégen Obamacare, al gaat het om één en dezelfde wet. Op universiteitscampussen en ver daarbuiten snoeren progressieve activisten de mond aan iedereen met een andere mening, desnoods met geweld. Lukt dat niet, dan zoeken ze toevlucht in safe spaces.Dolgedraaide fantasten met een internetverbinding hebben het met de meest buitenissige samenzweringstheorieën tot de mainstream geschopt. Het pleidooi van Hollywoodacteurs tegen vaccins voor kinderen gaat erin als zoete koek. Het land wordt bestuurd door een televisiester die naar eigen zeggen geen al te hoog petje op heeft van expertise en intellect en liever op zijn buikgevoel afgaat. Zijn onderdanen zitten ondertussen meer dan ooit verschanst in de loopgraven van het eigen gelijk. Hoe is het zover kunnen komen? 'Amerikanen hebben vandaag massaal lak aan gezond verstand', zegt Thomas Nichols. 'En ze zijn fier op hun eigen onwetendheid.' De voorbije jaren is de professor in veiligheidsbeleid aan de Naval War College en de Harvard Extension School, kremlinoloog en voormalige Senaatsmedewerker gaan merken dat Amerikanen het steeds vaker beter pretenderen te weten dan experts en de intellectuele elite, terwijl hun algemene kennis er met rasse schreden op achteruit gaat. In 2014 schreef hij er een artikel over voor het conservatieve magazine The Federalist : 'The Death of Expertise'. Het werd massaal gedeeld: Nichols had duidelijk een gevoelige snaar geraakt. Hij maakte er een boek van, dat dit jaar verscheen. 'Dat artikel heeft enorm veel reactie losgeweekt', zegt Nichols in een interview met Knack.be. 'Tientallen dokters hebben me gecontacteerd met verhalen over patiënten die in de consultatiekamer uitleggen hoe het moet, zelfs aan chirurgen. Die patiënten hebben dat dan even gegoogeld. Ik heb gehoord van wetenschappers, advocaten, journalisten, noem maar op. Zelfs van electriciens en loodgieters. Iedereen weet het beter dan hen.' 'Het probleem is de teloorgang van de idee van expertise', vervolgt Nichols. 'Het einde van respect voor expertise en kennis. Experts en mensen die weten wat ze doen zullen er altijd zijn, de vraag is of de maatschappij er nog belang aan zal hechten, of men nog naar hun raad zal luisteren. En dat heeft verregaande gevolgen voor de Amerikaanse democratie.'THOMAS NICHOLS: Wat de Tocqueville vaststelde zat heel diep geworteld in die zelfvoorzienende avonturiersmentaliteit van de eerste kolonisten. Hij zag een land dat is gesticht tegen alle verwachtingen in door doorsnee mensen met gezond verstand. Toch respecteerden die mensen kennis en expertise. De founding fathers (een zevental mannen, onder wie George Washington, Thomas Jefferson en Benjamin Franklin, die de revolutie tegen de Britse kroon aanvoerden en bijdroegen tot de oprichting van de Verenigde Staten in 1776, nvdr.) behoorden tot de absolute intellectuele elite: het waren welonderlegde, intelligente mensen. Vandaag zie je onder Amerikanen niet enkel wantrouwen en afstand tegenover intellectuelen, wat de Tocqueville vaststelde, maar openlijke vijandigheid jegens eenieder die meer weet, omdat kennis vandaag heel bedreigend aanvoelt voor de eigenwaarde van zoveel mensen. Er is een fundamenteel verschil tussen de gemiddelde Amerikaan uit 1835 die sterk zelfvoorzienend was en geen behoefte had aan de mening van een Harvard-professor, en de Amerikaan van vandaag die zijn kinderen niet wil vaccineren. NICHOLS: Amerikaans anti-intellectualisme heeft heel wat verschillende wortels, met inbegrip van de vroege evangelische beweging in de VS, de ontstaansgeschiedenis van het land en inderdaad een algemeen wantrouwen tegen gezag. De eerste Amerikanen zetten zich af tegen de klassenmaatschappij, want dat was iets Europees en daar wilden ze met de onafhankelijkheid mee afrekenen. Amerika werd dus gestoeld op een radicaal egalitarisme, maar met respect voor competentie. Die kolonisten gingen beslist niet ruziën met dokters en advocaten zoals zoveel Amerikanen vandaag. Ik denk dat we vroeger de verdeling van arbeid meer erkenden dan vandaag: mensen hebben daar geen vertrouwen meer in. De gedachte is gegroeid dat iedereen in alles bedreven kan worden. Dat wordt gevoed door een verregaand gevoel van onmacht, het gevoel dat we onze onafhankelijkheid opnieuw moeten verklaren door te zeggen dat we naar niemand luisteren. Dat is het verschil met die vroege Amerikaanse cultuur.NICHOLS: De basiskennis van Amerikanen gaat er gestaag op achteruit, en daarmee omgekeerd evenredig hun arrogantie. Ik ben Ruslandkenner, en vroeger kreeg ik wel eens te horen dat men het niet eens met me was. Vandaag zeggen totale leken, tijdens lezingen, op Twitter, in het dagelijkse leven: je begrijpt er niets van Tom, laat het mij even uitleggen. Dat is veranderd: dat mensen het opeens beter weten.Mensen doen dit omdat het zelfbevestigend voelt. Richard Hofstadter (historicus en auteur van 'Anti-intellectualism in American Life' uit 1963, nvdr.) schreef het al vijftig jaar geleden: in een ingewikkelde moderne wereld voelt het heel bekrachtigend om te zeggen 'ik weet ook een en ander.' In plaats van toe te geven dat je onmogelijk met alles mee kan zijn. Het internet, met een barrage aan dubieuze informatie, en de vermenigvuldiging van media voor elke politieke smaak dragen er toe bij, maar au fond wordt het aangevuurd door een nieuw narcisme: Amerikanen van vandaag denken dat ze competenter zijn of het beter weten dan experts. NICHOLS: Om de babyboomers (mensen geboren tussen midden jaren 40 en begin jaren 60, nvdr.) op te vangen zijn in de VS opeens enorm veel universiteiten uit de grond gestampt. Daaropvolgende generaties zijn opnieuw minder talrijk, maar lijken uit een schijnbaar onuitputtelijke reserve studiegeld te kunnen lenen. Universiteiten zijn studenten gaan beschouwen als klanten, en dan vooral de middelmatige scholen: die moeten echt knokken voor studenten en zijn gaan inzetten op een mooie campus, lekkere pizza in de kantine en de belofte dat ze hun studenten aan een baan zullen helpen. De kwaliteit van het onderwijs gaat er zienderogend op achteruit en we zijn er niet eerlijk genoeg over. Je mag dat gerust toeschrijven aan de commercialisering van het hoger onderwijs. Bovendien moet het onderwijs nu vooral therapeutisch zijn, waarbij de eigenwaarde van de student centraal staat. Vanaf de jaren 60 is die verering van jeugdige rebellie nooit helemaal weggeweest op Amerikaanse campussen. Een bevriende professor kreeg tijdens recente sollicitatiegsprekken bij twee grote universiteiten dezelfde vraag voorgeschoteld: ze vroegen hem naar een moment waarbij hij evenveel leerde van de studenten als zij van hem. Zo'n moment heb ik eerlijk gezegd nog nooit meegemaakt.NICHOLS: Neen, helemaal niet. Integendeel: Amerikaanse jongeren zijn vandaag allesbehalve intellectuele rebellen. Ik veralgemeen, natuurlijk: er zijn genoeg tegenvoorbeelden. Maar Amerikaanse universiteiten bemoedigen een soort permanente adolescentie wars van kritisch debat en intellectuele ontwikkeling. Neem de safe spaces (ruimtes op Amerikaanse universiteitscampussen waar gelijkgestemde studenten zich beschermd kunnen voelen van confrontatie en tegengestelde ideeën, heeft nogal wat controverse veroorzaakt, nvdr.): die cultuur veroorzaakt aanzienlijke intellectuele schade aan universiteiten.NICHOLS: Ik denk het wel. Maar nogmaals: ik was mijn boek al aan het schrijven toen hij zijn kandidatuur aankondigde. Ik wist niet dat Trump zou gebeuren, maar wel dat het iets gelijkaardigs zou zijn. De twee beste voorbeelden van dit fenomeen in de politiek zijn Trump en de brexit. Daarbij stemden kiezers op wat ze wilden geloven en niet op basis van rationele feiten, omdat het goed voelde om een slag thuis te halen van de hoogopgeleide elites.De verkiezing van Trump is in grote mate gevoed door een wraakzuchtige woede om het feit dat slimme mensen aan de touwtjes trekken, en dat doorsnee kiezers daar geen controle over hebben. En in zekere zin hebben ze zelfs gelijk dat ze geen controle hebben over bestuursprocessen, maar men wil niet inzien dat het uit een gebrek aan kennis over de wereld komt, en dat zo weinig mensen gaan stemmen. Omdat de maatschappij zodanig verbonden is door nieuwe media en we continu inkijk hebben in elkaars levens is de kloof tussen het volk en de elites des te zichtbaar. Mensen willen daar verantwoording voor en Trump en de brexiteers hebben dat op een schoteltje aangeboden. Zij zeggen: de elites houden jullie onder het juk, proberen jullie slimmer af te zijn, vinden allerlei smoesjes uit en passen slinkse trucjes toe. Ik ga al die betweters even een hak zetten, beloven die populisten, en jullie de macht teruggeven. Het is overigens niet de eerste keer dat in de VS een populistische bewegingen furore maakt. Tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 won de racistische en anti-intellectuele George Wallace, Democratische gouverneur van Alabama, een aantal zuiderse staten en tientallen stemmen in het kiescollege, tegen Nixon en Humphrey. Denk aan de Know-Nothings van de jaren 1850 (een sterk xenofobe en antikatholieke beweging die zich tegen Ierse en Italiaanse immigranten richtte, nvdr.). William Jennings Bryan (driemalig presidentskandidaat voor de Democraten vanaf 1896, bekend en berucht voor zijn demagogische campagnes, nvdr.). Amerika heeft verschillende golven populistisch sentiment over zich heen gekregen.NICHOLS: Trump is eigenlijk secundair in deze kwestie. Zijn verkiezing is het product van een perfecte storm van omstandigheden, waaronder de nominatie van Hillary Clinton. Bijna elke andere tegenkandidaat zou Trump verslagen kunnen hebben, behalve Clinton. Ik zou niet te veel belang hechten aan Trump als logisch eindresultaat van de teloorgang van expertise. Ook in Europa lijkt het populisme voorlopig op retour. Brexiteers lijken vertwijfeld over hoe het verder moet, het Britse publiek krabbelt terug. Ik maak me meer zorgen om een langetermijntrend: mensen hebben steeds vaker geen flauw benul waar ze voor stemmen. En zo belandt het politieke beslissingsproces nog meer bij elites en technocraten. Mensen zeggen: elites besturen de wereld. Ja, maar enkel bij verstek. Politieke partijen in de VS krijgen vandaag constant tegenstrijdige boodschappen van een kiespubliek dat geen flauw idee heeft van wat het écht wil. Er komt geen coherente boodschap uit het electoraat naar buiten. Een klassieker in de VS: volgens een peiling waren mensen tegen Obamacare, maar voor de Affordable Care Act (twee namen voor dezelfde gezondheidszorgwet van de regering-Obama, nvdr.). Wat moet je daar mee aan als beleidsmaker? Het publiek zegt: politici luisteren niet naar ons. Ik zeg: we luisteren er te veel naar. We proberen constant uit te vissen wat het publiek wil, terwijl het daar zelf geen idee van heeft.Politici zouden meer risico moeten durven nemen en het publiek van antwoord dienen. Dat lijkt echter onwaarschijnlijk. Ik neem het politici niet kwalijk dat ze proberen herverkozen te raken. Experts en publieke intellectuelen zouden die rol op zich moeten nemen en zeggen: jullie eisen zijn onredelijk, probeer er eens over na te denken. NICHOLS: (nadrukkelijk) Dat is een volledig on-Amerikaans idee, en het is ook niet democratisch denk ik. Kijk, we voeren voortdurend zulke debatten over ons kiescollege en het systeem van kiesdistricten, enzovoorts. Maar die mechanische of institutionele ingrepen gaan de kiezer niet veranderen. De eindverantwoordelijkheid ligt altijd bij de kiezer. Proberen aan het systeem te sleutelen om rond de ongeïnformeerde kiezer te fietsen is altijd een slecht idee. De meeste democratische systemen werken goed zo lang de kiezer geïnformeerd en betrokken is. Als dat niet het geval is, dan gaan zulke ingrepen het probleem niet oplossen. Een Trump kan wel eens gebeuren. Het Amerikaanse overheidssysteem ondergaat vandaag een stresstest. Dit is zelfs niet de eerste regeringscrisis in de Amerikaanse geschiedenis. Denk aan het ontslag van Nixon in 1974 : twee jaar lang waren er toen een president én vicepresident aan de macht die niet verkozen waren. Dat heette toen een crisis van de Amerikaanse democratie. Het is te vroeg om te spreken over de ineenstorting van het Amerikaanse systeem. En als het gebeurt, zal het liggen aan ongeïnformeerde kiezers, niet aan een externe bedreiging. NICHOLS: Drie redenen. Het is leuker om fantastische theorieën te lezen dan te ploeteren door het saaie alledaagse nieuws. Ten tweede zoeken mensen media op die hun vooroordelen bevestigen. Ten slotte zijn die samenzweringstheorieën een manier om zin te geven aan een wereld die vaak onbegrijpelijk is. Zo creëren mensen orde in willekeur. Het is te beangstigend dat één persoon JFK kan hebben vermoord. Het gevoel een samenzwering in de smiezen te hebben is bekrachtigend, je voelt je belangrijk. Veel mensen kunnen niet vatten dat een ramp zoals 9/11 is voortgekomen uit zo'n eenvoudig complot. Het komt ook weer neer op narcisme: mensen die de duistere samenzwering doorhebben zijn belangrijk, hebben de wijsheid in pacht. Je bent niet zomaar een willekeurige omstander die moet toekijken op catastrofes, je bent een insider. NICHOLS: Ja. Maar alleen omdat ze de vraag van het publiek inwilligen. Amerikanen willen nieuws dat is toegespitst op hun politieke voorkeur, en ze willen dat het makkelijk en glimmend is. Mensen hebben geen geduld meer om een hele krant te lezen. Ik vergelijk het met eten: nooit hebben we zoveel voedsel ter beschikking gehad maar we eten te veel en dan nog vooral junk food. Omdat we ervan houden. Onze supermarkten zitten tjokvol gezonde groente en fruit, maar we verkiezen hamburgers of pizza omdat het zo makkelijk is en lekker smaakt. Hetzelfde gebeurt met het nieuws: er is nog nooit zoveel informatie voorhanden geweest, en toch zijn we dommer dan ooit.