Dat Chinese Volkscongres is een soort raadgevend parlement. Het heeft weinig macht en fungeert vooral als barometer voor de echte bewindvoerders rondom president Xi Jinping. Dit jaar wordt vooral gedelibereerd over het nieuwe vijfjarenplan en een economische langetermijnstrategie die het inkomen van de Chinezen tegen 2035 moet verdubbelen.
...

Dat Chinese Volkscongres is een soort raadgevend parlement. Het heeft weinig macht en fungeert vooral als barometer voor de echte bewindvoerders rondom president Xi Jinping. Dit jaar wordt vooral gedelibereerd over het nieuwe vijfjarenplan en een economische langetermijnstrategie die het inkomen van de Chinezen tegen 2035 moet verdubbelen. De strategische gevolgen van zo'n welvaartssprong zijn groot. Het zou een erg repressief regime de machtigste speler ter wereld maken. We moeten daarvoor op onze hoede zijn. Vooral Europa kan niet met China om blijven gaan als een onbevangen suikerkindje. Maar niets is zeker. Hoewel we ons perfect de terugkeer van een Chinees imperium kunnen voorstellen, kunnen we ons ook een heel ander scenario voorstellen: dat van een reus die verstrikt raakt in zijn eigen ambities. De doelstelling van Xi betekent namelijk dat de Chinese economie de komende vijftien jaar 5 procent per jaar moet groeien. Dat is enorm. Het vereist dat China in een verschroeiend tempo blijft investeren, en dat een omslag naar binnenlandse consumptie niet voor meteen is. Groei aangedreven door consumptie en diensten is per definitie trager dan groei aangedreven door investeringen. En daar komt - opnieuw - een belangrijke zwakke plek in het groeimodel naar voren: grote schulden bij de bedrijven die zwak staan. Meestal noemen we dat een zeepbel. Denk maar aan de dotcombubbel van overgewaardeerde aandelen van Amerikaanse techbedrijven rondom 2000, de kredietgedreven vastgoedbel die leidde tot de implosie van 2008, en de zeepbel van investeringen in zwakke eurozonelanden die iets later barstte. Zeepbellen spatten vroeg of laat uiteen. China lijkt daar voorlopig immuun voor. Dat komt omdat de marktmechanismen er zijn uitgeschakeld: de financiële sector wordt gedomineerd door staatsbanken. Aanvankelijk viel dat beleid te begrijpen. Peking had goed in de gaten hoe open kapitaalmarkten in Zuidoost-Azië eind jaren negentig de dieperik in werden getrokken door buitenlandse speculanten. Maar het defensieve beleid tegen buitenlandse speculatie van toen is geëvolueerd naar roekeloze binnenlandse speculatie. Grote Chinese bedrijven gaan ervan uit dat de kredieten eindeloos zijn. Voor de overheid is de missie helder: kredieten verstrekken om de economie productiever te maken - groei om de groei. In dat opzicht zijn het Chinese staatskapitalisme en het westerse woekerkapitalisme aan elkaar gewaagd. De Communistische Partij wil zich herpakken. Ze zal meer logge staatsbedrijven gecontroleerd failliet laten gaan en de toegang tot krediet beperken. Maar de ene maatregel wordt bijna tezelfdertijd tenietgedaan door andere maatregelen. Het volstaat vandaag voor Chinese bedrijven om een beetje groen en hoogtechnologisch te lijken, en het geld stroomt binnen. Neem Xpeng, een producent van elektrische auto's. Vorig jaar werd een slordige 7 miljard dollar in het bedrijf gepompt, vooral door staatsbanken en staatsbedrijven. Maar Xpeng heeft nog geen 4000 man in dienst, produceert vooral kopieën van Tesla en kampt met productieproblemen. De financiële problemen zijn niet beperkt tot logge staatsbedrijven, je vindt ze ook in grote private bedrijven. Vroeg of laat komen de grenzen van de roekeloosheid in zicht. Om te beginnen is het economische beleid een grote tegenstrijdigheid. Aan de ene kant voorziet de zogenoemde dubbele circulatie van president Xi erin dat gezinnen toch meer gaan uitgeven aan consumptie. Aan de andere kant zijn de spaartegoeden van de gezinnen cruciaal om ervoor de zorgen dat de zeepbel niet knapt. Omdat steeds meer krediet wordt gestoken in een economie waarvan de productiviteit minder snel groeit, daalt het rendement op de investeringen aanhoudend. Zestien procent van de Chinese bedrijven in de industrie boekt vandaag verlies. En dat zijn conservatieve cijfers van de overheid. De reus wordt groter en ontzagwekkender, maar het is nog altijd een reus op lemen voeten. Behalve van de strategische risico's voor ons moeten we ons ook bewust zijn van de economische risico's voor Yang Modaal, de hardwerkende Chinees die al jaren ploetert om in de behoeftes van rijke westerlingen te voorzien, maar die zijn spaargeld noodgedwongen heeft vastzitten in allerlei risicovolle projecten. De Communistische Partij heeft de financiële gok van de eeuw genomen. Het risico voor China en de wereldeconomie blijft gigantisch.