De opkomst en de uitslag van het Catalaanse referendum zijn duidelijk: een meerderheid van de Catalanen wil zich losmaken van Spanje en volledig autonoom verder. Maar ook de Spaanse grondwet is duidelijk: de Spaanse staat is ondeelbaar en zulke referenda mogen enkel op nationaal niveau worden georganiseerd. Dat de Spaande politie tussenbeide kwam, was dus volstrekt legitiem, maar de manier waarop dat gebeurde was onoordeelkundig en disproportioneel.
...

De opkomst en de uitslag van het Catalaanse referendum zijn duidelijk: een meerderheid van de Catalanen wil zich losmaken van Spanje en volledig autonoom verder. Maar ook de Spaanse grondwet is duidelijk: de Spaanse staat is ondeelbaar en zulke referenda mogen enkel op nationaal niveau worden georganiseerd. Dat de Spaande politie tussenbeide kwam, was dus volstrekt legitiem, maar de manier waarop dat gebeurde was onoordeelkundig en disproportioneel. Gisteren gingen ongeveer 2,2 miljoen van de 5,3 miljoen stemgerechtigde Catalanen naar de stembus voor het langverwachte referendum over de Catalaanse toekomst, goed voor een opkomst van 42,3%. Daarvan stemde 90% voor de onafhankelijkheid en 8% tegen. De overige stemmen waren blanco of ongeldig. Er was vooraf geen minimumopkomst vastgelegd, waardoor de Catalaanse overheid de uitslag als officieel en legitiem beschouwt. Wat de Catalaanse regering betreft, heeft de bevolking haar nu effectief het mandaat gegeven om de onafhankelijkheid uit te roepen. Intussen heeft de Catalaanse regering alvast aan Madrid gevraagd om de uitslag van het referendum te erkennen. Op voorhand had de Catalaanse regering aangekondigd dat ze ten laatste woensdag de onafhankelijkheid zou uitroepen. De Spaanse minister van Justitie Rafael Catalá Polo heeft al aangegeven dat de regering er 'alles aan zal doen om de onafhankelijkheidsverklaring tegen te houden'. Deze namiddag zit Spaans premier Mariano Rajoy samen met de voorzitters van de liberale centrumpartij Ciudadanos-Partido de la Ciudadanía en de sociaaldemocratische PSOE om de voortgang in Catalonië te bespreken. Naar alle waarschijnlijkheid zal Catalonië nu hopen om met een versterkte onderhandelingspositie aan tafel kunnen plaatsnemen. Op die manier kan ze opnieuw onderhandelen over een eventuele overheveling van nationale bevoegdheden naar de provincie. Maar niet de uitslag of de opkomst bij het referendum was gisteren en vandaag het drukst besproken gespreksonderwerp. Vooral manier waarop de Spaanse politie in tal van stemlokalen binnenviel en het vreedzame protest hardhandig aanpakte, deed de gemoederen hoog oplopen. Volgens de vicepremier Soraya Sáenz de Santamaría was dat een perfect legitieme manier om ongrondwettelijke manoeuvres te verhinderen. Anderen menen op hun beurt dat een democratische en vreedzame uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht op gewelddadige manier in de kiem werd gesmoord. De aanpak van de Spaanse regering kwam echter niet als een verrassing. Ze heeft de afgelopen maanden meermaals aangekondigd dat ze er alles aan zou doen om het referendum tegen te houden. Zo werden tal van volksvertegenwoordigers en ambtenaren gerechtelijk vervolgd en met de arrestatie bedreigd. Bovendien weigerde de Spaanse overheid om stembussen aan Catalonië te verstrekken en liet het tal van materiaal in beslag nemen. De Castiliaanse regering beroept zich op het feit dat het onafhankelijkheidsreferendum ongrondwettelijk is. Het Spaans Grondwettelijk Hof, El Tribunal Constitucional, heeft het referendum dan ook als ongrondwettelijk verklaard. De Spaanse Grondwet van 1978 schrijft in sectie twee van haar preambule dat 'de Grondwet is gebaseerd op de onherroepelijke eenheid van de Spaanse staat, het gemeenschappelijke en ondeelbare vaderland van alle Spanjaarden.' Het is net die 'onherroepelijke eenheid' waarop het Grondwettelijk Hof en de Spaanse regering zich beroepen om de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging een halt toe te roepen. Maar dat Grondwettelijk Hof wordt door de Catalanen als een vehikel van de Partido Popular beschouwd, aangezien de twaalf rechters rechtstreeks of onrechtstreeks door de Spaanse regering worden benoemd. Het is een catch-22, zoals Joseph Heller in zijn gelijknamige roman beschrijft. Rajoy heeft gekozen voor de tactiek waarvan hij denkt dat het verlies minimaal zal zijn. De Spaanse premier heeft maar twee tegenstanders, namelijk de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging en de internationale publieke opinie, die de laatste maanden eerder in het voordeel van de onafhankelijkheidsbeweging is uitgedraaid. Maar zowel Catalonië als de publieke opinie zijn wat Rajoy betreft niet belangrijk genoeg om toegevingen te doen en de Spaanse eenheid op te offeren en zijn opgedragen taak niet uit te voeren. Bovendien heeft Rajoy de afgelopen maanden de steun gekregen van tal van belangrijke actoren die voor hem, zijn aanpak en het behoud van zijn functie van cruciaal belang waren. Hij kon zich niet alleen beroepen op uitspraken van het Grondwettelijk Hof, ook vele andere rechters op verscheidene juridische niveaus waren bereid om de nodige stappen te ondernemen. Daarnaast hebben de nationale politiediensten zonder verpinken de opgedragen opdrachten uitgevoerd. Hoewel Rajoy sinds 2016 verzwakt aan een nieuwe regeerperiode moest beginnen, kreeg hij ook de steun van de nationale socialistische PSOE en de liberale Ciudadanos. Beide partijen waren niet tegen een referendum an sich, maar vonden dat het referendum binnen het kader van de nationale wetgeving moest worden georganiseerd. En ook binnen zijn eigen partij werd Rajoy quasi unaniem gesteund. Kortom, in Catalonië mag de manier waarop Rajoy heeft gehandeld dan wel als een bewijs van onderdrukking dienen, in heel Spanje kon de Spaanse eerste minister overwegend op electorale en institutionele ruggensteun rekenen. Bovendien is Rajoy politiek maar moeilijk kapot te krijgen. Het feit dat hij zowel de financiële crisis in 2012 als de politieke crisis in 2016 heeft overleefd is veelbetekenend. De kans dat Rajoy na gisteren op de schop moet, lijkt dan ook bijzonder klein. Dat betekent echter niet dat het politiegeweld van gisteren proportioneel en oordeelkundig was. Niet de uitslag of de opkomst, maar de beelden van de hardhandige politieaanpak is de grootste overwinning van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. De manier waarop Rajoy de afgelopen maanden zijn weliswaar legitieme macht de afgelopen maanden heeft gebruikt, maakt dat zowel de regionale en internationale publieke opinie steeds meer begrip is gaan opbrengen voor de situatie als Catalonië. Zijn aanpak heeft er zonder twijfel mede voor gezorgd dat de overwinning van het ja-kamp dusdanig groot is uitgevallen. Catalaans President Carles Puigdemont zei gisteren dan ook veelbetekenend dat 'de Spaanse staat gisteren iets kwijtspeelde wat het eigenlijk al verloren was'. Ook Ada Calau, de gerespecteerde burgemeester van Barcelona veroordeelde streng het geweld tegen de burgers van haar stad. Bovendien staat het buiten kijf dat net die harde aanpak er voor heeft gezorgd dat internationale politieke leiders en de Europese Unie zich gisteren met een interne politieke zaak zijn gaan bemoeien. Zo riep Belgisch premier Charles Michel gisteren als eerste Europese leider op tot dialoog en veroordeelde hij de hardhandige aanpak van de politie. Vraag is echter of Michel binnenkort geen Spaanse reprimande mag verwachten. Ook al is zijn oproep om geweld ten allen tijde te vermijden uitermate lovenswaardig, door op te roepen tot dialoog erkent hij impliciet een door Spanje ongrondwettelijk gewaande actor. Andere landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, hebben in hun communicatie wel expliciet benadrukt dat ze het referendum eveneens als ongrondwettelijk beschouwen. Maar ook de Europese Unie liet ondertussen van zich horen. De Europese Commissie heeft alle partijen ondertussen opgeroepen om de confrontatie in te ruilen voor dialoog. Daarbij gaf het echter nogmaals aan dat het referendum onder de Spaanse grondwet illegaal was en dat ze de zaak louter als een interne aangelegenheid beschouwt. Bovendien herbevestigt de Commissie haar positie dat Catalonië bij een legitiem, en dus nationaal referendum ook uit de Europese Unie zou verdwijnen. Het ziet er alvast naar uit dat Rajoy ook ditmaal aan het langste eind zal trekken en dat er van een onafhankelijk Catalonië woensdag geen sprake zal zijn. Dat maakt echter niet dat de Catalaanse emancipatorische verlangens plots verdwenen zijn. De Spaanse regering zich de afgelopen jaren louter en alleen heeft beroepen op een institutioneel raamwerk. Net door die starre en apolitieke houding, en door de financiële crisis, heeft de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging de afgelopen jaren aan populariteit gewonnen. Vraag is of Rajoy wel een politieke oplossing wil. Net zoals in Vlaanderen betekent een politieke (tussen)oplossing niet vanzelfsprekend het definitieve einde van de problematiek en het politieke vraagstuk. De toegevingen die Catalonië na het Francisme in 1978 kreeg, bleken in 2005 plots niet meer voldoende. Is de Spaanse regering nu wel bereid om toch meer autonomie aan Catalonië te verlenen, dan staat diezelfde onafhankelijkheidsbeweging binnen 25 jaar misschien wel opnieuw op de Madrileense deur te kloppen. De Spaanse regering houdt simpelweg het been stijf en wil van zo'n scenario niet weten. Dat mag dan wel leiden tot een onafhankelijkheidsreferendum en politieke oproer, tot dusver is de aanpak wel succesvol geweest. Vraag is enkel hoe lang dat nog zo zal blijven, en of de regering er nog meer buitensporig geweld voor over heeft.