Met de Amerikanen heb je vandaag het voordeel van de duidelijkheid: in het buitenlands beleid van Donald Trump zijn mensenrechten niet van tel. Toen vorige week in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een resolutie ter stemming werd voorgelegd om het geweld in Libië te veroordelen, veegde de Amerikaanse vertegenwoordiger die van tafel. Ook bij de Europeanen spelen mensenrechten amper nog een rol, maar zij houden de schijn nog op. 'Wij zijn verenigd tegen het geweld', opperde Federica Mogherini, de hoge EU-vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Niets is minder waar. Europa is noch tegen het geweld, noch verenigd.

Steen des aanstoots voor de discussie in de Veiligheidsraad was een aanval op de Libische hoofdstad Tripoli. Het doel van de aanval was een commandopost voor onbemande vliegtuigen van het regeringsleger treffen, nabij de luchthaven. Daarbij werd ook een opvangplaats voor vluchtelingen en migranten getroffen. Enkele tientallen mensen kwamen om. Het bloedbad wijst op een eerste tegenstrijdigheid in het Europese beleid. Het pretendeert mensenrechten belangrijk te vinden, maar stuurt vluchtelingen en migranten terug naar een land in oorlog, ondanks de VN-rapporten over foltering, slavernij en wijdverbreid seksueel misbruik.

De buitenlandse mogendheden gedragen zich in Libië als pyromaan en brandweerman tegelijk.

Er is meer aan de hand. De Europese landen zijn helemaal niet verenigd in hun kijk op het geweld in Libië. Sinds de aanval van het Westen en enkele Golfstaten op Moammar Khaddafi in 2011 is het land voortdurend in de greep van de anarchie gebleven. Enkele jaren geleden is uit die onrust een charismatische figuur opgestaan: veldmaarschalk Khalifa Haftar. Vanuit de stad Benghazi is hij een campagne begonnen om de hoofdstad Tripoli te veroveren op de door de VN erkende regering. De aanval op de luchthaven maakt deel uit van dat offensief. De Fransen hebben, samen met de Verenigde Staten, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, partij gekozen voor Haftar. Franse speciale troepen en Amerikaanse CIA-agenten werken er zij aan zij.

Italië, geografisch en historisch nauw verbonden met Libië, is daar ronduit tegen. Rome wil dat Haftar zijn offensief staakt. De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini ging onlangs zelfs zover dat hij Parijs ervan betichtte vooral economische belangen na te streven, waarbij hij alludeerde op het feit dat maarschalk Haftar enkele olievelden van het Italiaanse bedrijf ENI afhandig had gemaakt en het Franse Total belangstelling toont voor de energievoorraden in Libië. Maar het gaat de Fransen om meer dan olie. Libië is belangrijk voor de Franse strijd tegen terroristen in de Sahel en Frankrijk heeft er zijn lot verbonden aan de Verenigde Staten, Saudi-Arabië en de Emiraten.

In het eindspel om Libië zien die spelers Haftar als de beste garantie op stabiliteit. Maar het regeringsleger biedt vanuit Tripoli flink weerstand en Haftars offensief is voorlopig gestuit. Ook de stammen in het zuiden bieden weerwerk. Nog een probleem: het regeringsleger krijgt heimelijk steun van onder meer Turkije en Qatar. De Russen zitten op de wip, maar neigen naar de kant van het regeringsleger en zien de crisis vooral als een kans om binnen Europa de verdeeldheid tussen Italië en Frankrijk aan te wakkeren. En een derde probleem: maarschalk Haftar mag dan wel beloofd hebben strijd te voeren tegen de IS, zijn rangen tellen grote aantallen salafistische extremisten.

Haftar mag dan wel beloofd hebben strijd te voeren tegen de IS, zijn rangen tellen grote aantallen salafistische extremisten.

De buitenlandse mogendheden gedragen zich in Libië als pyromaan en brandweerman tegelijkertijd. Dat begon dus al in 2011, toen het Westen en landen uit de Golf sterke man Khaddafi ten val brachten. De rechtvaardiging toen was dat de troepen van Khaddafi op het punt stonden Benghazi te veroveren. Nu is een andere veldheer op weg van Benghazi naar Tripoli. Het uitgangspunt lijkt daarbij dat Haftar opnieuw een betrouwbare sterke man kan worden. Maar sterke mannen zijn doorgaans niet betrouwbaar, zeker niet in een multipolaire wereld waarin zulke leiders even snel van buitenlandse sponsor kunnen veranderen als een vrijgezel van partner op Tinder.

Als strategie is dat vooral niet duurzaam. Ondertussen zijn pakweg vierduizend Franse soldaten bezuiden Libië, in de Sahel, de uitputting nabij. Ze slagen er voorlopig in de regimes in Burkina Faso, Mali, Niger en Tsjaad in het zadel te houden, maar hoelang houdt Frankrijk die militaire inspanning vol zonder langetermijnstrategie die wordt gedragen door alle Europese landen? Misbruik of niet, Europa krijgt voorlopig wat minder vluchtelingen uit Libië te verwerken. Maar blijft dat het geval als Libië meer nog dan vandaag het speelbord van externe grootmachten wordt? Hoewel de veiligheid van Noord-Afrika op het spel staat, improviseert Europa er maar wat op los.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.