Soms, heel soms kun je een maatschappelijk probleem vatten in cijfers. In Amerika zijn die cijfers vandaag 8 en 46, voor de 8 minuten en 46 seconden die de 46-jarige George Floyd door een politieagent tegen de grond werd gedrukt. Al die tijd klemde Derek Chauvin, politieagent uit Minneapolis, zijn knie op Floyds nek, tot die kermend van pijn en wanhoop aan verstikking stierf. Floyd werd ervan verdacht betaald te hebben met een vals biljet van 20 dollar.
...

Soms, heel soms kun je een maatschappelijk probleem vatten in cijfers. In Amerika zijn die cijfers vandaag 8 en 46, voor de 8 minuten en 46 seconden die de 46-jarige George Floyd door een politieagent tegen de grond werd gedrukt. Al die tijd klemde Derek Chauvin, politieagent uit Minneapolis, zijn knie op Floyds nek, tot die kermend van pijn en wanhoop aan verstikking stierf. Floyd werd ervan verdacht betaald te hebben met een vals biljet van 20 dollar. De beelden van het incident veroorzaakten over heel Amerika betogingen en onlusten. In Minneapolis, New York, Los Angeles, Washington, Pittsburgh, Boston en tientallen andere steden kwam het tot zware rellen met de politie, waarbij manifestanten ook plunderden en brand stichtten. Veel politiekorpsen reageerden met bruut geweld, en zowel oproerkraaiers als vreedzame betogers werden onthaald op wapenstok, traangas en kogels. In sommige steden leek de oproerpolitie eerder uitgerust voor een veldslag dan voor ordehandhaving. Het lijkt ondertussen een soort ritueel geworden waarbij bruut geweld, verontwaardiging en inertie elkaar periodiek afwisselen. In 2012 werd de nauwelijks 17-jarige Trayvon Martin doodgeschoten door een racistische burgerwacht, die een jaar later werd vrijgesproken van moord en doodslag. Michael Brown was amper 18 toen hij in 2014 bij een routinecontrole werd doodgeschoten door een politieagent. Op 13 maart van dit jaar werd de 26-jarige Breonna Taylor doodgeschoten bij een huiszoeking in Louisville, nadat politieagenten waren binnengedrongen zonder zich als politie te identificeren. Vooral met de zwarte gemeenschap lopen de spanningen al decennia hoog op. Zwarte Amerikanen hebben dan ook alle redenen om de politie met argwaan te bejegenen. Volgens de data van de Amerikaanse ngo Mapping Police Violence hadden zwarten in 2019 drie keer meer kans om door politiegeweld te sterven. De zwarten die bij politiegeweld omkomen, blijken vaker ongewapend. Uit diezelfde gegevens blijkt dat er geen verband is tussen gewelddadige criminaliteit en het aantal politiedoden. Een stad als Oklahoma City heeft bijvoorbeeld geen bovengemiddeld hoog aantal gevallen van gewelddadige criminaliteit, maar heeft in verhouding wel het op een na hoogste aantal politiedoden. Oklahoma is een van de acht Amerikaanse steden waar de politie per jaar gemiddeld meer zwarten doodschiet dan het nationale Amerikaanse moordcijfer. Mychal Denzel Smith is allesbehalve verbaasd dat het blijft gebeuren. In 2016 publiceerde Smith Invisible Man, Got the Whole World Watching, een ontnuchterend relaas over opgroeien als zwarte jongeman in de Verenigde Staten. 'Dit is gewoon hoe de politie met ons omgaat', legt hij uit. Smith wijst op de bijzondere omstandigheden waarin de betogingen plaatsvinden. 'Deze protesten gebeuren in het midden van een globale pandemie, waarbij zwarten een buitengewoon veel groter gevaar lopen om aan covid-19 te sterven. Dat zo veel zwarten toch op straat komen, zegt veel over hoe hopeloos ze hun situatie ervaren. Zelfs nu het risico op corona zo hoog is, snappen ze dat de politie nog altijd een grotere bedreiging is voor hun leven.' 'De coronacrisis maakt eens te meer duidelijk dat een zwart mensenleven nauwelijks waarde heeft', vervolgt Smith. 'Zwarten zijn oververtegenwoordigd in essentiële beroepen als verplegers, buschauffeurs, ambulanciers en kassiers. En toch zijn het net zwarten die massaal geweigerd worden in ziekenhuizen omdat dokters hun klachten niet ernstig nemen, of omdat ze botweg gediscrimineerd worden. Dat heeft de woede aangewakkerd. Ze snappen dat ze niets te verliezen hebben.' Elke zwarte Amerikaan ontwikkelt in zijn levensloop strategieën om zich tegen politiegeweld te beschermen. Alle zwarte ouders hebben op een bepaald moment 'het gesprek' met hun kinderen, waarin ze uitleggen dat onvoorzichtig gedrag tegenover de politie potentieel levensgevaarlijk is. 'Je moet beseffen dat je als zwarte een veel groter gevaar loopt op mishandeling', vertelt Howard Henderson, directeur van het Center for Justice Research aan de University of Southern Texas. Hij somt op wat hij doet als hij door een politieagent wordt tegengehouden in het verkeer. 'Hou je handen op het stuur, doe het licht aan in de auto, maak geen onverhoedse bewegingen, probeer op een goed verlichte locatie te stoppen. En hoop dat het meevalt.' Mychal Denzel Smith heeft maar één strategie: 'Ik praat niet met de politie. Nooit. Laat ze lekker praten met mijn advocaat.' Hij ergert zich aan de 'handleiding' die zwarten ontwikkeld hebben. 'Het zijn verhaaltjes die we onszelf proberen wijs te maken', aldus Smith. 'Het is een totaal waanidee dat je mishandeling kunt voorkomen door je op een bepaalde manier te gedragen. Het heeft in zekere zin zelfs een pervers effect. Elke keer als de politie weer eens een onschuldige zwarte doodschiet, stellen we de vraag wat het slachtoffer dan wel gedaan had om die reactie te veroorzaken. De vraag of hij zijn handen wel duidelijk op het stuur had, is totáál irrelevant. Het legt verantwoordelijkheid bij het slachtoffer, alsof die het op een of andere manier had kunnen voorkomen om doodgeschoten te worden. Het doet er niet toe hoe je je gedraagt. De politie zal je behandelen zoals zij dat wil. En als de politie beslist dat ze geen zin heeft om je te laten leven, heb je pech. Zo simpel is het.' De getroebleerde verhouding tussen politie en minderheden is gedeeltelijk een resultaat van de aparte geschiedenis die de Amerikaanse politiediensten hebben doorgemaakt. In de zuidelijke staten stammen veel politiediensten uit de slavenpatrouilles die in de zeventiende eeuw klopjachten hielden op ontsnapte slaven. Die patrouilles hadden ten dele politionele verantwoordelijkheden: ze mochten bijvoorbeeld huiszoekingen houden bij burgers die ervan verdacht werden ontsnapte slaven onderdak te bieden. In grootsteden als New York of Boston stammen de voorlopers van de huidige politiedepartementen uit de negentiende eeuw. Opmerkelijk genoeg waren die vooral bezig met ordehandhaving, en niet met het bestrijden van misdaad. Ook in de jaren van segregatie leefden de blanke korpsen als handhavers van racistische wetten op gespannen voet met de zwarte bevolking. Bovendien hebben veel grootstedelijke politiediensten sinds het einde van de jaren zestig een grondige militarisering ondergaan als reactie op verschillende, bijzonder gewelddadige protesten. Er was de Long, hot summer of 1967, waarbij niet minder dan 159 rassenrellen plaatsvonden. In de nasleep van de moord op Martin Luther King in 1968 kwam het in meer dan honderd steden tot rellen. 'Als antwoord daarop zijn verschillende Amerikaanse politiediensten, vooral die in de grootsteden, gemilitariseerd', zegt Cyrille Fijnaut, emeritus hoogleraar criminologie en strafrecht aan de KU Leuven. 'Na de Vietnamoorlog zijn duizenden soldaten in de politie opgenomen. De politiediensten dienden toen als een soort vangnet voor al die militairen die geen werk meer hadden. Veel van die militairen zijn in de daaropvolgende jaren doorgegroeid in de hiërarchie, en hebben zo een meer militaristische manier van leidinggeven geïntroduceerd.' Die militarisering had ook een economische component, vervolgt Fijnaut. 'Toen de Vietnamoorlog voorbij was, viel voor de Amerikaanse wapenbedrijven een enorme afzetmarkt weg. Veel van die bedrijven hebben een hoop van die spullen aan de politiekorpsen verkocht. Daardoor hebben die korpsen regelrecht oorlogstuig in handen gekregen.' Fijnaut wijst erop dat die militarisering sindsdien nooit echt is teruggedraaid. 'Je ziet het in de bevelvoering, in de uitrusting, in de voertuigen en in de bewapening. In de grootsteden rijdt de politie vaak met halve tanks rond.' Gary Cordner, adviseur bij het National Institute of Justice en voormalige politiecommissaris in Maryland, wijst erop dat president Bill Clinton in de jaren negentig wel degelijk geprobeerd heeft om community policing als nieuwe norm te introduceren, door politiekorpsen te stimuleren om een gemeenschapsgerichte aanpak te ontwikkelen. 'Maar na de aanslagen van 11 september zijn die programma's bijna allemaal stopgezet', zucht Cordner. 'Plotseling waren terroristen met bommen de vijand, en had niemand nog zin om de voordelen van community policing te verdedigen. Dat blijkt nu een enorme inschattingsfout. Net in de politiezones waar de voorbije jaren geïnvesteerd is in een gemeenschapsgerichte aanpak, krijgt de politie de protesten snel onder controle.' Overigens is die militarisering niet helemaal onlogisch. Vuurwapens zijn alomtegenwoordig in Amerika. 37 procent van de Amerikaanse huishoudens bezit minstens één vuurwapen. Daardoor is het voor politieagenten niet onlogisch om ervan uit te gaan dat een verdachte gewapend is. 'Dat nodigt niet uit tot praten', beaamt Cordner. Door die alomtegenwoordigheid van wapens heeft Amerika ook een veel ruwere misdaadgeschiedenis dan de rest van het Westen. De crackepidemie van de jaren tachtig, waarbij miljoenen arme, vooral zwarte, Amerikanen verslaafd raakten aan goedkope cocaïne, zorgde in de grootsteden voor enorme criminaliteitsgolven. In 1990 werden in New York bijvoorbeeld maar liefst 2245 moorden gepleegd. Die explosie aan criminele feiten werd pas teruggedrongen toen Rudy Giuliani in 1993 burgemeester werd en een enorm strak zerotolerancebeleid voerde. 'Dat ging bijzonder ver', vertelt Fijnaut, die in Giuliani's beginjaren aan New York University doceerde. 'Giuliani heeft tienduizend extra agenten aangenomen, die gedrild werden om niets meer toe te laten. De kleinste vergrijpen resulteerden in enorme boetes. Mensen werden voor het minste naar het politiebureau gevoerd. Die mentaliteit, waarbij de politie geen enkele aantasting van haar gezag aanvaardt, bestaat vandaag nog altijd.' Ondanks de oplopende spanningen met een deel van de bevolking bleek die aanpak uiterst populair. In 2001, Giuliani's laatste jaar aan het hoofd van de stad, was het moordcijfer teruggebracht naar 649. Door dat onmiskenbare succes bestaat er ook in Amerika's meest progressieve bolwerk nog altijd veel steun voor de harde aanpak. 'Veel New Yorkers zijn er vandaag nog altijd van overtuigd dat de stad zonder strak politiebeleid niet te runnen valt', vertelt Fijnaut. 'Dat merk je ook nu tijdens de protesten. Burgemeester Bill de Blasio krijgt kritiek omdat zijn politiediensten de plunderingen niet konden voorkomen.' Bovendien is de rol van de politie in de Verenigde Staten anders dan die in Europese landen. 'Amerika is een land met een kleine overheid, dat veel overlaat aan de vrije markt', zegt Gary Cordner. 'Omdat veel sociale diensten er zodanig zijn afgebouwd, is de politie in veel Amerikaanse staten de voornaamste vertegenwoordiger van de overheid. Daardoor moeten politieagenten zich voortdurend bezighouden met bijvoorbeeld daklozen of mensen met een psychische stoornis. Er is gewoon geen enkele andere overheidsdienst meer over die zich met die mensen bezighoudt.' 'Veel blanke Amerikanen hebben de politie op speeddial', zegt Mychal Denzel Smith. 'Het lijkt wel alsof de politie een soort helpdesk is die je voor het minste kunt opbellen, zolang je maar wit bent. En doordat de politie zo alomtegenwoordig is, neemt het risico op geweld enorm toe.' Smith wijst op een breder maatschappelijk probleem: de totaal losgeslagen obsessie met veiligheid. 'Bij een groot deel van de witte bevolking in de suburbs leeft het idee dat ze gevaar lopen. Ze zijn ervan overtuigd dat iemand van buitenaf erop uit is om hen kwaad te doen en te bestelen. De witte Amerikaan in de buitenwijk gelooft stellig dat de grootsteden een probleem zijn dat alleen met harde hand kan worden aangepakt. En het enige mogelijke antwoord daarop is nóg harder de orde te handhaven.' Dat is een van de redenen waarom politieagenten zich doorgaans straffeloos kunnen misdragen. De cijfers zijn ronduit angstaanjagend. Elke zeven uur schiet een politieagent iemand neer in de Verenigde Staten. In minder dan 1 procent van de gevallen waarbij een politieagent iemand doodschiet, komt het tot een aanklacht. Ter vergelijking: voor burgers ligt dat aantal op 90 procent. Volgens recent onderzoek geeft 52 procent van de politieagenten aan dat het niet ongewoon is om een oogje dicht te knijpen voor collega's die zich misdragen, zegt Howard Henderson. 'We noemen het de Blue Wall of Silence: een zwijgcultuur waardoor het bijna onmogelijk is om politieagenten die zich misdragen uit de politiemacht te zetten. De politie heeft in Amerika een cultuur opgebouwd waarin ze ervan overtuigd is dat ze het absolute recht heeft om excessief geweld toe te passen.' Daarnaast zijn er verschillende krachten die ervoor zorgen dat het bijna onmogelijk is om politieagenten te veroordelen. In veel politiezones worden klachten tegen de politie binnen de politiedienst zelf behandeld. En die blijkt zelden enthousiast om de eigen collega's in de problemen te brengen. Bovendien kunnen politieagenten die ontslagen worden dat ontslag gemakkelijk aanvechten. Uit een onderzoek van de lokale Pioneer Press bleek dat in Minneapolis, de stad waar George Floyd werd vermoord, 46 procent van de ontslagen politieagenten na beroep weer werd aangenomen. Hervormen is moeilijk, ook al omdat politiebazen bijna overal politiek worden aangesteld, waardoor ze vaak slechts een verkiezingscyclus de tijd krijgen om de gang van zaken te veranderen. Hervormingsgezinde politiebazen botsen ook op de machtige politievakbonden, die vaak geleid worden door old school cops die aan de-escalatie en gelijkberechtiging een broertje dood hebben. Bob Kroll, vakbondsleider in Minneapolis, is een voorbeeld van die oude cultuur. Kroll, tegen wie al 29 keer een klacht werd ingediend wegens wangedrag, noemde Floyd in een brief aan zijn vakbondsleden 'een gewelddadige crimineel' en de betogers tegen diens dood 'een terreurbeweging'. 'Maar de grootste blokkade in het systeem is het Hooggerechtshof', zegt Howard Henderson. 'Het Hooggerechtshof is het voornaamste orgaan om de politie terug te fluiten. Jammer genoeg is het Hof in zijn huidige samenstelling uiterst politiegezind, waardoor het in zijn oordelen altijd de kant van de politie kiest. Dat beperkt de mogelijkheden van burgers om hun rechten te doen gelden, want de oordelen van het Hooggerechtshof gelden de facto als de wet.' In de huidige samenstelling acht Henderson het onmogelijk om politieagenten tot verantwoording te dwingen. 'Zolang er een meerderheid van Republikeinse rechters in het Hooggerechtshof zit, zal dat niet veranderen.' De politie in de Verenigde Staten is enorm gedecentraliseerd. Amerika telt maar liefst 17.985 politiedepartementen die elk een eigen manier van werken hebben. Daardoor kan de organisatie niet zomaar van bovenaf hervormd worden. Bovendien zijn er weinig vanzelfsprekende oplossingen. Het is bijvoorbeeld niet zo dat minderheden ondervertegenwoordigd zijn bij de politiediensten. 'Als je op nationaal vlak kijkt, ligt het aandeel zwarten en latino's bij de politie ongeveer op hetzelfde niveau als hun aandeel in de bevolking', zegt Cordner. 'Er zijn natuurlijk politiezones waar de verhoudingen scheef zitten, maar dat is niet het voornaamste probleem.' In New York, een departement dat de voorbije dagen ook heel wat kritiek kreeg voor zijn te drastische optreden, maken zwarten, latino's en Amerikanen van Aziatische oorsprong ondertussen 52,5 procent van het personeel uit. Vrouwen zijn de meest ondervertegenwoordigde minderheid bij de Amerikaanse politiediensten, zegt Cordner. Al twintig jaar schommelt hun aandeel bijna onbeweeglijk rond de 12 procent. Cordner is ervan overtuigd dat die ondervertegenwoordiging een van de grootste problemen is in de hedendaagse politiecultuur. 'Zo ontstaat een politiecultuur die veel te mannelijk is, gericht op confrontatie. Als we het aandeel vrouwen konden verdubbelen, zou dat een enorm positieve invloed hebben op de cultuur in de politiekorpsen.' Cordner wijst erop dat het politieagenten in Amerika doorgaans niet ontbreekt aan opleidingsniveau. 'Een derde van de instromers heeft een diploma hoger onderwijs. De overgrote meerderheid heeft minstens enkele jaren hoger onderwijs gehad, omdat je pas op je 21e kunt toetreden.' Ook de suggestie dat de politieopleiding niet zou volstaan, wijst hij van de hand. 'Het kan natuurlijk altijd beter, maar het opleidingsniveau is geen verklaring voor wat er verkeerd loopt. Politieagenten weten doorgaans heel goed hoe ze zich horen te gedragen. Dat ze er zo vaak voor kiezen om die regels in de wind te slaan, komt dus niet door een gebrek aan kennis.' Howard Henderson pleit voor een nationaal register van politiegeweld. 'Er is vandaag geen enkele instantie die klachten of verslagen bijhoudt over politieagenten die zich misdragen. Daardoor is het nu soms onmogelijk om vast te stellen in welke politiedepartementen problemen voorkomen.' Hij benadrukt ook de noodzaak voor een nationale verzoeningscommissie. 'De Amerikaanse overheid heeft nog nooit officieel erkend dat het excessieve geweld van politiediensten een probleem is. Zo'n commissie moet de eerste stap zijn om tot een vorm van verzoening te komen.' Binnen de zwarte beweging luidt het antwoord al jaren: Defund the Police, neem de politie haar geld af. Ook Mychal Denzel Smith pleit ervoor om drastisch te besparen op de politie, en het geld te investeren in gezondheidszorg, sociale voorzieningen en huisvesting. 'Het is in ieders voordeel dat de politie minder geld heeft. Dat is de enige manier waarop je hen kunt dwingen een stap terug te doen.'