De voorbije twee weken trok ik kriskras door de Balkan. Ik sprak er met politici, ondernemers, diplomaten en andere mensen, in de steden en in de dorpen. Wat ik daar zag en hoorde, stemde mij allesbehalve gerust. Er mag dan geen oorlog meer woeden, de stabiliteit is bijzonder fragiel. Europa staat voor een onmogelijke opgave. Alle spelers in de regio zijn ofwel kandidaat ofwel mogelijk kandidaat om toe te treden tot de Europese Unie: Bosnië, Servië, Macedonië, Albanië, Montenegro en Kosovo. Helaas glijdt de Balkan opnieuw af in onrust en het is allerminst zeker of Europese integratie de oplossing is.
...

De voorbije twee weken trok ik kriskras door de Balkan. Ik sprak er met politici, ondernemers, diplomaten en andere mensen, in de steden en in de dorpen. Wat ik daar zag en hoorde, stemde mij allesbehalve gerust. Er mag dan geen oorlog meer woeden, de stabiliteit is bijzonder fragiel. Europa staat voor een onmogelijke opgave. Alle spelers in de regio zijn ofwel kandidaat ofwel mogelijk kandidaat om toe te treden tot de Europese Unie: Bosnië, Servië, Macedonië, Albanië, Montenegro en Kosovo. Helaas glijdt de Balkan opnieuw af in onrust en het is allerminst zeker of Europese integratie de oplossing is. Meer dan 140.000 mensenlevens heeft de oorlog in Joegoslavië gekost. Dat nationalistische, etnische en religieuze spanningen niet opnieuw zijn opgelaaid, heeft veel te maken met het perspectief dat pragmatische politici hun bevolking konden bieden op Europese steun, gunstige visaregimes voor hun burgers en, uiteindelijk, toetreding tot de EU. Voor sommige burgers in de Balkan betekent Europa stabiliteit, maar voor de meesten betekent Europa vooral de hoop op een beter inkomen. De cash en de dure auto's die de diaspora in West-Europa terug naar huis bracht, de zichtbare welvaart van de duizenden buitenlandse ambtenaren en de miljarden aan Europese steun versterkten die verwachtingen alleen maar, of toch voor een tijdje. 'Zonder Europa zijn we dood', hoorde ik veel mensen opperen, maar tezelfdertijd stelden zij zich ook vragen bij de werkelijke economische baten van de samenwerking met Europa. Jazeker, Europa legt wegen aan, maar die worden vooral gebruikt voor de Europese uitvoer en transit. Er wordt nauwelijks geïnvesteerd in industrie. Als er al fabrieken worden gebouwd, dan is er geen geld voor opleidingen. In een Fiatfabriek in Servië kwamen de arbeiders onlangs op straat omdat ze gewoon niet rondkwamen met 320 euro per maand. De landbouw in de Balkan is kleinschalig maar met de vloedgolf aan Griekse, Italiaanse en Duitse voedingsproducten zal die ook niet echt de kans krijgen om zich te ontwikkelen. Vooralsnog waren het vooral de remises van de diaspora die een verschil maakten, maar de tweede generatie vindt het veel minder evident om neefjes te onderhouden. Zij geeft er de voorkeur aan tijdens de zomer te komen pronken met dure Duitse wagens en in het slechtste geval ook nog eens de mooiste meisjes mee te nemen om te huwen. Vooral in Kosovo en Bosnië bestaat er een immens verschil tussen de blingbling van de diaspora en de levensomstandigheden van wie achterbleef. Tientallen konvooien dure wagens met Zwitserse, Duitse en Belgische nummerplaten raasden met slingers en wimpels over de krakkemikkige wegen om de 'uittocht' van plaatselijke bruidjes te vieren. Het hoeft niet te verbazen dat plaatselijke jongeren misnoegd worden. Ze schamen zich om hun bestaan als kleine handelaar of als meloenenverkoper, maar met een werkloosheid die in veel Balkanlanden tegen de veertig procent zit, hebben ze geen alternatief. Dat draagt bij tot radicalisering. In de arme wijken van Servië en het oostelijke deel van Bosnië - de Servische Republiek - zag ik jongeren in oude gepimpte Golfjes rondscheuren in wijken die volgeklad zijn met Servisch-nationalistische symbolen en slogans. Op de weg tussen de Servische grens en Sarajevo en in Kosovo wint de radicale islam terrein. Lokale moskeeën hebben de controle verloren over de naoorlogse generatie. In Macedonië groeien de spanningen tussen Macedoniërs en Albanezen. Het verleden is duidelijk nog niet verteerd. Slachtoffers en oorlogsmisdadigers wonen in dezelfde wijk. De meeste uitspattingen van extremisme waren vooralsnog geïsoleerd. Ik kreeg verslag van diplomaten over schietpartijen, vandalisme en amateuristische pogingen tot aanslagen. Politici zijn evenwel geneigd opnieuw olie op het vuur te gieten. In Kosovo sprong de coalitie als gevolg van een op de spits gedreven grensgeschil met Montenegro. In Kroatië leidt de radicale nationalist Andrej Plenkovic de regering. De Servische Republiek van Bosnië dreigt zich met een referendum af te splitsen en spreekt dreigende taal tegen de Bosniakken. President Aleksandar Vucic van Servië toont zich van zijn pragmatische kant om in de gratie bij Europa te komen, maar wil koste wat het kost zijn nationalistische achterban behouden. En dan zijn er nog eens de Russen die orthodoxe kerken financieren, de Golfstaten die moskeeën betalen, de Turken die vooral tegen de Albanezen aan schurken en de Amerikanen die na hun interventie tijdens de Joegoslavische oorlogen aanzienlijke economische belangen in de regio hebben opgebouwd. We zien dus een samenloop van economische onzekerheid, extremisme, politiek opportunisme en grootmachtenpolitiek. Er broeit opnieuw wat in de Balkan. Het zou me niet verbazen als er weer gedonder van komt.