Was het een onbemand vliegtuig, was het een kruisraket? Ook een week na de spectaculaire aanval op de olie-installaties in Khurais en Abqaiq is nog niet helemaal duidelijk wat er in de vroege uurtjes van 14 september juist is gebeurd. De impact van de aanslag was alvast enorm. In Abqaiq werd de grootste raffinaderij van de Golf zwaar beschadigd. Vijf procent van de totale wereldolieproductie viel op één nacht weg.
...

Was het een onbemand vliegtuig, was het een kruisraket? Ook een week na de spectaculaire aanval op de olie-installaties in Khurais en Abqaiq is nog niet helemaal duidelijk wat er in de vroege uurtjes van 14 september juist is gebeurd. De impact van de aanslag was alvast enorm. In Abqaiq werd de grootste raffinaderij van de Golf zwaar beschadigd. Vijf procent van de totale wereldolieproductie viel op één nacht weg. Toch mag het eigenlijk niet verbazen dat er zo'n aanslag is gekomen. Droneaanvallen in het Midden-Oosten zijn schering en inslag. Elke staat of groepering beschikt er over minstens een rudimentaire vorm van onbemande vliegtuigjes. 'De VS gebruiken al jaren drones om jihadistische doelwitten in Irak of Afghanistan uit te schakelen', zegt Sven Biscop, expert aan het Egmontinstituut en professor internationale politiek aan de Universiteit Gent. 'Er komt altijd een moment waarop zulke technologie tegen ons gebruikt wordt.' In eerste instantie is het natuurlijk verwonderlijk dat Saudi-Arabië zo kwetsbaar is. De golfstaat spendeert jaarlijks 61 miljard euro aan defensie en heeft daarmee na de Verenigde Staten en China het grootste budget ter wereld. En toch werd de belangrijkste Saudische olieraffinaderij met een handvol drones en/of afstandsraketten zwaar beschadigd. En het is niet de eerste keer dat Saudische steden en installaties getroffen worden door projectielen. Sinds het begin van de Saudische interventie in Jemen slagen de Houthi-rebellen er geregeld in doelwitten in Saudi-Arabië te raken. Dat mag niet verwonderen, aldus Biscop. 'Het is praktisch onmogelijk om alle cruciale infrastructuur permanent te beschermen. En zelfs antiraketsystemen zijn verre van waterdicht.' Bovendien is de Saudische afweer slecht georganiseerd, stelt Gerd Nonneman, professor internationale betrekkingen en Golfstudies aan Georgetown University in Doha. 'Het Amerikaanse Patriot-systeem dat de faciliteiten moest beschermen, bleek niet volledig functioneel te zijn. Sowieso hebben de Saudi's nooit echt rekening gehouden met dit soort luchtaanval. Ze zijn er altijd van uitgegaan dat de voornaamste dreiging over land kwam of van meer traditionele raketten.' Daarbij komt de nogal Belgisch aandoende Saudische staatsstructuur, waarin verschillende instanties verantwoordelijk zijn voor luchtbescherming. Zo viel de bescherming van de raffinaderij in kwestie niet onder het leger, maar onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Andere gebouwen worden dan weer beschermd door de Nationale Garde. Het komt de efficiëntie uiteraard niet ten goede. 'Maar het onderliggende probleem is eigenlijk diplomatiek', zegt Nonneman. 'Defensiesystemen tegen raketaanvallen zijn eigenlijk enkel efficiënt als ze internationaal georganiseerd worden. Raketten overschrijden nu eenmaal grenzen. Maar de Golfstaten hebben hun defensie grotendeels nationaal georganiseerd. Amerika dringt er al lang op aan om werk te maken van zo'n collectief raketverdedigingssysteem. Maar de blokkade tegen Qatar heeft zulke samenwerking natuurlijk nog minder waarschijnlijk gemaakt. Bovendien spelen bij de aankoop van wapensystemen aparte belangen. 'Golfstaten kiezen niet noodzakelijk voor het best werkende systeem', zegt Nonneman. 'Vaak gebruiken ze zulke aankopen als een manier om zich van bondgenoten te verzekeren. Dat heeft als gevolg dat veel systemen niet echt optimaal werken, en dat er weinig coördinatie is met de andere Golfstaten.' Op wereldvlak bleek de impact van de aanval over het algemeen beperkt. In de 24 uur die volgden op de aanval schoten de olieprijzen fors de hoogte in. Maar nauwelijks een week later kost een vat ruwe olie om en bij de 58 euro, ongeveer de prijs die het in het begin van de maand al liet optekenen. De Saudische energieminister Khalid Al-Falih verklaarde kort na de aanval al dat de getroffen installaties relatief snel gerepareerd zouden worden. 'Qua bevoorradingszekerheid is er nooit een probleem geweest', stelt Thijs van de Graaf, die zich als professor politieke wetenschappen verdiept in de geopolitieke rol van energie. 'Er was sowieso al een overproductie. Door de wereldwijde economische groeivertraging was de vraag naar olie aan het dalen. Alle westerse landen, ook België, hebben een strategische reserve die minstens drie maanden onverminderd verbruik garandeert. Bovendien hebben we door de schaliegasrevolutie in Amerika een extra buffer voor als er iets mis zou lopen. Het enige nadeel dat we kunnen ondervinden, is de prijsstijging aan de pomp. Maar die is voor alle landen ter wereld dezelfde.' Het is sowieso verwonderlijk hoe onverstoorbaar de olie-economie wel is. Nochtans heeft de wereldwijde olieproductie de voorbije jaren serieuze klappen gekregen. Het hevige sanctieregime tegen Iran, de blokkade van Qatar, het ineenstorten van de Venezolaanse olieproductie: de gevolgen van al die rampspoed op de prijs en voorradigheid van olie bleken verwaarloosbaar. En ook dichter bij huis is de oliebevoorrading al maanden verstoord. Eind april werd immers vastgesteld dat de olie in de Droezjba-pijpleiding, die Rusland via Wit-Rusland met onder andere Polen en Duitsland verbindt, vervuild was met organische chloorstoffen die in de raffinaderijen voor corrosie en beschadigingen zorgden. 'Dat zijn 700.000 vaten olie per dag die wegvallen', zegt Van de Graaf, 'en toch hebben we daar eigenlijk amper iets van gemerkt. De oliemarkt is mondiaal, en aanleverroutes zijn redelijk flexibel. Je kunt olietankers naar eender welke bestemming laten varen.' Niet dat olie vandaag aan belang inboet. 'Een derde van de wereldwijde energievoorziening bestaat uit petroleum', zegt Van de Graaf. 'Aardgas kun je vervangen door steenkool- of kerncentrales, maar zonder olie valt de hele transportsector gewoon stil. 93 procent van de wereldwijde transportsector is rechtstreeks afhankelijk van olie.' Maar die positie is tanende. Ook in Saudi-Arabië groeit het inzicht dat olie de komende decennia aan belang zal inboeten. 'Alle projecties, zelfs die van OPEC en het Internationaal Energieagentschap, voorspellen dat de vraag naar olie over enkele jaren zal beginnen te vertragen', benadrukt Van de Graaf. 'Olie zal gaandeweg een krimpende markt worden. In Saudi-Arabië groeit daardoor het besef dat het zijn reserves niet meer zal kwijtraken. Want wat ben je ermee als je nog voor 150 jaar aan oliereserves in de grond hebt zitten, als je die over enkele decennia misschien niet meer verkocht krijgt?' Die toenemende economische en militaire onzekerheid is vooral gênant voor kroonprins Mohamed bin Salman (MBS), die sinds 2015 aan de touwtjes trekt. Sinds zijn aantreden is Saudi-Arabië er niet veiliger op geworden. Toen hij in 2015 vanuit het niets minister van Defensie werd, startte hij de oorlog tegen Jemen. Ondanks de massale en meedogenloze inzet van Saudische grondtroepen en straaljagers zijn de Houthi's strijdbaarder dan ooit. Ze waren er als de kippen bij om de aanval op Khurais en Abqaiq op te eisen. 'Binnen de koninklijke familie wijzen velen Mohamed bin Salman aan als de schuldige voor dit debacle', zegt Nonneman. 'Maar voor openlijke contestatie is er geen plaats. Er zijn genoeg prinsen die hun broers en neven opgepakt hebben zien worden, zonder dat ze er iets aan konden doen.' Uiteindelijk valt of staat de positie van MBS met het welslagen van Saudi Vision 2030, het grote plan dat Saudi-Arabië moet klaarstomen voor een toekomst zonder eindeloze olie-inkomsten. 'Als Mohamed bin Salman erin slaagt om de Saudische economie te hervormen, zal hem alles vergeven worden', voorspelt Nonneman. De maatregelen die MBS in 2016 aankondigde, waren ongezien. Zo wil hij een deel van Saudi Aramco privatiseren, het staatsbedrijf verantwoordelijk voor olieproductie. Tegelijk besloot hij de gulle subsidies voor brandstof af te schaffen, en werden ambtenaren gekort in de bonussen. Tegelijk zorgt hij voor (uiterst voorzichtige) sociale liberaliseringen. Bioscopen zijn opnieuw toegelaten, en vrouwen mogen opnieuw autorijden. Onder MBS moet Saudi-Arabië, vrij naar de Amerikaanse sciencefictionschrijver William Gibson, een soort Disneyland met de doodstraf worden. 'Maar de hervormingen staan er heel slecht voor', zegt Nonneman. 'De plannen worden voortdurend bijgestuurd om politieke gevoeligheden te vermijden. Ook de privatisering van Saudi Aramco zal door de aanval opnieuw vertraging oplopen. De tijd dringt nochtans. Als MBS over vijf jaar de economie niet op de rails krijgt, raakt de Saudische staatskas leeg en komen de o zo essentiële jobs er niet.' Nonneman wijst ook op het NEOM-project. Dat is een planstad waarin Mohamed bin Salman de Saudische technologiesector wil opbouwen. De regio moet een soort toeristisch Silicon Valley worden, volledig voorzien van hernieuwbare energie, tjokvol artificiële intelligentie en robotica. Het project zou in totaal minstens 500 miljard dollar kosten. 'NEOM helpt de logica van Vision 2030 helemaal niet', aldus Nonneman. 'Het is een onrealistisch prestigeproject dat honderden miljarden zal kosten, die juist nodig zijn om elders in de economie te investeren.' Opvallend genoeg is het net MBS die zijn eigen hervormingsplannen voortdurend lijkt te kelderen. 'Vision 2030 kan enkel werken als Saudi-Arabië erin slaagt om zowel binnenlandse als buitenlandse investeringen binnen te halen', aldus Nonneman. 'Dat lukt alleen als investeerders zien dat er realistische plannen zijn, dat er rechtszekerheid is en dat er stabiliteit is in de regio. Onder Mohamed bin Salman gebeurt net het omgekeerde. Door de instabiliteit is er zelfs kapitaalvlucht.' De spanningen tussen Riyad en Teheran lopen al jaren hoog op. Het lijkt een uitgemaakte zaak dat Iran - al dan niet rechtstreeks - een rol heeft gespeeld in het tot stand komen van de aanval. Toch is de Saudische reactie bijzonder voorzichtig. Ook de overige Golfstaten waren opmerkelijk terughoudend in hun reactie. 'Saudi-Arabië hoopt erop dat Amerika druk uitoefent', zegt Nonneman. 'Ze zijn alleen bereid om iets te ondernemen als ze weten dat Amerika hen zal beschermen. Maar ze zijn niet meer zeker van de Amerikaanse steun, want Donald Trump wil niet in een nieuw conflict terechtkomen. Opmerkelijk genoeg wil Iran net hetzelfde. Ze zoeken de randjes op, poken de rivaliteit op via hun proxy's in de regio, maar ze zorgen er altijd voor dat ze hun betrokkenheid kunnen ontkennen.' Onder Trump zijn de banden tussen het Witte Huis en het huis Al-Saud aangehaald. Maar tegelijk groeit in Saudi- Arabië het besef dat de band met de Amerikanen wankel is. Door de schaliegasrevolutie is Amerika niet langer afhankelijk van importeurs voor zijn energievoorziening. Sinds de brutale moord op de Saudische journalist Jamal Khashoggi wordt het Amerikaans- Saudische bondgenootschap ter discussie gesteld, zowel aan Republikeinse als aan Democratische kant. De kans dat er volgend jaar een Democratische president wordt verkozen die anti-Saudisch is, is verre van denkbeeldig. 'De Saudi's beginnen zich te realiseren dat ze een toegeving zullen moeten doen om de plooien glad te strijken', aldus Nonneman. 'Ze snappen dat ze hun totale afwijzing van Iran zullen moeten bijstellen, en dat ze een manier moeten vinden om zich uit het Jemenitische kluwen te redden terwijl ze toch hun grenzen veiligstellen.' De situatie bevat ook een kiem van hoop. Ook Biscop ziet een zekere evolutie. 'Amerika gelooft traditioneel altijd dat het Midden-Oosten gestabiliseerd kan worden door van Saudi-Arabië de dominante grootmacht in de regio te maken. Europa heeft altijd de strategie nagestreefd om Iran en Saudi-Arabië in balans te houden. Misschien kan de terughoudendheid van Trump, die geen nieuw conflict wil in zijn herverkiezingscampagne, wel voor toenadering zorgen.' Ook Nonneman ziet ondanks de harde, onverzoenlijke taal zowel aan Iraanse als aan Saudische kant een bereidheid om te onderhandelen. 'Tussen de lijnen door sturen zowel Riyad als Abu Dhabi en Teheran signalen dat ze de dialoog willen aangaan. Gelukkig maar. We hebben toch bijna aan de rand van de afgrond gestaan.'