Het grote publiek kent Damien Hirst (56) vooral van zijn schokkende kunst en zijn spectaculaire ensceneringen van de dood. Hij is de kunstenaar die een dode koeienkop met levende vliegen in een glazen kist stopte en menselijke schedels bezette met diamanten. Maar nu heeft de Brit het schilderen herontdekt: nog tot begin volgend jaar toont hij in Parijs een reeks grote schilderijen van bloeiende kersenbomen. Hervé Chandès, directeur van de Fondation Cartier die de werken naar Parijs haalde, noemde Cherry Blossoms van een 'verontrustende, bijna spirituele schoonheid'.
...

Het grote publiek kent Damien Hirst (56) vooral van zijn schokkende kunst en zijn spectaculaire ensceneringen van de dood. Hij is de kunstenaar die een dode koeienkop met levende vliegen in een glazen kist stopte en menselijke schedels bezette met diamanten. Maar nu heeft de Brit het schilderen herontdekt: nog tot begin volgend jaar toont hij in Parijs een reeks grote schilderijen van bloeiende kersenbomen. Hervé Chandès, directeur van de Fondation Cartier die de werken naar Parijs haalde, noemde Cherry Blossoms van een 'verontrustende, bijna spirituele schoonheid'. Nu hadden we veel van u verwacht, maar niet dat u kersenbloesems zou schilderen. Damien Hirst: Ik was zelf ook verrast. Tot ik besefte dat dit het schokkendste was wat ik kon doen. Het publiek verwacht dode vliegen van mij, of werken met grotere dieren op sterk water. Niemand denkt dat Hirst kersenbloesems zal schilderen. Tenzij misschien uw moeder. Hirst: Mijn moeder zei altijd: de wereld is al verschrikkelijk genoeg, waarom schilder je geen bloemen? Ze schilderde zelf graag kersenbloesems met olieverf. Ik herinner me nog levendig hoe ik naar haar keek - ik was vier of vijf - en hoe ze de verf op het doek stipte. Ik dacht: dat wil ik ook. Waarom heeft het zo lang geduurd vooraleer u bent gaan schilderen? Hirst: Toen ik aan de kunstacademie studeerde, eind jaren tachtig, was traditioneel schilderen niet cool. Ik richtte me op publiciteitsschilders, die slogans op huizen schilderden. Naar dat model ontwikkelde ik mijn Spot paintings: gekleurde stippen, die op hun manier een portret van mijzelf waren. Maar het is ook een manier om je te verbergen voor de schilderkunst. Het is ook een gemeenschappelijk project. Uw studio had veel medewerkers. Hirst: Ik heb het nooit echt belangrijk gevonden om alles alleen te doen, zolang het resultaat, het uiteindelijke werk, maar overeenstemt met mijn ideeën. Aan de tentoonstelling Treasures from the Wreck of the Unbelievable, die in 2017 in het Palazzo Grassi in Venetië te zien was, hebben 200 mensen gewerkt. Meer dan twee jaar waren we samen bezig met die de sculpturen, die eruit moesten zien alsof ze uit een gezonken scheepswrak kwamen. Was eenzaamheid tijdens de coronapandemie frustrerend of juist bevrijdend voor u? Hirst: Tot de lockdown had ik altijd twee of drie assistenten. Als ik schilderde, gaven ze me kwasten aan en ik liet hen stippen zetten. Wij vonden dat allemaal een aangename manier van werken: er was harde muziek, ik rende constant heen en weer in het atelier. En plotseling stond ik alleen in die grote ruimte, alleen met mijn schilderijen, en ik raakte er bijna in verdwaald. Maar gelukkig betekent alleen zijn niet dat je eenzaam bent. En de Cherry Blossoms hielden me recht. Het was fysiek intens om te schilderen. Ik moest een ladder opklimmen en echt ver reiken met het penseel. 's Avonds had ik overal pijn. Bovendien denk ik tijdens het schilderen voortdurend na over mijn werk. Ik zeg dan tegen mezelf: die blauwe stip daar is echt lelijk, of anders die rode. Je ergert je constant en vergeet uiteindelijk dat je alleen bent. Laatst vroeg iemand me wanneer ik wist dat een schilderij af was. Als het me niet langer irriteert, antwoordde ik. Ook al is het onderwerp erg poëtisch, toch zei u dat deze schilderijen een 'andere vorm van geweld' zijn. Hirst: Als je op het platteland bent en je ziet al die bloemen staan, dan kan dat een sterk, overweldigend moment zijn. Die kleurenpracht, dat licht op de bloesems. Dan moet je je emotioneel bijna wapenen. Kunt u niet zonder geweld in uw werk? Hirst: Het idee om kunst te maken waar mensen zomaar langslopen is ondraaglijk voor mij. Ik wil de kijker met mijn beelden overvallen, een fysieke reactie uitlokken. Het formaat helpt daarbij, want alles wat groter is dan jezelf, boezemt angst in. Mij trouwens ook. Een groot schilderij is een gigantisch ding, zelfs voor de persoon die het maakt. Je bent altijd bang dat je het zult verpesten. De reeks heeft iets excessiefs: u hebt niet 20, niet 30, maar 107 schilderijen gemaakt. Zelfs Vincent van Gogh was tevreden met vijf zonnebloemschilderijen. Hirst: Oorspronkelijk zouden er 90 Cherry Blossoms komen. Mijn manager had me dat aangeraden: leg het aantal meteen vast en communiceer daar open over. Zo gaan verzamelaars niet veronderstellen dat het om een beperkt aantal gaat. Ik had een plan opgesteld: zo veel versies in zulke formaten. Maar op de een of andere manier werden het er meer. Ik vond ook dat ze er naast elkaar wel goed uitzagen, toen ik ze aan mijn ateliermuur zag. Daarom heb ik verschillende diptieken gemaakt. Kwam het ook door de lockdown dat u het schilderen herontdekte? Hirst: Ik heb vroeger af en toe geschilderd, maar nogal onregelmatig, vaak 's nachts. Maar toen was ik plotseling alleen, zonder assistenten, zonder afleiding. Voor de pandemie had ik vaak uitgebreide lunchafspraken in Londen, maar nu werkte ik nine-to-five, omdat mijn chauffeur mij alleen op die momenten kon brengen en ik 's avonds mijn kinderen wilde zien. Zo schakelde ik over van chaotische dagen naar een geregelde manier van werken. Verrassend genoeg beviel me dat wel. Heeft dat ook met leeftijd te maken? Wordt u met ouder worden kalmer? Hirst: De kersenbloesems staan voor een radicale verandering in mijn werk. En dat is toch geen kleinigheid op mijn leeftijd. Het hele project is zeker geen kleiner risico dan alles wat ik daarvoor heb gedaan, het succes is niet gegarandeerd. Ben ik kalmer geworden? Ik hoop van niet. Iemand vroeg me of ik verliefd was, toen hij de schilderijen zag. En? Hirst: Ja, dat klopt. Maar ik hoop wel dat mijn schilderijen agressiever zijn dan deze omstandigheden. Ik heb altijd geprobeerd om mezelf opnieuw uit te vinden, zelfs als ik daar risico's mee neem. Alle kunstenaars die ik bewonder, hebben kunst gemaakt waarbij ze putten uit hun leven, tot helemaal op het einde. Geen van hen is ooit met pensioen gegaan. Tegelijkertijd is er die constante angst dat je minder zult betekenen als je ouder wordt. De pandemie heeft veel mensen doen nadenken over leven en dood. Geldt dat ook voor u? Hirst: Het is niet dat ik me daar nog nooit mee heb beziggehouden. Mijn haai in formaldehyde uit 1991 heet De fysieke onmogelijkheid van de dood in de geest van iemand die leeft. Maar ik vind het lastig om je met de dood bezig te houden zolang je leeft, je voelt je op een of andere manier onsterfelijk. Mijn tijd hier op aarde moet niet de langste, maar wel de beste zijn, dat is mijn motto. Tijdens de pandemie ben ik wel uiterst voorzichtig geweest. Wie mijn atelier bezoekt moet nog altijd een coronatest afleggen bij de ingang, en wachten op het resultaat. Gaat u tegenwoordig anders met uw lichaam om dan vroeger? Hirst: Dat doe ik al enige tijd. Ik ben vijftien jaar geleden gestopt met drinken. Vroeger heb ik echt veel gedronken, ik heb zeker aanleg voor verslaving. Ik ben excessief in alles wat ik doe. Zelfs als ik yoga doe, overdrijf ik: ik doe het te veel en dan geef ik er de brui aan. Ik blijf het wellicht moeilijk hebben met het feit dat ik al 56 ben. U zei onlangs dat u sinds dit jaar wel kon leven met de gedachte van de dood. Hirst: Laten we zeggen dat de dood nu meer als een natuurlijk deel van het leven voelt. Als ik naar mijn jongste zoon kijk, weet ik dat zijn bestaan het begin is van het einde van mijn bestaan. En mijn einde zal weer een begin zijn voor hem. Egon Schiele schilderde zijn vrouw toen ze zwanger was. Voor de bevalling stierf ze aan de Spaanse griep, waaraan ook Schiele bezweek. Toen ik jaren geleden naar dat schilderij keek, vond ik dat een ongelooflijk aangrijpend en tegelijk vreselijk verhaal. Nu denk ik: tja, dat is hoe het kan lopen. Het voelt niet meer zo ver weg. We weten nu hoe kwetsbaar we zijn. U hebt nog een nieuw project: onder de titel The Currency Project verkochtu 10.000 van uw werken via internet. Ze waren te koop op de klassieke analoge manier, op papier, of als een 'Non Fungible Token' (NFT), als een niet-inwisselbaar document in een internetdatabank. Waarom deed u dat? Hirst: Het begon met een vriend die een van mijn schilderijen wilde kopen met bitcoins. Mijn galerie liet weten dat ze deze valuta niet aanvaardde. Zo begon het fenomeen van de cryptomunten mij te interesseren. Ik realiseerde me dat de cryptowereld en de kunstwereld heel ver van elkaar afstaan. Terwijl beide werelden me boeien. Wat vindt u zo boeiend aan cryptomunten? Hirst: Toen ik daar voor het eerst over hoorde, zei ik tegen mijn manager: dat is iets voor mij, laten we gaan praten met de baas van bitcoin. Hij antwoordde dat er geen baas van bitcoin bestaat. Ik had echt geen benul. Maar ik was gefascineerd door het idee - misschien ook omdat ik me altijd al aangetrokken voel tot dingen waar andere mensen niet van houden. Banken haten bitcoin. Is het de ultieme provocatie om uw eigen kunst een 'currency project' te noemen? Of is dat precies wat u wilt, zo veel mogelijk provoceren? Hirst: Mijn nieuwe project is een hybride: het combineert de echte wereld met de wereld van de NFT's. Je kunt een werk van mij op papier kopen en het aan je muur hangen. Of je kunt het kopen als een NFT. Ik vind dat spannend. Toen de kredietkaart werd ingevoerd, kon ook niemand vermoeden dat mensen uiteindelijk zonder cash zouden rondlopen. Ik wilde weten wat er gebeurt als kunst en financiën elkaar ontmoeten. Het gaat altijd om dezelfde vraag: wat maakt kunst magisch, zo magisch dat ze zich onttrekt aan de klassieke waardebepaling? Wat bedoelt u daarmee? Hirst: Er waren mensen die mijn met diamanten bezette schedels wilden kopen. Ze wilden weten wat de materiële waarde was van de diamanten en het metaal, om na te gaan of het een goede investering zou zijn. Dat is gek. Zou iemand ooit de pure materiële waarde van de Mona Lisa willen achterhalen? Nee, want we accepteren dat je de magie, de alchemie van de kunst, niet op die manier kunt berekenen. U bent een van de rijkste kunstenaars ter wereld. Wat betekent geld voor u? Hirst: Geld is natuurlijk belangrijk. Maar het boezemt me ook angst in, waarschijnlijk omdat ik het zo lang niet gehad heb. Ik herinner me dat een werk van mij verkocht werd voor een miljoen pond. Ik dacht toen: dat is het gewoon niet waard, dat is te veel geld. Als je zulke hoge prijzen behaalt, wordt het een beetje eng. Waarom hebt u dan in september 2008 meer dan 200 van uw werken aangeboden bij het Londense veilinghuis Sotheby's? U dreef de prijzen bewust de hoogte in. Hirst: Omdat mensen me hadden gezegd dat zoiets onmogelijk was, dat het nooit zou lukken. Ik wil altijd dingen doen die zogenaamd onmogelijk zijn. Fuck the system, zoiets. Het ging niet over miljoenen verdienen. Ik wilde het systeem blootleggen. Het moest als iets groots en gevaarlijks aanvoelen Achteraf zeiden mensen dat het een heel slimme zet was, maar dat was het helemaal niet, dat lijkt alleen maar zo. Twee dagen later en de hele zaak had een enorme ramp kunnen zijn, want toen stortte de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers in. Na de veiling was u 200 miljoen dollar rijker. Wat doet u met uw geld? Hirst:Ik koop veel kunst, ik heb bijvoorbeeld veel schilderijen van Francis Bacon. Eerst kocht ik werken om te begrijpen hoe mijn verzamelaars zich voelen. Toen raakte ik verslaafd. Maar het gekke is: zelfs als je veel geld hebt, zijn er nog altijd dingen die je je niet kunt veroorloven. Ik ben rijk, maar met al mijn geld kan ik maar twee of drie Picasso's kopen. En de mooiste Rembrandt kun je ook niet kopen, want die hangt in een museum - en dat is een goede zaak. Bovendien kun je veel geld verdienen, maar aan het eind van de maand toch meer uitgegeven hebben dan je hebt binnengehaald. Dat is ook een onverwachte ervaring. Welke kunst zou u kopen als u een onbeperkt budget had? Hirst: Alles uit Picasso's vroege periode. En dan Goya, natuurlijk, een van zijn donkere schilderijen. Saturnus verslindt zijn zoon is ongelooflijk. Maar dat is allemaal niet te koop. Er zijn niet veel beeldende kunstenaars die hun eigen bedrijf hebben. U bent de uitzondering. In 2018 werd uw zaak wel kleiner en nam u afscheid van 50 werknemers. Waarom? Hirst: Het was een beetje uit de hand gelopen. Ik had een echt kantoorgebouw met veel personeel en een receptioniste. Terwijl ik toch eigenlijk kunst hoor te maken in plaats van vergaderingen bij te wonen. Nu neemt mijn zaakvoerder me bijna alles uit handen en heb ik weer meer tijd. Half juli konden we online 10.000 schilderijen van Hirst kopen, allemaal op papier, allemaal met een eigen titel. Hoe is dat in zijn werk gegaan? Hirst: Mensen konden een hele week laten weten wat ze willen, om het even hoeveel werken. Vervolgens bekeken we dat en probeerden we het proces zo democratisch mogelijk te laten verlopen, zodat rijke mensen niet alles opkopen en arme mensen geen kans krijgen. We willen een zo breed mogelijk scala aan kopers. Eind juli maakten we de winnaars bekend: wie mocht een werk kopen? Iedereen ontvangt een NFT, maar kan die na twee maanden ook inwisselen voor een klassiek papieren werk. Je moet gewoon kiezen voor het een of het ander. En wat gebeurt er als iemand kiest voor de digitale versie? Hirst: Dan moet ik het werk op papier uiterlijk na een jaar vernietigen. Het is een groot labexperiment. Ik heb nog geen idee wat mensen zullen kiezen. Ik hou zelf van werk op papier, dus ik denk dat 90 procent van de kopers papier zal willen. Of misschien wordt het maar 50 procent. Geen idee. NFT's of analoge kunstwerken - waar zullen de mensen het meest in geloven? Dat wordt spannend. De kans bestaat dus dat u veel van uw schilderijen zult moeten vernietigen. Hebt u ooit zoiets gedaan? Hirst: Nee, het is de eerste keer. Het zal niet makkelijk zijn, maar ik moet het doen, anders zou het project zijn geloofwaardigheid verliezen. Toen we hier drie jaar geleden mee begonnen, zei mijn manager: je moet in staat zijn om je eigen kunst te vernietigen. Ik zal elk afzonderlijk werk verbranden.