Joseph Kabila vertrouwt niemand. Wie een onderhoud wil met de president van de Democratische Republiek Congo, moet door twee wegversperringen en een veiligheidssas. Daarachter ligt zijn residentie, eerder een vesting, midden in de hoofdstad Kinshasa, hoog boven de Congorivier. Zijn medewerkers zijn zenuwachtig: voor het eerst in zes jaar geeft hun baas een groot interview aan de buitenlandse pers. Aan de muren hangen foto's van vader Laurent-Désiré Kabila, die in 1997 dictator Mobutu Sese Seko ten val bracht.
...

Joseph Kabila vertrouwt niemand. Wie een onderhoud wil met de president van de Democratische Republiek Congo, moet door twee wegversperringen en een veiligheidssas. Daarachter ligt zijn residentie, eerder een vesting, midden in de hoofdstad Kinshasa, hoog boven de Congorivier. Zijn medewerkers zijn zenuwachtig: voor het eerst in zes jaar geeft hun baas een groot interview aan de buitenlandse pers. Aan de muren hangen foto's van vader Laurent-Désiré Kabila, die in 1997 dictator Mobutu Sese Seko ten val bracht. Nadat zijn vader in 2001 door een lijfwacht werd doodgeschoten, nam Joseph Kabila het hoogste staatsambt op zich, vijf jaar later werd hij tot president verkozen. Ondertussen is hij 45 jaar oud, meer dan een derde van zijn leven staat hij aan het hoofd van de Democratische Republiek Congo. Nu, na twee reguliere ambtstermijnen, zou Kabila volgens de grondwet moeten aftreden, maar hij houdt vast aan de macht en stort zijn land, een van de armste en wankelste staten ter wereld, steeds meer in chaos. Tijdens het interview laten alle aantijgingen hem koud. Hij lijkt daarbij helemaal niet zo schuchter of gesloten als sommigen van hem beweren. Bij ongemakkelijke vragen begint de president te grinniken. Met zijn sluwe blik en zijn woeste baard lijkt hij op kapitein Jack Sparrow uit Pirates of the Caribbean. Deze man wil tegen elke prijs aan de macht blijven. De dag na het interview zou er in Kinshasa eigenlijk een groot feest moeten zijn. Het is 17 mei, de gedenkdag van de bevrijding van Mobutu's bewind, twintig jaar geleden. Maar op het plein voor het Palais de la Nation, waar de oude Kabila ooit door massa's werd toegejuicht, is nauwelijks een mens te bekennen. Geen vlaggen, geen optochten, geen volksfeest. Een paar ministers en afgevaardigden staan met geheven vuist voor Kabila's mausoleum, om hulde te brengen aan hun held. Eén man zoek je hier tevergeefs: de zoon van de vermoorde. De president verlaat zijn residentie zelfs niet op dit historische jubileum. Misschien is hij op zijn Playstation net in een virtuele oorlog verwikkeld, computerspelletjes schijnen zijn grote hobby te zijn. Al kan niemand dat met zekerheid bevestigen. 'Wij blijven thuis vandaag', zegt Dyril Liyama. 'Wat valt er te vieren? De nieuwe dictatuur? De shit waarin we leven?' Deze beer van een man, vijftig jaar oud, is schroothandelaar in de wijk Kingabwa. Hij zit met zijn collega's tussen de gesloopte autowrakken. De mannen klagen: over de zaken die slecht gaan, corrupte politici, de miserabele toestand van hun land, etnisch verscheurd, economisch aan de grond, politiek onrustig. En in Oost-Congo neemt het oorlogsgeweld nog altijd toe. Sinds het eind van de jaren negentig heeft het al aan drie tot vijf miljoen mensen het leven gekost. Kingabwa is een slum op drassige grond, er lopen giftige riolen door, vol afval. 90 procent van de bewoners is werkloos. 'We hebben alle ellende aan Kabila te danken', zegt Liyama. 'Nooit kies ik nog voor hem, hij is een dief, het volk laat hem koud.' Een van zijn helpers roept: 'We willen Mobutu terug, onder hem was het allemaal veel beter.' Zo is de sfeer in Kinshasa, deze moloch met zijn twaalf miljoen inwoners, twintig jaar na de bevrijding van een van de inhaligste kleptocraten uit de postkoloniale geschiedenis van Afrika. De enige die echt feest hebben gevierd zijn wellicht de gevangenen die die dag ontsnapt zijn uit Makala, de grootste gevangenis van het land, midden in Kinshasa. Een christelijke militie heeft in alle vroegte een aanval uitgevoerd om haar leider te bevrijden. In de chaos die daarop volgde, zou minstens de helft van de 8000 gevangenen zijn ontsnapt. Er wordt vaak gezegd dat de macht van Kabila's regering niet verder reikt dan de hoofdstad. Maar ze heeft niet eens het centrum onder controle, zo blijkt uit deze spectaculaire ontsnappingsactie. In Gombe, waar de rijken wonen, wordt tezelfdertijd de 'Kinshasa Open' voorbereid, een golftoernooi. Palmbomen, onberispelijk grasveld, champagne - de tegenstelling met slums zoals Kingabwa kan niet groter zijn. 's Middags verzamelen op een sportterrein tussen de villa's een duizendtal Kabila-aanhangers. Een blaasorkest speelt schetterende muziek, er is gratis bier en voor elk een juichpremie, omgerekend drie euro. De machtigen die het volk paaien met kruimels, het is een zinnebeeld voor de extreme ongelijkheid in het land. De meesten van de ongeveer 82 miljoen Congolezen kunnen met moeite overleven, de elite berooft het land van zijn rijkdommen. Goud, diamanten, koper, kobalt, olie, edele houtsoorten - je hebt hier bijna alles, Congo is een van de rijkste landen ter wereld aan grondstoffen. Het nieuwsagentschap Bloomberg schat dat de familieclan van Kabila aandelen heeft in meer dan 70 bedrijven en meer dan 120 licenties heeft om bodemschatten te exploiteren. Miljarden dollars werden doorgesluisd naar geheime rekeningen in het buitenland en in belastingparadijzen. Dat is ook de reden waarom de president niet wil aftreden, zeggen zijn tegenstanders: hij vreest voor zijn vermogen van naar schatting 15 miljard dollar. En hij zou bang zijn voor een lot zoals Charles Taylor, die als president van Liberia jarenlang zijn land geplunderd heeft en in Den Haag tot 50 jaar gevangenis werd veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. 'Kabila wil laten zien dat hij evenveel kan als onze buren', zegt Jean-Claude Kibala. Hij bedoelt Rwanda, Burundi en Uganda, die ook hun grondwet veranderd of geschonden hebben om de president aan de macht te kunnen houden. Kibala was minister van Ambtenarenzaken. Hij is afgetreden in september 2015, toen bekend werd dat Kabila de verkiezingen wilde uitstellen. 'Ik heb hem gezegd: Je maakt alles kapot wat je opgebouwd hebt', vertelt hij. Kibala wordt beschouwd als een van de weinige integere Congolese politici. 'Maar de chef wilde de waarschuwing niet horen. Hij behandelde ons als kinderen zonder manieren.' Kabila heeft zich nu als president ad interim laten bekrachtigen door volgzame grondwetrechters. Hij wil tijd winnen, 'glissement' noemt men dat hier, dat betekent slippen of glijden. Kabila schuift de verkiezingen op de lange baan in de hoop misschien toch nog de grondwet te kunnen wijzigen. Of een opvolger aan te duiden die hem en zijn familie-imperium beschermt. Tegelijkertijd koopt hij de steun van zijn tegenstanders - of hij laat ze intimideren en in de gevangenis gooien. Hij laat partijen oprichten om de oppositie te verdelen. De meerderheid van de 500 parlementsleden zijn trouwe Kabila-aanhangers. Nadat de president de verkiezingen in de herfst van 2016 had afgelast, waren er massaprotesten in het hele land, die door de politie, het leger en de presidentiële garde bloedig werden neergeslagen. Tientallen mensen kwamen alleen al in Kinshasa om het leven. Afgelopen december kon de Congolese bisschoppenconferentie een compromis tussen de regering en de oppositie tot stand brengen. Een overgangsregering onder leiding van de oppositie moet tegen het eind van het jaar verkiezingen voorbereiden, en Kabila blijft zolang aan de macht. Begin april slaagde Kabila erin een nieuwe premier van zijn keuze aan te stellen voor deze overgangsregering, een schertsfiguur genaamd Bruno Tshibala. Hij was ooit lid van de belangrijkste oppositiepartij UDPS, en liep over naar het regime dat hem minstens tien keer had laten opsluiten. Politiek à la congolaise. 'Tshibala had geld nodig, hij is een verrader', zegt Félix Tshisekedi, leider van de UDPS. 'Door het inzetten van Tshibala heeft Kabila de overeenkomst voor de overgangsperiode definitief verbroken.' Voor de ingang van zijn kantoor staat een schrijn voor zijn vader Etienne Tshisekedi, die op 1 februari in Brussel overleden is. De oude Tshisekedi was de meest vooraanstaande regeringstegenstander. Het regime was zelfs bang voor zijn stoffelijke overschotten, zegt zijn zoon. Daarom zou het verhinderen dat het lijk uit België wordt overgebracht. 'Als die kist hier arriveert, komen twee miljoen mensen op straat.' Tshisekedi zou zelf president willen worden, maar velen zeggen dat de schoenen van zijn vader te groot zijn voor hem. Maar er is nog een uitdager, die in het geval van verkiezingen veel gevaarlijker zou kunnen zijn voor Kabila: Moïse Katumbi, een voormalige bondgenoot van de president, die vroeger heel populair is geweest als gouverneur van de intussen opgedeelde provincie Katanga. Na zijn aankondiging dat hij kandidaat was voor de presidentsverkiezingen, werd hij bedreigd en vluchtte naar Europa. Hij werd bij verstek veroordeeld tot drie jaar gevangenis wegens corruptie. Een commissie heeft aangetoond dat de bewijzen vervalst waren om Kabila's rivaal uit te schakelen. 'Maar ik keer terug en bij de volgende verkiezingen ben ik kandidaat', kondigt Katumbi telefonisch aan uit Brussel. Kabila is een dictator, maar niemand vreest zijn wapens. 'De grootste macht in Congo is nog altijd de burgerbevolking.'